Voor fun moet je de deur uit

Door Jules Grandgagnage gepubliceerd in Verhalen en Poëzie

Jack-Russell-puppy-2-picture.jpg

Ik kan heel goed stilzitten. Dagen als het moet. Geef me een scherm, een toetsenbord en een muis en ik ben perfect gelukkig. Maar soms loopt het al eens mis. Als de zon schijnt bijvoorbeeld. Dan denk ik: ik ga naar buiten, misschien is dat ook fun. En dan laat ik in mijn waan de computer staan. Zoals vanmorgen.

'Komaan meisjes,' zeg ik tegen mijn twee jack russell-teefjes, 'we gaan wandelen!'

Nelleke spitst haar oren. Dat woord "wandelen" kent ze nog van vroeger, van veel vroeger. Ally jankt opgewonden, want ook zij voelt dat er iets vreemds staat te gebeuren. Ik veer sportief recht en weg zijn we. 

Buiten laat Ally al meteen de postbode van zijn fiets vallen en ik draaf als Ben Hur achter mijn tweespan aan. Wat een fun! Aan de hoek bots ik tegen een jonge vrouw met een dobermann aan. De dobermann kijkt begerig naar mijn jackjes. Hij twijfelt waarschijnlijk tussen opeten of verkrachten. Ik kijk naar de vrouw. Aan opeten denk ik niet. Door het geworstel met onze honden geraken we met armen en benen verstrengeld. Wat een fun! Manhaftig gooi ik me voor mijn jackjes.

'Hier wordt niets gedekt, jongen', zeg ik tegen de dobermann. 'Bronstig of niet bronstig, vrouwen mag je niet zomaar bespringen.' Ik geef zelf het goede voorbeeld en laat de mooie jonge vrouw onbesprongen achter. Ze kijkt nog even om en verdwijnt dan uit mijn leven.

Ik begin iets te begrijpen van die niet-computermensen. Buiten is spanning, passie, fun. Niets dat aan Wolfenstein of Lara Croft kan tippen natuurlijk, maar toch. Plots sta ik voor het huis van Schram, de hondenhater. Hij staat in zijn voortuin, op zijn maagdelijk gazon. Precies op dat moment kromt Nelleke haar rug om een drol te deponeren. 'Hier!' sis ik in paniek. Te laat! Hij ligt er. Schram holt woedend zijn tuinhuisje in en komt terug met een kolenschop. Ik begrijp wat hij van plan is. Mijn leven, zo niet mijn eer is in gevaar. Schram schept kwiek de drol op. Ally en Nelleke staan als in beton gegoten voor de aanvaller. Ze grommen. Hij aarzelt. Hij denkt: gooi ik hem of gooi ik hem niet? Ik maak van zijn aarzeling gebruik om mijn kleine Cujo's op te pakken en ga er als de weerlicht vandoor. Pas aan de volgende hoek blijf ik hijgend staan. Zelfs Schram gooit zo ver niet. Wat een kick! Wat een fun!

Vanwege Schram moet ik een heel eind omlopen. Het begint te regenen. In de verte rommelt de donder. Ik haast me terug naar huis.

Ze wachten me alle vier op aan mijn deur. Schram, de vamp, de postbode en een politieagent.

'Daar is hij!' krijst de vrouw. 'Hij heeft me bepoteld en besprongen!'

'De vuile hond!' roept Schram.

'Nooit geen post meer!' gilt de postbode. 'Nooit meer!'

'Ik ken hem!' bromt de agent. 'Het is die creep die altijd voor zijn computer zit. Met zo'n gasten heb ik geen compassie. De bak in!'

Ik haal mijn schouders op. Wat kan het mij schelen. Ik kan heel goed stilzitten. Dagen als het moet.

'Mag ik mijn laptop meenemen?' vraag ik.

'Creep!' gilt de agent. 'Gestoorde!'

Ach, die niet-computermensen. Ze weten niet wat fun is.

 

15/05/2018 10:08

Reacties (3) 

20/05/2018 10:23
leuk :)
1
16/05/2018 03:19
Mooi geschreven ;-)
1
15/05/2018 12:20
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert