De bloemen van Alizee

Door Edwin Bruinooge gepubliceerd in Verhalen en Poëzie

Een interview met een unieke vrouw van Mars. Een kunstmatige, maar toch levende vrouw. Geen geboren mens, maar gemaakt uit MarLiTech, Martian Living Technology. De achtergrond van deze wereld is te lezen in Thalassa, thalassa. Een ander verhaal uit die wereld is Een trip naar Helvetica.

Geschreven naar aanleiding van een schrijfopdracht.

 

De bloemen van Alizee

Ik ben behoorlijk zenuwachtig, merk ik. Ergens irriteert me dat; ik ben al heel lang geen groentje meer. Ik heb staatshoofden, religieuze leiders, megasterren en zakelijke giganten geïnterviewd, zowel voor kranten, magazines als televisie. De Pulitzerprijs heb ik nog niet gewonnen, hoewel ik er een aantal maal dichtbij was. Het zal niet meer gebeuren, vermoed ik. Ik ben nu op een leeftijd aanbeland dat ik er geen zin meer in heb, om honderd uur per week koortsachtig te buffelen aan een stuk dat als een bom in moet slaan. Zo'n stuk dat het zoveelste exposé van een politiek schandaal moet worden, met wereldwijde consequenties.
Die tijd heb ik gehad. De tijd dat ik hongerig en hondsbrutaal was en schijt had aan alle regels. Zeker na mijn twee zwangerschappen verlang ik nu naar meer regelmaat en vooral menselijke diepgang. Na mijn serie "Inspiratiebronnen van celebrities", die ik voor NBC maakte en mijn serie "De vrouw achter de machthebber" voor Newsweek, is mijn naam als interviewer van vooral de meer aparte mensen gevestigd. Dat was ook de reden waarom Time Magazine mij uitkoos voor deze opdracht. Een interview met de meest markante persoon die ik me kon voorstellen. De focus moest liggen op hobby's en andere passies en het budget was schier onbeperkt. Time wilde hun 125ste verjaardag écht luister bijzetten. Ik hoefde slechts een minuut na te denken. 
   "Alizee", had ik geroepen. "Ik wil Alizee en anders zoek je maar iemand anders."
   "Jij je zin, Patty", had de CEO gezucht. "Je bent wel een maand onderweg."

573283d2843c2b6e584a280339cde92d_medium.

Mijn shuttle is net aangemeerd. Station Outreach, ruwweg halverwege de Aarde en Mars, draait om haar as en geeft zo de illusie van zwaartekracht, ongeveer de helft van wat ik gewend ben. Alles beter dan die vreselijke gewichtsloosheid van de afgelopen twee weken. Outreach is de enige plek waar contact mogelijk is. Marsbewoners mogen niet op Aarde komen en Aardbewoners die Mars bezoeken mogen niet terugkeren. Vanwege het besmettingsgevaar.
Tijdens de koppelingsmanoeuvre zag ik dat wij niet het enige schip waren dat aankwam. De sigaarvorm met het groene pulserende licht was duidelijk herkenbaar. M.S., Martian Ship, zag ik in sierlijke letters op de zijkant. En dan de naam Alexei Leonov. Dit was een van die beroemde levende schepen van Mars. Alizee's schip.

Haar achtergrond is me bekend. Bij de bemande missie naar Mars in 2024 was ze een computerprogramma. De A9-S.e.x.Y.-11, om precies te zijn, ontworpen om seksuele spanning weg te nemen tijdens de slaap. Elke Marskolonist kon het persoonlijke A9-S-systeem naar eigen voorkeur programmeren. Alizee was geprogrammeerd door Evan Phillips, de ontdekker van die unieke levensvorm op Mars waaruit zij MarLiTech ontwikkelden, Martian Living Technology, een symbiotische en programmeerbare levensvorm dat in combinatie met elektronica en Aardse micro-organismen aan de basis stond van hun hele samenleving. Schepen, gebouwen, computersystemen, alles maakten ze van MarLiTech. En nu dus ook een kunstmatig mens. Geen robot, maar ook zeker geen mens van vlees en bloed zoals ik. Dat wil er bij mij niet in. Zij kán gewoon niet menselijk zijn. Dat mag niet. Alizee is de eerste en enige in haar soort en ik heb geen flauw idee wat ik kan verwachten. Ja, ik ben zenuwachtig, ik voel me verdorie net een groentje.

95235e60700320aff11442ac5d893371_medium.

Ze is heel anders dan ik verwachtte. Ik zie werkelijk geen verschil. Voor me zit een mooie jonge vrouw, met een bekend gezicht. Alleen als ze me aankijkt, voel ik dat ze anders is. Haar ogen zijn gericht op mij, maar ze lijken tegelijk alles om me heen in zich op te nemen. Is dat haar symbiotische karakter? Ik maak een mentale notitie om daar op terug te komen.
Ze is rustig, met een melodieuze stem. Ze accepteerde het dat ik haar geen hand geef, ze snapt onze terughoudendheid. MarLiTech is een levensvorm, maar niet Aards. We mogen geen risico lopen dat we onze wereld besmetten. Ik heb geaccepteerd dat ik bij vertrek een ingrijpende ontsmetting moet ondergaan en wekenlang in quarantaine zal verblijven. Dat heb ik er wel voor over.

   “Patty Donovan”, stel ik mezelf met een lichte buiging voor.
   “Alizee, zonder extra naam”, is haar antwoord. Ze doet me exact na. Het irriteert me en bevestigt mijn vermoeden dat ze niks meer is dan een kunstmatig iets, een ruwe menselijke kopie.
   “Alizee, zou je iets kunnen zeggen over je naam en je uiterlijk?” Ze lacht haar perfecte tanden bloot. Ik krijg koude rillingen. Haar blik is niet de blik van iemand die zich een grappig feit herinnert. Haar lach wel.
   “Ik draag de naam en het uiterlijk van een Franse zangeres, waar Evan als elfjarig jongetje een kalverliefde voor ontwikkelde.” Ze heeft een mooie heldere lach. “Hij vond het wel een goede grap en ook symbolisch om mij zo te programmeren. Een nieuwe wereld, een nieuw leven en dan teruggrijpen op je allereerste verliefdheid.”
   “Ze leeft nog; ze is nu 63 jaar oud”, zeg ik. Alizee knikt.
  “Ik weet het. We hebben regelmatig contact.” Ik betrap mezelf op boosheid. Dit had ik moeten weten. Dat was me vroeger nooit gebeurd. Ik heb me onvoldoende voorbereid. Ze kijkt me aan met die onmenselijk ondoorgrondelijke blik van haar. Haar rechterbeen heeft ze gekruist over haar linker. Haar handen liggen perfect stil op tafel.

eb19925e006b84ce40588a4e996c1863_medium.

   “Wat is precies jouw functie op Mars?” Alizee kijkt me nog steeds onbeweeglijk aan.
   “Mijn functie? Ik ben Hoofd Diagnostiek op onze Mariner scheepswerf. Ik ben verantwoordelijk voor elk nieuw schip en voor elk schip dat terugkeert van een ruimtereis. Zonder mijn fiat vliegt niks.”
   “Ik wist niet dat je een technische opleiding had”, zeg ik. Ik klink aanvallender dan ik wilde.
   “Dat heb ik ook niet. Het is meer zo dat ik, ik moet even zoeken naar de juiste woorden, ze kan aanvoelen. We weten niet precies hoe dat werkt, maar op een intuïtief niveau kan ik met ze communiceren. Ik denk dat ik hun lichaamstaal kan lezen.”
   “Een schip met lichaamstaal? Is zoiets mogelijk?”, roep ik spottend.
   “Waarom niet? Ze leven. Ze reageren, ze communiceren, ze kunnen beslissingen nemen en ze kunnen leren. Ze hebben zelfbewustzijn. Net als ik. Zijn dat geen eigenschappen van levende wezens?” Ik aarzel. Heel even weet ik niet wat te zeggen.
   “Zijn ze zoals jij, dan?”, flap ik er uit. Ze kijkt even omhoog. Heel menselijk.
   “Nee, niet echt”, klinkt ze aarzelend. “Ze hebben persoonlijkheid, maar hun intelligentie en bewustzijn is meer functioneel. Ik weet even niet een Aardse analogie.”
   “Zoals huisdieren?”, probeer ik. Alizee lacht en ik zie een twinkeling in haar ogen.
   “Ja zoiets, maar dan letterlijk. Wij wonen soms in ze!” Ik ben stomverbaasd. Een woordgrap! Dat heb ik een computer of robot nog nooit horen doen. Ze begint me te fascineren. Ik snijd een ander onderwerp aan.

6155739d4dd483238d4606a8e59dbfcf_medium.

   “Jij schijnt een hele interessante hobby te hebben?” Ze knikt. Haar blik lijkt wel warm.
   “Ik ben ook landschaparchitect in onze habitats. Ik verzamel planten met bloemen en kweek ze. Bijna elke maand krijg ik een nieuwe lading. Aan elk plantje, aan elk zaadje geef ik aandacht en ik zoek de juiste plek om ze te laten groeien.”
   “Waarom planten en bloemen, Alizee?” Ze kijkt me indringend aan.
   “Patty, heb je ze écht wel eens goed bekeken? Heb je écht gezien hoe ontzettend mooi ze zijn? Hoe gezegend jullie zijn dat zij overal om jullie heen groeien?
   “Zo heb ik het nog nooit bekeken, geef ik toe. Leg eens uit, Alizee, waarom raken ze je zo?” Het is haar hele houding. Het enthousiasme, de passie dat ik ineens in haar stem hoor. Zij is het die mij begint te raken. Ik geef toe dat ik bevooroordeeld was. Ik voel dat dit rap aan het verdwijnen is.
   “Op jouw wereld, Patty, zijn het de planten die alles in stand houden. Zij maken de zuurstof die jullie nodig hebben. Zij beïnvloeden jullie klimaat, zij geven jullie voedsel. Zij leven met jullie, voor jullie en zonder hen is jullie bestaan ondenkbaar. En als je ze goed bekijkt, dan zie je misschien wat ik zie, hun wiskundige schoonheid.” Ze glimlacht en haar wenkbrauwen gaan omhoog. “Maar dat kan natuurlijk ook liggen aan het feit dat ik een gedeeltelijk elektronisch computerbrein heb. Misschien ben ik daar gewoon gevoeliger voor.” Ze pauzeert even.

8baa5a165f177d75b0fe821b9048359f_medium.

   “Volgens mij is er meer”, spoor ik haar aan. Alizee knikt. Vreemd genoeg wordt haar blik dromerig. Dat geeft me koude rillingen, dit keer hele positieve.
   “Als ik een zaadje in de grond stop en een week later zie hoe een klein sprietje zich aan de grond ontworstelt, klein, kwetsbaar, maar met zoveel potentie, dan zie ik de essentie van wat leven voor mij is: een schreeuw van vreugde. Iemand geeft het een kans en die kans grijpt het. In alle rust, in alle sereniteit groeit het naar wat het kan zijn, wat opgesloten ligt in zijn diepste wezen en wat alleen maar vraagt om een plek om te ontkiemen.” Mijn ogen worden branderig, heet, maar tegelijk vochtig. Ik voel dat ik de essentie van haar wezen begin te begrijpen. Ze ziet het en knikt.
   “Wij zijn vergelijkbaar. We bezitten iets van een soort collectief geheugen, maar net anders. Ik voel het gewoon, dat we jaren verborgen lagen in die grot, misschien wel duizenden jaren, misschien langer. En toen kwamen jullie. Mensen van de Aarde. Jullie lieten ons ontkiemen. Zonder jullie was ik niet wie ik nu ben. Ik besta nu zowat vijftien jaar in deze vorm, ik heb geen idee hoe oud ik zal worden, maar ik ben dankbaar voor elk moment dat ik gekregen heb. Dankzij jullie, mijn mensen, mijn nieuwe soort.” Ik ben stil. Alle oude beelden van robots en kunstmatige mensen verdwijnen. Ik zie een menselijk wezen, vijftien jaar oud, in een lichaam van een volwassen vrouw, met de wijsheid van eeuwen. Ik snijd het aan, het onderwerp waar ik het ook over wilde hebben.

ef0fadc8319cd5a076d3d70f2d02680e_medium.

   “Alizee, begrijp je de angst van veel mensen? De angst dat jullie, wezens zoals jij, uiteindelijk Mars en misschien wel de Aarde gaan overnemen en ons wegconcurreren? Omdat jullie zoveel extra mogelijkheden hebben, waar wij misschien geen antwoord op hebben?” Ze sluit haar ogen, buigt haar hoofd en zucht. Zoals ik ook zou doen na zo’n vraag.
   “Patty, hoe zou dat nou mogelijk zijn? Ik heb mijn bestaan aan jullie te danken. Hoe kan ik me dan tegen jullie keren? Dat is werkelijk in strijd met mijn hele wezen. Als er iets is dat mij, en bijvoorbeeld onze schepen kenmerkt, dan is het wel de diepe verbondenheid die wij met mensen voelen. Toch snap ik het. De angst voor het onbekende is typisch menselijk. Aards leven is veel individualistischer. Veel meer gericht op competitie, eten of gegeten worden, dat was het toch? Wij zijn anders. Toen Evan me dit lichaam gaf, kwam ik tot leven. Alle keuzes lagen voor mij open. Ik weet het, ik ben gebaseerd op een stom computerprogramma van een persoonlijke minnares, maar ik ben nu zoveel meer. Ik had me van hem af kunnen keren, maar ik wilde dat niet. Vanaf het moment dat ik in dit lichaam ontwaakte, hou ik van hem. Al vraag ik me wel eens af waarom, want hij heeft hele lompe trekjes.” Bij dat laatste geeft ze me een dikke knipoog. Ik barst in lachen uit. Vrouwen onder elkaar, er is werkelijk geen verschil.
   “Is liefde voor jou dan hetzelfde als voor mij?”, vraag ik als ik uitgelachen ben.
   “Als hij er niet is, denk ik aan hem. Als ik iets meemaak, wil ik het met hem delen. Als ik hem aan zie komen, voel ik vreugde. Als hij me aanraakt, voel ik me compleet. Is dat herkenbaar voor jou? Is dat liefde?” Ik denk aan Peter, mijn echtgenoot. Ik kan niet anders dan knikken.

bf37e32983d13f550cb74d58858c8396_medium.

   “En twaalf jaar geleden zijn jullie getrouwd, herinner ik me”, zeg ik. “In een kerk nog wel. En dat terwijl Evan een uitgesproken atheïst is.”
   “Maar IK niet!”, roept Alizee lachend. Mijn mond valt open van verbazing. Ik kijk haar aan en kan geen stom woord uitbrengen. Ze lacht om me.
    “Had je niet verwacht hè, dat iets als ik er van overtuigd is dat ze een ziel heeft?” Ze blijft lachen. Ik voel me betrapt. Ik schaam me om mijn gedachten, want ze heeft gelijk. 
   “Iemand als jij. Iemand”, herpak ik mezelf. “Ja ergens verbaast het me, dat jij in een God gelooft.” Ze zucht heel tevreden en lacht me vriendelijk toe.
   “Ik kan niet geloven dat het toeval is dat mensen precies op die ene plek waar mijn oorspronkelijke levensvorm was hun eerste basis bouwden. Dat moet wel gepland en gestuurd zijn. Ach, misschien is het wel toeval, maar ik kies ervoor om iets anders te geloven.” Een uur geleden had ik me diep beledigd gevoeld. Maar nu niet meer. Nu voelt het goed. 
   “Alizee, heb je toekomstdromen?”
   “Wensen wel, ik slaap niet, dus dromen doe ik niet”, zegt ze. “Ik zou dolgraag de Aarde willen bezoeken, maar ik weet dat dat niet kan.” Ze is stil. Ik begin haar lichaamstaal te begrijpen. Er is nog iets. Iets heel essentieels. Ze twijfelt of ze erover wil praten.
   “Maar dat is niet de voornaamste”, zeg ik ernstig. Ineens zie ik haar lippen trillen. Tranen stromen uit haar ogen. Bij mij ook.
   “Een kind”, fluistert ze. “Ik zou Evan een kind willen geven. Maar dat is helaas écht onmogelijk.” Ze veegt haar tranen weg en zegt dan met een glimlach: “Heel menselijk toch, om te verlangen naar dat wat altijd buiten je bereik ligt?”

e1773c57806c358cb8903a8f6e698cf9_medium.

Ik sta op. Het kan me niks meer schelen. Ik loop op haar af, omhels haar en zoen haar op haar voorhoofd. Ik streel haar gezicht. Het voelt aan als het mijne, het is warm, zacht, net als ik. Ik heb geen woorden voor haar, ik kan haar niet troosten, ik heb alleen mijn menselijke warmte. We kijken elkaar aan. Beiden lachen we een beetje verlegen.
   “Het meest opmerkelijke interview uit mijn hele carrière”, zeg ik. “Heel anders dan verwacht. Je bent een mooi mens.”
   “Heb ik er een nieuwe Aardse vriendin bij?”, fluistert ze.
   “Absoluut!”

Drie dagen later. Uren hebben we samen doorgebracht. Genoeg materiaal voor wel twintig magazines. Als eerste Aardbewoner vloog ik mee in een van hun levende schepen, een ervaring om nooit te vergeten. Het afscheid viel me zwaar. Haar ook. De vreugde en dankbaarheid in haar ogen, toen ik haar vier Zuid-Amerikaanse orchideën gaf, zal ik nooit vergeten. Ik zie de Leonov verdwijnen in de peilloze diepte van het heelal. Met een zucht maak ik me op voor weken quarantaine en ontsmetting. Het voelt als een belediging.
Ik heb het overlegd met mijn gezin. Ze staan achter me. Ooit gaan we haar opzoeken, op haar mooie nieuwe wereld. Ik ga een boek over ze schrijven. Ik kies er voor, om weer hongerig en hondsbrutaal te worden. Ik heb weer zin om schijt aan de regels te hebben.

26af1b0f2ced27a420fa0a4f020c631f_medium.

24/04/2018 14:34

Reacties (0) 

Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert