Geboorte van een wet: hoe hulp bij zelfdoding strafbaar werd door liefdesdrama

Door Asmay gepubliceerd in Nieuws en politiek

76e5a1bd29271f93842d03faab107028_medium.Niet alle wetten stonden van het begin af aan in het Wetboek van Strafrecht. Er zijn in de loop der tijd heel wat nieuwe wetsartikelen bijgekomen, die direct of indirect voortvloeiden uit nieuwe maatschappelijke voorvallen en gebeurtenissen, en die voortdien niet bekend en/of niet voorzien waren.

Wetboek van Strafrecht: misdrijven tegen het leven gericht

Zo kent en kende het Wetboek van Strafrecht al vele jaren de benodigde artikelen tegen het moedwillig beëindigen van andermans leven. Maar hoe zit het met het eigen leven? Duidelijk is dat iemand, die zijn of haar eigen leven neemt, niet meer kan worden gestraft. Ook als de poging mislukt, is diegene volgens de wet niet strafbaar. Terecht natuurlijk, want een ieder moet de vrijheid hebben over eigen lijf en leden te beschikken.

Wanneer iemand anders echter hulp biedt en/of middelen voor de zelfdoding verschaft, is dat wel degelijk strafbaar. Ook dit is in eerste instantie heel logisch, want wie kan nog zeggen, dat de dode echt zelf en op dat moment wilde sterven? We zouden dan alleen het woord van de helper hebben en dat is op zich vanzelfsprekend te weinig om kwade wil uit te sluiten.

Wetboek van Strafrecht en euthanasie

5c72559070f859ab431a211d8fb02ded_medium.Maar wat als iemand echt zijn of haar leven wil beëindigen, bijvoorbeeld omdat het door een slopende of fatale ziekte een lijdensweg is geworden, of omdat men vindt een voltooid leven te hebben? Dit laatste kan bijvoorbeeld het geval zijn bij mensen van een hoge leeftijd, die geplaagd worden door onder meer lichamelijk verval en ouderdomskwalen, verlies van zelfstandigheid en onafhankelijkheid, verlies van partner en/of kinderen, eenzaamheid, dementie of Alzheimer enz. enz. Enkele van deze condities zijn op zich ruim voldoende om iemands levenslust en levenszin voorgoed te doven. Wanneer men echter een zelfdoding niet (meer) alleen kan volbrengen en er hulp bij nodig heeft, wordt het een probleem.

In het eerste geval – officieel aangeduid als ‘uitzichtloos (lichamelijk) lijden’ is hulp bij zelfdoding onder voorwaarden toegestaan; in het tweede geval is dat niet of nauwelijks het geval. De wet is daarover duidelijk:

Wetboek van Strafrecht, artikel 293

  1. Hij die opzettelijk het leven van een ander op diens uitdrukkelijk en ernstig verlangen beëindigt, wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren of geldboete van de vijfde categorie.

  2. Het in het eerste lid bedoelde feit is niet strafbaar, indien het is begaan door een arts die daarbij voldoet aan de zorgvuldigheidseisen, bedoeld in artikel 2 van de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (een Wet van 12 april 2001 met daarin genoemd de Zorgvuldigheidseisen) en hiervan mededeling doet aan de gemeentelijke lijkschouwer overeenkomstig artikel 7, tweede lid, van de Wet op de lijkbezorging.

Liefdesdrama aan de basis van een wet

Het was een bijzonder ongelukkig verlopen liefde uit het midden van de 19e eeuw, die aan de basis lag van artikel 294 uit het Wetboek van Strafrecht, waarbij hulp bij zelfdoding expliciet strafbaar werd gesteld.

9f70604ef2ccf2c2be5dc68645e4c208_medium.We schrijven het jaar 1858. Tijdens de Paasdagen ontmoetten de 20-jarige Albert Dettingmeyer en de 19-jarige Margaretha (Jet) Lusink elkaar en het was liefde op het eerste gezicht. Albert was echter een gezondheidsofficier 3e klasse in het leger en kreeg te horen, dat hij op korte termijn naar Oost-Indië (het tegenwoordige Indonesië) zou worden uitgezonden. Het liefdespaar wilde daarop zo snel mogelijk trouwen, zodat Jet met Albert mee kon reizen. In juni polste Albert de vader van Jet over een mogelijk huwelijk. Deze gaf toestemming op twee voorwaarden: ten eerste dat de militaire top toestemming moest geven voor het huwelijk en ten tweede voor Jets reis met Albert mee naar Oost-Indië. Jets vader wilde geen huwelijk bij volmacht en dat Jet ongehuwd met Albert zou meereizen, was helemaal uit den boze.

Albert probeerde uit alle macht de toestemming van zijn superieuren los te peuteren; toen hij ontdekte, dat de minister van Oorlog en Koloniën de toestemming zou weigeren, schreef hij in september zelfs een smeekbede aan koning Willem III. Het mocht echter niet baten: de toestemming werd geweigerd. Waarom? Wellicht was Albert te laag in rang en/of te jong, wilde men de kosten/soldij voor een gehuwde gezondheidsofficier 3e klasse met vrouw niet dragen? Het nieuws was echter een drama voor de geliefden.

b9fd0b66f214ffb43283fa1f7b64a97f_medium.In een gepassioneerde brief schreef Jet aan haar geliefde Albert, dat zij niet zonder hem wilde verderleven en liever zelfmoord zou plegen. Aangedaan besloot Albert daarop samen met haar uit het leven te stappen.

In zijn woonplaats Utrecht kocht Albert bij een apotheek 4 gram van een morfinepreparaat (acetas morphii), onder het voorwendsel, dat hij enkele proeven met konijnen wilde doen. Toch deed Albert eerst nog een laatste poging de zo vurig gewenste huwelijkstoestemming te verkrijgen. Op 6 oktober slaagde hij erin zijn zaak op het ministerie van Oorlog en Koloniën te bepleiten en een nieuw verzoekschrift in te dienen. Jets vader meldde hem, dat Albert bij een nieuwe weigering niet meer welkom zou zijn in zijn huis.

Op 13 oktober wees het ministerie Alberts verzoekschrift opnieuw af. Albert vertelde het nieuws (uiteraard) niet aan Jets vader, maar wel aan Jet zelf. De geliefden besloten daarop de volgende dag een eind aan hun leven te maken.

Op 14 oktober arriveerde Albert al om 8 uur bij het huis van de Lusinks. Hij ontbeet met het gezin, speelde schaak met Jets vader en dronk er koffie. Rond de middag gingen de twee geliefden naar boven, waar Jet al een karaf water en twee glazen klaar had staan. Zij verklaarden elkaar hun liefde en namen ieder de helft van het morfinepreparaat met het water in.

c8c5e0998f39d7cdaed6aac01cd60160_medium.De twee keerden daarop terug naar de huiskamer, waar Jet al snel lijkbleek en misselijk werd. Jets vader voelde dat er iets niet pluis was; hij wees Albert de deur en vroeg zijn dochter paniekerig wat ze hadden gedaan. Jet bekende, dat zij vrijwillig een wit poeder had ingenomen. Haar broer gaf haar daarop een braakmiddel. In allerijl werden twee artsen erbij gehaald, een tegengif werd ingespoten, maar het mocht niet meer baten. ‘s Avonds om 7 uur raakte Jet in coma en overleed kort daarop. Zij liet een afscheidsbrief voor haar familie achter, waarin zij verklaarde zich vrijwillig van het leven te hebben beroofd.

Niettemin werd Albert rond middernacht gearresteerd in het Amsterdamse Binnengasthuis. Hier was hij beland, nadat hij onderweg ziek was geworden. Hij had enkele keren overgegeven en – omdat hij groter en zwaarder was dan de frêle Jet – was de ingenomen dosis niet genoeg geweest om hem te doden.

Op 3 januari 1859 achtte de Krijgsraad Albert schuldig aan vergiftiging en veroordeelde hem tot de strop. Juristen waren verbijsterd, evenals het Hoog Militair Geregtshof, dat de uitspraak op 22 maart 1859 vernietigde. Albert was weer een vrij man.

c7c133ea8853a71ee3d87259522d8d96_medium.Het Wetboek van Strafrecht, dat in de tijd van Albert en Jet van kracht was, was in feite nog de oude Code Pénal, die door Napoleon in 1810 in de toenmalige Nederlanden was ingevoerd. Daarin was niet voorzien in strafbaarstelling van zelfdoding of hulp bij zelfdoding, zodat Albert niets ten laste kon worden gelegd.

Na het vertrek van de Fransen duurde het nog tot 1886 voordat er een nieuw, aangepast Wetboek van Strafrecht in Nederland was.

Het liefdesdrama van Albert en Jet had echter een grote impact gehad op de maatschappij in die tijd en men vond dat de Wet herhaling van een dergelijk gebeuren diende te voorkomen. Een nieuw artikel werd daartoe gemaakt en ingevoegd.

Wetboek van Strafrecht, artikel 294

  1. Hij die opzettelijk een ander tot zelfdoding aanzet, wordt, indien de zelfdoding volgt, gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van de vierde categorie.

  2. Hij die opzettelijk een ander bij zelfdoding behulpzaam is of hem de middelen daartoe verschaft, wordt, indien de zelfdoding volgt, gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van de vierde categorie. Artikel 293, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

Tot slot

a4626ba601805eae589f218d8bb0b27f_medium.Door artikel 293, maar vooral door artikel 294 van het Wetboek van Strafrecht is hulp bij zelfdoding ook vandaag de dag nog strafbaar. Met welke goede bedoelingen men tegenwoordig iemand - in een gerechtvaardigde situatie en op diens uitdrukkelijk verzoek - ook zou willen bijstaan zich van het leven te beroven. Zorgvuldigheid in een dergelijk kwestie is uiteraard van groot belang, maar wellicht zou deze oude wet toch eens naar de eisen van de moderne tijd moeten worden aangepast. We leven immers in een vergrijzende maatschappij, waarin euthanasie steeds belangrijker en gewenster lijkt te worden.

 

ASMAY.

© 2018 Foto's: Asmay, Office.microsoft.com, Pixabay.com.

 

86c8f51056c44c59cf1f8f8db75953ef_medium.Zie ook:

De-rekbaarheid-van-vrije-meningsuiting

Overheidsexperimenten-met-kinderen-uit-maatschappelijk-belang

Overheidsexperimenten-met-kinderen-kinderemigratie

Overheidsexperimenten-met-kinderen-het-hongerproject

Of lees verder via:

https://tallsay.com/asmay of

https://asmay.wordpress.com/ of

https://tallsay.com/asmaysrecepten of

https://asmaysrecepten.wordpress.com/

 

19/06/2018 12:04

Reacties (8) 

1
20/06/2018 23:02
Wat een tragisch verhaal
Heel boeiend artikel
1
20/06/2018 13:57
En nog steeds in vele landen wordt Euthanasie nog steeds niet in wetboek opgenomen en goedgekeurd bij ondraaglijk lijden. Verschrikkelijk verhaal om te lezen
1
20/06/2018 13:33
Wat een triest verhaal, wat de huidige wetgeving betreft, die zou inderdaad moeten worden aangepast.
1
20/06/2018 09:22
Wat een triest verhaal. Leuk om te weten hoe dit invloed op de wet heeft gekregen
1
19/06/2018 13:00
Wonderlijke geschiedenis. Een bijna Romeo en Julia-verhaal, deze perikelen van Albert en Jet. En waarschijnlijk inmiddels totaal vergeten, ware het niet dat art 294 Wetboek van Strafrecht erna werd opgesteld. Leerzaam en boeiend artikel.
1
19/06/2018 12:56
Een heel bijzonder en ook diep tragisch verhaal. Ik kan me voorstellen, dat dat destijds heel wat stof deed opwaaien, waarna men herhaling ervan door een nieuw wetsartikel trachtte te voorkomen.
1
19/06/2018 12:49
Boeiend hoe maatschappelijke gebeurtenissen worden vertaald in wetten. Maar om daar na bijna 130 jaar nog even halstarrig aan vast te houden is eigenlijk niet van deze tijd.
Asmay tegen Robin93
19/06/2018 13:02
Dat vind ik ook.
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert