Het Paradijs lijkt hem plots pijnlijk ver weg.

Door Theun50 gepubliceerd in Verhalen en Poëzie

Wolken muggen belagen hem als hij in de buurt van de bosvijver komt. Maar door poëtische vergelijkingen over natuur en zijn rondkolkende gevoelens, is hij helemaal niet in de stemming voor muggen. Met zwaaiende armen, om muggen af te schrikken, botst hij tegen een vermolmd houten hekje dat het bospad scheidt van de begroeide waterkant van de bosvijver. Onhoorbaar scheldend loopt hij richting de oever. Tussen de waterlelies ziet hij kringen van talloze watervliegjes en torretjes in het stilstaande water. En overal doordringende geluiden van vogels, afgewisseld met gezoem van de muggen. Alles bij elkaar een natuurorkest dat speciaal voor hem concerteert.

Boven de bomen verschijnen donkere wolken van naderende regenbuien. Aan de rand van de bosvijver staart hij naar de overkant. Ogenschijnlijk doelloos en dromerig beleeft hij het bos.
Windvlagen wiegen krakende takken van oude eikenbomen. Weer staart hij voor zich uit en laat hij zijn blikken dwalen over kluiten, wormen en hondenpoep.
“De verstedelijking slaat ook hier toe”, denkt hij. Aan een graspol maakte hij zijn schoen schoon.
Door de bomen ziet hij restanten avondzon. In de verte ziet hij de eerste avondlichten van de provinciestad. Maar ook de eindeloze lichtbundels van auto’s die tegen de hemel aanstrijken.
“Vuurtorens van blikken schepen op eindeloze wegen”, overweegt hij. Geheime genoegens wellen weer in hem op, zoals zijn voorliefde voor frisse boerenvrouwen. Als stadse jongen was hij snel verliefd op boerenmeisjes. Een afwijking, die hem onschuldig voorkomt. 

Al wandelend schieten hem eindeloze reeksen beelden van vroeger te binnen, waar hij zichzelf vaak starend en dromerig aantrof aan de oevers van meertjes, sloten en vijvers. Wonderlijk, want zo dichterlijk en gevoelig is hij helemaal niet. Eigenlijk was hij, en nog, in gezelschap vaak de lompe stadsboer, maar wel altijd eerlijk. Maar niemand mocht hem, ook de boerenmeiden niet.
Alle angstige jeugdbeelden komen weer langs, terwijl hij vol frustratie de muggenbulten op zijn bovenarm openkrabt. Direct denkt hij terug aan zijn beloften voor de toekomst.
Een warme wolk van heerlijke geuren omgeeft hem. Het paradijs lijkt nabij. Hij ziet kleurige lichtflitsen boven zich. Overal rond hem is er purper licht. “Waarom juist die kleur”, denkt hij nog, terwijl hij zich bewust voorover buigt.
Het Paradijs lijkt hem plots pijnlijk ver weg.
Heel ver weg.

Theun50, 2018.

 

11/03/2018 11:07

Reacties (4) 

2
11/03/2018 14:37
Dit lijkt mij net het omgekeerde van wat Yneke in de natuur beleeft.
Een 'stadsmens', dat kan niet missen.
2
11/03/2018 14:39
Dat heb je heel goed opgemerkt.
1
11/03/2018 12:55
Misschien was het wel heel dichtbij....
11/03/2018 13:30
Kan ook natuurlijk. Het is maar hoe je het benaderd.
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert