De mooie Orionnevel:

Door Candice Simionescu gepubliceerd in Wetenschap en onderwijs

De mooie Orionnevel:

12f84ba4b6e274476b2af5b3eafb6dc9_medium.

Als er sprake is van een donkere en onbewolkte nacht dan is het de moeite waard om eventjes buiten te genieten van de sterrenhemel. En zeer zeker tussen begin november en half maart. Dat is dus de winterperiode en dat is nu. En als u dan in het zuiden van de sterrenhemel gaat zoeken dan is het zeker niet uitgesloten dat u het figuur op de bovenstaande foto al eens heeft gezien. En dat is een deel van het sterrenbeeld Orion (Jager).

39874e1d5980b5b27b70225f7933f4f4_medium.

Even een Grieks sprookje:

Orion was een jager en heel erg groot. Als hij op jacht ging, kwam hij vaak de godin van de jacht, Artemis tegen, en ze werden verliefd op elkaar. Maar de godin van de dageraad was ook verliefd op Orion. Omdat ze hem altijd zo lang mogelijk wilde zien, liet ze de sterren die nu Orion vormen, ook niet zo gauw verbleken. Maar als hij niet meer te zien was moest ze huilen, en de tranen vonden de mensen dan 's morgens in de wei als dauw. Artemis was jaloers, en daarom pakte ze haar pijl en boog en schoot op Orion. Ze miste ook nooit en ze maakte Orion blind.

Het sterrenbeeld Orion kent zeven heldere sterren en de bekendste van die zeven sterren is absoluut Betelgeuze.

https://tallsay.com/page/4294990644/het-nakend-einde-van-betelgeuse

f956c8ed5b8ccfcaa1db2890d9ace0a5_medium.

Betelgeuze vind u linksboven, rechtsboven Bellatrix, de drie op een rij in het midden (Oriongordel) van links naar rechts Altinak, Alnilam en Mintake, linksonder Saiph en rechtsondser Rigel.

3c97a01b717f43003af4071462282f8b_medium.c5b3bfaf7b57142c7c22a3428da16096_medium.139e2a5d0dcc99506ca587789fd0f87c_medium.9e24fcf85a888720aacf304099bb5cf7_medium.00411d04d0a51ea3fbb22dc295274b0d_medium.4ffd98986aaf2ccad276ff67280fb336_medium.

Mocht u denken dat de sterren best wel dicht bij elkaar staan dan heeft u het goed gezien, want als we de afstand tussen Betelgeuze en Rigel nemen dan zien we dat dat maar een afstandje is van een kleine 830 lichtjaar. Dat is niks, dat is maar 7.885.000.000.000.000 km. Waar hebben we het dan over. De afstanden tussen de drie op een rij zou ik echter niet gaan onderschatten. Die staan sowieso verder weg dan de rest van de heldere sterren (ruim 450 lichtjaar verder weg) en onderling liggen ze ook nog eens iets van 1000 lichtjaar van elkaar verwijderd.

Op de sterren Bellatrix en Mintake na zijn het ook allemaal heldere superreuzen.

Het Orion sterrenbeeld kent naast deze prachtige sterren nog wat veel mooiers. Een paar hele mooie nevels, zoals de Paardenkopnevel, de Vlammennevel en … de Orionnevel.

De Orionnevel bestaat voor ongeveer 90% uit waterstof, 10% uit helium en minder dan 0,1% uit zwaardere elementen. De temperatuur van de Orionnevel bedraagt een aardige tienduizend graden.

318bd16383bfbe028250e25147fd4f81_medium.e9cac4e39147d5af39a3390b5d2bfa0b_medium.0cc0c31c76f2b6a202492b8621404176_medium.

De Orionnevel:

Zichtbaarheid:

Als er sprake is van een flinke donkere nacht zonder bewolking dan kunt u deze mooie nevel met het blote oog zien … weliswaar niet de schoonheid van de nevel, maar wel het stipje dat de nevel vanaf Aarde vormt. Met het blote oog iets zien wat ongeveer 1350 lichtjaar verder is valt gewoon niet in volle glorie te bewonderen. En … om heel eerlijk te zijn ziet u eigenlijk enkel een tamelijk wazige vlek en meer niet. En nee dat is nou eens niet mijn schuld.

De Orionnevel is een emissienevel vallend onder de diffuse nevels.

Emissienevel :

Gaswolken met een behoorlijk hoge temperatuur. Denk hierbij aan ongeveer 11.500 graden Celcius. Als een heldere nevel in de buurt van een zeer hete ster staat, kan het voorkomen dat de gasatomen in de nevel geïoniseerd worden door de ultraviolette straling van de ster. De gaswolk gaat hierdoor zelf licht uitstralen en dat wordt dan een H-II-gebied genoemd. Zo’n gebied kan redelijk klein zijn (slechts enkele lichtjaren) maar kan ook enorm groot zijn (enkele honderden lichtjaren). Klein in het heelal is een omvang wat in Aardse begrippen als gigantisch groot kan worden omschreven. En daar doe je dan datgene in het Universum wat je als gigantisch groot omschrijft ruim tekort aan. Je hebt in het heelal geen maatvoering in kilometers. Alles is gewoon bizar groot!

Ionisatie:

De processen waarbij atomen (of moleculen) een elektron kwijt raken, worden scheikundig ionisatieprocessen genoemd. De ‘ontsnapte’ atomen noemen we daarna ionen … een ion.
We zeggen daarna dus dat een atoom geïoniseerd is, maar een atoom raakt niet zomaar een elektron kwijt. Hiervoor is veel energie nodig. Er zijn atomen die gemakkelijk een elektron kwijtraken, maar er zijn ook atomen bij wie dat niet zo gemakkelijk gaat. Een elektron die verder verwijderd is van de kern ontsnapt makkelijker dan een elektron dichter bij de kern. Dit komt omdat een elektron dicht bij de kern sterker wordt aangetrokken door de positieve deeltjes in de atoomkern.
Op zich lijkt me dat ook vrij logisch, want een gevangene op 100 meter afstand van zijn bewaker zal ook makkelijker wegkomen dan de gevangene die naast de bewaker staat.

Scheikunde, wiskunde en natuurkunde is helemaal niet erg moeilijk ….. je moet alleen wel logisch kunnen redeneren en een beetje kunnen rekenen en bereid zijn om vaak gortdroge en soms abacadabragebrabbel te willen leren snappen.

Diffuse nevel:

Onregelmatig van vorm en worden doorgaans niet door één maar door meerdere sterren belicht. Wanneer zo’n diffuse nevel groot en vooral zwaar genoeg is … kunnen en zullen er sterren in gaan ontstaan en zullen er ook sterrenhopen in ontstaan en sterrenhopen zijn hopen sterren van enkele tot vele duizenden die door de onderlinge zwaartekracht in stand worden gehouden. Zoals de Pleiaden.

https://tallsay.com/page/4294998458/de-magische-pleiaden

Er zijn meer soorten nevels, maar die komen in een apart artikel over nevels aan de orde.

c2cb1205f485dabdb3c677121e458ed9_medium.

Massa:

De totale massa van de Orionnevel is ongeveer zevenhonderd keer zo groot als de massa van de zon. De gemiddelde dichtheid bedraagt een slordige honderd tot duizend atomen per cm3.

In de dichtere gebieden wordt die dichtheid alleen nog maar meer, het neemt daar zeer sterk toe. Daar bedraagt de dichtheid ongeveer tienduizend atomen per cm3. En hoewel deze dichtheid meer dan een miljoen keer kleiner is dan het beste vacuüm dat tegenwoordig in aardse laboratoria gemaakt kan worden, bevat de Orionnevel royaal voldoende materiaal om duizenden sterren te vormen.

Diameter:

Het centrale deel heeft een diameter van om en nabij 6 lichtjaar en de totale diameter wordt geschat op ongeveer 24 lichtjaar. 228.000.000.000.000 km.

Het hart van de nevel:

In het hart van de nevel staat een mooie viervoudige ster. Het is de ster é (spreek uit thŠta) Orionis. De afzonderlijke sterren staan in de vorm van een trapezium. Het is waarschijnlijk de meest bekende meervoudige ster. In kleine telescopen zijn de sterren bestl goed te zien. De sterren van dit trapezium maken deel uit van een nog relatief zeer jonge sterrenhoop. Waarschijnlijk is de leeftijd van deze jonge sterrenhoop minder dan 300.000 jaar.

2bed49241d23b5b66461c918c324af9b_medium.

é Orionis

De Orionnevel heeft nog twee namen en dat zijn M42 en NGC1976. Maar zo wil niemand genoemd worden en dus noemen we haar Orionnevel.

M42:

M = Messier, genoemd naar de Franse sterrenkundige Charles Messier (Badonviller, 26 juni 1730 – Parijs, 12 april 1817) die in 1781 een catalogus publiceerde met daarin opgenomen alle door hem genummerde nevels en gaswolken en … u raad het vast, de Orionnevel was nummer 42.

Hij kwam tot het maken van deze catalogus omdat hij kwaad werd. Messier was aanvankelijk totaal niet geinteresseerd in nevels en gaswolken, maar enkel in kometen. En doordat hij een paar keer het idee had weer een komeet te hebben gevonden, maar wat daarna dus ‘slechts’ een nevel bleek te zijn besloot hij ze te catalogiseren en gaandeweg begon hij toen meer en meer geboeid te raken van deze prachtige nevels. Het had niet veel gescheeld of de catalogus was nooit gepubliceerd, want Messier zag dat in eerste instantie helemaal niet zitten en hield de door hem genummerde nevels bij op een eenvoudig papiertje wat hij naast zich neer legde als hij weer eens op kometenjacht ging.

6b5e0d8dbf3adf1a7002a102bbc7c3bd_medium.d83ab58ac4fdf1147d6a763d814a5391_medium.782f1c869a4875f5761aa15618f89130_medium.

Oef wat zou ik die catalogus graag bezitten. Maar … dan uiteraard wel de eerste uitgave.

NGC1976:

448ad027bea44e0d7618f6e3f04971f2_medium.

In 1888 verscheen er een nieuwe en bijgewerkte catalogus van de Deense astronoom Johan Ludwig Emil Dreyer (Kopenhagen, 13 februari 1852 – Oxford, 14 september 1926) en daarin kreeg de Orionnevel nummer 1976. Deze catalogus (en waarvan ik ook wel het origineel zou willen bezitten) had/heeft als naam The New General Catalogue.

14ff5db7f0ffa830d611f26d3056730a_medium.

https://ngcicproject.org/legacy/ngconline/default.htm

Als u deze link opent komt u op een mooie site met alle door Dreyer genummerde objecten en daar kunt u alle door hem geschreven vellen openen door te klikken op de witte nummers.

51748d49db08324a3ee1f9c87d80ca09_medium.

Dat kladje vol met van alles ziet er erg onbegrijpelijk uit, maar het is het kladje dat op 26 november 1610 door de Franse astronoom Nicolas Claude Fabri de Peiresc werd gemaakt. Het is namelijk het eerste kladje van de Orionnevel die door hem werd ontdekt.

efd1e79aad5a9f535b8d4101e070a2be_medium.

Het is gewoon een prachtige nevel.

ccb012e915f589cde0abc79e3cc7ff08_medium.

*Candice*

02/12/2018 13:28

Reacties (6) 

1
03/12/2018 19:39
Mooi opgebouwd artikel, Candice.
07/12/2018 07:19
1
02/12/2018 14:01
Uitermate boeiend!
1
02/12/2018 14:30
1
02/12/2018 14:00
Uitstekend en gedetailleerd, dit artikel over Orion, sterren en nevel. Kijk 's winters graag naar een (onbewolkte) hemel om dit stelsel even te zien.
1
02/12/2018 14:30
Merci. Je bent niet de enige.
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert