Boomkikkers leven het grootste gedeelte van hun leven in het struikgewas

Door Info gepubliceerd in Dieren en natuur

Boomkikkers leven het grootste gedeelte van hun leven in het struikgewas en hierbij gebruiken ze zuignapjes als voeten. Op deze manier kunnen ze gemakkelijk tot op comfortabele ooghoogte klimmen. De meeste boomkikkers hebben grote ogen. De Roodoogmakikikker (wetenschappelijke naam Agalychnis callidryas) is hierbij wellicht het mooiste voorbeeld. Deze kikker heeft prachtige felle groene, blauwe of rode kleuren en komt uit Midden-Amerika. Verder heeft deze kikker, met als alle andere nachtkikkers, enorme ogen met een mooie spleet-pupil.

               1d2b35ec9bd930b4dbf296fc51f9bd65_medium.

Er zijn veel verschillende soorten boomkikkers. Zelfs hier in Nederland kun je boomkikkers zien. Dan kun je het beste naar Zuidwest-Drenthe gaan. Hier is een particulier natuurterrein die speciaal voor deze soort is ingericht. In september zijn hier uitstekende mogelijkheden voor fotografie, zonder verstoring. Deze boomkikkers zijn mensen gewend en ze zijn tot enkele centimeters makkelijk benaderbaar.

Boomkikkers komen op een aantal plaatsen in het oosten en zuiden van Nederland voor en zelfs zijn er populaties in de duinen. Deze Europese boomkikker (wetenschappelijke naam Hyla Arborea) houdt van zonnige plekjes en dan bij voorkeur in vochtige gebieden in de directe nabijheid van water. Ze zitten hierbij het liefst op planten met groene bladeren en dan hebben ze een voorkeur voor braamstruiken. Meestal zijn ze te spotten op een hoogte vanaf een meter van de grond. Pak boomkikkers echter nooit op, want ze zijn beschermd en het is dus verboden om ze aan te raken. Het zijn nachtdieren en slapen dus overdag en dat maakt dus de uitdaging voor met name fotografen nog groter.

              76032a784317bb661268f65a6193c518_medium.

De Europese boomkikker was door de vernietiging van hun natuurlijke leefomgeving vrijwel uitgestorven in ons land, maar hij is met succes op verschillende geisoleerde locaties in Nederland opnieuw geïntroduceerd. Vanwege hun kleine formaat zijn ze moeilijk te vinden, want ze worden ongeveer vijf centimeter groot. En hun frisgroene kleur maakt het nog eens extra moeilijk om ze te vinden, want hiermee zijn ze gelijk met hun natuurlijke omgeving. Bovendien kleuren ze mee met het aanwezige of afwezige zonlicht, kortom ze hebben een perfecte camouflage.

Ze zitten meestal in kleinschalige landschappen met een struweelzone en een ondiepe kikkerpoel die visvrij is, omdat vissen anders hun eitjes opeten. Maar meestal ze op of rond een braamstruik. Je kunt ze wellicht beter vinden in het struikgewas door te letten op de kleine beweging van hun ademhaling.

 

 

© Berto vd Bij

02/12/2018 08:25

Reacties (0) 

Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert