1164 De weggeefwinkel is top!

Door Ate Vegter Dzn gepubliceerd in Verhalen en Poëzie

Lief had er gisteravond geholpen en een mooi jasje gescoord en een turnpakje voor Piep: ‘Je hoeft er niet meer heen, hoor. Ik heb voor jou niks gezien en boeken hadden ze ook niet veel, alleen plaatjesboeken.’ Dat was dan voor het eerst in de geschiedenis. Het zou kunnen, maar als ik niet zou gaan, ik had het in mijn agenda gezet en zo flexibel ben ik nou ook weer niet, dus ik zei: ‘Maar ik wil nog wel even kijken voor de boekenbieb, want die loopt als een trein.’ ‘Dan ga ik nog wel even mee.’ zei ze vriendelijk.
We gingen eerst even koffie drinken bij ma en tegen de tijd dat we naar Edam zouden gaan, hoorde ik al wat fluisterend onderhandelen, totdat de uitslag bekend werd gemaakt: ‘Wij gaan toch maar niet mee naar de weggeefwinkel.’ Ik vond het verder geen punt. Ik wist de weg. Ik hoefde alleen maar even naar de boeken, toch?
Het was er druk en de mensen stonden zich zwaar beladen in dikke drommen naar buiten te dringen, maar alles moest langs de dames van de controle, want het was weliswaar gratis, maar niet ongelimiteerd. Max dit en max dat.
Ik liep eerst even naar de herenkleding, want je weet maar nooit. Het zal niet de eerste keer zijn dat ik een Hugo Bosspak op de kop tik met de zakken nog dichtgenaaid, door betrokkene alleen op zijn huwelijksdag gedragen. Waarom houden toch zo weinig mannen van pakken? Ik begrijp dat niet. Ik vind het heerlijk. Het zit veel lekkerder dan een spijkerbroek en je kan al je rotzooi moeiteloos kwijt.
Afijn, er hing alleen een jasje wat wel aardig was en wat mij als gegoten zat. Ik hing het over mijn arm en liep naar de boeken. Er stonden inderdaad niet veel boeken, maar kwalitatief viel het mee. Ik stapelde alles wat ik interessant vond op mijn arm en kwam zomaar tot acht. Dat was wel een beetje te gortig. Ik moest Wilfried de Jong dan toch maar hier laten. Ik wist dat ik vijf boeken mocht meenemen dus zeven leek mij wel de uiterst onderhandelbare grens. Hiervan kon ik echt niets meer loslaten. Ik had nu M’n Liefje, m’n duifje van Roald Dahl, Vrienden, vriendinnen en de rest van de wereld van Remco Campert, Johanna, de vrouw die Vincent van Gogh beroemd maakte van Silke Riemann en Ben Verbong, De Vergelding van Jan Brokken, Cybele’s Geheim van Juliet Marillier en Een hartverscheurend verhaal van duizelingwekkende genialiteit van Dave Eggers.
Dat was op zich al genoeg geweest om mijn bezoekje meer dan de moeite waard te maken, maar wat zag ik opeens ook nog liggen? Een pil van jewelste, die ik als luisterboek in de Volvo had. Een prachtig verhaal op eindeloos monotone toon verteld, waar dan ook geen eind aan kwam: Het Eiland van het Tweede Gezicht van Albert Vigoleis Thelen. Alleen die naam al. Zo’n naam verzin je toch niet. Dat moet wel een pseudoniem zijn. Nu ik het boek in het echt zag kroop mijn bewondering nog verder naar de wolken: 960 pagina’s eindeloos geleuter over al zijn vrienden, waar ik al dagen lang naar geluisterd had.
Nu kon ik het allemaal nog eens nalezen, in de verpletterende wetenschap dat zijn uitgever Geert van Oorschot het eerste manuscript veel te lang vond, waarop Vigoleis er in een woedeaanval 300 pagina’s uitscheurde en in de open haard flikkerde. Ik ken verder niemand die dit boek überhaupt kent, terwijl het al sinds 1953 onafgebroken leverbaar is. Maar goed, dat zegt ook niet alles. Er zijn ook genoeg mensen die mij niet kennen, terwijl ik net zo oud ben, dus wat zit ik nou te lullen. In ieder geval komt dit boek voorlopig niet in de boekenbieb, want ik wil het eerst zelf lezen en daar heb ik helemaal geen tijd voor.
Nu moest ik nog langs de dame van de controle. Dat ging nog vrij gemakkelijk. Ze zag wel gelijk dat het een dikke stapel was, zo’n vette Vigoleis helpt dan natuurlijk ook niet: ‘Je mag vijf boeken, hè. Je hebt er zes?’ ‘Nee, zeven,’ zei ik, want ik hou wel van smokkelen, maar niet van liegen en ik speel graag open kaart als het gaat om het overtreden van onnodige regels. Ze keek mij aan en uit haar blik begreep ik dat ze er verder geen punt van wilde maken. Ik knikte haar dankbaar toe en wees nog even op het jasje, maar dat was helemaal alleen, dus dat mocht sowieso mee. Na een kleine donatie afgestaan te hebben liep ik als een kind zo blij naar de auto. Het jasje legde ik in de achterbak voor gevallen van pech onderweg. De boeken mochten op de dodemansplaats. Trots stuurde ik naar de Deen, want nu moest ik nog de boodschappen doen. Dat was in een mum van tijd geregeld en ik was weer thuis voordat ik het wist. Daar was iedereen inmiddels in gezelligheid bijeen op de steiger en ik vroeg mij af of er iets aan de hand was, maar het bleek alleen om de laatste roddels van de buurt te gaan, dus dat viel allemaal erg mee. We dronken lekker een glaasje in de volle septemberzon en begonnen al langzaam aan het avondeten te denken. Lief wilde graag Roti eten bij Tjon Express in Noord en ik steunde haar onmiddellijk, want de moksi meti is daar onovertroffen. Zo zaten we tegen het eind van de middag met z’n tienen aan een lange tafel in de snackbarachtige vriendelijkheid van deze meesterchef die niet alleen smakelijk maar ook bovenproportioneel veel kookte per bord. Nu moesten alle bordjes nog leeg. Het leek een schier onmogelijke opgave maar we hebben het gered en iedereen was ook nog op tijd thuis, want het leven gaat wel gewoon verder.

Ate Vegter, 16 september 2018
www.atevegter.wordpress.com

16/09/2018 07:20

Reacties (1) 

17/09/2018 14:09
Een gezellige drukke dag, mooi woord weggeefwinkel.
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert