Opgevoed door knaagdiertjes – een persoonlijk verhaal

Door Edwin Bruinooge gepubliceerd in Persoonlijke ervaringen

Dertien jaar geleden redden wij het leven van twee piepjonge relmuizen. Er zat een behoefte en een strategie achter. Een strategie die tot op de dag van vandaag doorwerkt.

Een verhaal uit 2014.

 

Ouderschapstraining met kraaloogjes

Wat is het beestje ontzettend klein en fragiel. Het zit in mijn handpalm en likt vol overgave van de melk die ik er als een plasje in heb gedaan. Het weegt bijna niks. Ik voel het kleine warme lijfje en weet dat het volkomen afhankelijk van me is. Ik zou het in één hap kunnen verslinden of zonder moeite kunnen doodknijpen, maar uiteraard doe ik dat niet. Als ik me inspan kan ik de spaarzame haartjes van zijn vacht bijna tellen. Aan de achterkant deponeert het een klein geel melkkeuteltje op mijn hand. Kan me niks schelen. Ik moet er om glimlachen.

4ccb37b203918142a376ae476b127302_medium.

Ik ben weer even dertien jaar terug in de tijd. Het is september 2001. Ik ben net een jaar getrouwd en dit is de eerste vakantie na onze huwelijksreis. We zijn in Zuid-Frankrijk, in het vakantiehuis van mijn ouders, in het departement Drôme, de lavendelstreek aan de voet van de Provence. Ik kom hier al jaren, sinds mijn negende, toen mijn grootvader dit terrein kocht. Tweehonderd hectare berggrond met een vervallen oude boerderij, die in de loop der jaren tot een redelijk comfortabel huis is omgebouwd. We zitten echt in de Franse wildernis. Beneden in het dal is een dorpje met hoogstens twintig inwoners. De dichtstbijzijnde supermarkt is toch zeker twintig kilometer verderop.

Het is een bizarre vakantie geworden. Wij hebben geen kinderen dus we zijn niet gebonden aan schoolvakanties. Aanvang oktober begin ik in een nieuwe job, we hebben even behoefte aan een rustige vakantie. Mijn schoonvader is twee weken geleden op bezoek gekomen en bleef gezellig hangen. Hij heeft een zware stressperiode op zijn werk achter de rug en moet mentaal echt even bijtanken. Dit is de beste omgeving daarvoor. Er is hier alleen natuur. Tv hebben we via de satelliet, mobiele dekking is hier onbestaanbaar en Internet een vage toekomstdroom. Een week of wat geleden wilde hij op stap. Mijn voorstel om er een gezellige vader-dochterdag van te maken werd dankbaar ontvangen. Ik vermaak me prima een dagje alleen. Een korte bergwandeling, om dan te merken als ik de tv aanzet dat mijn wereld voorgoed veranderd is. Ik overzie de gevolgen nog niet, maar het feit dat twee vliegtuigen zich bijna live in het World Trade Center boren en eentje ook nog eens in het Pentagon, ik begrijp heel goed dat ik getuige ben van geschiedenis in wording waarvan de effecten zich nog jarenlang als golven zullen verspreiden. Ik heb geen uitweg voor mijn ontzetting en tel de uren af voordat mijn vrouw en haar vader terug zijn en mijn verbijstering delen.

e32d45a21f5b13284fd2fc4628d599cf_medium.

Vlak voordat mijn schoonvader vertrekt doet hij een ontdekking in het gras naast ons huis.       
    “Kijk, jonge diertjes!” We herkennen ze meteen; het zijn relmuizen, hoogstens een week oud en waarschijnlijk uit het nest gevallen, dat zich onder het gebint van het dak moet bevinden.

Ik hou van dieren, maar heb sinds mijn studententijd geen huisdieren meer gehad. Totdat mijn vriendin, nu mijn echtgenote, bij me introk. Zij heeft twee katten en ik raak aan ze gehecht.  Vroeger had ik wel huisdieren, in mijn ouderlijk huis. Een hond, een hele familie cavia's. Daar zat beleid achter. Kinderen opvoeden tot zorgzaamheid. Maar ook het feit dat huisdieren vaak niet zo lang leven en je daardoor als kind al leert omgaan met "verlies". Het heeft inderdaad gewerkt. 
Mijn vrouw heeft een voorliefde voor alles wat aaibaar is, het liefst met zwarte kraaloogjes. Langzamerhand wordt ons huis een dierentuin. Twee konijnen, Jake en Elwood, genoemd naar de Blues Brothers. Een aantal cavia’s, langharig, die de namen krijgen van popartiesten met “epic hair”. Sid is vernoemd naar Sid Vicious van de Sex Pistols, Nina is duidelijk Nina Hagen, Billy is Billy Idol en Benny is in werkelijkheid Bennie Joling van Normaal. En daar blijft het niet bij. Gerbils, woestijnratjes, zijn ook zo lief. We schaffen een koppeltje aan. Ik wil per se een mannetje en een vrouwtje. Ze vindt het onverstandig, want wat moet je nou met al die nakomelingen? Ik blijf koppig en een beetje rebels. Maar als ze dan eindelijk komen, die nakomelingen, valt onze mond open van verbazing. De ouders zijn leuke lichtbruine diertjes, in wildkleur, maar hun kroost, dat is een ander verhaal. Zwart, wit, bruin, oranje en zelfs een hele mooie kleur grijs. Meerdere nestjes volgen; de familie Corleone volgt devoot alle goede Siciliaanse katholieke tradities en geeft een nieuwe definitie aan de Goddelijke aansporing “Wees vruchtbaar en vermenigvuldigt u.” Namen dragen ze niet; ze zijn niet meer uit elkaar te houden en onze kennis van mafiosi heeft ook zijn grenzen. Mijn vrouw schaft een boekje aan waar de genetische kleurcodes van gerbilvacht in staan en probeert de genetische samenstelling van de familie Corleone in kaart te brengen. 
Verder woont hier ook nog een hamster, die in zijn eentje moet worden gehouden en daarom de naam Remi draagt, naar de hoofdpersoon uit Hector Malot’s ‘Alleen op de wereld’. En we hebben twee aquaria met talloze vissen.
Het schoonmaken van alle kooien is een wekelijkse flinke klus. Zaagsel, stro en hooi kopen we in het groot in. Ik heb er lol in en zie ook wel dat er achter dit alles een strategie en een behoefte schuilt.

4349e914fbae2459d4f7f68c21fc6244_medium.

Ik wil geen kinderen. Absoluut niet. Ik heb mezelf wijsgemaakt dat ik, net zoals mijn biologische vader, nooit een goede vader kan zijn. Een soort van erfzonde. Toen ik een relatie kreeg, was ze er ook niet al te happig op. Maar dat is veranderd, zeker sinds de geboorte van haar nichtje en later haar neefje. Voor mij is vaderschap een spookbeeld, een dollemansrit richting een diep ravijn. Maar ik kan de ontluikende moederschapsgevoelens niet negeren. Ze vinden een uitlaatklep in de zorg voor lieve aaibare beestjes. Voor mij een voorlopig prima alternatief voor een kind van eigen vlees en bloed. Stilletjes hoop ik dat het alternatief gaat aanvoelen als meer dan voldoende. Maar ergens in mijn achterhoofd snap ik ook haar strategie. Dwingen werkt bij mij averechts. Langzaam wennen met beestjes en zo de imaginaire beren van de weg elimineren totdat ik klaar ben voor het “echte werk”. Het zou zomaar kunnen werken.

En nu heb ik twee hulpeloze baby-diertjes onder mijn hoede. Mijn gezond verstand vertelt me dat ze nauwelijks kans op overleven hebben. Maar mijn gevoel dwingt me om tenminste een poging te wagen. Ze slapen in een krat met plastic flesjes, gevuld met warm water en daaroverheen handdoeken. We geven ze melk, later aangesterkt met eendenvet, voor de energie. Een van mijn experimenten en het werkt. Net als later de speciale melk voor mensenbabies van zes maanden. De beestjes zitten onder de vlooien, dus we gaan naar een apotheek. Mijn Frans is redelijk en als ik een woord niet ken, kan ik het altijd omschrijven. 
   “Quelque chose contre des petits animaux qui sautent.” 
   “Ah, des puces!” En ze doet met haar hand springende vlooien na.
   “Mais oui, madame!”
Ze blijven leven en groeien. Om de drie uur, ook ’s nachts, moeten de flesjes opnieuw gevuld worden met warm water en de diertjes gevoederd. We lijken net echte ouders. Midden in de nacht wakker worden en opstaan, ik baal ervan, maar als ik ze zie krijg ik er lol in. Aan het eind van de vakantie leven ze nog steeds en aan hun vacht te zien hebben we het als surrogaatouders niet eens zo beroerd gedaan. Dus we hebben geen keuze; ze moeten mee naar Nederland. Waarschijnlijk zijn we het enige huishouden met relmuizen als huisdier.

978f609ad57f40d030714073fa5386af_medium.

De relmuis, of Glis glis, staat ook bekend als Zevenslaper. Het zijn mooie beesten, zo groot als een rat of een eekhoorn. De kop valt op door de extra grote kraalogen, typisch voor nachtdieren. Ze ogen iets vriendelijker dan ratten en hebben een mooie eekhoornachtige pluimstaart. Vanaf de dagen van mijn grootvader bevolken ze ons huis, ze zijn eigenlijk de echte en oorspronkelijke bewoners. Wij mensen komen hier slechts één maand per jaar. Mijn grootvader en later mijn ouders tolereren hun aanwezigheid. Enerzijds omdat het toch ondoenlijk is om het huis knaagdiervrij te houden, anderzijds omdat ze ook best leuk zijn. Ze zijn ook bloednieuwsgierig en voor de duvel nog niet bang. Ze staren je rustig aan, vanaf de muur, op een meter afstand. ’s Avonds voor de open haard, terwijl de beestjes elkaar achterna zitten over de dwarsbalken onder het plafond, het heeft iets gezelligs, iets rustieks en aandoenlijks. Het heeft natuurlijk wel consequenties, je huis delen met wilde diertjes. Mijn moeder is fel op haar leefregels. Geen etenswaren open en bloot. Alles opbergen in kasten of anders dubbel verpakt en goed afgesloten. Geen deuren onnodig open laten staan. In de late herfst, de winter en vroege lente is het doodstil in huis. Relmuizen doen hun naam Zevenslaper eer aan en houden een hele lange winterslaap.

0a7c9fddd7a7b6d5818896e84278338e_medium.

We schaffen een papegaaienkooi voor ze aan. Ik ben er eindelijk achter wat het perfecte voer voor ze is: ze eten fruit en noten. Weer een experiment van mij, een mengsel van brood, melk, pindakaas en pruimen en dan de staafmixer er in. Ze lebberen het op als ware het godenvoedsel. Ze groeien als kool en onze dierenarts, een ex-klasgenootje van me, is in staat om ze te “seksen”. We hebben twee mannetjes. Na twee jaar, als hun hormoontjes door de lijfjes gaan gieren, zullen ze elkaar waarschijnlijk de tent uitvechten, maar nu nog niet. Nu zijn ze nog aardig handtam. Ze krijgen Frans klinkende namen. Anne, naar mijn schoonvader, die ze vond. En Jean-Luc, naar Jean-Luc Picard uit Star Trek the Next Generation.

Ze worden ouder en onhandelbaar. Het blijven wilde dieren tenslotte. Ze stinken met een muskusachtig odeurtje en hebben de neiging hun ontlasting door de tralies op de grond te droppen. De vloer rond hun kooi is witachtig uitgebeten. De kooi verschonen is een werkje dat je niet zonder dikke handschoenen kan doen. Ze bijten letterlijk keihard van zich af. Voedsel, dat is een makkie. Met een appel doen ze precies twee dagen. De schillen van meloenen ontdoen ze vakkundig van alle restanten vruchtvlees. Walnoten zijn een lekkernij. Maar één ding valt op; in een huis waar het altijd rond de achttien graden is, hebben ze geen behoefte aan een winterslaap. Elke nacht kunnen we genieten van het geluid van relmuizen die hun hele kooi als klimrek gebruiken.

We verhuizen naar Amersfoort. Onze buren komen ogen tekort als ze zien hoeveel kooien wij uitladen. Ongetwijfeld zijn wij de gekken van de straat, iets dat wij als geuzennaam dragen. Het is een aparte buurt waar we zijn komen wonen. Alle vrouwen van onze leeftijd hebben ofwel net kinderen gekregen, ofwel bezig met het verwekken van kinderen. Of ze lopen met die overduidelijke toeter onder de borsten te waggelen over straat. Wees vruchtbaar en vermenigvuldigt u wordt in mijn buurt uiterst serieus genomen. Alle gesprekken lijken te gaan over snotneusjes, poepluiers, kwaaltjes, speelgoed en school. En in een huis met tuin en zelfgebouwde schuur, met voldoende kamers voor een kinderkamertje, snap ik dat ik binnenkort ook “aan de beurt” ben. Maar nu nog even niet.

0c57e1c15fde702dcbcf328f62c204c5_medium.

Na een jaar met Anne en Jean-Luc, die steeds lastiger, opstandiger en agressiever worden, snap ik dat het wel fout moet gaan. Zonder winterslaap zijn ze in feite al twee jaar oud en nu in het stadium “opstandige snotpuber vol hormonen”. Ze ontsnappen een aantal keer tijdens het verschonen. Ze rennen tegen de muur omhoog en vluchten weg, vlak onder het plafond, onbereikbaar voor ons. Overdag vind ik ze slapend terug tussen de pannen in de keuken. Maar de situatie wordt onhoudbaar en we nemen een besluit. Tijdens de vakantie zetten we ze weer uit, in Frankrijk, op de plek waar we ze vonden. Maar eerst krijgen ze met goed voer nog even een stevige vetlaag. Een overlevingspakket.

Op weg naar Zuid-Frankrijk overnachten we in Langres. De twee honden, die we inmiddels ook tot ons huishouden mogen rekenen, komen mee op de hotelkamer. De relmuizen blijven in een containertje in de auto. Bij vertrek om vijf uur ’s ochtends, in de schemering, merk ik dat eentje ontsnapt is. Het beestje rent de auto uit en verstopt zich tussen de klimop. Zoeken is zinloos. Mijn vrouw wil nog wel een poging wagen maar ik praat het uit haar hoofd, wijzend op de omgeving. Landerijen met graanvelden, bos, een mooi heuvellandschap. Prima voor een relmuis. Er zijn vast soortgenoten, misschien wel verleidelijke muizendametjes. We hebben er vrede mee. Zijn broertje zetten we zoals gepland op het terrein van mijn ouders uit. Om hem te helpen laten we nog een berg voer achter. De eerste minuten voelt hij zich onwennig, hij springt zelfs op onze schouders. Maar tenslotte kiest hij voor vrijheid. Ik zie hem gaan en besef dat wat ik voel misschien een afspiegeling is van het gevoel dat ouders hebben als hun kind uit huis gaat. Welke van de twee het was weet ik niet. Ik weet wel dat ik hem nooit heb teruggezien.

162b6dc443b110b7b8527d10d1003b03_medium.

Maar toch, ook nu, nu ik weet dat hij allang dood moet zijn omdat ze nou eenmaal niet zo lang leven, zeker niet in de wildernis, ik zie ze in elke relmuis in het huis van mijn ouders. Ze zijn er nog steeds en lijken zelfs te floreren. De laatste keer dat ik er was, ik vergeet het nooit, stond ik onder de douche, maar zag het luchtrooster trillen en hoorde vreemde dierlijke geluiden. In je naakte niksie voel je je toch wat kwetsbaar, dus ik keek aan de andere kant en zag tot mijn verbazing twee relmuizen die “down and dirty” gingen in een poging een nieuwe generatie relmuisjes op de wereld te zetten. Met aardig wat relmuiziaans gekreun. Ik heb toch maar even gewacht met douchen, ik voelde me een beetje een voyeur. Ik heb ze wel vermanend toegesproken. Dat ze maar even goed op hun kindertjes moeten letten. Zou ik weer een paar kleintjes vinden, ik zou mijn experiment zo herhalen, de kooi heb ik nog. Ik weet nu wat ik moet doen en ik weet dat ik het kan. En dat geldt niet alleen voor relmuisjes.

0e69f8ad501fc9d4f43c9d1a146c5a84_medium.

In de winter van 2003/2004 zette ik een punt achter mijn achterlijke imaginaire drogbeeld van mezelf. Het ging niet van harte. Ik vond dat ik het niet langer kon maken, mijn partner een kind onthouden. Eind 2004 werd mijn bloedeigen kind geboren. Zelf twijfelde ik nog steeds, de hele zwangerschap en ook de eerste maand na de geboorte. Maar ik begon mijn vertrouwen in mezelf als vader terug te krijgen en nu weet en voel ik het gewoon, dat dit het beste is dat ik tot nu toe heb gedaan. De strategie heeft gewerkt. En ik kom er ook eerlijk voor uit dat ik altijd de behoefte voelde om kinderen te hebben, ook al hield ik dat vakkundig voor mezelf verborgen.

Hij woont niet meer bij mij. In 2008 besloten zijn moeder en ik te scheiden. Nu ben ik een typische weekendvader. Op een kat na heb ik geen huisdieren meer. Het was een mooie en waarschijnlijk noodzakelijke periode, leven in mijn eigen dierentuin. Ik heb er vrede mee en kijk terug op een mooie tijd. En de tijd met mijn zoon, die leef ik nu, elke dag. Ook al is hij niet altijd bij mij. De toekomst lacht ons toe, nu alle beren op de weg terug het bos in zijn gebanjerd.

f790c81ab1a797cb825b2ef408532597_medium.

12/05/2018 20:51

Reacties (11) 

15/05/2018 13:30
Grappig en tegelijk ontroerend en openhartig. Met plezier gelezen!
1
14/05/2018 13:14
Dat is een mooi verhaal en een goede les voor het ouderschap, dat zorgen alvast ;-)
1
14/05/2018 21:47
Ja, dat heeft "ze" vakkundig en slim aangepakt. En het heeft gewerkt.
1
13/05/2018 18:33
Mooi verhaal. Relmuizen zijn heel leuk, maar hier komen ze niet voor, helaas.
Ik doe het dus maar met vogels, eekhoorntjes en een vos, en een wijze oude kater.
1
14/05/2018 21:46
Ik ben gek op die beestjes. Altijd geweest. Ik weet nog dat ik als jochie van elf voor de loop van een windbuks sprong om ze te beschermen. Romeinen aten ze. Ik zou dat nu niet meer kunnen, denk ik.
1
13/05/2018 16:53
Mooi verhaal, ik heb het met plezier gelezen.
14/05/2018 21:45
Onder best grappige omstandigheden geschreven. ☺☺
1
13/05/2018 12:05
Men zegt altijd bij een verhaal dat men naar een climax moet toewerken, een einde die de kers op de taart is. Je twee laatste paragrafen zijn dan ook heerlijk ontroerend.
1
14/05/2018 21:45
Fijn om te horen. Ik weet nog wanneer ik dit schreef. Een paar dagen na een Plazilla-dag in Utrecht. Omdat ik het had beloofd. Ik gaf er alleen een iets persoonlijker twist aan dan ik eigenlijk van plan was.
1
13/05/2018 10:52
Prachtig geschreven!
Maar goed dat je alle beren het bos hebt ingestuurd.
1
14/05/2018 21:43
Ja gelukkig wel. Best grappig om een zwangerschap mee te maken maar niet zelf het 'binnenpretje' voelen. Maar daar weet jij uiteraard alles van. :p
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert