1250 Piep en pap op de vlucht

Door Ate Vegter Dzn gepubliceerd in Verhalen en Poëzie

De agent pakte er een potloodje bij en likte er even aan, voordat hij iets in het boekje krabbelde. Hij dacht even na en schreef nog iets op. Ondertussen keek ik naar de professor, die achter de agent stond, druk gebarend met de vinger voor de mond. Ik begreep wel dat hij bedoelde dat ik mijn mond moest houden, ja, dat leek mij nogal wiedes. Ik kon die agent toch moeilijk mijn hele verhaal aan zijn neus hangen, dan zaten we snel achter slot en grendel. Ik knikte naar Paf.

De agent keek op van z’n boekje en keek mij aan, vervolgens draaide hij zich om naar de professor en toen keek hij verwonderd weer naar mij: 
’Sir, let me get the facts. Your daughter is missing. How old is she?’
Ja, daar begon het gelazer al:
‘Yes officer, she is ten years old and missing since five minutes. Where do you think she is?’ 
Het leek mij goed om hem ook wat vragen te stellen.
‘Well sir, to be honest, I don’t have the foggiest idea, but that is what we will find out. Where are you from, sir?’
Amsterdam leek mij hier geen aanbeveling en Monnickendam kon nog wel voor wat nuttige verwarring zorgen:
‘Monnickendam, officer, with pleasure, I can say.’
‘Excuse me sir, where is that?’
‘That is in The Netherlands, officer, one of the most beautiful cute little towns on the planet…’ 
Ik glimlachte naar hem. Ik moest tijd winnen, maar de professor had kennelijk ook iets verzonnen. Hij hield zijn mobiele telefoon omhoog en gebaarde dat hij mij zou bellen, dacht ik. Dat leek mij geen goed idee, want de agent zou niet weten wat hij zag. Toch pakte ik onwillekeurig ook mijn telefoon.
‘Excuse me sir, what kind of a divice is that? That looks very interesting.’ Zijn ogen werden groot als verse bolletjes toen hij de iPhone 7, niet eens het nieuwste model dus, in mijn hand zag. Ik wil het hem net laten zien, maar eigenlijk ook snel weer opbergen, toen de professor iets op zijn telefoon intoetste en vervolgens zachtjes met een hand begon te zwaaien. Het zag er heel lief uit. Het volgende moment was de agent verdwenen en stond Piep weer naast mij. Ze pakte ongeduldig mijn hand en vroeg:
‘Gaan we nou, pap?’
Ik was te verbijsterd om te reageren en stond als versteend de professor aan te gapen. Ik wist zeker dat hij het gedaan had, maar wat? Wat had-ie gedaan zodat alles precies goed was? Ik geloofde niet in wonderen, maar dit kwam toch akelig dicht in de buurt.
‘Wat heb je gedaan, prof?’
‘De professor trok even de wenkbrauwen op vanwege mijn plotseling wat amicale toon, maar toen brak er een brede lach door op zijn gezicht:
Haha, o, het was echt een experiment, heer Pap. Ik heb het nog nooit gedaan, maar het is prachtig gelukt, zoals u kunt waarnemen. We zijn weer terug bij af. In positieve zin natuurlijk. Dat spreekt!’
‘Maar wat heeft u gedaan? Waar is de agent gebleven? Hoe is Piep zo snel terug?’
‘Ik sta hier al even, hoor pap. Doe niet zo mal. Ik ben echt niet weggeweest. Echt niet. Nooit niet.’
‘Luister, goede heer Pap, het is zo eenvoud als wat. Ik heb de tijd opnieuw ingesteld. We zijn nu weer een half uur terug in de tijd gegaan. Voor ons maakt het niks uit, maar wel voor de omstandigheden. Alles is goed!’ Hij lachte bijna kwaadaardig. ‘Ik wilde eerst Piep oproepen, maar kon haar niet bereiken, want ze heeft geen enkele device bij zich. Dat moeten we wel even rechtzetten straks. Maar goed. Alles in nu weer in de ordening. Wilt u nog naar binnen, uw collega’s bezoeken?’
‘Naar het kantoor? Nee zeg, professor! Ze zien me aankomen. Daar ben ik net geweest.’
‘Eh, ik moet u corrigeren, heer Pap. U bent daar nog niet geweest. Dat heb ik allemaal teruggedraaid.’ Een brede smile.
Het begon mij nu toch enigszins te duizelen. Ik wist zeker dat ik er net geweest was, maar ik kon mij er niets meer van herinneren. Ik zou niet eens weten met wie ik gepraat had. Het moest toch niet gekker worden, straks ging ik zelf nog geloven dat ik er niet geweest was.
‘Professor, met alle respect voor de wetenschap maar ik hou het voor gezien. Maar u heeft ons wel een grote dienst bewezen door Piep weer terug te toveren. Piep wil je nog een rondleiding door het gebouw van de Verenigde Naties of ga je liever naar huis? Professor, als u toch zo aan het knutselen bent, kunt u ons dan ook terug teleporteren naar het World Trade Center zodat wij in een ommezien de ruime lucht kunnen kiezen?’
De professor keek mij nu verwonderd aan:
‘U begrijpt toch hopelijk wel dat er hier geen sprake is van tovenarij, maar dat wij hier de belangrijke eerste schreden op weg naar het verleden aan het zetten zijn. Wij zitten zogezegd midden in een grote stap voorwaarts, heer Pap, vergeet u dat nimmer! Het is een anker in de tijd, dat we aan het vieren zijn.’

‘Naar huis, pap,’ zei Piep, ‘ik wil naar mama. Ik mis mama en ik wil ook naar Tommy en Micky.’ Haar lip trilde als prelude op het volgende tranendal en ik tilde haar snel op:
‘Het komt goed schatje, we gaan. Kom op, professor, de tijd is aan ons, schakel nog even terug naar het moment dat we in het observatorium op de Twin Towers waren, dan hoeven we alleen de trap nog maar op. Ondertussen lopen we alvast even naar het VN-gebouw, dat is in de goede richting, voor het geval de tijd ons niet inhaalt.’
De professor liep nu hoofdschuddend naast ons, terwijl hij drukdoende op zijn telefoon foeterde. Ik geloof niet dat hij het eerder zo zout gegeten had. Maar de eerstkomende verrassing was voor mij: voor de ingang van het VN-gebouw stond de agent die even geleden (of was het straks) op ons was afgekomen. Ik negeerde hem. Ik bang was dat hij ons zou herkennen, maar tegelijkertijd begreep ik dat dat wat ik mij herinnerde nog niet gebeurd was. Ik kon hem toch allicht even de weg vragen.

Ate Vegter, 5 december 2018

www.atevegter.wordpress.com/50
 

05/12/2018 07:34

Reacties (0) 

Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert