Tanzaniaans sprookje – De jongen en de drie wijze dieren

Door ZiaRia gepubliceerd in Mythen sagen en legenden

126d8c9af28a8e13e14a11b177acacbd_medium.Eens, lang geleden, woonde een jongen met zijn moeder in een klein dorp, genaamd Keejee′jee, vlakbij het bos. De vader van de jongen was gestorven en hoewel zijn moeder elke dag hard werkte, kon zij nauwelijks genoeg voedsel kopen voor haar kind en haarzelf. Toen de jongen, die Mvoo’Laan’na heette, groter werd, vroeg hij zijn moeder wat zijn vader voor werk had gedaan en of dat werk het gezin altijd van voldoende voedsel had kunnen voorzien. “Ja”, antwoordde zijn moeder, “Je vader was een jager. Hij ging elke dag het bos in en wist altijd wel een prooi te strikken.”

“Oh”, zei Mvoo’Laan’na, “Maar dat kan ik ook!”

343912e70d94a4daffaa801e22e4e2f4_medium.De volgende dag ging hij het bos in om takken van de bomen te snijden.

De tweede dag maakte hij van de takken vallen om in het bos uit te zetten.

De derde dag draaide hij touwen van kokosvezels.

De vierde dag zette hij de vallen, die hij had gemaakt met takken, uit.

De vijfde dag zette hij de vallen, die hij had gemaakt met touwen uit.

De zesde dag ging hij het bos in om alle vallen te controleren. En het was een succes! Hij bleek zelfs zoveel wild te hebben gevangen, dat hij het meeste ervan kon verkopen in een nabijgelegen stad. Van het verkregen geld kocht hij rijst en andere benodigdheden, zodat hij en zijn moeder comfortabel konden leven. Maar na een tijd vond hij niets meer in zijn vallen en de honger deed zijn herintrede in het kleine huis.

88ee0f2c2353c0502769bc10f4892efe_medium.Tot op een dag er zich een aap in één van zijn vallen bevond. Mvoo’Laan’na stond op het punt het dier te doden, toen deze hem aansprak. “Zoon van Adam, dood me niet! Ik ben Neea′nee de aap. Haal me alsjeblieft uit deze val en laat me gaan. Red me van de regen, zodat ik jou op een dag van de zon mag redden.” Mvoo’Laan’na bevrijdde de aap uit de val en liet hem gaan. Toen Neea′nee in een nabijgelegen boom was geklommen, zei hij, “Omdat je zo vriendelijk bent, geef ik je een goede raad: geloof me als ik zeg dat alle mensen slecht zijn. Bewijs een man daarom nooit een goede dienst; als je dat doet, zal hij je bij de eerste gelegenheid kwaad doen.”

a7b09dded6c08018d25f8e1a6e100f96_medium.De volgende dag vond Mvoo’Laan’na een grote giftige slang in dezelfde val. Hij schrok en stond op het punt naar het dorp terug te rennen om iedereen voor het gevaar te waarschuwen, maar de slang riep hem terug. “Kom terug, zoon van Adam. Breng niet het hele dorp hier om mij te doden. Ik ben Neeo’ka de slang en ik smeek je me uit deze val te halen. Red me vandaag van de regen, zodat ik jou morgen van de zon kan redden, mocht je hulp nodig hebben.” Mvoo’Laan’na haalde daarop de slang uit de val en liet hem gaan. Voor de slang wegvluchtte, gaf hij de jongen nog een goede raad. “Je goede daad waardeer ik zeer en ik zal je helpen waar ik kan. Echter, vertrouw niemand; wanneer je een man een dienst bewijst, zal hij je goede wil met kwaadaardigheid belonen.”

88632d1e2847627276be4f2e19019a8b_medium.De derde dag vond Mvoo’Laan’na een leeuw in dezelfde val. Doodsbang bleef hij staan, maar de leeuw zei hem niet weg te lopen. “Ik ben Sim’ba Kong’way, de oude leeuw van het bos. Laat me uit deze val en ik beloof je geen kwaad te zullen doen. Red me van de regen, zodat ik jou van de zon mag redden, indien je hulp nodig hebt.” En ook deze keer hielp Mvoo’Laan’na de leeuw uit de val en liet hem gaan. Voordat deze zijn weg vervolgde, keerde hij zich nog één keer naar de jongen om. “Zoon van Adam, je hebt me een grote dienst bewezen en daarom geef ik je deze raad: doe nooit hetzelfde voor een man, want hij zal je goedheid betalen met leugens en bedrog.”

Op de vierde dag vond Mvoo’Laan’na opnieuw een prooi in dezelfde val: dit keer was het een man. Toen de jongen hem bevrijdde, bezwoer de man hem, dat hij nooit zou vergeten dat Mvoo’Laan’na zijn leven had gered door hem uit de val te halen. De man vervolgde daarop zijn weg.

0dc78084b453b87b6f5c43fe8ee0422a_medium.Maar de dagen daarna vond Mvoo’Laan’na niets meer in zijn vallen. Uiteindelijk besloot hij, met zijn wildtas om zijn nek en zijn boog en pijlen in de hand, op jacht te gaan. Mvoo’Laan’na trok dieper en dieper het bos in op zoek naar wild. Hij liep en liep, maar nergens zag hij enig teken van wilde dieren. Uiteindelijk was hij helemaal verdwaald. De jongen liep echter door, ook al wist hij niet of hij dichterbij of juist verder van huis ging. Aan het einde van de dag kwam hij in een oud en spookachtig deel van het bos. Mvoo’Laan’na was echter zo moe, dat hij uitgeput onder een boom ging zitten.

cefb817793ec1cb5e8d8229d416c99e2_medium.Plotseling werd hij geroepen. “Zoon van Adam, waar ga je naar toe?” Het bleek Neea′nee de aap te zijn.

“Ik weet het niet”, zei Mvoo’Laan’na, “Ik ben verdwaald”. “Wat naar”, zei de aap, “Maar maak je geen zorgen. Rust tot ik terugkom. Ik zal je vriendelijkheid van toen belonen”.

Neea′nee de aap trok het bos in om te forageren; uren later kwam hij terug met allerlei rijpe vruchten, zodat Mvoo’Laan’na te eten had. Deze knapte hierdoor weer helemaal op. De jongen bedankte de aap en vervolgens gingen beiden ieder hun eigen weg.

fbe1b088cd416486cd704de101792501_medium.Toen Mvoo’Laan’na opnieuw uren in het bos had gelopen zonder de weg naar huis te vinden, ontmoette hij ineens Sim’ba Kong’way, de oude leeuw. Ook deze vroeg hem waar hij naar toe ging. “Ik weet het niet”, zei Mvoo’Laan’na, “Ik ben verdwaald”. “Laat de moed niet zakken”, zei de oude leeuw, “Ga zitten en rust, ik zal je een wederdienst bewijzen voor je goede daad van weleer”. Een tijd later kwam Sim’ba terug met prooi, die hij had gevangen. Mvoo’Laan’na maakte daarop een kampvuur en bereidde het vlees. Toen de jongen alles had opgegeten, voelde hij zich een stuk sterker. Hij bedankte de leeuw en beiden vervolgden ieder hun pad.

Kort daarop kwam Mvoo’Laan’na aan bij een weg, die naar een grote stad leidde. Aan de kant van de weg stond een waterput en aangezien de jongen dorst had gekregen van het vele lopen, keek hij in de put om te zien of er water in stond. Maar in de put lag alleen een grote slang!

56d9c6b90c01b78cd35014773e8bee67_medium.“Wel”, zei de slang, “Wie hebben we daar? Wat doe je zo ver van huis?” Het bleek Neeo’ka de slang te zijn. “Verdwaald en een vreemdeling in deze grote stad? Nu kan ik je voor je goede daad van toen belonen! Geef me je tas en ik zal je de dingen geven, die je in deze stad nodig zult hebben.” Mvoo’Laan’na gaf hem daarop zijn tas en de slang vulde het met goud en zilver, dat onderin de put bleek te liggen. De jongen bedankte de slang en vervolgde zijn weg naar de grote stad.

Toen hij daar aan kwam, bleek de eerste man die hij tegenkwam degene te zijn, die hij de vierde dag uit zijn val had bevrijd. De man nodigde hem uit om bij hem en zijn vrouw te komen logeren en Mvoo’Laan’na ging akkoord. Maar toen de man had gezien wat de jongen in zijn tas had en hoe hij dit van een slang had gekregen, vertrouwde hij het niet. Nadat Mvoo’Laan’na in slaap was gevallen, rende de man naar de sultan, het hoofd van de stad.

“Er is een vreemdeling in mijn huis met een tas vol goud en zilver, die hij van een slang zou hebben gekregen. Maar ik denk dat, hoewel hij zich voordoet als een mens, hij in werkelijkheid zelf een slang is, een tovenaar! Hij is vast naar deze stad gekomen om kwaad aan te richten!” riep hij uit.

eaa24faa03c5c14a6cdd0809ace8f9cd_medium.Toen de sultan dat hoorde, stuurde hij soldaten naar het huis van de man om Mvoo’Laan’na op te pakken en zijn tas vol goud en zilver mee te brengen. De man had intussen de sultan en zijn hofhouding zo opgeruid, dat de sultan de arme jongen in de boeien liet slaan. Het zag er somber voor Mvoo’Laan’na uit.

Echter, de grote slang was uit de waterput gekropen en naar de stad gekomen. Hij arriveerde precies op tijd in het paleis van de sultan. Neeo’ka de slang kroop de grote zaal in en nestelde zich om de voeten van de kwaadsprekende man. Iedereen was verstijfd van angst. De man probeerde zich van de slang te ontdoen, maar Neeo’ka wist van geen wijken. De sultan en zijn adviseurs vroegen daarop aan Mvoo’Laan’na wat er aan de hand was, waarom de grote slang zich om de voeten van de kwaadsprekende man had gewonden zonder hem verder kwaad te doen. De jongen vertelde vervolgens alles wat er was gebeurd en hoe achtereenvolgens de aap, de slang en de leeuw hem hadden gewaarschuwd voor de verraderlijkheid van de mens, ondanks de dienst die hij hem bewezen had.

De sultan zei daarop: “Hoewel mensen vaak ondankbaar kunnen zijn, is dat niet bij iedereen het geval; enkel bij de slechte mensen. Keer daarom – rijker en wijzer geworden – naar huis terug, Mvoo’Laa’na. Wat deze man betreft: hij verdient het om gebonden in een zak in zee te worden gegooid en te verdrinken, omdat hij een goede daad met een slechte daad beloonde.” En zo geschiedde.

 

Verteld door:

© ZiaRia.

(2018) Foto's: Office.microsoft.com, Pixabay.com, Wikimedia Commons.

 

6acc8d335f31e9cc4b592dacca0eee85_medium.Kijk voor andere artikelen en verhalen eventueel ook eens naar:

Duits-sprookje-De-drie-broers

Noors-sprookje-de-Drie-bokken-Kuifkop-en-de-trol

Portugees-sprookje-De-soepsteen

Taiwanees-sprookje-De-kleine-kikker

Of lees verder op:

https://tallsay.com/ziaria of

https://ziariasblog.wordpress.com/

 

27/03/2018 08:42

Reacties (15) 

1
11/04/2018 15:28
Mens, wat een prachtig verhaal en heerlijk om te lezen!
ZiaRia tegen Dipper
12/04/2018 07:31
Dankjewel!
1
28/03/2018 20:58
wat een prachtig verhaal
en met een mooie moraal!!
1
28/03/2018 00:40
Prachtig artikel, wat mooi om te lezen.
ZiaRia tegen Yneke
28/03/2018 05:33
1
27/03/2018 19:49
Een mooi verhaal met een moraal, graag gelezen.
1
27/03/2018 08:40
Mooi verhaal met plezier gelezen
1
27/03/2018 08:30
Prachtig sprookje, met veel wijsheid.
1
27/03/2018 08:13
Mooi verhaal!
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert