Wildplukken in maart 2018

Door Gymbo gepubliceerd in Dieren en natuur

Wildplukken is niet nieuw, zelfs de pre-historische mens leefde van planten, vruchten en bessen die hij zocht en vond in de natuur. Vroeger leefden de mensen ook dichter bij de natuur en wisten perfect waar en wanneer bepaalde dingen uit de natuur eetbaar waren, welke geneeskrachtig waren of waar ze thee of soep van konden maken. Er zouden in onze streken zo ongeveer 10.000 eetbare wilde planten moeten voorkomen. Planten, bomen, paddenstoelen, eetbare wortelen, groenten of vruchten. De meesten zijn relatief makkelijk te vinden in het bos, in het park of zelfs je eigen tuin. Tegenwoordig is wildplukken terug in. Mensen trekken de natuur in met als doel bepaalde bladeren, bloemen of zaden te zoeken voor consumptie. Meer en meer verschijnen er ook boeken over wildplukken in de handel. Toch enkele belangrijke regels waar je je aan moet houden. Pluk nooit teveel van een plekje, geef planten de kans om te groeien. Pluk enkel voor jezelf en was alles goed af. En misschien wel de allerbelangrijkste is weet wat je doet. Jezelf goed informeren is de boodschap. Zeker met sommige planten en paddenstoelen is het uitkijken. Ben je niet zeker dat het eetbaar is dan blijf je er van af.

 

          b953dccff4397a61ac2ffffbaff1fb4b_medium.

 

Wildplukken in maart

Maart, na de ijskoude van afgelopen dagen zou je het niet zeggen maar eindelijk komen de eerste warmere dagen piepen, het zonnetje toont al voorzichtig zijn eerste warme stralen. De dagen worden ook stilaan langer en dat merk je in de natuur. Plantjes en bloemetjes worden stilaan wakker en het aanbod gaat nu stilaan groeien.  Volgende planten kan je nu vinden en gebruiken:

 

Akkerdistel : (maart – mei)

Distels nodigen niet meteen uit tot aanraken laat staan tot opeten. Toch zijn distels heel voedzaam en bevatten veel vocht. De wortels kan je rauw eten maar ook drogen en tot meel vermalen. Als je de stekels verwijderd kan je de jonge bladeren heel goed eten, de smaak gaat richting witte kool/bloembool. Ook de jonge scheuten kan je schillen en je houdt er een sappige selderij-achtige rauwkost aan over.

Barbarakruid : (januari – december)

Barbarakruid kan je vrijwel gans het jaar vinden. De bladeren zijn eetbaar en bevatten veel vitamine C. Je kan de jongepittige barbarakruid blaadjes dus goed verwerken in salades. De blaadjes kan je ook koken als alternatief voor bladspinazie. Van de blaadjes kan je ook thee maken.

Berk : (maart – juni)

De berk is met zijn ruwe witte stam een heel herkenbaar element in de natuur. De berk is vooral bekend omwille van zijn sap. Zodra de dagen wat warmer worden stroomt het berkensap door de boom, dit kan je aftappen door een klein gaatje in de stam te boren. Het sap bevat vooral water en suikers, maar ook vitamine C en etherische oliën. Berkensap kan je zo drinken of er wijn van maken. Ook het jonge blad is eetbaar, je kan het gebruiken als vervanger van sla in een lente slaatje

Boerenwormkruid : (februari – oktober)

Met boerenwormkruid moet je toch oppassen en niet teveel van gebruiken. De bladeren kan je thee van trekken, deze is worm afdrijvend en goed voor het spijsverteringsproces. Enkele fijngesnipperde blaadjes smaken lekker in een omelet of pannenkoek.

Daslook : (november – mei)

Daslook is een winter- en lenteplant bij uitstek. Daslook is ook een erg lekker plantje, van smaak zit het een beetje tussen knoflook en ui in. Daslook is lang een beschermde plant geweest die je niet mocht plukken. Vanaf eind februari komen de blaadjes piepen, deze kan je verwerken in salades, soepen, marinades of pesto.

Esdoorn : (januari – december)

Ook uit de esdoorn kan gans het jaar gewonnen worden. De binnen schors in eetbaar. Je kan deze drogen en vermalen tot meel. Van dit meel kan je dan weer van alles bakken. Je kan ook voorzichtig reepjes snijden uit de bast en koken als spagetti. In het voorjaar heeft de es, net zoals de berk, een sterke sapstroom en kan je van februari aftappen, het sap kan je zo drinken, een siroop van koken of wijn van maken.

Fluweelpootje : (oktober – maart)

Het fluweelpootje hoort bij de eetbare paddenstoelen. Hij wordt heel vaak gebruikt in de Aziatische keuken. Zijn smaak is zoetzuur en is perfect voor een soep maar kan ook rauw in salades gebruikt worden. Je kan het fluweelpootje vooral vinden op loofbomen zoals els, iep of wilg maar wordt ook al lange tijd gekweekt.

Framboos : (maart – september)

De framboos is een struik die vrijwel in gans Europa in de natuur voorkomt en is al eeuwen een voedselbron voor de mensen. Iedereen kent wel een plekje waar je de kleine rode zoete vrucht kan plukken. Frambozen worden al sinds de middeleeuwen geteeld maar er zijn genoeg plekken waar je wilde frambozen kan plukken. De jonge framboosblaadjes kan je plukken en een lekkere gezonde thee van trekken.

Gaspeldoorn : (maart – september)

De immer groene gaspeldoorn kan in zijn bloeitijd heelder velden helder geel kleuren. De struik is een overdadige bloeier en is een echte bijenmagneet. Reeds van in de middeleeuwen gebruikte men de gaspeldoorn, niet om op te eten maar wel werden zijn doorns gebruikt om kleding te sluiten. Met gaspeldoorn moet je voorzichtig zijn, de plant bevat het giftige cytisine. Maar met mate kan je de prachtige bloemen zonder probleem gebruiken om een slaatje wat extra kleur te geven.

Gehoornde klaverzuring : (maart – oktober)

Gehoornde klaverzuring is een klein maar erg woekerend bordeau kleurig klavertje met geel bloempje. Oorspronkelijk was het een zeldzaam onkruid dat je op akkers kon tegenkomen maar sinds de 19e eeuw aan een enorme opmars begonnen in Europa. Tegenwoordig groeit het ook in steden, gewoon tussen de straattegels. De plant is een stevige woekeraar die moeilijk te verwijderen is. De blaadjes kan je, hoewel zurig als een citroen, eten. Je kan ze in een salade verwerken. Veel beter zijn de blaadjes in een kruidenthee.

Gele kornoelje : (februari – maart en juni – augustus)

De gele kornoelje is een van de weinige winterbloeiers, reeds in februari kleurt de boom helemaal geel. De bloemen kunnen gegeten worden in salades of gedroogd voor thee. De bladeren van de gele kornoelje kan je drogen en lekkere kruidenthee van zetten.

Gevlekt longkruid : (maart – mei)

Gevlekt longkruid is een redelijk populaire tuinplant, vooral omwille van zijn speciale bloemen. De plant begint reeds vroeg in de lente te bloeien met roodachtige trompetbloemen die later blauw tot paars verkleuren. In de geneeskunde gebruikt men longkruid vooral bij behandeling van, hoe kan het ook anders longziekten. De jonge blaadjes van gevlekt longkruid zijn decoratief en lekker. Je kan ze gebruiken in sla of in soepen. Je kan ook thee trekken van de blaadjes. Ook de bloemen zijn eetbaar, ze hebben een frisse komkommerachtige smaak.

Gewone smeerwortel : (februari – november)

De gewone smeerwortel is een veelvoorkomend onkruid op Europese graslanden, Valt vaak ook op door zijn ruwe bladeren en stengels. Ook opvallend is zijn bloeiwijze. De hangende wit tot roodpaars kleurende klokjes kreigen vaak insecten op bezoek. Kleine insecten moeten vaak een gat boren in de kroonbuis zodat ze de nectar kunnen stelen. Deze diefstal laat dan een bruine rand achter. De plant houd wel van een vochtige omgeving, je kan hem dan ook meestel aantreffen langs de oevers van rivieren en beken, in ruige (riet)moerassen en wegbermen. Het is een woekeraar en overlever die elk voorjaar weer terugkomt en je hebt deze liefst niet in je tuin. Enige eetlare deel van de gewone smeerwortel is het blad en wortel. Omwille van de bladstructuur moet je het blad in kleine stukjes snijden voor je ze rauw kan eten. Jonge scheuten kan je ook koken en eten zoals asperges. Van de wortel kan je thee trekken.

Gewoon biggenkruid : (januari – december)

Biggenkruid kan je vrijwel gans het jaar vinden. Het blad kan je eigenlijk gans het jaar in salades verwerken. Maar de smaak is toch fijner in het voorjaar. De blaadjes kan je ook stomen of koken. Ook de wortels zijn bruikbaar. Je kan ze eten maar ook roosteren en gebruiken als atlernatief voor koffie.

 

            f27d17dff51a72d3b0e7718f9be3cfb2_medium.

 

Grote brandnetel : (januari – december)

Als kind leer je dat je best van brandnetels kan afblijven, maar eigenlijk is de brandnetel een heel gezonde groente. Uit fijngehakte, jonge stengeltoppen kan je ook een heerlijke salade bereiden. De bladeren kan je samen met andere groenten koken of klaarmaken als spinazie. Brandnetels hebben op zich geen echt sterke smaak maar ze zijn zeer gezond. Ze bevatten veel vitamine C. Je kan er ook bier van brouwen en thee van zetten.

Grote klit : (april – mei / september – februari)

Grote klit of ook grote klis is niet zo populait in Europa maar in Azie is de plant wel populair als eetbare plant. Het eerste jaar zijn de wortels van de grote klit eetbaar, de smaak gaat richting  asperge /pastinaak. Je kan de wortel ook drogen en gebruiken als thee.

Herderstasje : (januari – december)

De meeste mensen zien het herderstasje als onkruid doch is het een heel nuttig en geneeskrachtig plantje. De jonge bladeren zijn eetbaar en kan je in salade gebruiken of thee van maken, deze werkt vocht afdrijvend.  Je kan ze ook koken, ze smaken naar kool. Ook van de witte bloemetjes kan je thee trekken of zo opeten.

Hondsdraf : (maart – september)

Het altijdgroene hondsdraf is een prachtige bodembedekker. Maar helaas ook een onkruid dat stevig kan woekeren in je tuin, liefst op schaduwrijke plekken. Het kleine plantje kan je veelal vinden in de buurt van brandnetel, ze stimuleren elkaars groei. De blaadjes van hondsdraf kan je rauw eten in salades maar ook gebruiken in spinazie. De blaadjes kan je ook drogen en gebruiken om thee van te trekken. Je kan ze ook slowjuicen, het sap van hondsdraf is lekker om drinken. De kleine blauwpaarse bloemen kan je perfect gebruiken om een lenteslaatje wat extra kleur te geven.

Japanse duizendknoop : (maart – mei / juni)

Japanse duizendknoop is een invasieve soort in Europa. Maar de plant die oorspronkelijk uit Oost Azie doet het heel goed in deze streken, te goed meestal. De plant is een echte woekeraar, breidt zich enorm snel uit en is bijna niet kapot te krijgen. Wortels verschuilen zich meters diep onder de grond, kan goed tegen de koude en relatieve ongevoelig voor bestrijdingsmiddelen. De wortel van de plant is een bron van resveratrol, de werkzame stof tegen tumoren en kankers. De scheuten van de japanse duizendknoop kan je eten, de smaak gaat richting rabarber. Je kan ze koken, stomen en net zoals rabarber verwerken tot jam. Je kan deze ook als groente eten.

Judasoor : (januari – december)

Judasoor is vrijwel gans het jaar beschikbaar. Je kan hem meestal aantreffen op de vlierstruik, liefst op oude of afgestorven stammen.  Deze zwam is heel populair in soepen en heel aanwezig in Japanse en Chinese keuken. Verder heeft judasoor ook een medische werking. Het gorgelen van een theeaftreksel met judasoor zou heel efficient zijn bij keelontsteking.

Kaal knopkruid : (januari – december)

Het kaal knopkruid zien velen als een hardnekkig onkruid in hun tuin maar het is best eetbaar. De jonge blaadjes en steeltjes kan je gemakkelijk in een salade of pesto verwerken. Je kan de bladeren ook kort koken als alternatief voor spinazie. Gedroogde bladeren kan je dan weer gebruiken als soepkruid. Het is zelfs mogelijk de bladeren te juicen en het sap te drinken.

Kleefkruid : (februari – oktober)

Velen  beschouwen kleefkruid als zeer hardnekkig onkruid, het blijft maar woekeren in de tuin. Maar kleefkruid is geneeskrachtig. Rauw eten kan je beter vermeiden, de plant is redelijk bitter en de blaadjes heel kleverig, maar je kan kleefkruid wel koken en eten als groente of samen met spinazie in puree verwerken. Van de blaadjes kan je ook gezonde groene thee zetten.

Kleine bosaarbei : (maart – november)

De kleine bosaardbei is de tegenhanger van de geteelde aardbei. De aardbei word al sinds de bronstijd door mensen gegeten en behoort al duizenden jaren tot het plantaardig erfgoed in onze streken. De kleine bosaardbei groeit vooral, zoals de naam het aangeeft, vooral in bosgebied maar wordt tegenwoordig ook in tuin aangeplant als bodembedekker. De bladeren zijn eetbaar en kan je in een salade verwerken maar populairder is om de bladeren te gebruiken in vruchtenthee.

Kleine pimpernel : (maart – september)

De kleine pimpernel is ook beter bekend als bloedkruid vanwege zijn bloedstelpende eigenschappen. In de Middeleeuwen dronken soldaten een pimpernel aftreksel voor ze ten strijde trokken in de hoop dat hun wonden minder hard zouden bloeden. De plant heeft heel mooie kleine rode of roze bloemetjes die absoluut niet misstaan in je siertuin. De blaadjes van de kleine pimpernel zijn met hun iets zurige notensmaak een echte aanrader in een fris slaatje. Maar je kan de blaadjes ook gebruiken in sausjes, stoofschotels en wildschotels.

Kleine veldkers : (februari – april)

Bladeren en bloemen smaken als tuinkers. Je kan ze dus gebruiken als smaakversterker of in salades. Of om kruidenboter te maken.

Klein hoefblad: (februari – juni)       

De jonge blaadjes kan je rauw eten in salades maar ook in je soep verwerken als soepgroente. Zowel van verse als van gedroogde bladeren (al dan niet met de bloesem) kan je thee  zetten.  Ook de anijsachtig smakende bloemetjes kan je in salades verwerken. In sommige streken maken ze er ook siroop of jam van.

Klein Kaasjeskruid : (januari – december)

Ook kaasjeskruid kan je gans het jaar tegenkomen in de natuur. Kaasjeskruid heeft een geneeskrachtige werking bij infecties op de luchtwegen. De jonge bladeren kan je rauw eten in salades maar je kan de bladeren ook koken en eten zoals bladspinazie.

Kraailook : (januari – december)

Kraailook is een wilde looksoort die je eigenlijk gans het jaar kan oogsten. Van smaak lijkt kraailook op bieslook en je kan er ook hetzelfde mee doen. De knolletjes kan je gebruiken als ui. Je kan ze bakken of verwerken in je maaltijden maar ook fijn snijden en in salade gebruiken. Het blad kan je net zoals bieslook fijn snipperen en gebruiken in salades.

Kruldistel : (maart – september)

Kruldistel is algemeen verspreid over gans Europa. Al van uit de Middeleeuwen zijn de medische eigenschappen van de plant gekend en vrijwel alle delen van de plant worden gebruikt in medische preparaten. In vele gevallen kunnen ook aftreksels gamaakt worden van gedroogd kruldistel blad of wortel. Het jonge blad is enorm gezond om rauw te eten in een vitamine lenteslaatje. Je kan de bladeren ook koken of slowjuicen.

Linde : (maart / april – juni / augustus)

De linde is een in Europa veelvoorkomende loofboom. Het is ook een heel belangrijke, zelfs heilige boom. Sinds de Kelten heeft de boom een status en werd hij doelbewust aangeplant. De boom is toegewijd aan Freya, godin van liefde en vruchtbaarheid. In tegenstelling tot andere loofbomen bloeit de linde laat op het seizoen, dat maakt hem een belangrijke voedingsbron voor bijen en hommels. Niet enkel voor dieren maar ook voor de mens is de linde een voedingsbron. De jonge blaadjes van de linde zijn eetbaar en blijken heel voedzaam. Je kan ze rauw eten. Je kan net zoals bij de berk sap aftappen uit de bast van de linde, dit kan je zo drinken of lindewijn van maken.

 

            a424d00162eb1a8a158e7886caf4a3dd_medium.

 

Lisdodde : (november – juli)

Voor lisdodde moet je de waterkant opzoeken, in de zomer zijn het de grote bruine sigaren die de waterkant kleur geven. De wortels kan je koken. De wortelstokken bevatten heel veel zetmeel, deze kan men bakken op een open vuur of op hete kolen as.Gedroogde wortels van Lisdodde kan je tot meel vermalen en gebruiken om allerlei dingen te bereiden. Vanaf maart krijgt de lisdodde jonge scheuten. Deze jonge witte scheuten kan je als een soort asperge eten maar ook wokken. Lisdodde kan je ook rauw gebruiken in salades in plaats van komkommer. Ook kan je lisdoddesoep maken van de scheuten.

Look zonder look : (maart – oktober)

Look zonder look is bij vele mensen een van de bekendste eetbare plantjes, het is ook algemeen verspreid in deze contreien. Het is een plant die je in vele bossen en parken aantreft. De plant wordt ook al eeuwen gebruikt, er zijn aanwijzingen dat de plant al sinds 6000 vC gekend en gebruikt werd. Tot in de late middeleeuwen stond look zonder look in vrijwel elke moestuin. De wortel kan je uitgraven en gebruiken in soep, de smaak gaat richting raap, je kan de wortel ook gewoon koken. De mogelijkheden met het blad van look zonder look zijn eindeloos. Je kan ze fijnhakken en rauw eten in salade. Heel fijn in zelfgemaakte pesto. De bladeren kan je gebruiken als smaakversterker in je dagelijks eten, de smaak gaat richting mosterd. Ideaal is om ze te verwerken in omelet of quiche.

Maarts viooltje : (januari – december)

Het maarts viooltje was al bekend bij de oude Grieken als geneeskrachtig. Vooral het paarskleurige viooltje heeft medische eigenschappen. De blaadjes kan je rauw  eten in een salade. Maar je kan er ook thee van trekken. Maar de blaadjes werden ook gebroken gebruikt om zwellingen te verminderen. De wortel is een heel efficiënt braakmiddel, dus niet zomaar opeten. De bloemen van het maarts viooltje kan je in een vrolijk gekleurd bloemensalade stoppen. Ook van de bloem kan je  thee van trekken of hoestsiroop van maken (met rietsuiker

Madeliefje : (januari – december)      

Dit mooie kleine plantje staat bijna gans het jaar, behalve de vriesperiode, in bloei. Het madeliefje kan je ook heel gemakkelijk vinden. Bijna iedereen weet dat het  madeliefje eetbaar is. De jonge blaadjes kan je plukken en in salade verwerken. Meest populair echter zijn de bloemen. De bloemknopjes die nog dicht zijn smaken wat nootachtig, eens geopend smaakt de bloem wat bitter. De bloemknopjes kan je inleggen en dan kan je ze gebruiken als alternatief voor kappertjes.

Moerasspirea: (maart – juli / oktober – januari)

Ook de moerasspirea stond al heel vroeg bekend om zijn heilzame eigenschappen. Het werd bij druiden erkent als een heilige plant. De jonge blaadjes hebben een komkommerachtige smaak en kan je in salades toevoegen. Maar je kan ze ook gebruiken als soepgroente of in een stoofpotje. Je kan van verse of gedroogde bladeren ook thee trekken.

Muurpeper : (januari – december)        

Muurpeper hoort bij de vetplantjes en is vrijwel gans het jaar vindbaar. Met muurpeper toch best oppassen en niet teveel van gebruiken. Je kan de bladeren rauw eten of koken maar de smaak is nogal sterk. Muurpeper kan je wel als specerij gebruiken. Dan moet je de bladeren drogen en vermalen. 

Nagelkruid : (januari – december)       

Eetbaar en geneeskrachtig. Nagelkruid is ideaal bij diarree. De wortel kan in stukjes snijden, daarvan kan je thee trekken. De wortel kan je ook drogen en fijnmalen, dan kan je nagelkruid ook gebruiken als specerij in plaats van kruidnagel. De wortel kan je gans het jaar oogsten. De bladeren zijn niet echt lekker maar wel heel gezond. Je kan ze rauw eten in salade of gebruiken in soep els groente.

Paardenbloem : (januari – december)

De paardenbloem moet een van de meest gekende eetbare bloemen zijn. Alles van de paardenbloem is eetbaar en gemakkelijk vindbaar. In de winterperiode kan je de wortels oogsten, deze kan je schillen en koken als groeten. De wortels kan je ook roosteren en malen om er paardenbloemkoffie van te maken. De jonge bladeren van de paardenbloem kan, hoewel ze redelijk bitter smaken, verwerken in salades.

Speenkruid : (februari – april / oktober – december)

Speenkruid staat bekend als een hardnekkig onkruid. De laag bij de grond groeiende plant kan een heuse groene mat vormen en andere plantjes volledig overgroeien. Het is met zijn gele bloempjes een echte voorjaarsplant. De kleine knolletjes kan je rauw eten maar je kan ze ook blancheren of kort frituren. De bloemknopjes van speenkruid kan je plukken en inmaken om ze als kappertjes te eten.

Sleedoorn : (maart / april – november / december)

Sleedoorn is een struik die van nature voorkomt in Benelux, je vind deze vooral langs bosranden maar word ook aangeplant als haag. Opvallend is dat de plant al in bloei kan staan nog voor er bladeren aankomen. Nog opvallend, de vruchten worden pas lekker als ze vorst hebben gehad. De eetbaarheid van sleedoorn is al zeker bekend sinds de Kopertijd, in de buik van Ötzi zijn sleedoornbessen gevonden. Zowel blad als de witte bloem zijn bruikbaar. Van de jonge blaadjes kan je thee trekken of sleedoornwijn maken. Ook van de bloemen kan je thee trekken, gedroogde bloemen in thee werken urineafdrijvend. 

Smalle weegbree : (maart – mei)

Al vele eeuwen staat smalle weegbree bekend als een eetbare en medicinale plant en wordt gezien als een van de oer groenten. Het is met zijn lange bladeren ook een van de meest herkenbare eetbare planten. Smalle weegbree is een algemeen veel voorkomende plant en veel mensen herkennen weegbree onmiddellijk. Toch blijkt dat niet zoveel mensen ook weten dat de bladeren van Smalle weegbree ook eetbaar zijn. Zeker de jonge bladeren zijn een bron van vitaminen en mineralen. Weegbree is een perfect konijnenvoer en het wordt soms ook konijnenblad genoemd. Het jonge blad kan je rauw eten maar ook gekookt of gestoomd. Je kan de bladeren ook gebruiken om thee van te trekken.

Tweestijlige meidoorn : (maart / mei / augustus – oktober)

De meidoorn is een redelijk veel voorkomende struik. Vanwege de doornen gebruikt men de struik vaak als afscheiding of haag maar de stuik komt ook in het wild voor, meestal aan een bosrand. De meidoorn is al sinds 16e eeeuw gekend omwille van zijn medische werking.

De hele jonge, lichtgroene blaadjes zijn nog mals en kan je eten.

Veldzuring : (februari – juni)

Veldzuring is een van die lekkere wilde groentes die je overal in europa kan plukken. Het is een enorm gezonde groente boordevol vitamine C. Veldzuring smaakt zurig, de smaak gaat richting rabarber. De plant staat veel in de buurt van brandnetel en heeft een helende werking op een brandnetelsteek. De bladeren van zuring kan je gebruiken in salades, soepen of verwerken in stamppot. Veldzuring wordt ook in Paling in’t groen gebruikt.

 

            e33df35a9fc9f54c363470af3978539f_medium.

 

Vogelwikke : (maart – november)

In de meeste bermen of graslvelden kom je vogelwikke tegen, vooral in de zomer vallen de rijkbloemige trossen met paarsblauwe bloemen op. Vogelwikke is de meest voorkomende vlinderbloemige in Nederland. Dankzij zijn ranken weet de plant zich soms metershoog op te werken in struiken. Wikke bevat veel nectar en is daarom heel populair bij bijen. Ook bladluizen zijn verzot op wikke., ze kleuren soms gans de stengel blauwgrijs. De zaden zijn dan weer populair bij vogels, vandaar waarschijnlijk de benaming vogelwikke.  Het blad van vogelwikke is eetbaar, je kan het als groente eten na 10 min. koken.

Vogelmuur : (januari – december)

Muur kan je vrijwel overal en gans het jaar vinden maar de beste periode is toch het voorjaar. Alles van muur kan je opeten, zowel het blad als de kleine witte bloemetjes. Je kan muur rauw eten in salade. Het  blad kan je ook kort koken en als groente eten maar je kan vogelmuur ook gebruiken om soep van te maken. 

Waterlelie : (september – april)

Waterlelies worden al generaties lang door de elite begeerd vanwege hun ongeëvenaarde schoonheid. Het is een van de mooiste waterplanten maar staat niet echt bekend als cullinaire delicatesse. Nochtans alles aan de waterlelie is eetbaar. De wortel en wortelstok zijn heel voedzaam. De knol van de waterlelie kan je verzamelen en koken als een aardappel. De bladeren kunnen als ze nog jong zijn gekookt worden en eten als groete.

Wilgenroosje :  (juli tot september / december – april)

Het wilgenroosje is een vrolijk plantje waarvan blad, bloem en wortel eetbaar zijn. De jonge scheuten en bladeren kan je in salade gebruiken. De jonge scheuten kan je ook 5 a 10 min koken, ze zijn een mooi alternatief voor asperge. Ook de jonge bladeren kan je koken als alternatief voor spinazie. Je kan de bladeren ook drogen en gebruiken om thee van te trekkken.

Wilde peen : (januari – december)

De wilde peen is de voorvader van onze gecultiveerde peen en dus zeer zeker eetbaar. Je kan de wilde peen ook overal in de natuur vinden. De witte wortel kan je, hoewel hij redelijk taai is, rauw eten of koken, net zoals onze gewone peen die we in de winkels vinden. Het loof van de wilde peen kan je gebruiken in soep of, hoewel het niet zo lekker is, rauw eten in salade.

Winterpostelein : (januari – december)

De blaadjes van winterpostelein kan je eigenlijk gans het jaar oogsten en ze zitten boordevol vitamine C. Postelein kan op vele manieren verwerken. Je kan de lichtzurige blaadjes rauw eten in salades maar je kan er ook posteleinsoep van maken. Je kan ook de blaadjes koken en posteleinpuree maken net zoals spinazie.

Zevenblad : (maart – september)

Zevenblad staat bij de meeste tuinliefhebbers gekend en met stip aangeduid als een vervelend onkruid. Het is een woekeraar waar je moeilijk van af raakt eens het in je tuin zit. Elk stukje wortel dat achterblijft bij het wieden zorgt voor een nieuw plantje. Zevenblad is het makkelijkst te herkennen aan het feit dat … elk takje 7 blaadjes heeft. Hoewel het plantje soms valsspeelt en er ook met 5 en zelfs 3 blaadjes zijn. Wat kan je met zevenbla meer doen dan je er dood aan ergeren? Simpel OPETEN! Zevenblad was vroeger een gekendeen belangrijke groente boordevol vitaminen, magnesium en calcium. Zowel de jonge als de oudere bladeren van zevenblad kun je dan ook in de keuken gebruiken in allerlei gerechten waar je ook spinazie voor gebruikt. In soep, salade en stoofschotels maar ook in een hartige taart is zevenblad een gezond bestanddeel.

 

            4dae8e2da3bd4b3b0898f7ccae00d655_medium.

 

Daar er meer dan 10.000 eetbare planten zijn in onze streken is dit artikel dus verre van compleet. Het is de bedoeling om het jaarlijks een update te geven en steeds verder uit te breiden

 

                                             © Gymbo 2018
                                             Pictures: Google

Zie ook 

 

Wildplukken januari 2018

Wildplukken februari 2018

Wildplukken maart 2018

Wildplukken april 2018

Wildplukken mei 2018

 

 

 

02/03/2018 21:23

Reacties (8) 

1
03/03/2018 09:48
Prachtig en leerzaam artikel, met veel interesse en plezier gelezen!
Gymbo tegen Yneke
03/03/2018 10:28
Ik blijf dit een heel interessant onderwerp vinden. Niet dat nu iedereen de natuur moet gaan plunderen. Ik vindt het wel leuk, als ik een plantje tegenkom dat ik er meer over weet, wat ik ermee kan doen,.
1
03/03/2018 08:26
Mooie eetbare natuurkalender!
1
Gymbo tegen ZiaRia
03/03/2018 10:31
Dank je.
2
03/03/2018 01:46
Ik waardeer je artikelen hierover. Als ik in de vrije natuur zou moeten overleven dan reik je me informatie aan die van belang is, maar ik hoef niet te overleven - alles wat ik/wij nodig hebben is te koop bij de groenteman, op de markt of in de supermarkt. We 'plukken' als overbevolkte mens de natuur al zo kaal laat het wildplukken a.u.b. geen hype worden!
1
03/03/2018 10:09
Idd, veel van wat we eten is in de winkels beschikbaar. Ik schrijf enkel een gids over alles wat je zou kunnen eten. Met de links kan je zelfs naar de planten zelf gaan voor diepere info. Ik ben ook een natuurmens, wil niet dat alles kapotgaat.
2
02/03/2018 23:12
Ik blijf er op tegen, vooral tegen het aansnijden en aftappen van bomen. Niet alleen dat de boom dood kan gaan als je het sap aftapt: ook al doe je het voorzichtig dan vraag je nog om schimmels en andere dodelijke parasieten. De bast weghalen vind ik helemaal een crime.
Brandnetels en ander onkruid (uit eigen tuin!) is geen probleem, maar wortels en bollen van wilde planten opgraven en weghalen wél.
1
03/03/2018 10:06
Ergens heb je gelijk, mijn doel is ook niet dat iedereen massaal in de natuur trekt om alles te vernietigen. Wel om een gids te schrijven wat er allemaal kan eetbaar zijn uit de natuur. Moesten ze in Oekraine een gids als dit gehad hebben tijdens de holodomor hadden meer mensen het misschien overleeft.
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert