Een trip naar Helvetica

Door Edwin Bruinooge gepubliceerd in Verhalen en Poëzie

Wederom geschreven naar aanleiding van een 'strafwerkopdracht'. Een verhaal in een 'universum' waar ik al vaker over geschreven heb.

Nota bene

Om dit verhaal goed te kunnen begrijpen, raad ik je aan om eerst het verhaal Thalassa, thalassa! te lezen. Dat geeft de nodige achtergrond voor dit verhaal dat zich in hetzelfde "universum" afspeelt.

a68a0ad80526ef94ce8d5487e824e937_medium.

Een trip naar Helvetica

 

   ‘Heb jij nooit heimwee?’ Haar stem klinkt dromerig, haast droevig. Zo ken ik Jenn niet.
   ‘Naar de Aarde bedoel je?’ Ik ben even stil. ‘Ja, soms. Ik mis de warme zon op mijn huid, de blauwe lucht, het geluid van de zee. Of van een snelstromende rivier.’ Ze sluit haar ogen. Haar gezicht toont een vredige glimlach. Haar ogen zijn vochtig als ze ze weer opent.
   ‘Ik mis de bergen.’ Ze trekt een verontschuldigend gezicht. ‘Hebben we natuurlijk ook bij ons op Mars, maar anders. Geen sneeuw, geen koude wind door mijn haar. Geen uitzicht op die mooie kleine dorpjes in het dal.’
   ‘Jij komt toch uit Londen? Waar heb jij dan bergen gezien?’ Typisch een opmerking voor mij. Zo gauw emoties me dreigen te overmannen even iets analytisch roepen.
   ‘Zwitserland’, zegt ze met een diepe zucht. ‘We gingen er elke zomer heen. Soms ook in de winter. Mijn vader was een echte fanatieke bergwandelaar en alpinist. Ik was nog te jong om echt te klimmen. Maar ik wilde het zo graag.’

b7ca713fe875ce986fb0106eb4bf7c8e_medium.

Ik herinner me haar verhaal van jaren geleden. Hoe haar vader omkwam in een lawine, tijdens het klimmen. Ze was vijftien toen. Ik zie dat ze aan hem denkt. En zij ziet dat ik het weet.
   ‘Ik wou dat ik hem nog kon spreken. Ik zou graag willen weten wat hij nu van me zou denken, als hij ziet wat we in acht jaar tijd op Mars hebben opgebouwd.’ Ik aai haar bemoedigend op haar schouder.
   ‘Zo trots als een pauw natuurlijk. Ik bedoel maar, een dochter die Olympus Mons heeft beklommen, drie keer zo hoog als Mount Everest. Welke aardse alpinist kan daar nou tegenop?’ Mijn opmerking is flauw, maar ze lacht en steekt haar tong uit.
   ‘Ach, dat is toch zo anders! Een berg zo uitgestrekt dat het de helft van Frankrijk zou bedekken. Dat is toch niet echt klimmen! Niet als je het vergelijkt met de Matterhorn.’ Een traan loopt over haar wang bij het noemen van die naam. De berg waar haar vader stierf. Ik kijk haar aan in stilte. Haar blik is vervaagd, meegetrokken in haar herinneringen.
Als de stilte lang genoeg geduurd heeft, zeg ik zacht: ‘Hoe kom je ineens hierop? Is het onze missie? Omdat je weet hoe belangrijk en gevaarlijk die is?’
   ‘Gedeeltelijk. Ik laat het je wel zien, over een uur, als we aankomen.’

0d24e4dc15b722adcd545bb571b86549_medium.

We staan op en gaan weer aan het werk. We zijn met zijn drieën aan boord van de M.S. Valentina Teresjkova, op weg naar een asteroïde, die op ramkoers ligt met Mars. Als we niets doen, slaat hij over een maand in. De officiële naam van het kreng is 2031 CH 42, het is zo groot als een miljoenenstad en bestaat voor het merendeel uit ijzer. We houden het al bijna een jaar in de gaten. De beste berekeningen zijn overduidelijk in hun oordeel. Het zal neerstorten op Mars, op een twintigtal kilometers van vijf Marsbases. In het middelpunt van onze nog jonge beschaving. De explosie zal alles wat we in acht jaar tijd hebben opgebouwd volledig verwoesten.
De Aarde schoot ons te hulp. Wij konden onze bases niet verhuizen en we waren al helemaal niet in staat om de koers van de asteroïde te veranderen. Maar de Russen wel. Ze gaven ons een van hun oude nucleaire wapens. Het is onze missie het ding op de asteroïde te droppen. De explosie zal het niet vernietigen, maar wel een graad of vijf uit koers brengen. Op die afstand is dat ruim voldoende. Het zal Mars dan op een miljoen kilometer afstand passeren. Jennifer Dunstan en ik zijn door de Russen opgeleid om de kernbom te bedienen. De derde aan boord is onze piloot Broery Somoukil, een van de weinigen die onze nieuwe generatie ruimteschepen kan bedienen. De Valentina Teresjkova is eigenlijk een haast levend schip, vrijwel geheel opgebouwd uit MarLiTech, onze unieke en zelf ontwikkelde levensvorm, Martian Living Technology. Onze symbiose van Aards en Martiaans leven en elektronica. MarLy, zoals we het in de wandelgangen meestal noemen. Het hart van ons schip bestaat uit een duale computer, deels Aardse elektronica, deels MarLy.

39d33a0c52ba223ba03dcb42cdb28868_medium.

De computer heeft ons net verteld dat we bij de asteroïde zijn aangekomen. Jenn stoot me aan.
   ‘Valt het je niet op, Evan, dat haar intonatie steeds menselijker wordt? Ze aapt ons na.’ Ik knik. Het robotachtige was uit haar stem verdwenen. Het klinkt nog wel anders, maar alleen als je er op let.
   ‘Valentina is een persoon, ze leeft gewoon’, zegt Broery beslist.
   ‘Valentina?’, zeg ik lachend.
   ‘Ja, Valentina’, zegt hij nog beslister. ‘Ze is een persoon, uniek en ze heeft gewoon een geest, dat merk je zelf toch ook? Dat een nieuwkomer dit moet uitleggen aan de ontdekker van MarLy. Valentina is een levend schip en wij reizen in een soort baarmoeder. Of in een buidel. Mooi toch?’
   ‘Ach, jullie Indonesiërs zien toch overal geesten in?’, zeg ik. Maar het valt me ineens op dat zowel Jenn als Broery spreken over 'zij', terwijl ik het heb over 'het', of 'de computer'.
Ik wil nog iets zeggen over het verschil tussen opgebouwd zijn uit levend materiaal en het hebben van een unieke persoonlijkheid, maar Jenn trekt me mee naar haar console.
   ‘Kijk maar’, klinkt ze triomfantelijk. ‘Valt je niets op aan de landingsplek?’
Ik kijk. Ik zie een kleine vlakte aan de voet van een puntige bergkam, niks opvallends. Ze ziet dat ik het niet begrijp.
   ‘Kijk naar die middelste bergtop en vergelijk het eens met deze foto.’
Ineens zie ik het. In de lichtbundel die ons ruimteschip over de langzaam tollende asteroïde laat vallen doemt langzaam een berg op, het tweelingbroertje van de Matterhorn. Uiteraard een stuk kleiner, maar de vorm is vrijwel identiek.
   ‘Wat een belachelijk toeval’, zeg ik verwonderd.
   ‘Ja toch? Vind je het gek dat ik aan Zwitserland dacht? Weet je wat, laten we dit ding gewoon omdopen tot asteroïde Helvetica.’ 
   ‘Klinkt nog een beetje officieel ook.’ 
   ‘Wij begrijpen elkaar’, zegt ze vrolijk.

39d1524dd3a2967a0963f7c871226a6e_medium.

Het plan was om de kernbom aan de voet van onze Matterhorn te leggen. Maar de berg blijkt een opwindende verrassing in petto te hebben voor ons. De top bevat een zeer hoge concentratie iridium, een zeldzaam metaal dat voor ons onontbeerlijk is. Zonder iridium kunnen we geen ruimteschepen van MarLiTech construeren. Een kleine analyse liet zien dat we hier in één klap genoeg iridium kunnen winnen voor honderdvijftig ruimteschepen.
Dieter Hirschberger, onze commandant, is het met ons eens. Na een kort overleg met de Science Council verschijnt zijn gezicht op de hoofdconsole. 
   ‘We hebben jullie gegevens gecheckt en zijn het met jullie eens. Jullie hebben ongeveer vijf uur de tijd om het iridium te winnen, daarna gaat de tijd dringen.’
   ‘Vijf uur moet voldoende zijn’, knik ik.

0b3bbc47901a34a94a4e8572767dcc6d_medium.

Werken op een asteroïde is specialistenwerk. De meeste asteroïden zijn vergeleken met Mars en de Aarde klein, dus is ook de zwaartekracht op hun oppervlakte erg gering. We moesten het beschouwen als werken in de ruimte zelf, in gewichtsloze toestand. Het voordeel van Helvetica is de grote hoeveelheid ijzer. Dat maakt het mogelijk om magneetzolen te dragen en zo een redelijk normale werksituatie te simuleren. Het iridium kunnen we alleen winnen door de Matterhorn met een drilboor te lijf te gaan. Het probleem van de terugslag, dat in bijna gewichtsloze toestand werken onmogelijk maakte, had Jenn jaren geleden opgelost met een eigen design. Van terugslag was nauwelijks sprake. Op de manen van Mars, Phobos en Deimos, hadden we zo ondergrondse laboratoria gebouwd, cruciaal voor experimenten waarbij zelfs de lagere zwaartekracht van Mars te veel was. Met het ontginnen van asteroïden waren we het afgelopen jaar begonnen. 

Vier en een half uur nadat we voet hadden gezet op Helvetica, hebben Jenn en ik in toerbeurten Matterhorn van zijn bergtop ontdaan. De brokstukken wegen samen meer dan een olifant. Op Aarde tenminste. Hier is het gewicht uiteraard maar een fractie. Ik denk aan mijn jeugd, toen ik de verhalen van Asterix en Obelix las. Met mijn aardse spierkracht voel ik me hier net een onoverwinnelijke Galliër. ‘Asterix in Helvetica’, grinnik ik, terwijl ik de laatste iridium-menhir in de transportmodule leg.
Jenn en ik installeren de kernbom. We zetten de bom op scherp en activeren de antenne. Het werkt. Op een afstand van 15 kilometer zullen we een signaal zenden; daarna zal de bom binnen drie minuten ontploffen. Ruim voldoende om op veilige afstand te vliegen.

dc93bfa41068c2da49f85cf23d0350a9_medium.

Jenn kijkt me aan en maakt een 'duim omhoog'-gebaar. Alles verloopt zoals gepland. Maar haar vrolijke gezicht krijgt een alarmerende uitdrukking. Zij voelt wat ik voel. De grond beeft en langzaam zien we vanaf de Matterhorn een lawine van stenen omlaag komen. De aanblik is bizar, omdat de steenlawine voor ons gevoel in slow motion beweegt. De bevingen in de asteroïdebodem, dat is een ander verhaal. Beiden worden we omver geworpen, de bodem opent zich en tergend langzaam zien we de kernbom de afgrond in zweven. Ik probeer het te grijpen, maar tevergeefs.
 

We zijn aan boord en lopen ijsberend over de brug van het schip. Jenn heeft net vijf minuten aan één stuk gevloekt. De bom was zeker 30 meter diep gevallen en rustte nu op een schuine richel. Maar dat was niet het grootste probleem. De afgrond waarin het viel liep nog honderden meters diep door, richting kern van Helvetica. En de wanden waren puur ijzer.
   ‘Een verdomde kooi van Faraday’, briest Jenn. ‘Vergeet het! Die bom krijgen we met geen signaal meer aan de praat. Niet met al dat ijzer!’ 
Opgeven was geen optie. We moesten een plan B bedenken. Het werd een felle discussie. Dieter luisterde mee, op afstand, maar kon zich nauwelijks in de discussie mengen. Onze woorden deden er twaalf minuten over om hem te bereiken; zijn antwoord kregen we dus pas na bijna een half uur. We waren op onszelf aangewezen.
   ‘Valentina’, vraagt Jenn. ‘Noem al onze opties op en geef de kans van slagen.’ Valentina's stem, dit keer met een droevige klank, klinkt meteen.
   ‘Optie 1: niets doen en een nieuwe kernbom laten komen. Dit duurt twee maanden en dertien dagen. Veel te laat; deze optie moet worden afgewezen.
Optie 2: volgens plan de bom ontsteken met een radiosignaal vanaf het schip. Kans van slagen: minder dan een halve procent. Probleem: door de rotatie van de asteroide glijdt de bom bij elke omwenteling steeds meer richting afgrond. Als de bom in de afgrond valt, wordt de kans op ontploffing kleiner. Bovendien zal de asteroïde dan niet van koers veranderen, maar in een aantal brokken uiteenvallen. Kans dat een van de grote brokstukken Mars raakt is meer dan 40 procent. Over 35 minuten zal de bom van de richel afglijden. Geen serieuze optie.
Optie 3a: De bom tot ontploffing brengen vanaf het oppervlak van de asteroïde, met een gericht radiosignaal vanaf de bovenkant van de kloof.
Optie 3b: afdalen in de kloof en de bom handmatig tot ontploffing brengen.
In beide opties zal een leven moeten worden opgeofferd. Kans van slagen: meer dan 80%.’  

aeac7951c5b87b688b8735c433c67352_medium.

 

   ‘Duidelijk’, zucht Broery. "Bij dezen ben ik vrijwilliger. Ik ben niet bang om te sterven.’
   ‘Komt niks van in’, zegt Jenn resoluut. ‘We gaan dit goed afwegen.’ Ze kijkt me waarschuwend aan. ‘En alleen objectieve en logische argumenten!’ Ze weet wat ik zal gaan zeggen. Ik neem het woord.
   ‘Broery, bedankt, maar jouw voorstel wijs ik af. Jij bent de enige die écht gekwalificeerd is om het schip te besturen.’ Hij wil protesteren, maar met een handgebaar snoer ik hem de mond. ‘Bovendien, nu de bom onder de oppervlakte ligt, zullen bij de explosie veel brokstukken de ruimte in worden geslingerd. Onze beste piloot is nodig om Valentina daar doorheen te navigeren.’ Jenn knikt en Broery laat zijn hoofd hangen.
   ‘Trouwens’, zegt Jennifer, ‘Evan en ik zijn de enigen die de bom kunnen bedienen. Het moet een van ons twee zijn. Ik ga het doen. Het is als Hoofd Techniek mijn verantwoordelijkheid. Mijn kennis is voor het overleven op Mars niet cruciaal en dat van Evan wel.’
   ‘Oh nee!’, roep ik woest. ‘Ik weet wat je bedoelt. Ik heb MarLiTech ontdekt en heb er veel aan ontwikkeld. Maar mijn kennis heb ik goed gedocumenteerd. De afgelopen jaren zijn er tientallen wetenschappers op Mars aangekomen, sommige zo briljant, dat mijn bijdrage niet meer relevant is. Maar jouw bijdrage wel. Ik ga het doen.’ 
   ‘Ik waarschuw je, Evan!’, dreigt Jenn.
   ‘Niks daarvan. Niks alleen maar logische argumenten. Emotionele argumenten spelen ook een rol. Juist nu! Jenn, mijn kennis is niet cruciaal, de jouwe ook niet. We hebben er voor getekend, toen we in 2024 van de Aarde vertrokken. Het was voorgoed en potentieel levensgevaarlijk. We namen allemaal hetzelfde risico. Jenn, ik heb niemand. Jij bent getrouwd en je bent moeder!’
Ze bijt op haar lip, maar zwijgt. Beiden herinneren we de geboorte van Susan, haar dochtertje, nu drie jaar geleden. De eerste mens die niet op Aarde geboren was. De eerste echte Marsbewoonster. We hebben allemaal beloofd dat we haar een gouden toekomst gingen geven. Voor mij is dat duidelijk, daar horen beide ouders bij.

36202f54bb7ec77478a75a4826911e0c_medium.

Haar verzet is gebroken. Ik zie het. Ze loopt op me af, slaat gefrustreerd met haar vuisten op mijn borst en vliegt me dan om de hals. Ik voel haar tranen.
   ‘Ik wil je niet kwijt, klootzak!’
   ‘Ik wil ook niet dood. Maar ik zie geen andere mogelijkheid.’ Voor de zekerheid vragen we het aan Valentina. Haar antwoord bevestigt mijn overtuiging. Het is logisch en moreel juist om het minst cruciale bemanningslid op te offeren. Dat een computer iets moreel juist noemt, verbaast me, maar ik sta er nu niet bij stil. Ik loop naar de console en laat een laatste bericht achter voor Dieter. Ik zou dolgraag met hem willen praten. Maar ik kan geen half uur op zijn antwoord wachten. Ik ken hem goed genoeg. Hij zal zien dat ik op punt van breken sta. Hij zal me moed inspreken. Hij zal me toestemming vragen om voor mij, een ongelovige Thomas, te bidden.
   ‘Vaya con Dios’, zijn daarom mijn laatste woorden voor hem.

d5242af169876ad28b860723ac586441_medium.

Een laatste afscheid en ik trek mijn drukpak aan. Ik heb me voorgenomen, nadat ik de bom heb geactiveerd, om mijn laatste ogenblikken in dit leven te spenderen, kijkend naar Mars, mijn wereld. Helaas voor mij is Mars op dat moment niet zichtbaar. Maar de Aarde wel. Mijn geboorteplaats. Haar licht zal me troosten, als ik tot een einde kom. Ik besluit nu al dat ik er vrede mee ga hebben, ik hoop dat ik moed kan houden.
Een plotseling alarmsignaal schudt me uit mijn mijmeringen. Valentina geeft rood alarm. Een lek in de voortstuwingstanks. We moeten onmiddellijk de ontsnappingsmodules in, omdat giftig gas op het punt staat het schip binnen te dringen. Ik vloek. Blijft ons dan niks gespaard?
We liggen gedrieën in de zachte schuimgel van ontsnappingscapsule A. We vragen Valentina om een statusupdate, maar ze zwijgt. Dan voelen we het. De capsule schiet los van het schip. We voelen dat we met grote snelheid weggeschoten worden. 
   ‘Scherm!’, beveelt Jenn. Een klein scherm in de wand opent zich en we zien de afstand tussen ons en ons schip steeds groter worden. Maar tot onze verbijstering zien we nog meer.

De transportcapsule met iridium is ook afgeworpen en beweegt zich in dezelfde richting als wij. Valentina Teresjkova ontsteekt haar motoren. En vliegt recht op Helvetica af. Op mijn console zie ik wat er gebeurt. Ze is op ramkoers met Helvetica. Haar boeg zal de dunne bodem rond de afgrond doorboren. Ze zal de bom activeren. De koude rillingen lopen over mijn rug als ik zie dat ze de countdown terug heeft gebracht van drie minuten naar drie seconden. We kijken ademloos toe hoe ze steeds kleiner wordt. En dan ineens worden we verblind door het felste licht dat we ooit zagen. De beelden op mijn console geven na een halve minuut aan dat onze missie geslaagd is. Helvetica, met een gigantisch litteken van de explosie, is van koers veranderd. Zoals berekend.

58803c2d57aac1593a1b9f02585b99f2_medium.

Tranen lopen over Broery's wangen. ’Zie je nou wel?’ snikt hij. ‘Ze leefde echt. Als een moeder heeft ze zich opgeofferd.’ 
Jenn en ik kijken elkaar doodstil aan. We snappen het allebei. Optie 3b. En de minst cruciale offert zich op. Nu raakt Valentina's opmerking over het ‘moreel juiste’ me als een hamerslag.
   ‘Jenn’, fluister ik. ‘Het is het symbiotische karakter van MarLiTech, het kan niet anders. Waar wij als we ons opofferen, echt onszelf moeten overwinnen, is het voor MarLy een tweede natuur. Ze kon niet anders, het is haar normale aard! Ze leefde in symbiose met ons en wij moesten gered worden. Zelfs onze lading heeft ze gered. Maar ze was ook een unieke persoon, want ze heeft haar eigen plan voor ons verborgen gehouden. Een machine had dat niet gedaan. Broery heeft gelijk, Valentina was echt meer!’
   ‘Het is veel complexer, Evan’, zegt Jenn met trillende lippen. ‘Als het een normaal schip was geweest, hadden we deze optie gewoon overwogen. Een ramkoers inprogrammeren, autopiloot aan, wij de ontsnappingscapsules in en het schip voltooit de missie. Maar de gedachte kwam niet eens bij ons op. Het kan niet anders, ook wij beschouwden haar onbewust als een persoon die niet mocht sterven. Wij gedroegen ons als ouders die zich opofferen voor hun kind.’ Ze sluit haar ogen. Ik weet wat ze doet. Ze is aan het bidden. Voor haar. Voor één keer doe ik met haar mee.
Uit de wand stromen MarLy-filamenten. Ze bedekken ons als een deken en geven warmte af. We hebben ze zo geprogrammeerd en vaak genoeg getest. Maar nu, voor het eerst, voelen de filamenten als strelingen. Ze verbinden zich met onze mobiele consoles. Wij zien beelden. Van moeders met kinderen, geliefden, steden op Mars, ruimteschepen tussen de planeten. Van een wereld in opbouw. Een troost, een soort afscheidsbericht, een boodschap van hoop. Ze moet het hebben geprogrammeerd voordat ze zich opofferde op Helvetica.
   ‘Evan, wat hebben we gecreëerd?’
   ‘Een wonder’, fluister ik. ‘Een wonder van menselijkheid.’ 

c06175c913830240eb7f8fbeea9dfbae_medium.

24/04/2018 14:22

Reacties (0) 

Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert