Zonder genade

Door Compassie gepubliceerd in Verhalen en Poëzie

189bda8c4196f6900254f6c85917b180_medium.

Belangrijke afspraken wil ik nog weleens vergeten. Of ik vergis me in de datum of de tijd. Maar vandaag kan het niet misgaan. Alles heb ik dubbel gecheckt. Straks sta ik oog in oog met Freek Hoogendam. Na al die jaren. Ik zie nu pas dat hij een andere achternaam draagt dan zijn moeder. Het kan niet anders dat Freeks vader ooit van haar gescheiden is. Meer informatie heb ik niet, digitaal lijkt hij niet te bestaan.

Wat kan er nu nog misgaan? Aan welke tegenslag heb ik niet gedacht? Want hoeveel frustraties heb ik al niet doorstaan? Wat een onuitstaanbaar mens is zij toch. Gebogen over haar verroeste tuinhek zie ik haar zo weer staan met haar grijze haren, vale kleding en vooral haar overheersende stem. Nooit wil ik nog iets met haar te maken hebben! Voortdurend ontwijken, uitstellen en leugens verkopen. Gekonkel dat doorging tot de deurwaarder toe. Wat ik ook deed, naar die laatste vijfduizend euro voor m’n camper kon ik wel fluiten. Ze is ziek en zit diep in de schulden. Maar ik wil m’n geld!

Fietsend slinger ik door het drukke stadscentrum. Terwijl ik stevig op m’n pedalen trap, bedenk ik me om straks alleen het meest noodzakelijke tegen Freek te zeggen. Snel de cheque in handen krijgen, handtekening onder de vrijwaringspapieren en klaar. Wegwezen, terug naar huis. Nu is nog mijn enige zorg, komt hij wel opdagen? Trillend loop ik het grote postkantoor binnen. Ik zucht diep en kijk op m’n mobiel. Stom, natuurlijk geen berichtje van Freek. Hij heeft niet eens een mobiel. Turend kijk ik naar alle mensen die passeren. Wat ongemakkelijk leun ik tegen een laag muurtje. Dan, uit het niets, tikt er iemand op m’n rechterbovenarm. Een lichte adrenalineschok gaat door me heen.

‘Bent u … bent u Saskia Beers?’ Ik draai me om en zie een kleine, gedrongen jongen staan. Een spijkerbroek, een wit shirt en afgetrapte gymschoenen. Een verbleekte rugzak hangt wat onhandig over zijn linkerschouder. Zijn blonde haar is vlassig en zijn ogen kijken weg. Ik hou m’n hoofd wat scheef, glimlach en steek m’n hand uit ‘Ja, ik ben Saskia. Goed je te ontmoeten.’ Even is het stil, maar dan strekt ook Freek z’n hand uit en zegt aarzelend, bijna onhoorbaar. ‘Oh, hoi.’ Een licht, slappe handdruk volgt. Pijlsnel, in luttele seconden, verandert m’n beeld. Mijn hart slaat over. Een enorm gevoel van medelijden overmant me. Gedachteloos maar oprecht vraag ik ‘Hoe is het met je moeder?’

 

01/09/2018 20:46

Reacties (1) 

1
02/09/2018 07:41
Wat mooi heb je dit geschreven. En hoe goed weergegeven hoe meningen ineens bij gesteld kunnen worden. Graag gelezen.
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert