Marcherende laarzen

Door Edwin Bruinooge gepubliceerd in Verhalen en Poëzie

Een verhaal, gebaseerd op een schets die ik jaren geleden voor een andere schrijfsite schreef. Nu een stuk uitgebreider. Ooit geschreven als schrijfopdracht.

 

Marcherende laarzen

Hij weet precies wat hij moet doen om me tot rust te brengen en me geborgen en geliefd te laten voelen. Ik hoefde hem niets te vragen, hij voelde gewoon aan wat ik nodig had. Een arm om mijn schouder, zijn hand die me daar teder streelde. Zijn andere hand die mijn hoofd tegen zijn schouder duwde. Zijn warme adem die met mijn haren speelde, zijn lippen die mijn voorhoofd beroerden, waardoor alle spanning uit mijn lichaam wegvloeide. Hij nam mijn gezicht in beide handen en ik zag zijn bleekblauwe rimpelomrande ogen me sussend toestralen. Een snelle kus, een tikje op mijn achterwerk en hij zei: ‘Kom, stap in, we gaan naar huis.’ Hij draaide zich om en beende op het knisperende kiezelpad richting onze auto. Ik staarde hem een seconde of wat na en besefte hoe ontzettend blij en gelukkig ik met hem ben.

7d2d9eaf4a6bea8b7211d24fc6914a15_medium.

Ik zit naast hem. Bomen, landerijen en bewijzeringsborden flitsen als in een roes voorbij. Mijn blik registreert alles wat er gebeurt op de A27, maar het dringt niet tot me door, alsof mijn geest zijn vitrages heeft dichtgetrokken. Tussen de langsflitsende auto’s zie ik de letters van de brief die we twee weken geleden kregen. Over de radio klinkt Bono’s ‘With or without you’ en een traan ontsnapt aan mijn ooghoeken.
Ik voel Patricks hand op mijn bovenbeen. Ik schrik wakker uit mijn mijmering en kijk hem vluchtig aan.
   ‘Mag ik meegenieten met je dagdromen?’, vraagt hij. ‘Volgens mij heb je het nodig’.
Ik knik en met een vleugje flauwe humor, om de pieken van mijn emoties af te vlakken, zeg ik dat hij dan wel beide handen aan het stuur moet houden. En weer snapt hij wat ik nodig heb. Met een pruillipje haalt hij zijn hand zogenaamd mokkend weg.
Twee weken geleden vonden we de brief bij de post. Het komt niet vaak voor dat we post krijgen met een donkere rand om de envelop. Mijn ouders leven niet meer en met die van Patrick hebben we bijna dagelijks contact. Vrienden en kennissen zijn net als wij tussen de veertig en vijftig en in onze beleving moeten ze nog jaren mee kunnen gaan. De brief was bovendien aan mij gericht. Tijdens het openmaken overviel me de gedachte dat het eigenlijk maar één persoon kon zijn. Bijna had ik het niet aangedurfd, maar ik zette toch door. Mijn gedachte bleek een juiste: het was inderdaad mijn oom Jurgen die overleden was.

5e9b6dfdbb7fb384cf3d4228d770f282_medium.

   ‘Wat wij nalaten aan de wereld en vooral de manier waarop, daaraan kan iedereen zien uit welk hout wij zijn gesneden’. Dat waren de woorden die mijn oom Jurgen bij mijn promotie uitsprak. Ik weet het nog zo goed, net zoals ik heel goed weet wat hij bedoelde maar niet met zoveel woorden zei. Dat hij enorm veel respect voor me had, hoe ik naast mijn promotie-onderzoek ook de zorg voor mijn doodzieke ouders op me genomen had. Hoe ik naast mijn werk en mijn zorgverplichtingen mijn eigen privéleven in de pauzestand had gezet, niet omdat het van me werd verwacht, maar juist omdat ik het zelf wilde en er ook vrede mee had. En nu ik me eindelijk doctor in de Vergelijkende Literatuurwetenschappen mocht noemen, was dit succes de nalatenschap van mijn ouders, en mijn doorzettingsvermogen en toewijding waarmee ik ze nog een laatste paar mooie jaren had kunnen geven, mijn nalatenschap aan hen. Oom Jurgen, zelf kinderloos, begreep dit als geen ander. Hoe vaak was hij in die jaren niet spontaan binnen komen wandelen en had hij me semi-samenzweerderig een envelop in de hand gedrukt, altijd met de woorden ‘Ik wil hier geen gelul over; jij hebt een traktatie verdiend.’ Altijd was het een meer dan behoorlijk bedrag en altijd moest ik plechtig beloven dat ik het niet op een spaarrekening zou zetten, maar het ook echt uit zou geven.

58af21b791ed6be728e1f5ec083ac41a_medium.

Patrick glimlacht lief naar me als ik deze herinneringen ophaal.
   ‘Toch vind ik het jammer dat ik hem niet zo vaak heb gezien’, verzucht hij. ‘Ik weet hoe belangrijk hij voor je was, zeker in je studentenjaren, toen je ouders echt ziek begonnen te worden. Die paar keer dat ik jullie samen zag, was de band tussen jullie gewoon voelbaar. Dat was écht mooi om te zien.’
Het klopt wat Patrick zegt. Oom Jurgen, geboren in 1920, was toch al in de tachtig toen ik Patrick en zijn twee kinderen leerde kennen. Hij probeerde het te verbergen, maar de ouderdom begon toch echt vat op hem te krijgen. Hij was niet langer meer de grijze, maar toch vitale gentleman die mij als jong ding zo vaak op sleeptouw had genomen, variërend van operabezoek, toneel of zelfs een grote anti-apartheidsdemonstratie, iets waar ik in mijn jeugdige overmoed helemaal in opging. Ik zie het weer voor me, hoe ik verhit mijn longen uit mijn lijf schreeuwde, terwijl hij alleen goedkeurend en vrolijk grinnikend toekeek.
   ‘En dan zo’n testament’, mijmert Patrick. Ik knik en kan even geen woorden uitbrengen. Ik, als enig levend familielid, heb zijn vermogen en zijn landhuis geërfd. We kwamen net van het notariskantoor; het testament en de beschrijving van de inboedel heb ik op mijn schoot gelegd. Gedachtenloos speel ik met het visitekaatje van de notaris.

740d1863f33deec2f9655690a1947f3f_medium.

Het is laat. We hangen nog wat na op de bank. Onze wijnglazen zijn nog gevuld. De kinderen liggen al op bed. Bart van tien jaar oud was wild enthousiast en wilde meteen weten of we nu rijk waren en of hij dan een nieuwe Playstation mocht. Clarissa van vijftien had hem boos de mond gesnoerd. Zij begon onderhand te begrijpen dat het niet slim en zeker niet fatsoenlijk was om alles wat je wilde ook stante pede te uiten. Bovendien was er iemand gestorven en een beetje respect vond zelfs zij als opstandige puber wel op zijn plaats. Maar Patrick en ik zagen ook wat anders. Het feit dat ze onzeker en bang was dat we nu naar een of ander huis in wat zij ‘de bush-bush’ noemde gingen verhuizen.

34cd3e39ef6ce47e5b57cce7e2864a63_medium.

   ‘Ik zal daar heel eerlijk over zijn’, had Patrick tegen zijn kinderen gezegd. ‘We weten het nog niet. We hebben het huis nog niet goed bekeken, dus we hebben geen idee in welke staat het verkeert en of verbouwen niet heel erg in de papieren gaat lopen. Kijk, Nieuwegein is best aardig, maar voelen jullie je hier nou echt thuis? Het huis ligt dicht in de buurt van Arnhem en dat is beslist geen foute stad. Valt meer dan genoeg te doen en prima te stappen en te shoppen.’ Dit laatste zei hij met het oog op zijn dochter. Toen zij hoorde dat oom Jurgen een stal en paardenwei naast zijn huis had liggen, was ze definitief gewonnen en zag ik twee felblauwe ogen onder haar paarse lokken met roze highlights enthousiast glimmen. Ik gaf haar een dikke knipoog en ze snapte dat ik daarmee wilde zeggen dat een eigen paard tot de mogelijkheden behoorde. Deze ochtend had ze voor het eerst ‘Mam’ tegen me gezegd. Ze was er zelf een beetje van geschrokken. Ik ook, maar het voelde heel goed.

9470b3d4bfd064ce4d371d8a5e04f87b_medium.

Patrick schenkt me nog eens in. Ik aai over zijn kale klets en moet lachen om zijn wilde grijze haren aan de zijkant van zijn hoofd. Ik denk aan onze eerste ontmoeting. ‘Net een Joodse verwarde dirigent of filosoof’, had ik toen gedacht. We waren aan de praat geraakt in een of ander dom gesprek over burgerlijkheid. Ik had vol vuur en vooral te veel wijntjes gedeclameerd dat er drie ultraburgerlijke plekken in Nederland waren waar ik nog niet dood gevonden wilde worden: Zoetermeer, Almere en Nieuwegein. Het was de ironie van het lot dat ik zes maanden later bij hem, net drie jaar weduwnaar, introk. In Nieuwegein nota bene.
   ‘Zullen we aanstaande zaterdag met zijn tweetjes eens gaan kijken?’, stelt hij voor. ‘Ik heb net zitten rekenen, zelfs als we kiet spelen met dit huis is er meer dan genoeg vermogen plus een betaalbare hypotheek mogelijk om de successierechten te betalen. Ik wil het echt serieus overwegen om te verkassen.’
   ‘Je gaat dan wel weg uit het huis waar je kinderen geboren zijn, realiseer je dat?’, vraag ik.
   ‘Als Bart en Claartje daar geen moeite mee hebben, dan ik helemaal niet’, zegt hij resoluut.

3b15b60953393a056b0d95e9c2b3a3af_medium.

Zaterdagmiddag rijden we over de N785 langs Velp als we in de buurt komen van oom Jurgens huis. De zon schijnt fel, maar de schaduwen van de vele bomen om ons heen houden het toch koel.
   ‘Een lommerrijk en zeer onoverzichtelijk terrein’, zingt Patrick.
   ‘Waarin men zich gelukkig prijst dat er geen leeuwen zijn!’, vul ik vrolijk aan. We lachen om onszelf. Hij aait me weer over mijn bovenbeen, neemt een laatste afslag naar links en we zijn er. De gietijzeren poort open ik en als we even later het grindpad oprijden zie ik het mooie witte landhuis waar ik vroeger wel eens kwam. Ineens vraag ik me af waarom mijn vader en zijn oudere broer nooit die innige band hadden die ik wel had. Ik heb het wel eens gevraagd, maar mijn vader mompelde dan maar wat. Volgens Patrick de typische reactie van de generatie die de oorlog heeft meegemaakt. Over emoties praat je niet.
Het huis ruikt minder muf dan ik had gedacht. Ik heb de gordijnen open gedaan, de ramen opengezet en de lakens van de zitbank gehaald. Patrick kijkt uit het achterraam en ik zie hem al een planning maken voor de tuin. Bart wilde graag een zwembad in de tuin. Er is ruimte genoeg, maar waarschijnlijk wordt het té duur. Het meubilair is ouderwets, niet qua vormgeving, maar wel wat betreft de bekleding.
   ‘Daar weet jij vast wel raad mee’, zegt Patrick. Nadat we onze koffie op hebben, bekijken we elke kamer. In ons hoofd ontstaat een nieuwe indeling en ik merk dat we eigenlijk geen overleg meer nodig hebben. Dit huis gaat ons bevallen en de kinderen ook. De schilderijen aan de wanden zijn niet helemaal onze smaak. Veel winterlandschappen. Ik ben wel gecharmeerd van de Aziatische kunst, waarschijnlijk een herinnering aan de tijd dat oom Jurgen in Korea gelegerd was, ver voor mijn tijd.

47a10318b4d058c0f5088b85a2072022_medium.

   ‘Nu alleen de zolder nog’, zegt Patrick. ‘En daarna, maar dat hoeft niet vandaag hoor, moeten we natuurlijk elke ruimte inwijden.’ Hij kijkt daar zo heerlijk ondeugend en jongensachtig bij dat ik weer helemaal wegsmelt. Ik knijp hem flink in zijn billen en zeg; ‘Komt helemaal goed, schatje, wees maar niet bang.’ Hij doet het weer, precies dat doen en zeggen waar ik op dit moment behoefte aan heb. Want ik voel het gewoon, dat ik dit huis als het onze heb geaccepteerd.
Samen bestijgen we de zoldertrap. Stof dwarrelt ons tegemoet, als wij het luik openen. Een muffe geur, deze zolderverdieping lijkt al eeuwen niet meer geopend. We kijken elkaar opgewonden aan: wat voor geheimen zijn hier verborgen? Ik ken de verhalen uit Patricks jeugd. De zolderverdieping van zijn grootouders was het perfecte speelterrein voor hem en zijn zus. Ze mochten er vroeger zelfs hun tentjes opzetten en overnachten. En nu hadden wij zelf zo’n zolder. Ik probeer een toekomstbeeld te zien, als wij zelf kleinkinderen hebben. Dan mogen ze dat ook.
We zien oude half vergane meubelstukken, afgedekte schilderijen, een tiental dozen. Ik open de eerste die ik binnen handbereik heb en zie oude tijdschriften, een paar boeken en een foto. Een vreemde foto van mannen in uniform. De uniformen komen me bekend voor, maar als ik het gezicht van oom Jurgen zie, lijkt het alsof iets in me alle informatie tegenhoudt. Mijn geest trekt geen vitrages dicht, maar werpt een muur op. Ik pak een van de boeken. En doe verschrikt een stap achteruit.
   ‘Wat is er?’, vraagt Patrick.
   ‘Kijk zelf maar’, stamel ik.

486e14ab5854e7a6a3bc8c1ff3083106_medium.

Hij pakt het boek uit mijn hand, blaast het stof weg en leest langzaam: ‘Johanna Haarer: Moeder, vertel eens wat van Adolf Hitler..?’
Hij eindigt vragend en kijkt me verbouwereerd aan. De rest van de doos bevat tijdschriften. Hele jaargangen Volk en Vaderland. Ik loop naar een van de schilderijen en haal het uit zijn verpakking. Anton Mussert staart me aan. Patrick loopt met open mond op me toe.
   ‘Wist jij dit’, vraagt hij.
   ‘Nee’, roep ik. ‘Ik kan dit niet rijmen. Mijn oom? Die altijd voor iedereen klaar stond? Met wie ik verdorie nog tegen apartheid heb gedemonstreerd?’
Patrick opent een grote zak. Twee grote laarzen en een uniform haalt hij eruit. Hetzelfde uniform als op de foto. De geschiedkundige in hem neemt het over. Zijn stem is emotieloos en klinkt staccato als hij het uniform keurend door zijn handen laat gaan.
   ‘Waffen-SS. Wiking-Standarte. Uniform van een Hauptscharführer. Wiking- Standarte was betrokken bij de strijd om Leningrad en later Kiev. Waar ze hele slachtpartijen hebben aangericht. Onderscheiden met das Eiserne Kreuz.’ Hij kijkt me onbeweeglijk aan.
Ik kijk naar de foto, naar mijn nog jonge oom die vol bravoure in de camera lacht. Zijn ogen raken me. In mijn hoofd hoor ik marcherende laarzen langs een modderige weg vol lijken.

09bba6a0a6f5e944d20f9c75bf7d3a86_medium.

Patrick blijft me onbeweeglijk aanstaren. Dit keer doet hij het niet. Dit keer voel ik geen arm om me heen en rust mijn hoofd niet op zijn schouder. Dit keer kan hij de spanning niet wegnemen. Ik hoor de woorden van oom Jurgen bij mijn promotiefeest weer. En vanbinnen breek ik.

 

11/02/2018 09:58

Reacties (17) 

12/02/2018 13:13
ernstige confrontatie met het verleden, goed verhaal
2
11/02/2018 20:35
Goed geschreven verhaal. Dacht eerst even dat de schrijver een homo relatie beschreef, doch had het al verder lezende door hoe het n elkaar stak.
1
12/02/2018 09:03
**ligt in een deuk**
Komt dat omdat hier zoveel mensen over zichzelf schrijven dat point of view een automatisme wordt?
1
11/02/2018 17:01
Inderdaad heel knap geschreven. Ik herinner me dit verhaal nog wel.
Ik moest eerst enkele keren resumeren voordat ik begreep dat 'ik' een vrouw was. Niet dat het niet ook een homo-relatie had kunnen zijn, maar nu valt het wel op z'n plaats.
Tja, wat een schrikbarende confrontatie met het verleden.
Een jeugdzonde? De tijd van toen?
Niet alle SS'ers waren beesten trouwens. Vaak werden ze geselecteerd op uiterlijk en hadden dan nauwelijks een kans om zich daaraan te onttrekken, in elk geval in Duitsland niet. Er zaten ook SS'ers in het verzet, niet veel, maar toch. Mens...
1
11/02/2018 20:44
[[Deleted]]
1
11/02/2018 23:18
Er is een heel groot verschil tussen de 'gewone' SS en de Waffen-SS.
De gewone SS (al sinds 1928!) kwam voort uit de knokploegen van de NSDAP: dat waren de echte nazi's en Jodenhaters. Die werden later vooral ingezet in de KZ's, ook in de bezette gebieden.

De Waffen-SS werd pas in 1938 opgericht en viel onder de algemene Wehrpflicht.
Ik heb enkelen gekend die alleen maar aan de SS-selectie waren ontkomen omdat ze een bril droegen. Ze recruteerden ze vanaf 1938 ook meteen uit de Arbeitsdienst: jongens vanaf 17 jaar oud, boven de 1,80 m lang, goed in sport en liefst blo...
1
12/02/2018 09:02
Grappig, Leonardo had dat blijkbaar ook. Te veel autobiografisch geschrijf op deze site? ;-)

Ik geloof ook dat er veel meer grijstinten zaten tussen zwart en wit. Lang niet elke SS-er was een simpele soldaat die alleen maar bevelen volgde, maar ook lang niet iedereen was een Heydrich.
1
11/02/2018 15:26
Top!
Heerlijk om te lezen. Komt er nog meer?
1
12/02/2018 08:58
Geen vervolg, hopelijk wel andere verhalen als ik de tijd ervoor wil en kan vrijmaken.
12/02/2018 10:53
Ik kijk er naar uit.
1
11/02/2018 12:32
Je raakte me door de eerste alinea, kreeg er een heerlijk gevoel bij en het verhaal bleef pakken maar dat heerlijke gevoel is verdwenen ...... hoe krijg je het voor elkaar zo 'smooth' die overgang. Prachtig geschreven!! Ik denk niet dat ze er nog willen wonen.... hahaha kijk ik leef even verder mee met de karakters en wacht dan maar geduldig op een vervolg.
1
12/02/2018 08:58
Ik hou van contrasten en ik hoef niet lief te zijn voor mijn hoofdpersonen. ;-)

Mijn laatste verhaal is wat overgang betreft nog ietsje erger. ;-)

Nee, een vervolg gaat niet komen. Ik denk dat jouw gedachten wel kloppen, trouwens.
1
11/02/2018 11:28
Goed geschreven! Beleef het gewoon terwijl ik lees. Heel intens. Mooi dat je het weer plaatste.
1
12/02/2018 08:56
Ik wil weer verhalen gaan schrijven en kwam deze weer eens tegen. Het begint weer te kriebelen. Misschien omdat het lente wordt? ☺
13/02/2018 12:04
ik ben blij dat jij weer schrijven gaat ;-)
1
11/02/2018 10:53
Mooi verhaal,
1
12/02/2018 08:55
Thank you! ☺
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert