Het vaststellen van dementie

Door Appeltjerood gepubliceerd in Ziektebeelden

Het is soms best lastig om dementie vast te stellen. Vergeetachtigheid kan namelijk ook het gevolg zijn van een slecht werkende schildklier, depressie, blaasontsteking, vitamine tekort, hormoonstoornis of een bijwerking zijn van medicijnen. Maar iemand met dementie kan ook een slecht werkende schildklier, blaasontsteking, depressie, vitamine te kort, hormoonstoornis of medicijnen met deze bijwerking hebben.

Huisarts
Als je het vermoeden hebt dat jij of je dierbare dementie heeft, moet je allereerst naar de huisarts gaan. De huisarts houdt eerst een gesprek met de patiënt zelf. De dokter kan vragen stellen als: ‘Welke maand is het?’ en ‘Hoeveel is 100 min 6?’.  Ook kan de dokter de patiënt een opdracht geven. Zo kan er bijvoorbeeld gevraagd worden of de cliënt een cirkel met daarin de twaalf cijfers van de klok wil teken met de wijzers op tien over negen. Daarna zal de dokter het lichaam onderzoeken om zo de fysieke aandoeningen te beoordelen. Eventueel kan de huisarts ervoor kiezen een urine- en/of bloedonderzoek doen.

Als alle andere oorzaken van vergeetachtigheid zijn uitgesloten wordt er een nieuw onderzoek ingesteld. Dit houdt in dat de dokter een gesprek houdt met iemand uit de directe omgeving van de (waarschijnlijk) dementerende. Gedurende dit consult zal de huisarts vragen of deze persoon problemen met het geheugen en de taal van de patiënt ondervindt. Ook zal er gepeild worden of de persoon de klachten van de patiënt herkent. Dit noem je ‘heteroanamnese’. In een aantal gevallen kiest de huisarts ervoor om de klachten eventjes aan te kijken. Als de klachten blijvend of erger worden is dit een teken dat er sprake van dementie is. Het kan zijn dat er nog een aanvullend gesprek met de huisarts komt, omdat de patiënt ook depressief is of regelmatig problemen in het leven ervaart.

Neuropsycholoog
Als de huisarts niet zeker weet of er sprake is van dementie, dan wordt de patiënt doorgestuurd naar een specialist. De patiënt kan dan naar een specialist bij een geheugenpoli, afdeling ouderen van een Riagg of GGz-instelling, afdeling neurologie, of een psychiatrisch centrum. De procedures verschillen per instelling. Zo zal een neuropsycholoog een aantal gesprekken en testen doen bij de patiënt. In het eerste gesprek geeft de neuropsycholoog aan wat het doel van het onderzoek is en hoe hij of zij te werk zal gaan. In vervolggesprekken zal de psycholoog het gaan hebben over het dagelijks leven van de patiënt, ook familieleden en/of partner kunnen hierbij helpen. In de gesprekken zullen de werking van de zintuigen (hoe goed werken de oren en ogen), de motoriek (welke verrichtingen kan de patiënt nog doen?), de stemming, het dagelijks leven en de sociale- en gezinssituatie van de patiënt aanbod komen. Ook zal de psycholoog vragen waar de patiënt eerder voor behandeld is, welke medicijnen werden en worden gebruikt en of de patiënt ook gebruik maakt van alcohol en/of drugs. Ook let de neuropsycholoog  op het gedrag van de patiënt.

Voorbeelden van gedragsobservaties bij personen met dementie zijn:

  • Het uiterlijk van de patiënt is onverzorgd: kleding die niet bij elkaar past, vuil onder de nagels, onverzorgde make-up, onverzorgd kapsel.

  • De gezichtsexpressie van de patiënt is uitdrukkingsloos.

  • De patiënt heeft een slecht inzicht van de eigen prestaties.

  • De patiënt weigert de opdrachten uit te voeren.

  • De patiënt toont abnormaal gedrag: de onderzoekskamer uitlopen, onbeleefd, onderuitgezakt.

  • De patiënt is niet geïnteresseerd.

  • De patiënt is niet bezorgd.

  • De patiënt herhaalt vaak woorden of zinnen.

  • De patiënt maakt grove opmerkingen maken.

Het tweede deel van dit onderzoek bestaat uit een aantal testen. Zo komt de neuropsycholoog erachter hoe ver de patiënt in het dementieproces is en aan welke soort dementie de patiënt lijdt.

Hersenscan
Vaak is het niet  nodig om een hersenscan te maken, bijvoorbeeld omdat de juiste vorm van dementie al is vastgesteld en er eigenlijk met zekerheid gezegd kan worden dat de oorzaak van buitenaf komt. Er wordt wel een scan van de hersen gemaakt als de patiënt jonger dan 65 jaar is, er waarschijnlijk sprake is van vasculaire, Frontotemporale of Creutzfeldt-Jacob dementie  en wanneer er een twijfel is over de diagnose van de ziekte van Alzheimer.

De afbeeldingen van een CT-scan worden gemaakt met behulp van röntgenstraling. Vanuit verschillende hoeken wordt een röntgenfoto gemaakt. Dit wordt samengevoegd tot een driedementionaalbeeld. Deze scan laat alleen de grove afwijkingen zien. Hierdoor is het niet mogelijk om de microscopische afwijkingen van de hersencellen te zien. Toch kun je de ziekte van door middel van een CT-scan vaststellen. Bij de ziekte van Alzheimer gaan de hersenen langzaam krimpen. Dit is echter pas zichtbaar als de ziekteproces van Alzheimer al enkele jaren bezig is. Omdat dan de symptomen van Alzheimer al aardig naar buiten komen is een CT-scan meestal niet meer van toepassing.

u6JB2QSvtiTqMYHVoa5NyqG5_EdUnlmkuZYSZ7Ss

Links een CT-scan van een gezond persoon, rechts een CT-scan van iemand met de ziekte van Alzheimer. Op deze foto kun je duidelijk zien dat de hersenen van iemand met de ziekte van Alzheimer letterlijk krimpen.

Vasculaire dementie is een vorm van dementie die wordt veroorzaakt door kleine herseninfarcten. De gevolgen van deze vorm van dementie kun je goed zien op een CT-scan. Er verschijnen donker gekleurde vlekken ergens in het hersenweefsel.

Bij een MRI-scan worden geen röntgenstralen gebruikt. Bij deze scan wordt een gebruik gemaakt van een magneet en radiogolven. Door de magneet worden alle waterstofatomen in de hersenen naar één kant getrokken. Vervolgens worden er radiogolven met een bepaalde frequentie op de hersenen gestuurd. De teruggekaatste golven worden door de computer opgevangen en in beeld omgezet. Elk type weefsel heeft een ander watergehalte en hierdoor worden er per type weefsel verschillende radiogolven terug gekaatst. Daarom heeft een MRI-scan een nauwkeuriger beeld van de hersenstructuren dan de CT-scan. Zo zullen kleine afwijkingen beter in beeld komen. Dit speelt vooral een rol bij vasculaire dementie. Toch kan zowel een CT-scan als een MRI-scan niets zeggen over het functioneren van de hersenen.

Bij iemand met frontotemporale dementie is vaak sprake van atrofie van de frontale kwab en/of temporale kwab. Dat houdt in dat zowel de frontale als de temporale kwab kan krimpen. Vaak is deze atrofie assymetrisch en neemt met de jaren toe.

GenQKZKu39X2BUxqXaU1aznIBA7SIhoHS-Pr7Rv1
Bij de bovenste MRI-scan is er sprake van iemand die frontotemporale dementie heeft. Hier is een krimping van de frontale kwab te zien. Bij de onderste MRI-scan is er bij de patiënt sprake van frontotemporale dementie die atrofie in de temporale kwab heeft. Op de twee rechter plaatjes is in het groen de loze ruimte die is ontstaan door de krimping van de hersenen.

Als je meer wil weten over het functioneren van de hersenen moet je een SPECT maken. Bij deze techniek wordt er een licht radioactieve stof in het bloed van de patiënt gespoten. Als je een radioactief gevoelige camera zich op de hersenen focust kun je wat zeggen over de bloeddoorstroming van de verschillende hersendelen. Dit hangt samen met de functie van die hersengebieden.

In het beginstadium van Alzheimer zijn er ophopingen van het eiwit amyloid-beta in de hersenen. Dit verschijnsel zorgt ervoor dat het aantal hersencellen afnemen en het functioneren van de hersenen wordt verminderd. Het eiwit amyloid-beta kan worden aangetoond door middel van een PET-scan.

Uit het hersenonderzoek van het Neuroimaging Center van het UMGG en de RUG toonde aan dat de stofwisseling van de hersenen samenhangt met dementie.

Glucose is de belangrijkste bron van energie voor  de hersenen. Iemand met dementie verbruikt minder glucose als brandstof dan een normaal persoon. Met een PET-scan kan dit verbruik in beeld gebracht worden.

S4VU3lE7k7pA0LOmqaM87qusafQsV5s16lRZgiI1
De bovenste drie PET-hersenscans waar het glucoseverbruik in beeld gebracht wordt zijn van een gezond persoon, de onderste drie hersenscans zijn van iemand met dementie.

Liquor onderzoek
De intercellulaire ruimte is de ruimte tussen de hersencellen. Deze ruimte staat direct in verbindingen met de liquor uit de hersen blazen en de laatstgenoemde staat weer in verbinding met de liquor van het ruggenmerg. Door middel van een ruggenprik kun je een beetje van deze liquor krijgen. Met deze liquor kun je informatie krijgen over de processen die zich in de hersenen afspelen. Het tau-eiwit en het beta-amyloïd in de liquor geven informatie over of je dementie hebt en welke vorm van dementie  je hebt.

 

beta-amyloïd

Tau-eiwit

Ziekte van Alzheimer

Sterk verlaagd

Sterk verhoogd

Lewy Body-dementie

Verlaagd

Gelijk/verhoogd

Vasculaire dementie

Gelijk/verlaagd

Gelijk/verhoogd

Frontotemporale dementie

Gelijk/verlaagd

Gelijk/verhoogd

Creuzfeld-Jacob dementie

Verlaagd

Zeer sterk verhoogd

Normale veroudering

Gelijk

Gelijk

EEG
Bij het maken van een  elektro-encefalogram, EEG, worden er elektroden op het hoofd van de patiënt aangebracht. De gemeten hersenactiviteit wordt weergeven op een computerscherm. Het aantal golven per seconde, de frequentie, wordt zichtbaar. Uit het onderzoek van Van der Hieles is gebleken dat mensen met dementie een lagere frequentie hebben dan leeftijdsgenoten zonder dementie. Tijdens dit onderzoek is bij patiënten met dementie tijdens geheugenactiviteit een lagere frequentie gemeten dan bij leeftijdsgenoten zonder cognitieve stoornissen. De EEG van beide groepen in rust kende geen verschillen. Een andere conclusie die uit dit onderzoek kan worden getrokken is dat de diagnose dementie beter vastgesteld kan worden als de patiënt tijdens het meten een geheugenactiviteit onderneemt.

BRONNEN:
Anneke van der Plaats & Gerke  de Boer - Het demente brein (uitgever niet vastgesteld, 2016)
https://www.alzheimer-nederland.nl/dementie/diagnose-en-behandeling/diagnos
https://dementie.nl/diagnose/tips-voor-het-gesprek-bij-de-huisarts
https://dementie.nl/test/doe-de-geheugentest-zelf
http://www.encyclo.nl/begrip/Heteroanamnese
https://www.ftdlotgenoten.nl/artikelen/Artikel_nieuwe_inzichten_in_fronto.html
https://www.gezondheidsplein.nl/aandoeningen/frontotemporale-dementie/item41748
http://www.kinderneurologie.eu/onderwijsplein/dementie.php
https://www.nemokennislink.nl/publicaties/voorspellen-van-dementie-stap-dichterbij/
https://link.springer.com/article/10.1007/s10916-008-9231-z
https://btsg.nl/infobulletin/dementie/dementie-neuropsychologisch.html
https://en.wikipedia.org/wiki/Amyloidhttps://www.mmc.nl/content/download/32016/202504/version/1/file/Neurosychologisch+onderzoek+bij+een+vermoeden+van+dementie,+S.M.M.Verstraeten.pdf
http://www.encyclo.nl
https://bmcgeriatr.biomedcentral.com/articles/10.1186/s12877-015-0025-0
https://www.ftdlotgenoten.nl/site/images/documents/tvng0911-250-254_neuropsych_ftd.pdf

 

 

05/07/2018 14:31

Reacties (0) 

Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert