Gruwelijke rit naar het zuiden 47.

Door Leonardo gepubliceerd in Verhalen en Poëzie
Vervolg op deel 46: http://tallsay.com/page/4294996817/gruwelijke-rit-naar-het-zuiden-46

 

          cba7232390ec273180fedc14b5a4b217_medium.

 

Gruwelijke rit naar het zuiden 47

Deel 47

Geld of je leven.

De auto stopte op een verlaten plek niet zo ver van de rivier de Rhône. Antonio werd uit de auto gesleurd en met schoppen en klappen naar een dikke vrijstaande boom gedirigeerd. Ondanks de reeds opgelopen ernstige verwondingen wist de Fransman toch een reeks vloeken en krachttermen uit te braken, waarbij het bloed uit zijn mond droop. Half kruipende wist hij zich, na opnieuw enkele harde schoppen in zijn nier streek te hebben geïncasseerd, toch naar de aangewezen plek te slepen. Van lopen was door pijn en het aanhoudende bloedverlies al helemaal geen sprake meer. Hij was gesloopt door de kogel of kogels die zijn lijf tijdens de confrontatie met de Serviërs had opgelopen. Daarbij had hij geen enkele illusie voor wat betreft zijn in leven blijven. Hij wist als geen ander hoe deze ondervraging op dit open terrein gelegen aan de stille landweg zou gaan aflopen. Want uiteindelijk had hij zelf ervaring met dit soort gesprekken. Hij had als ondervrager uiteindelijk meerdere malen zelf met dit bijltje gehakt. Om figuren aan het praten te krijgen die hem zelf niet wensten te betalen. En zoals hijzelf geen enkel mededogen kende ten aanzien van zijn in financiële nood verkerende afnemers, zo wist hij dat de partij die hij thans zelf ernstig had benadeeld, dit ook niet met hem zou hebben. Want mededogen hebben voor een slachtoffer was een begrip dat in de keiharde criminele drugshandel niet bestond…

  ‘Zo smerige tering Corsicaan. We zijn thans op de door ons uitgekozen picknick plaats aangekomen. Mooi is het hier nietwaar?  En vooral ook zo lekker rustig. En dan dat fraaie uitzicht met de rivier op nog geen twintig meter afstand. Geniet er nog maar ven zou ik je willen adviseren.’

   Antonio antwoordde niet. Hij kreunde alleen maar wat terwijl hij half onderuitgezakt met de rug tegen de boom op de grond zat.

  ‘Goed. Het is thans tijd dat we even kort met elkaar gaan praten,’ zei Duçan. ‘Dat wil zeggen; ik praat en jij geeft slechts antwoord. En pas op… Als ik merk dat je alsnog de zaak belazerd dat zal je een zeer pijnlijk einde gaan ervaren.’

  ‘Ach, flikker toch op, smerige stink Serviër,’ zei Antonio met een door slijmen bloed gesmoorde stem. ‘Mij krijg je echt niet aan het praten. En wacht maar af. Mijn mannen zullen wel zo direct arriveren ne vervolgens met jullie afrekenen,’ rochelde hij terwijl slijm en bloed over zijn hemd droop.

  ‘Draai hem eens even op zijn buik, mannen,’ commandeerde Duçan tegen zijn twee kornuiten. ‘Voel op zijn lijf en in zijn broekzakken of hij misschien een zendertje bij zich heeft. Hij maakte die laatste opmerking uiteindelijk niet voor niets.’

   Het bewuste apparaatje ter grootte van een centime, bleek aan de binnenkant van de riem van zijn pantalon te zijn bevestigd. Igor sneed met zijn mes het klein-nood van de lederen riem af en gooide het apparaatje vervolgens in een diepe met water gevulde greppel. ‘Die werkt zeer waarschijnlijk niet meer,’  opperde hij terwijl hij de verslagen Antonio glimlachend aankeek. ‘En als je vriendjes hier toch naar toe komen dan zullen wij hen warm ontvangen. Want uiteindelijk hebben we nog munitie in overvloed voor onze handige UZI. En we kunnen ze al op minstens vierhonderdmeter afstand zien aankomen. ’

   Antonio gaf geen krimp, doch keek hen slechts kreunend met half geopende ogen aan. Uit de wonden op zijn lijf druppelde bloed. Zijn shirt en pantalon waren inmiddels reeds doordrenkt van het bloed.

  ‘Goed, beste Antonio,’ begon Duçan zijn onderhoudend gesprek met de inmiddels volledig in elkaar gezakte Fransman. ‘Waar het ons om gaat is, dat er nog een rekening open staat met betrekking tot de laatste aflevering van handel. Goederen die je overigens gewoon hebt gepikt, met de bedoeling er niet voor te behoeven te betalen. En weet je; daar houden wij niet van. Wij zijn zelf eerlijke handelaars en komen daarbij altijd onze financiële afspraken na. Daarom gaan we er in ons zakendoen vanuit dat onze afnemers dat jegens ons ook doen.’

   Antonio zei nog steeds niets, doch rochelde slechts wat en probeerde ondertussen de hevige pijn in zijn lijf te onderdrukken. Hij lag inmiddels ineen gekrompen op de grond. Door niet te antwoorden en gewoon zijn ogen te sluiten probeerde hij wellicht enig gevoel van mededogen bij zijn belagers op te wekken. Maar dat pakte verkeert uit. Want de Serviërs kenden absoluut geen mededogen jegens  de man die die hen middels een goed geplande overval had beroofd van hun handel.  

  ‘Prima… Je hoeft niet overal op te antwoorden, mon ami,’ zei Duçan na een ogenblik te hebben gewacht. Maar een ding zal je ons natuurlijk wel moeten vertellen, en dat is het volgende. Waar is de handel gebleven? En als die handel reeds is doorverkocht dan zal er geld boven water moeten komen. De rekening was anderhalf miljoen euro in contanten. Die zal je ons betalen of anders eindigt jouw leven hier straks op deze plek. En wel met een touw om je hals aan de dikke boomtak waaronder je thans zit.’

  ‘Ik heb dat geld niet zomaar liggen,’ hijgde Antonio.

  ‘O ja wel hoor. Ik weet zeker dat je een potje hebt waarin dat geld zich bevindt…’

   Antonio wilde opstaan maar een schop in zijn nieren deed hem kokhalzen en op de grond terugzakken.

  ‘Kijk, mon ami. Ik geloof dat je nog steeds niet begrijpt wat jouw plaats is. Natuurlijk heb je dat geld gewoon ergens liggen. Je hoeft me daarom alleen maar te vertellen waar die doos met duiten zich bevindt. Wij halen vervolgens de poen op en zullen je dan na incassering, als blijk van ons intense medeleven, netjes bij een hospitaal afleveren. Maar pas op. Als blijkt dat we in een valstrik verzeilt raken, of als blijkt dat het geld niet, of niet volledig aanwezig is, dan eindig jij alsnog precies zoals ik je al eerder heb voorgehouden.’

   ‘Vuile klootzak,’ schold Antonio om vervolgens in een hevige hoestbui verzeilt te raken.

   ‘Ach schelden doet geen pijn, mon ami. Maar als je bent uitgehoest verwacht ik wel een duidelijk antwoord op mijn betoog. Anders zullen we je nog meer pijn moeten doen. En pas op: Praten doe je uiteindelijk toch wel. Daarvoor hebben wij methoden te over.’

  Het moet worden gezegd, dat Antonio een dapper man was. Terwijl het leven langzaam uit zijn lijf wegliep weigerde hij om openheid te geven ten aanzien van zijn pot met zwart geld. Maar uiteindelijk was de man zo toegetakeld door de slagen en schoppen die hem werden uitgedeeld dat hij alsnog doorgaf dat het geld zich in een kluis in zijn huis bevond. Hij zag er na die openbaringen niet meer uit. Zijn gelaat was tot pulp geslagen, terwijl zijn tanden stuk voor stuk uit zijn mond waren afgebroken. Uiteindelijk kon hij alleen nog maar wat mompelen. ‘Ik heb mijn woord gehouden en verteld waar jullie het geld kunnen vinden. Breng me dan nu alstublieft naar het hospitaal.’ 

  ‘Zeker, dat doen we straks subiet nadat we dat geld hebben opgehaald. Het enige wat we nog nodig hebben is de code van de kluisdeur. Dus kom op met die code. Het is uiteindelijk in je eigen belang.’

  Het duurde nog wel enige minuten voordat de inmiddels in een bewusteloze toestand wegzakkende Antonio ook de code van de kluis had doorgegeven. Waarna Igor en Duçan in de auto stapten om naar een dorpje in de omgeving van Lyon te rijden waar de woning van Antonio was gelegen. Dayço bleef achter om de inmiddels luid kreunende en weggezakte Antonio te bewaken. 

 

Na een goed half uur gaf het mobieltje van Dayço te kennen dat er een gesprek voor hem was. Toen hij opnam vertelde de gespannen stem van Duçan hem wat hij moest doen. ‘Luister, Dayço. We hebben die kluis leeggemaakt, maar er bleek slechts een goede achthonderdzestigduizend euro in te zitten. Plus enkele waardepapieren. We hebben alles meegenomen en pikken je zo direct op.’

   ‘Ging alles wel gesmeerd?’

   ‘Ja hoor. Niemand heeft ons volgens mij gezien. Het huis van die rotschoft lag aan de rand van een dorpje in een heuvelachtige gebied te midden van een tuin, die vol stond met coniferen en heesters die elke bezoeker aan het zicht onttrekt. Terwijl er ook geen directe buren waren. We zijn thans reeds onderweg om je op te pikken. Haal de sleutels uit de broekzakken van die rotschoft, en verwijder elk detail wat aan hem herinnert. Ik denk overigens dat we ook nog even een bezoekje aan zijn kantoor moeten brengen. Trouwens, heb je nog niemand van zijn manschappen bij jou gezien?’

   ‘Nee hoor. Het is hier heel kalm. En ik kan de omgeving prima in de gaten houden. Ons manneke slaapt een beetje lijkt het mij. Hij beweegt en kreunt in elk geval niet meer.’

  ‘Nou, misschien is hij reeds de pijp uit. Des te beter. Dan hoeven wij hem zo direct alleen maar op te ruimen.’

  ‘Ja jij zegt het… Ik zal zo direct even voelen of er nog een teken van leven in hem zit.’   

  ‘Maar goed. Als je klaar bent met zijn persoonlijke zaken van hem te verwijderen, dan dumpen we hem straks wel in de rivier met een paar stenen om zijn lijf. Dat is eigenlijk een veel beter afscheid voor die schoft, dan dat hij netjes aan een boom komt te hangen,’ zei een lachende Duçan in de telefoon. Vervolgens werd het gesprek verbroken.

Vervolg kunt u lezen in: http://tallsay.com/page/4294996981/gruwelijke-rit-naar-het-zuiden-48

© Leonardo

09/06/2018 12:54
Wil jij ook artikelen publiceren op Tallsay.com?

Tallsay is een leuke en makkelijke manier om verhalen, artikelen en recepten te publiceren. Publiceer vandaag nog jouw eerste artikel!

Aanmelden Over ons

Reacties (2) 

09/06/2018 22:08
Juist. Daar moeten brave huisvaders en -moeders van rechters dan over oordelen. Die dan ook nog vinden dat iedereen een tweede kans verdient...
09/06/2018 16:56
Tja, zo werkt dat in dat wereldje...
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert