De kenmerken van dementie

Door Appeltjerood gepubliceerd in Ziektebeelden

Er zijn verschillende kenmerken voor dementerenden. Deze kenmerken kunnen worden  onderscheiden drie verschillende groepen; kenmerken voor beginnende dementie, kenmerken voor voortgaande dementie en kenmerken voor vergevorderde dementie. Ieder lichaam is anders en daarom zal niet elke dementerenden dezelfde kenmerken krijgen. Ook speelt de vorm van dementie een rol. Zo kan er bij vasculaire dementie, dementie die wordt veroorzaakt door een bloeding in de hersenen, door loopstoornissen dementerenden minder zelfstandig maken. Hierdoor kan uit ontevredenheid probleemgedrag ontstaan. En zo geeft een andere vorm van dementie, Lewy Body dementie, klachten als hallucinaties en wanen.

Kenmerken voor beginnende dementie

Vergeetachtigheid
Vaak zijn er bij beginnende dementie kleine terugkerende problemen zo zullen ‘gewone’ dingen steeds moeilijker worden. Een typerend kenmerk voor dementie is ernstige vergeetachtigheid. Een beginnend dementerende heeft vaak vooral problemen met het kortetermijngeheugen. Hij of zij kan hele delen of een aantal details vergeten van de meest recente gebeurtenissen. In de beginfase van dementie vergeten mensen afspraken, stellen ze dezelfde vragen, en vertellen ze telkens dezelfde verhalen. Ook kunnen beginnende dementerenden spullen kwijt raken of op rare plekken neerleggen. Zo kan er bijvoorbeeld een schoen in de koelkast worden gelegd. Maar als vergeetachtig iemand vergeetachtig is wil dat niet meteen zeggen dat diegene ook last heeft van dementie.  Met vergeetachtigheid wordt bedoeld dat je bijvoorbeeld naar de beneden loopt om iets te pakken, maar wanneer je er bent je niet meer weet wat je zoekt. Als je terugloopt weet je het weer. Met ´normale´ vergeetachtigheid kun je dagelijkse dingen als schoon maken, naar de wc gaan en je schoenen aantrekken, nog goed uitvoeren. Je hebt voor deze handelingen verder geen extra hulp nodig. Mensen met dementie hebben problemen met het uitvoeren van dagelijkse handelingen en vergeten meer dan als normaal wordt beschouwd. Ze kunnen bijvoorbeeld de naam van een familielid vergeten en niet meer weten wat ze één dag geleden gedaan hebben. Daarnaast zal een beginnende dementerenden niet langer meer weten welke dag het is of hoe laat het is. Het inschatten van tijd gaat moeizaam en dementerenden zullen ook hun tijdsbesef verliezen. In het begin van het dementie proces zal alleen recentelijke informatie verdwijnen, later ook die van decennia geleden.

Mentale problemen
Ingewikkelde en nieuwe situaties voor problemen zorgen bij beginnende dementie. Het wordt steeds lastiger om gedachten te ordenen hierdoor nemen mensen met dementie vaak verkeerde beslissingen. Mensen met dementie raken als het ware het overzicht kwijt.

In de beginfase worden mensen met dementie  vaak depressief, kwaad of opstandig, omdat ze zich realiseren dat ze ziek zijn. Het is voor mensen met dementie vaak heel lastig om te beseffen dat ze niet langer alle dingen kunnen doen die ze vroeger ook konden doen.  

Depressie komt regelmatig voor bij dementerenden. In een notendop is depressie een soort ziekte waarbij mensen minder zin hebben om dingen te ondernemen, zichzelf isoleren, problemen hebben met concentratie en negatief denken. Maar vaak verloopt een depressie bij mensen met dementie anders dan bij mensen zonder dementie. In de meeste gevallen is de depressie minder heftig bij dementerenden en zullen de symptomen eerder verdwijnen.

Kenmerken voor voortgaande dementie

Dagelijkse handelingen
Hoe verder mensen in het dementieproces komen, hoe moeilijker het wordt om dagelijkse handelingen uit te voeren. Dementerende mensen kunnen handelingen met een bepaalde volgorde steeds slechter uitvoeren in het tweede stadium. Zo zal koken en aankleden steeds lastiger worden. Ook zal bij voortgaande dementie de dementerenden moeite krijgen met het omgaan van geld en zullen gewoontes als een hobby’s een uitdaging worden.

Gevoel voor plaats
Voortgaande dementerenden raken het gevoel voor plaats kwijt.  Ze weten soms niet meer waar ze zijn en hoe ze op die plaats gekomen zijn. Het kwijtraken van plaatst besef begint bij kleine dingen zoals dat iemand met dementie zich niet langer meer herinnert waar de auto geparkeerd stond. Op een gegeven moment zal iemand zich ook bekende plekken, zoals de kerk, niet meer herkennen.

Verlies van de grip
Een ander fenomeen is het verlies van grip. Wat vaak voorkomt bij mensen met dementie is dat zij denken dat hun portemonnee gestolen is terwijl zij hem zelf kwijt geraakt zijn. Dementerenden zullen dan ook hun spullen verstoppen omdat ze bang zijn dat andere mensen ze afpakken. Een ander voorbeeld is dat dementerenden kunnen gaan denken dat hun partner vreemd gaat maar dat dit helemaal niet het geval is. Mensen in een voortgaande stadium van dementie kunnen situaties niet langer goed inschatten en kunnen achterdochtig worden. Ze verliezen hun grip op het leven.

Reken- en taalproblemen
Een volgend kenmerk van voortgaande dementie is dat de dementerende reken- en taalproblemen ervaart. Op het eerste gezicht zal je van rekenproblemen niet zoveel merken. Wel kun je de taalproblemen duidelijk herkennen. Dementerende vinden het steeds moeilijker worden om dingen onder woorden te brengen. Dit kun je merken doordat dementerenden in de meeste gevallen gebruik maken van kortere zinnen en vreemde zinsconstructies gebruiken. De woordenschat zal beetje bij beetje kleiner worden  en daardoor zal er ook steeds minder diversiteit in woordkeuze zijn.

FsC66nZGEwiJEEsXSIydbp-_4RC4BsR3rS9rDNjN
Een dwarsdoorsnede van links  de hersenen van een gezond persoon en rechts de hersenen van iemand met de Ziekte van Alzheimer. De hersenen krimpen letterlijk, waardoor de vaardigheden afnemen.

Karakter
Vaak veranderen dementerenden ook van karakter. Dementerenden moeten constant iets doen, ze zijn erg onrustig en kunnen last krijgen van slaapproblemen. Mensen die last hebben van dementie kunnen dingen gaan doen die ze vroeger nooit deden, zoals schelden of schuine moppen vertellen. Ook kunnen karaktertrekken versterkt worden. Mensen die altijd al wel kortaf waren worden dan bijvoorbeeld chagrijnig.

Ouderfixatie
Veel dementerenden krijgen last van het verschijnsel ‘ouderfixatie’. Dit houdt in dat dementerenden de neiging krijgen om terug te gaan naar hun ouders. Dit is vrijwel nooit mogelijk omdat de ouders van de patiënt al overleden zijn. Ouderfixatie is een logisch verschijnsel van het achteruit gaande geheugen. Op een gegeven moment zijn de ouders nog een van de weinige personen die een dementerenden kan herkennen. En zoals vaak gezegd wordt gaat iemand met dementie weer terug naar de kindertijd. In de kindertijd spelen ouders ook een erg belangrijke rol.

Kenmerken voor vergevorderde dementie

Geheugen
Mensen in de laatste fase van dementie zullen partners, kinderen en andere familieleden niet langer herkenbaar zijn. En ook de herinneringen uit het verre verleden zullen verdwijnen. Zo komen er als het ware gaten in het geheugen komen. Daarbij zullen ook dingen als hun eigen woning niet langer herkenbaar zijn. Een vergevorderde dementerende zal moeite krijgen met bewegen. Vaak bewegen ze houterig, stoten zich snel en laten dingen vallen. Dagelijkse handelingen als veters strikken en een riem om doen zijn eigenlijk niet langer zelfstandig uit te voeren.

Karakter
Dementerenden in een vergevorderd stadium praten nauwelijks meer en worden erg rustig. Vaak vallen de fatsoensnormen weg en kennen mensen in het verste stadium van dementie geen schaamte meer. De rem is er af en een dementerende in deze fase zal zichzelf slecht verzorgen en abnormale dingen doen zoals kleren uit doen in gezelschap of grove taal gebruiken. Het schaamteloze gedrag als boeren en winden laten en overal urineren noem je decorumverlies.

Gebit  
Onderzoek toont aan dat mensen met dementie meer tandplak, slijmvliesafwijkingen en gaatjes in hun tanden hebben dan bij een vergelijkbare groep zonder dementie. Suzanne Delwel, tandarts en onderzoeker, kwam in haar onderzoek tot de conclusie dat mensen met dementie slechtere mondgezondheid hebben dan die van ouderen zonder dementie. Een van de mogelijke oorzaken is dat mensen met dementie zichzelf slechter onderhouden en dus ook minder goed hun tanden poetsen. Hierdoor kan er tandplak gevormd worden. Tandplak bestaat vooral uit bacteriën die normaal gesproken ook al in de mond voorkomen. Bepaalde bacteriën in deze tandplak vormen uit suiker, die uit voeding worden gehaald, een zuur. Door dit zuur wordt een deel van het glazuur en uiteindelijk ook het onderliggende tandbeen opgelost. Het feit dat mensen met dementie slecht voor zichzelf zorgen kan er dus toe leiden dat ze gaatjes krijgen en hierdoor dus een slechtere mondgezondheid dan mensen zonder dementie. Een andere oorzaak van het feit dat mensen met dementie een minder gezonder gebit hebben dat leeftijdsgenoten van dementie is dat mensen met dementie in de laatste fase niet langer een voorwerp als een tandenborstel herkennen. Zodra dit persoon een voor hem of haar vreemd voorwerp in zijn of haar mond krijgt is dit eng. Dementerenden met agnosie zullen vaak uit angst extreem agressief reageren en tandenpoetsen zal vaak niet meer gaan. Hierdoor zal de kwaliteit van het gebit snel afnemen in tegenstelling tot een ouderen zonder agnosie.


U0ZU5gnFQ4NC3tWiTZuElAOxS4WYGX5dhisDCUj8
De vorming van een gaatje; allereerst wordt het glazuur aangetast, daarna wordt ook het onderliggende tandbeen opgelost.

Daar komt bij dat vergevorderde dementerenden kunnen meestal niet meer duidelijk maken dat zij pijn hebben. Wat ervoor kan zorgen dat een gaatje niet vroegtijdig opgespoord wordt. De pijn kan ertoe leiden dat de dementerenden onrustig of geprikkeld wordt, omdat hij of zij zich niet langer verstaanbaar kan maken. Door ACTA, Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam, wordt een methode ontwikkeld om vermoedens van pijn bij dementerenden die zich niet meer verstaanbaar kunnen maken te meten.

Het zicht
Een van de kenmerken van vergevorderde dementie is dat de ogen worden aangetast. Hierdoor wordt een weergave van de werkelijkheid heel anders verwerkt. De verandering zit hem onder andere in het zien van kleur. Globaal gezien vermindert het zien van kleur bij het ouder worden. Dit is van toepassing voor het groen-rood kleuren zien en voor het maken in onderscheid tussen blauw en groen. Bovendien zijn er aanwijzingen dat bij dementie een speciale stoornis  in het zien van kleuren voorkomt. Deze stoornis houdt in dat lichtgeel en lichtblauw waarschijnlijk niet goed uit elkaar kunnen worden gehouden. Een stoornis in het zien van diepte zal snel herkent worden. De dementerende zal namelijk anders lopen en rijden. Hij of zij heeft ook geen overzicht meer en alleen een deel van het gehele beeld zal worden opgemerkt. Zo zal een dementerenden uit de kleren in een volle keukenkast steeds wat vooraan staat. De rest van de spullen in die kast wordt gewoonweg niet waargenomen.

Een ander visueel probleem is crowding. Crowding is het verschijnsel waarbij iemand visuele prikkels die bij elkaar staan, niet meer afzonderlijk kan zien. Alle visuele prikkels lopen als het ware in elkaar over. Een gedekte tafel met bloemetjes tafelkleed kan een grote warboel worden voor iemand met dementie. Ook kan het voorkomen dat iemand met dementie contrast en beweging niet meer goed kan herkennen. Al deze visuele beperkingen kunnen leiden tot problemen in het herkennen van de ruimte, een object of vorm. Daarbij kan het zijn dat mensen met dementie voorwerpen niet meer herkennen. Hij of zij kan bijvoorbeeld bestek zien liggen, maar niet meer weten dat het bedoeld is om mee te eten. Alles wat diegene geleerd hebt, tot aan de meest basale vaardigheden, kunnen verloren gaan tijdens dementie hebt. Alles wat houvast, identiteit en erkenning gaf, raken mensen met dementie in de laatste fase kwijt. Het leven kan goed vergeleken worden met los zand.

EXOcHeiFywBu3Oo_zhVGE0ReCXnSCU21QnC84mjAvz45QrTKwdPU-xMqhPoH64zlSJA2NV35CWJcCEqO
Hoe wij de situatie zien.                                 Hoe iemand met dementie de situatie
                                                                   ziet: het donkere vlak op de vloer valt op.                                                                         Het lijkt een diep gat of een afstap waar
                                                                  je in kunt vallen.


Het gevoel
Iemand met dementie heeft een versterkt gevoelsleven. Net zoals dat blinde mensen beter gaan horen, dove mensen beter gaan zien, gaan mensen met een slechter geheugen beter ‘voelen’. Mensen met dementie gaan zowel gevoelsmatig als met hun tastzintuig beter voelen. Dit beter voelen wordt vaak geuit in sterkere emoties. De amygdala in de hersenen, beter bekend als de amandelkern, scant de binnenkomende prikkels om ons zo te beschermen tegen gevaar. Bij mensen met dementie wordt vaker de amandelkern geraakt. Dit houdt in dat de emoties nog hoger ook kunnen lopen. Zodra de amandelkern aanslaat kunnen mensen met dementie alleen nog maar vechten (boos en agressief worden) of vluchten (niet meewerken). Dat zijn soort oer-reacties die niet tegen te gaan zijn.

k1qSd5kBsZWYou9ZZ6z0lC8JHOtQ4ZQ8spzf8jP4
Een schematische tekening van de ligging van de amygdala in de hersenen.

Iemand met vergevorderde dementie is veel prikkelbaarder. Hij of zij zal sneller boos, onrustig of geïrriteerd zijn. Dementerenden handelen vaak vanuit gevoel en denken niet zozeer meer na over het gevolg omdat ze simpelweg in een situatie zitten waarin ze dingen niet langer meer met verstand kunnen bevatten of plaatsen. De controlemechanismen werken niet goed meer en alles draait erom of het prettig aanvoelt of niet. Door de beschadigingen in het denkende brein worden mensen met dementie erg gevoelig voor de reactie van andere mensen en voor andere externe factoren als licht, geluid en druk. Te veel geluid, te fel licht en moeilijke vragen zijn dingen die ervoor zorgen dat dementerenden onrustig worden en vaak emoties als angst, boosheid en teleurstelling op kunnen komen. Want wanneer iets niet prettig is wordt dit ook sterker gevoeld en geuit. Ook is dit sterkere gevoel de verklaring voor de snelle stemmingswisselingen. Een dementerende kan het ene moment lachen en het volgende moment huilen.

Het gedrag
Dementerenden kunnen dus probleemgedrag vertonen. Of probleemgedrag echt het goede woord is weten wij niet. Omdat mensen met dementie zich niet meer kunnen aanpassen, moeten wij ons misschien juist aan hen aanpassen. Er zijn verschillenden soort van dit gedrag. De NVVA, Nederlandse vereniging voor arbeidsdeskundigen, heeft een lijst opgesteld met de vormen van probleemgedrag bij dementerenden. Zo kunnen dementerenden last hebben van agitatie. Dit is het maken van zenuwachtige of onrustige bewegingen die steeds weer terug komen. Je hebt drie verschillenden vormen van agitatie. Namelijk motorische agitatie, verbale agitatie en vocale agitatie. Bij de eerstgenoemde loopt de patiënt continu rond of maakt andere bewegingen. De dementerende kent geen rust in zijn of haar lijf. Zo kan hij of zij gaan tikken op tafel of rammelen aan deuren. De tweede vorm van agitatie is verbale agitatie. Hierbij zal de dementerenden verbaal continu aanwezig zijn, zo zal hij of zij steeds praten of aan één stuk door mompelen. De laatste vorm van agitatie is vocale agitatie. Vocale agitatie houdt in dat mensen hard gaat schreeuwen, roepen, zingen of jammeren. Agitatie kan ook ‘s nachts voorkomen wat ertoe leidt dat de patiënt overdag overdreven moe is en apathie heeft. Apathie is eigenlijk een ander woord voor initiatieloos gedrag, de patiënt zal zijn emoties niet tot weinig uiten en zal niet mee willen doen aan activiteiten. Apathie kan het gevolg zijn van een slaapstoornis, deze stoornis komt vaak voor bij mensen met dementie. Zo’n slaapstoornis kan ontstaan doordat de patiënt overdag te veel slaapt, het verschil tussen dag en nacht niet meer kent, te veel cafeïne of alcohol gebruikt, overdag medicijnen gebruikt die versuffend werken, een ontregelde biologische klok heeft of last heeft van lichamelijke problemen als vaak plassen. Ook kan het zijn dat degene met dementie niet meer zo bezig is als eerst en daardoor minder slaap nodig heeft. Een ander oorzaak van een slaapstoornis kan depressie zijn. Slaapproblemen kunnen tevens ontstaan door vergeetachtigheid. Zodra een dementerenden wakker wordt kunnen vragen als ‘Wat doe ik hier?’ en ‘Wie ligt er naast mij?’ naar boven komen. Hierdoor kan er uit bijvoorbeeld angst niet tot weinig geslapen worden.

Een veel voorkomend type probleemgedrag bij demente mensen is agressie. Een van de twee subgroepen is verbale agressie, dit houdt vooral vloeken, dreigen en schelden in. De andere subgroep is handelende agressie, dit betekent dat de patiënt vooral zal gaan slaan, met voorwerpen gooien, dingen vernielen en zelfs aan zelfverminking kan gaan doen.

Negativisme is  ook een vorm van probleemgedrag bij mensen met dementie. Negativisme is gerichte afweer of verzet tegen bijvoorbeeld verzorging. Zo kunnen patiënten de medicatie en voeding afwijzen. Een ander kenmerk van dit gedragstype is dat mensen veel klagen, geen voldaan gevoel meer hebben en vaak kritiek hebben.

Dementerenden kunnen in het laatste stadium van hun ziekte juist ook heel actief worden. Zo komt claimend gedrag en ontremming ook vaak voor. Claimend gedrag houdt in dat de patiënt zoveel aandacht en/of hulp vraagt dat dit irritatie bij hulpverleners/familie opwerkt. Ontremming hangt samen met hyperactiviteit en controleverlies. Er kan ontremming plaatsvinden bij eten. Zo zal de dementerende gretig gaan eten en blijven eten zolang er eten is, terwijl hij of zij eigenlijk helemaal geen honger (meer) heeft. Ook kan seksuele ontremming zich voordoen bij mensen met dementie. Bij seksuele ontremming komt handtastelijk gedrag, seksuele intimidatie en steeds masturberen kijken.

De laatste twee types probleem gedrag bij dementerenden zijn zwerfgedrag en verzamelwoede.  Bij de eerstgenoemde loopt de patiënt continu rond met een doel en is hij of zij constant op zoek naar een bepaalde plaats, persoon of bezigheid. Het woord verzamelwoede spreek vanzelf. Hierbij wil de dementerenden voorwerpen verzamelen en het liefst van alles meenemen en bijvoorbeeld verstoppen in een tasje.

05/07/2018 14:53

Reacties (2) 

18/10/2020 00:57
Een arts aan het woord. Erg goede uitleg over het spookbeeld dementie dat ouderen soms voor de geest staat. Ik heb alle drie de artikelen gelezen. Dit zijn artikelen met inhoud waar je wat aan hebt en die je opslaat om nog eens terug te lezen.
17/10/2020 18:16
Een mooie serie. Waarom heb ik die niet eerder gezien?
Je weet er heel veel van.
Ik heb geen gevallen in mijn familie of in mijn kennissenkring, maar het lijkt mij inderdaad een beproeving als je dat wél hebt. Het meest beangstigende is dat het steeds vaker voor lijkt de komen.

En dan stimuleren ze ook nog een gezonde leefwijze...wat moet je straks met al die demente bejaarden die lichamelijk gezond zijn? Straks is de ene helft van het land bezig de andere helft te verzorgen....
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert