Eigen versie sprookje Rapunzel - deel 2

Door Lynn De Bondt gepubliceerd in Verhalen en Poëzie

Dit is het tweede en laatste deel van mijn eigen versie van het sprookje Rapunzel. Vorige week kon je al het eerste deel lezen. 

Ondertussen was Rapunzel naar het huis van de buren geslopen. Ze was van plan geweest om daar aan te kloppen en om hulp te vragen. Ze wist niet waar ze anders naar toe moest. In het dorp durfde ze niet zomaar te gaan, ze wilde eerst weten wie er te vertrouwen was. Maar op het moment dat ze was aangekomen bij het huis, hoorde ze de vrouw wenen. Rapunzel sloop nog ietsje dichterbij om te kunnen horen wat er werd gezegd.
“Zeg het eens, wat is er gebeurd?” hoorde Rapunzel de man zeggen tegen zijn vrouw.
“J-je broer is… verdwenen. I-k-k weet niet waar hij naar toe is. Hij is toch niet ontvoerd?” snikte zijn vrouw.
“Ontvoerd? Waarom zou hij ontvoerd zijn?” vroeg hij.
“G-geen idee,” antwoordde zijn vrouw. Ze droogde haar tranen en stopte langzaam met snikken. “Maar de heks naast ons…ik vertrouw haar niet. De mensen in het dorp vertellen dat ze de dochter van de vorige bewoners van ons huis heeft ontvoerd. Misschien heeft ze jouw broer ook wel ontvoerd.”
“Dat oude vrouwtje van hiernaast?” zei de man halflachend. “Je moet niet luisteren naar het gebazel van die dorpsidioten. Die willen iedereen gewoon bang maken. Wedden dat hij gewoon een afspraakje heeft met een meisje? Het zou wel eens tijd worden, zeg!”
Rapunzel had genoeg gehoord. Ze sloop zo snel ze kon terug naar het beukenbosje. De buurman had zijn vrouw niet geloofd, maar Rapunzel wist uiteraard beter. Zij was het meisje uit de verhalen van de dorpsbewoners. Ze vond het vreemd dat iedereen het wist en nooit iets had gedaan om haar te helpen. Of werden die verhalen alleen verteld door mensen die door de anderen, net zoals de buurman het had uitgedrukt, als ‘dorpsidioten’ werden beschouwd? Dan kon ze best geloven dat men niet wist dat de verhalen waarheid waren. Of de broer van de buurman echt was ontvoerd door de heks, kon ze maar op één manier te weten komen: ze moest terug naar het huis van de heks. Hoewel ze hoopte dat de buurman gelijk had dat de jongeman gewoon naar een afspraakje met een meisje was, kon ze zich best voorstellen dat als de heks de jongeman was tegengekomen, dat ze hem had meegenomen en opgesloten had in de toren. Als ze te weten was gekomen dat Rapunzel ontsnapt was, tenminste.

Rapunzel stond weer voor het huis van de heks. Ze aarzelde even om dichterbij te komen, maar ze moest het doen om te weten of de broer van de buurman hierboven zat opgesloten. Ze zag dat haar vlecht nog steeds naar buiten hing. Die was ze vergeten mee te nemen. Was de heks zich dan toch nog van nergens bewust? Of was ze vergeten de vlecht naar boven te halen toen ze naar boven was geklommen met de broer van de buurman? Rapunzel kwam dichterbij, dat was de enige manier om meer te weten te komen, en hoorde toen stemmen. Het raam boven stond open en de stemmen praatten redelijk luid. Ze hoorde een mannenstem vrij en onbezorgd vertellen. Dat was vast de broer van de buurman!
Rapunzel zette nog één stap naar voren en luisterde aandachtig:
“Weet je, de vrouw van mijn broer is maar een rare,” vertelde de jongeman. “Ze is heel mooi en zo, maar je ziet haar nauwelijks verouderen. Ok, ze heeft nu net een baby gekregen, dus misschien is ze jonger dan ik denk. Maar ik heb verhalen gehoord in het dorp: mensen zeggen dat ze een stuk ouder is dan mijn broer, en dat ze hier al een aantal jaren rondzwerft. Sommigen beweren zelfs dat ze haar als kind hebben gezien, maar dat is jaren geleden, te lang geleden om nu nog een kind te kunnen baren.
In het begin dacht ik dat het allemaal verzinsels waren. De dorpelingen zeggen zoveel, ze hebben fantasie te over. Net zoals ik dacht dat het verhaal van jouw toren nep was, dacht ik dat ook over de vrouw van mijn broer. Maar toen zag ik het! Op een dag boog ze zich voorover om iets op te rapen en zag ik dat ze wel erg scherpe oren heeft. En toen ze naar mij opkeek, zag ik een paarse schijn in haar ogen. Sindsdien heb ik dit wel meer gezien. Zeg eens, heb jij – ”
De jongeman zijn vraag ging verloren in het smartelijke geluid die voortkwam uit de heks. Beneden was Rapunzel hier getuige van. Ze had de heks nog nooit zo hard horen huilen, of eigenlijk nooit zien huilen, behalve die ene keer toen ze nog heel klein was en ze haar ‘mama’ had genoemd. Normaal gezien bleef je dit niet bij als kind, maar omdat dat de eerste en laatste keer was dat ze de heks had zien huilen, was dit in haar geheugen gegrift. Later was Rapunzel gestopt met de heks ‘mama’ te noemen, toen ze te weten kwam dat de heks haar moeder niet was.
Rapunzels nieuwsgierigheid was echter gewekt en ze klom voorzichtig via haar eigen haar naar boven. Bovendien voelde ze een vreemde emotie. Had ze medelijden met de heks, terwijl die haar jarenlang had opgesloten?
Rapunzel kwam boven aan het raam en was geschokt door wat ze zag. Niet alleen stroomden de tranen met watervallen van het gezicht van de heks – het gezicht van de heks was niet meer het gezicht van een heks! Ze zag hoe het gezicht steeds jonger en jonger werd, en mooier en mooier. Dat duurde totdat een beeldschone jonge vrouw haar nietsziend aanstaarde. Rapunzel viel bijna door de schok, maar kon zich nog net vasthouden en zich terug omhoog werken. Ze klom op het raamkozijn en op dat moment slaakten zowel de jongeman als de ‘eens-zo-oude-en-lelijke-heks-maar-nu-beeldschone-jonge-vrouw’ beide een kreet toen ze haar zagen.
“Oh, Rapunzel, het spijt me zo, het spijt me zo,” snikte de vrouw die Rapunzel jarenlang voor een heks had aanzien.
“Wie of nee: wat ben je? Je was toch een heks? Ik snap er niets meer van,” zei Rapunzel verward.
“Ik ben eigenlijk een elf,” zei de bloedmooie jonge vrouw. “Dit is mijn ware gedaante: elfen worden van uiterlijk niet oud, we blijven eeuwig jong. Toch ben ik al honderden jaren oud. Als elf heb ik magie en toen ik jou ontvoerde, Rapunzel, veranderde ik mezelf in een heks.”
Rapunzel kwam de torenkamer binnen en ging naast de verbouwereerde jongeman zitten. “Maar waarom heb je me ontvoerd? Is het dan waar wat men verteld over elfen: dat jullie kinderen stelen om ervoor te zorgen dat het elfengeslacht blijft bestaan en sterk blijft en dat jullie een wisselkind in de plaats leggen? Heb je dat bij mijn ouders gedaan? Hoewel ik niet begrijp waarom ik dan moest opgesloten zitten in deze bouwvallige toren en je me niet meenam naar jouw wereld.”
De elf schudde haar hoofd. “Nee,” legde ze nog nasnikkend uit. “Deze verhalen zijn verzinsels. Wij elfen bemoeien ons weinig met de mensen. In principe doen wij niemand kwaad. Maar…ik ben zo fout geweest. Ik ben zo blind geweest van verdriet en woede.”
“Wat is er dan gebeurd?” vroeg Rapunzel opnieuw. Ze begreep het nog steeds niet.
“Kijk, er bestaat inderdaad een elfenwereld, maar sommige onder ons leven tussen de mensen. Vroeger hielpen de elfen de mensen, maar sinds men de mensen onnodig bang maakt voor ons, hebben de meesten ervoor gekozen om terug te gaan naar de elfenwereld. Ik niet. Wat voor mij nog maar een paar weken geleden lijkt, is voor jullie ondertussen al vele jaren geleden. Toen is er iets gebeurd waardoor de grond onder mijn voeten is weggezakt. Ik had een man toen, een hele lieve elfenman, en ik werd zwanger van hem. Als elf kunnen wij heel lang kinderen krijgen, langer dan menselijke vrouwen. Ik was toen al enkele honderden jaren oud, maar in de mensenwereld was ik niet ouder dan twintig.
Vlak voor de geboorte van mijn dochter, werd mijn man vermoord. Door mensen. Ik wilde niet leven in rancune, ik wilde niet alle mensen de schuld geven. Dus ik vergaf de moord op mijn man en bleef hier tussen de mensen leven. Ik probeerde mijn baby zo goed als mogelijk op te voeden, ondanks het verdriet en de rouw die mij verscheurde. Maar toen kwam jouw grootvader, Rapunzel.”
De stem van de elf werd hard toen ze Rapunzels grootvader vernoemde.
“Wat heeft mijn grootvader gedaan?” vroeg Rapunzel. Ze had de man nooit gekend natuurlijk, maar toch wilde ze graag weten wat haar grootvader op zijn kerfstok had waardoor de elf haar had ontvoerd.
“Hij deed hetzelfde met wat ik jou heb aangedaan, Rapunzel,” zei de elf met trillende stem. “Hij ontvoerdde mijn kind. Mijn dochter. Mijn baby. Wat ik ook deed, hij wilde haar niet teruggeven. Hij zei dat hij haar zou opvoeden als een mensenkind, dat hij haar de magie van de elfen zou onthouden. Ik weet niet waarom hij de elfen zo haatte. Waarom hij mij haatte en daarom mijn dochter ontvoerde. In elk geval was jouw vader toen nog niet geboren. Jouw grootvader trok met mijn dochter weg. Ik heb haar nooit meer gezien. Sindsdien rouw ik elke dag om haar. Ik heb nooit meer een kind kunnen krijgen, door de toestand waar ik in zat. Ik vervreemdde van mijn elfenvrienden, die tevens wegtrokken.
Voor jullie vele jaren later, kwam er weer iemand in het toen vervallen huis gaan wonen, waar jouw grootvader woonde. Al snel kwam ik te weten dat de man de zoon was van de ontvoerder van mijn kind. Zijn vader was gestorven en hij kwam nu wonen op de plaats waar zijn vader had gewoond in zijn jeugd. Ik kon dat niet aan. Ik was zó woest om de zoon van degene die mijn leven kapot heeft gemaakt zo gelukkig te zien. Op de koop toe was zijn vrouw ook nog eens zwanger. Niet veel later werd jij geboren, Rapunzel. Vergeef me alsjeblieft voor wat ik je aangedaan heb. Ik besef nu pas dat ik de grootste fout in mijn leven heb gemaakt: hetzelfde doen wat jouw grootvader mij en mijn dochter heeft aangedaan, met jou en jouw ouders. Maar de woede en ja, ook jaloersheid om hun geluk, is de reden waarom ik jou ontvoerd heb, Rapunzel. Ik laat je nu gaan, ik moet wel. Het is tijd om recht te zetten wat ik al die tijd heb aangericht.”
“Als jij een elf bent, en je dochter is ontvoerd, is – is de vrouw van mijn broer dan ook een elf? Is zij jouw dochter?!” vroeg de jongeman, die stilzwijgend naar het verhaal van de elf en Rapunzel had geluisterd.
De elf knikte. “Toen je haar beschreef, wist ik het meteen. Elke elf heeft zo haar eigen kenmerk, bij mij en mijn dochter zijn dat de paarse schijn in onze ogen. Geen enkele andere elf heeft die, buiten wij.”
“Maar – maar, hoe kan zij dan kinderen krijgen? Ze is ouder dan de vader van Rapunzel!” stootte de jongeman verbaasd uit.
“Heb je niet geluisterd?” kwam Rapunzel tussenbeide. “Ze zei dat elfen veel langer kinderen kunnen krijgen dan menselijke vrouwen. Dus ja, zij kan nog een kind krijgen.”
“Ja, maar het heeft wel een hele tijd geduurd voor ze zwanger werd,” wierp de jongeman tegen.
“Zwangerschap tussen elfen en mensen is zeer moeilijk in stand te krijgen,” legde de elf uit. “Het is niet onmogelijk, maar het kan inderdaad vele jaren duren vooraleer dit lukt. Geloof me, alsjeblieft: ze is echt een elf en ze is echt mijn dochter.” De elf zei dit laatste smekend. Het pijnlijke verdriet en de rouw was zo af te lezen van haar gezicht. Ze speelde geen komedie. Ze was oprecht.
“Wel, wordt het dan geen tijd dat je herenigd wordt met je dochter? Ik zou ook wel eens willen weten hoe het komt dat mijn vader nooit iets van haar heeft afgeweten,” zei Rapunzel luchtig.
“Vergeef je me?” vroeg de elf verbaasd.
“Ja, ik vergeef het je,” zei Rapunzel.

Wat toen volgde, was even emotioneel dan het gebeuren daarvoor. De elf werd inderdaad met haar dochter herenigd, die haar, Rapunzel, en de jongeman uitlegde wat er met haar gebeurd was nadat Rapunzels grootvader haar had ontvoerd als baby. Rapunzels grootvader had het elfenkind, zoals hij had gezegd, opgevoed als een mensenkind. Hij weerde haar magie af en vertelde lange tijd niet hoe de vork in de steel zat. Totdat ze zestien werd. Ze was zich al van jongsaf aan bewust van het feit dat ze anders was dan andere mensen. Ze vond niet dat ze op haar vader, noch op haar moeder leek. Op haar zestiende eiste ze de waarheid van haar zogenaamde vader. Die bekende dat hij haar ontvoerd had en legde zelfs uit dat ze eigenlijk een elf was. Daarop is ze vertrokken en is ze nooit meer bij hem teruggekeerd.
Zowel als kind als jongvolwassene keerde ze echter regelmatig terug naar het huis waar Rapunzels grootvader had gewoond en van waar ze wist dat haar echte moeder ernaast woonde. Ze had echter nooit contact durven opnemen. In haar twintiger jaren keerde ze voor heel lange tijd niet meer terug. Pas vele, vele jaren later, keerde ze dan toch terug naar het dorp waar haar echte moeder woonde. Op die manier leerde ze de jongeman kennen met wie ze nu een kind had. Hij wist niet dat ze een elf was en zag haar gewoon aan voor een jonge vrouw. Het duurde nog enkele jaren totdat ze een kind kreeg en ze op het moment zaten waar we nu in het verhaal zitten.
Nu ze echter haar verhaal had opgebiecht aan haar echte moeder, Rapunzel en de jongeman, vertelde ze ook de waarheid aan haar man. Die bleef echter van haar houden en ze voedden samen hun kind op. De elf bleef in haar huis wonen, maar bracht vele bezoekjes aan haar dochter en kleinkind. Voor het eerst in vele jaren was ze weer gelukkig.
Rapunzel ging op zoek naar haar ouders. De jongeman ging met haar mee. Na vele omzwervingen vond Rapunzel haar ouders terug. Nadat ze hen ervan overtuigd had dat zij echt hun dochter was, vertelde ze alles wat ze had meegemaakt en dat de heks helemaal geen heks was, maar een elf. Ze legde ook uit waarom de elf haar als baby had ontvoerd. Toen zei haar vader:
“Ik herinner me toen ik nog heel klein was, dat er inderdaad een jong meisje bij ons woonde. Op een dag was ze verdwenen, en er is me nooit verteld wat er met haar gebeurd is. Ik ben blij dat alles goed gaat met haar. Mijn ouders hebben nooit gedaan alsof we broer en zus waren, misschien omdat ze dachten dat ik het me later nooit zou herinneren, als ze uit huis zou gaan en trouwen. Ik zou wellicht te veel vragen hebben gehad als ik haar als mijn zus had beschouwd en ze opeens weg was. Later heb ik er nooit meer aan gedacht. Tot nu, nu jij het me heb verteld.”
Zo was er nog een mysterie opgelost. Rapunzels ouders begrepen nu waarom de elf hun dochter had ontvoerd, maar ze bleven waar ze nu woonden. De confrontatie aangaan met de ontvoerster van hun dochter was hen net iets te veel. Rapunzel trouwde met de jongeman, de broer van de buurman, en zij gingen wonen in een dorp dat in het midden lag van de beide dorpen waar Rapunzels ouders en zijn broer woonden. Zo konden ze zowel op bezoek gaan bij Rapunzels ouders, als bij de jongeman zijn broer. Rapunzel kwam zo de elf, bij wie ze al die tijd had geleefd, nog heel veel tegen. Toch slaagde ze erin haar vroegere ontvoerster te vertrouwen en toen ze zelf een kind kreeg, liet ze de elf zelfs op haar dochter passen. De elf heeft nooit meer een kind ontvoerd, want ze had immers haar eigen dochter weer terug. Iedereen leefde dan ook nog lang en gelukkig.

 

27/03/2018 16:01

Reacties (1) 

28/03/2018 00:46
mooi geschreven vervolg. Je hebt een mooie schrijfstijl!
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert