Gruwelijke rit naar het zuiden 28.

Door Leonardo gepubliceerd in Verhalen en Poëzie
Vervolg op deel 27:http://tallsay.com/page/4294995418/gruwelijke-rit-naar-het-zuiden-27

              cba7232390ec273180fedc14b5a4b217_medium.

 

Gruwelijke rit naar het zuiden 28.

                       

Deel 28

Onverwacht telefoontje van thuis…

Toen we ’s morgens wakker werden van een flauw zonnetje dat door de beslagen ruiten van de auto viel en ik op mijn horloge keek, bleek het reeds tien uur te zijn.

   Om ons heen was het een drukte van belang.

   Vrachtauto’s reden langzaam langs onze auto terwijl we stemmen van kinderen hoorden, achter ons, bij de boottrailer.

   Ik richtte me wat op en maakte een van de beslagen ruiten wat schoon.

  ‘Wat doe je,’ vroeg een slaperige stem achter mijn rug.

   Een tweetal handen trokken me vervolgens voorzichtig achterover, waarna mijn hoofd op een stel stevige borsten neerkwam.

  ‘Lieve schat, luister eens,’ begon ik.

   Doch ik kreeg geen gelegenheid mijn zin af te maken. Ze trok mijn hoofd naar zich toe en drukte haar mond plotseling stevig op de mijne, terwijl haar vurige tong de mijne speels beroerde. Ik drukte haar na een goede minuut iets van me af en maakte me vervolgens vrij uit haar armen.  

  ‘Kom schat. We moeten nu echt verder. We kunnen hier niet blijven staan met onze auto en die lange aangekoppelde boottrailer. Daarbij blokkeren we ook een beetje de afrit van de parkeerplaats. Laten we ons nu maar snel aankleden en vervolgens weer doorrijden.

   Ze streelde me met haar rechterhand over mijn hoofd.

  ‘Kunnen we niet nog eens keer van elkaar genieten,’ fluisterde ze. ‘Al is het maar heel even. Gewoon even een vluggertje?’

  ‘Nee. Kom op,’ zei ik glimlachend tegen haar. ‘Vooruit, u rap aankleden.’

  ‘Jammer,’ glimlachte ze. ‘Ik heb anders best nog wel zin in een partijtje vrij worstelen.’   

  ‘Ja, ik zou ook nog wel een keer willen. Maar dat bewaren wel tot een andere keer. We staan trouwens ook helemaal te kijk, gezien al die toeristen die om de auto en de boottrailer heen lopen te dralen.’

  ‘Kunnen we niet ergens samen naar toe. Gewoon om nog een dag of twee van elkaar te kunnen genieten.’  

  ‘Nee, dat lukt niet, schat.  Ik moet trouwens ook zo snel mogelijk  Helène bellen waar ik blijf. Anders zit ze in spanning en denkt ze dat me wat ernstigs is overkomen.

  ‘Ja, je hebt gelijk,’ zuchtte ze.  ‘Mijn excuses. Ik stelde me gewoon wat aan.’

  ‘Welnee. En je hoeft je toch niet tegen mij te excuseren,’ antwoordde ik met een glimlach, terwijl ik een poging deed om mijn jeansbroek, al liggende, weer aan te trekken. ‘En je hebt gelijk met je opmerking. Ik had ook nog graag een paar dagen samen met jou doorgebracht.’

   Haar hernieuwde kussen deed me weer even van de wereld geraken. Doch met een schok keerden we beiden al snel weer in de realiteit terug, toen mijn satcom telefoon zich met een hinderlijk snerpend gepiep liet horen.  

   Ik kroop naar voren, rekte me flink uit en wist met twee vingers de telefoon uit de houder te wippen en op te nemen.  

  ‘Waar zit je ergens,’ vroeg een mij bekende stem bezorgd uit.

  ‘Op een parking langs de A7. Een tien kilometer voorbij de stad Beaune,’ zei ik tegen Hélène terwijl ik me onderwijl even heftig over mijn rug krabde.

  ‘Maar wat doe je daar dan. Heb je soms pech met de auto?’

  ‘Nee dat niet. Maar we hebben hier, samen met heel veel andere automobilisten geschuild vanwege het noodweer wat ons is overvallen.’

  ‘Ja, nu je het zegt. Ik vermoedde al zoiets toen je hier vanmorgen nog niet was. Ik zag op de televisie wat een ravage dat noodweer in het noorden heeft aangericht. Heel verstandig dat je niet bent doorgereden. Alleen had je het daarstraks over - we! Je bent dan kennelijk niet meer alleen begrijp ik. Heb je soms een passagier meegenomen?’

   Ik kan niet liegen tegen mijn echtgenote. Ze hoort onmiddellijk aan mijn verhaal wat ik haar dan op de mouw wil spellen dat ik sta te liegen. Dus leek het mij het beste om gewoon eerlijk uiteen te zetten dat ik inderdaad passagier bij me had.

  ‘Ja Hélène. Dat heb je verdraaid goed geraden. Ik heb een medereiziger bij me.’

  ‘Nou, dat is dan in elk geval prettiger en gezelliger dan dat hele eind alleen te moeten rijden. Hoe heet hij?’

   Nu werd het even slikken voor me. Het bloed steeg me naar mijn hoofd terwijl ik de ogen van Donatella als het ware in mijn rug voelde prikken.

  ‘Sorry schat,’ begon ik om de weg te plaveien voor de rest wat komen ging. ‘Het is geen hij, maar een zij, een vrouw zogezegd, Hélène.’

   Nu was het even stil aan de telefoon alvorens Hélène weer het woord nam.

  ‘Meen je dat nou, of is dit een grapje van je.’

  ‘Nee, het is geen grapje. Ik meen het echt, schat. Het is een net afgestudeerde econome van 27 jaar oud. Ze heet Donatella. Het is een gezellige en keurige Italiaanse jongedame. Ze moet naar huis in Italië. Ze woont in de bergen van de Ligurische Alpen, net achter San Remo. Ze vroeg op de parking in Luxemburg of ze met me mee mocht rijden richting Zuid-Frankrijk.’

  ‘En dat vond jij natuurlijk gelijk goed…’

  ‘Nou ja…, niet gelijk. Ik heb er wel over nagedacht,’ hoorde ik mezelf in alle onnozelheid zeggen. ‘Maar met dat rotweer dat in het verschiet lag kon ik haar toch moeilijk met haar rugzak op die vieze parkeerplaats laten staan.’

   Het was weer even een tijdje stil aan de telefoon. Met mijn vinger op mijn lippen waarschuwde ik Donatella vooral haar mond te houden.

   Opeens klonk de stem van Hélène weer in mijn oor.

  ‘Kijk Jean,’ zei ze met duidelijk ingehouden boosheid. ‘Deze mededeling van je deed me zo juist wel even flink schrikken. Het valt me ook wat van je tegen. Je hebt altijd tegen me gezworen - absoluut geen lifters mee te nemen op je zakenreizen. En zeker ook geen vrouwen. Daarom ging ik er dus ook altijd gewoon van uit dat je dat niet zou doen. Maar je hoeft me nu verder niets uit te leggen. Sterker nog: Ik hoor de details wel als je weer hier terug bent.

  ‘Hélène luister nou. Ik wil…’ verder kwam ik niet. Want Hélène had het initiatief weer overgenomen.

  ‘Luister eens goed naar me, Jean. Net als je medereiziger ben ik ook een vrouw. En ik heb ook vrouwelijke gevoelens. Ik kan mij derhalve levendig voorstellen wat zich zeer waarschijnlijk in de afgelopen uren in de auto heeft afgespeeld.’

   ‘Hélène het is niet wat jij…,’ verder kwam ik niet met mijn zwakke verweer.

   ‘Ach hou toch verder je mond, Jean,’ zei ze op een luidde, beledigde toon. ‘En ga niet een potje tegen me staan liegen. Want daar ben je uiteindelijk helemaal niet goed in. Ik hoop alleen dat je wel zo verstandig bent geweest om die  jongedame tijdens jullie genoeglijk overnachten, niet zwanger te maken.’

  ‘Maar…,’

  ‘Verder wil ik er nu beslist niet met je over praten, Jean. Ik wil alleen nog maar weten hoe laat je hier ongeveer denkt aan te komen.’

   Ik vertelde dat het ongeveer rond de namiddag zou zijn, waarna Hélène zonder verder nog iets te zeggen de verbinding verbrak.

   De spanning in de auto was vervolgens om te snijden.

  ‘Povero, povero, Helène. Ora mi sento molto colpevole,’ zei Donatella opeens in het Italiaans met tranen in haar ogen tegen mij. Waarna ze haar nog naakte bovenlichaam weer even tegen me aanduwde en me een kus gaf.

  ‘Jij hoeft je toch verder niet schuldig te voelen, schat. Dat is onzin. Uiteindelijk  ben ik het kwade genius. Ik heb dit laten gebeuren. En dat ziet Hélène natuurlijk in gedachten ook voor zich. Dus haar boosheid is zeer terecht. Maar kom; kleed je nu vlug aan dan kunnen we verder rijden. Tijdens de komende rit praten we er wel verder over. Ik loop intussen even naar het toiletgebouw.’

 

Toen we even later met een dubbel gevoel in ons beider lijf wegreden kwam automatisch het gesprek op de tijdelijke verblijfplaats van Donatella terecht.

  ‘Wat denk jij dat het beste is onder de gegeven omstandigheden,’ vroeg ik aan haar.

  ‘Waar heb je het over, Jean?’

  ‘Nou over het zoeken van een hotelkamer voor jou. Want je weet wat die gendarme heeft gezegd. Je mag het land voorlopig niet uit en je moet je paspoort inleveren gedurende het politioneel onderzoek naar die gebeurtenissen die we onderweg hebben meegemaakt.’

  ‘Jeetje…, daar heb ik helemaal niet meer bij stil gestaan.’

  ‘Misschien doen we er goed aan als je gewoon met me mee naar huis gaat. Ik weet zeker dat Hélène dat meer op prijs zal stellen dan dat je je eigen in een hotelkamer verstopt.’

  ‘Denk je dat echt. Dat zou ik zelf onder de gegeven omstandigheden namelijk nooit goedvinden.’

  ‘Nou ja... Hélène kennende zal ze zich nu zeker boos en beledigd voelen. Doch straks, als we thuis zijn,  en alles met elkaar als volwassen mensen hebben uitgepraat, zal ze zich zeer waarschijnlijk bij de ontstane situatie neerleggen. Al zal ze nog wel enige tijd nodig hebben om aan het idee te wennen. En ze zal je vermoedelijk na ons gesprek, zonder rancune, een slaapkamer in onze woning aanbieden.’

  ‘Ik kan dat amper geloven, Jean.’

  ‘Waarom niet?’

  ‘Wel gewoon om reden dat, als ik me in haar plaats stel, dan zou ik mijn concurrente de haren uit haar hoofd scheuren als ik haar zou ontmoeten. Of ik zou misschien zelfs nog ergere dingen met haar doen…’

  ‘Ja, o.k. Maar niet alle vrouwen zijn het zelfde. Noch reageren ze allemaal het zelfde op een voorval als dit.’

  ‘Nee dat is misschien wel zo. Maar ik ben toch bevreesd dat we slaande ruzie krijgen als ik zomaar met je mee kom.’

  ‘Dat denk ik niet. Ik ken Hélène goed genoeg om in te kunnen schatten hoe ze zal reageren. Ik denk, dat als je gewoon je eigen presenteert zoals je bent, Hélène je snel genoeg deze zonde zal vergeven.’

  ‘Denk je dat echt,’

  ‘Ja dat meen ik echt.

  ‘Ik kan het me nauwelijks voorstellen dat ze dat zou doen.’

  ‘Maar goed. Vertrouw maar op mij en laten we ons daarom toch maar ons gewoon bij haar aandienen en kijken hoe de situatie zich gaat ontwikkelen. En loopt het tegen mijn verwachting in toch uit de hand, dan huur ik alsnog, op mijn kosten, een hotelkamer voor je voor de tijd dat je hier noodgedwongen in Frankrijk moet verblijven.’

   De opvolgende minuten werd er nog maar weinig gesproken. Ieder van ons was met zijn eigen gedachten in de weer.

   Mijn hoofd tolde van de emoties, terwijl ik moeite had om rationeel te kunnen blijven denken. Want, ik had dit nu wel tegen Donatella gezegd. Zekerheid over het reageren van een bedrogen vrouw heb je als man zijnde uiteindelijk nooit, als je na zo’n gepleegd overspel thuis komt. En al helemaal is de te verwachten reactie van de bedrogen echtgenote onvoorspelbaar. Zeker als je je minnares ook nog eens mee naar huis neemt, om haar zogenaamd kennis te laten maken met de bedrogen echtgenote.   

Vervolg kunt u lezen in: http://tallsay.com/page/4294995629/gruwelijke-rit-naar-het-zuiden-29
© Leonardo 
07/02/2018 21:07

Reacties (3) 

1
09/02/2018 12:01
het zal me benieuwen.
1
07/02/2018 22:59
Tja, wie zijn gat verbrand moet op de blaren zitten hé (zo zeggen ze hierin West-Vlaanderen)

Ik ben benieuwd !!
1
07/02/2018 21:33
Tja, het zal mij benieuwen...en dat met die boeven op sleeptouw,
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert