Ah merde! – een kort verhaal

Door Edwin Bruinooge gepubliceerd in Verhalen en Poëzie

Ah merde! – een kort verhaal

 

   “Denk je dat het ooit had gewerkt tussen ons?”
Haar hoofd is licht schuin gebogen en met ogen die stralen door een ondeugende twinkeling kijkt ze me aan. Ik laat bewust een lange stilte vallen, die ze doorbreekt met een kort proestgeluidje. Gemaakt verlegen kijk ik weg, schuif nog wat linguini aux crevettes op mijn vork en laat het halverwege het bord en mijn mond hangen.
    “Vijfentwintig jaar geleden was ik echt smoorverliefd op je”, fluister ik. De vork verdwijnt in mijn mond en na tien keer kauwen neem ik een slok van onze witte huiswijn. De huiswijn van La Cambuse aan de Cours Saleya is een echte aanrader, was me verteld. Ik hou van het fruitige en licht zilte bouquet dat zo goed samengaat met mijn garnalen. Ik sluit even de ogen om de smaak nog beter tot me te nemen. Valérie kijkt me aan met een warme glimlach, streelt even mijn hand en slaakt een diepe zucht. Ik zou zo weer in haar ogen kunnen verdrinken.  

32c127bac536e940aa7bf99129ca6dea_medium.
   “Een kwestie van de juiste persoon op het verkeerde tijdstip?”, lijkt ze voor te stellen. “Want ik heb altijd hele warme gevoelens voor je gehad en dat weet je volgens mij heel goed.” Ze toont me haar trouwring en vervolgt: “Maar jij ging naar de Sorbonne en ik ontmoette Charles. Jij werd verliefd op Elise en wij hadden nog maar weinig contact.” Bij het horen van de naam Elise voel ik weer die wurgende greep om mijn hals en die vreselijke steek in mijn borst. Valérie ziet het. Ik kan voor haar niks verborgen houden. Feilloos leest ze mijn lichaamstaal.
   “Het doet nog steeds pijn, hè?”, zegt ze zacht. Ik knik zachtjes en ze zegt: “Dat moet ook. Het zou vreemd zijn als het niet zo was. Ach Jules, wij waren gewoon niet meer dan schepen in de nacht, die elkaar onderweg tegenkomen, op weg naar verschillende bestemmingen. Een paar mooie momenten van herkenning en misschien een tijdelijke samenkomst in een exotische haven, meer zat er voor ons niet in. En misschien is dat wel de reden waarom ik nog zo vaak aan je denk. “
Ik probeer het beeld van Elise’s sterfbed even uit te bannen. Haar uitgemergelde gezicht met haar ogen vol pijn en wanhoop zie ik nog elke dag voor me. Haar krachteloze greep waarmee ze me op het laatst duidelijk wilde maken dat ik vooral verder moest, voel ik nog elk uur. Mijn belofte aan haar moet ik nog steeds nakomen. Ik merk dat deze avond met Valérie de eerste sinds twee jaar is waarop ik soms weer een beetje leven voel. Terwijl ik overal om me heen groepjes jongeren  luidkeels hoor genieten van de feestvreugde zie ik het gelaat van Thierry, mijn zoon. Als jij niet goed voor jezelf zorgt, pa, dan kan ik je ook niet meer helpen. Ik mis mam ook. Ik kan het niet aanzien hoe jij wegkwijnt. Dit zou ze niet gewild hebben. Vreemd hoe snel ons contact kon verwateren en hoe dit op een bizarre manier comfortabel is gaan voelen.
Valérie staat op en zegt dat ze even naar het toilet moet. Ik kijk haar na en zie haar licht heupwiegend  naar binnen lopen. De dame met het donkere haar en de zware bril vraagt me of alles naar wens is en of ik niet meer wijn zou willen. Ik wacht even met bestellen.

f4bf8ef6830c5d0557bbc01b373139b5_medium.

Ik was vergeten hoe mooi en gezellig het hier kon zijn.  Lang geleden liep ik hier met Elise, vlak nadat we elkaar voor het eerst helemaal ontdekt hadden in een urenlange vrijpartij terwijl de zon door de geblindeerde ramen van ons appartementje naar binnen brandde. Gearmd , glimlachend terwijl de zonnewarmte die andere lichaamswarmte langzamerhand verving en waarbij de lange onderlinge stiltes tussen ons niet oncomfortabel voelden, maar juist ons diepe gevoel voor elkaar leken te versterken. “Dat wordt ooit de plek voor onze huwelijksnacht”, had ze gekscherend gezegd toen ze in de verte de groene koepels van het Negresco zag. Voor het eerst had ze het woord huwelijk genoemd en zelfs aan het begin van onze relatie voelde het niet geforceerd, maar als een prachtig en eigenlijk volkomen logisch toekomstbeeld. Het is er niet van gekomen. Het Negresco lag toen buiten ons financiële bereik, maar ooit zouden we het toch doen, daar een van de bruidssuites huren. Ik heb er nooit één voet binnen gezet.

Ik loop gearmd met Valérie de trappen op. Ik voel haar warme lichaam en vang een vleug van haar bloemige parfum op, die gelukkig sterk genoeg is om de vochtige zweetlucht van alle passanten en de stank van verschraald bier en urine enigszins weg te drukken. Het is nog overvol op de Place Massena. De militaire parade is natuurlijk al lang voorbij maar de menigte lijkt niet uitgedund. Valérie tikt me even aan en wijst met haar hoofd naar de fontein. Een groepje jonge Amerikaanse toeristen vermaakt zich over een van hen, die bijna het water van de fontein bevuilt met haar braaksel. Ik kan een grijns niet onderdrukken als ik denk aan de ongein die ik in mijn jonge jaren uithaalde. Zij ziet het en aait door mijn haren.

adc22dab4ead3e0f2dd634f11001379e_medium.
  “Je was aan het vertellen over je oude buurman”, spoort ze me aan. Ik had hem gisteren weer gezien, geheel onverwacht. Ik liep van mijn hotel over de Avenue Durante, in zwaarmoedige gedachten verzonken. De oranje overals van de vuilnismannen had ik opgemerkt maar hun gezichten hield ik zorgvuldig blanco. Totdat hij me bij mijn schouder greep en een schok van herkenning door me heen ging  toen ik zijn grote grijns zag.
  “Abdelhamid”, had ik verbaasd gezegd. “Wat doe jij hier?” Hij had een diepe zucht geslaakt en hoofdschuddend, omdat hij de onuitgesproken vraag in mijn woorden had opgevangen, geantwoord.  Dat een man moest doen wat hij kon om zijn gezin te onderhouden. Dat het leven niet makkelijk was, maar dat hij en zijn gezin veel erger meegemaakt hadden. In zijn ooghoek had ik een traan gezien. Ik zag het weer voor me, die bewuste avond dat zijn bloeiende groentezaak in vlammen opging. Hoe zijn vrouw Fatima geheel ontredderd op de stoep zat en haar haren uit haar hoofd leek te willen trekken.
   “We komen er weer bovenop”, had Abdelhamid gezegd, alsof hij mij wilde geruststellen. “Allah beproeft ons, maar Hij laat ons niets dragen wat we niet aankunnen. Nog een paar jaar hard werken en ik begin opnieuw. Dat is het mooie van dit land, Jules. De kansen liggen voor het oprapen, als je ze maar wilt zien.” En vervolgens had hij wild zwaaiend in bevelend Arabisch zijn twee jonge collega’s aan het werk gezet.
   “Je moet ze onder de duim houden, die jonge ventjes”, had hij me samenzweerderig toegefluisterd. “Anders komt er niets van ze terecht. Ze kunnen het wel, maar de wil ontbreekt. Alles moet snel en nu meteen, maar zo bouw je geen toekomst op.” Toen had hij me even stil aangekeken en me op mijn schouder geklopt.
   “Jij hebt ook een afschuwelijke tijd achter de rug, Jules. Fatima was ontroostbaar toen ze het hoorde. Weet je, ik denk er nog veel aan terug, hoe jullie altijd voor elke borrel die jullie organiseerden, bij mij tonnen vol olijven met schapenkaas haalden.” Zijn overdrijving had bij mij een lach opgewekt, waarschijnlijk geheel gepland.
   “Elke man heeft een goede vrouw nodig en jij was gezegend. Maar ik zie aan je ogen dat je opgehouden bent met leven. Een man moet dat niet doen. Ik merk het elke dag  aan Fatima’s vader. De martelkamers van Ben Ali hebben hem gebroken, er is niets meer van hem over. De sterke man waar ik vroeger zoveel ontzag voor had, bestaat niet meer. Dat pad moet je niet inslaan. Jij hebt daar niks te zoeken.” Onwillekeurig had ik geglimlacht en wilde ik dat hij gelijk ging krijgen. Maar kan een mens verschillende soorten lijden wel met elkaar vergelijken? Soms kom je niet verder dan voelen en gewoonweg te ondergaan.

Hij had me ernstig aangekeken toen hij dit zei, maar ineens zag ik een brede glimlach. Uit zijn binnenzak haalde hij een foto van een mooie, jonge vrouw met lang zwart haar.
   “Is dát Farah?”, had ik verbaasd uitgeroepen. Hij had enthousiast geknikt, terwijl ik tranen op zijn gezicht zag. Heel snel vlogen mijn gedachten terug naar dat spichtige jonge kind dat vaak schuchter aan onze deur stond en met een bedremmeld stemmetje vroeg of ze ons hondje mocht uitlaten. Hoe Elise daar achteraf vreselijk om kon lachen, omdat ze heel goed door had dat ze het als smoesje gebruikte om met de stoere jongens op de hoek te kunnen praten, zonder al te doorzichtig te zijn.
   “Ze gaat in het najaar naar Parijs. Kan je het voorstellen, Jules, mijn dochter wil chirurg worden, mijn kleine meid!” Zijn ogen straalden van trots.
   “Dat is geweldig nieuws”, had ik met een brok in mijn keel gezegd.
   “Alleen in dit land”, had hij gezegd. Hij schudde me nogmaals de hand en maakte aanstalten om met zijn collega’s verder te lopen, maar draaide zich nog eenmaal om.
   “Wist je dat ze vroeger verliefd was op jouw zoon? Had ik best leuk gevonden. Hoe gaat het met Thierry?”
   “Oh, wel goed”, had ik gezegd. Misschien had hij de schaamte in mijn ogen gezien.

f0d20061a55cdfbb68b6d1185f3fa523_medium.

“Mooi verhaal”, zegt Valérie als we gearmd verder lopen. “Positieve vent. Kan je wat van leren.” Ik zeg niets. Ik heb geen woorden. Stil loop ik naast haar. Ze kijkt me doordringend aan, maar gaat er gelukkig niet op door. We lopen langs de vele restaurantjes aan de Rue Massena. Tussen de feestgangers door zien we mensen zoals wij, terwijl ze geanimeerd natafelen. Deze straat leeft, zeker deze avond, maar ik voel me een schim die als een afstandelijke toeschouwer overal doorheen glijdt, zonder aan te raken en zonder geraakt te worden. Totdat ze aan mijn mouw trekt.
   “Waarom vertelde je me dit dan, als je kon weten dat mijn antwoord je niet zou bevallen? Wil je dat ik met een pikhouweel door die muur van je heen breek? Of heb je alleen een laatste zetje nodig? Jij weet heel goed wat je moet doen.” Als ik in haar priemende ogen kijk, is mijn weerstand gebroken. Ik tril en snik en mijn stem stokt in mijn keel. Ze kijkt me liefdevol aan en aait over mijn gezicht.
   “Wees niet langer een buitenstaander in je eigen leven. Kom eindelijk terug en ga dan verder. Dit heeft lang genoeg geduurd. Het is tijd”, fluistert ze me toe. Ik kijk haar aan en het is net alsof Elise het me toefluistert.
   “Ik heb haar hier leren kennen, lang geleden”, stamel ik.
   “En nou mag je haar hier begraven. Juist op deze dag, te midden van alle feestvreugde.” Ik neem haar hoofd tussen mijn handen en zij legt die van haar over de mijne heen. We kijken elkaar aan, minuten lang, zo lijkt het wel, totdat we beiden voelen hoe ongemakkelijk dit is. Tegelijkertijd beginnen we te lachen.
   “Wat ga je nu doen? Eigenlijk zou ik tot heel laat met je willen doorzakken, maar ik heb echt last van die verrekte jetlag ”, klinkt het spijtig. Heel even denk ik terug, voor zover ik dat van mezelf mag, aan de tijd dat ik echt knettergek op haar was. Heel even speel ik met een verboden gedachte.
   “Dan zal ik een echte gentleman zijn en jou gewoon naar je hotel terugbrengen”, zeg ik.

Als we bij haar hotel zijn aangekomen omhelst ze me en houdt ze me lang vast. Nu neemt zij mijn hoofd tussen haar handen. Haar vingers aaien over mijn stoppels.
   “Doe het alsjeblieft”, fluistert ze. “Kwijn niet langer weg en ga weer leven. Ik zag toch hoezeer je genoot van je eten en van ons samenzijn? Het kan toch niet anders dan dat je dat zelf eigenlijk ook wilt? Sta het jezelf weer toe.  Ik weet zeker dat ze dat zou willen, waar ze nu ook is.” Ik knik en glimlach. Ik voel dat ik het met overtuiging doe en dat er iets van de doffe jarenlange pijn aan het verdwijnen is. Twee scooters met joelende tieners stuiven achter ons langs, maar ze bestaan even niet voor me.
   “Maak je geen zorgen om me”, zeg ik zacht. “Het gaat helemaal goed komen met me. Ik haal je morgen op voor de lunch. Jacques Rolancy heeft hier op een kleine afstand lopen een visrestaurant waar hij hele mooie dingen met tarbot doet.” Bij dat laatste geef ik haar een knipoog.
   “Gelukkig, je klinkt weer een beetje als de oude Jules”, lacht ze. “En nu? Terug naar je eigen hotel? Of ga je verstandig doen?” Ik twijfel een paar seconden. Ik was inderdaad van plan om me aan de drukte te ontworstelen en rustig op mijn kamer de slaap af te wachten. Maar ik wil het niet meer. Ik denk weer aan Elise’s laatste woorden en dit keer wil ik gehoor geven.
   “Eerst langs de Boulevard. En ik kijk even of ik mijn zoon te pakken kan krijgen.” Bij dat laatste geeft ze me een innige zoen en klopt me bemoedigend op mijn schouder.

aa71a0696a6f1572af797322d2ed187c_medium.

Het kostte me minder moeite dan ik dacht. Als mijn vingertoppen het toetsenbord van mijn smartphone vinden, gaat het vanzelf. Zijn antwoord volgt ook vrijwel meteen. Het geeft me een gevoel van enorme opluchting als ik merk hoe positief hij op mijn toenadering reageert. Mijn gevoel van schaamte over de vele maanden waarin we geen contact hadden omdat ik te veel met mijn eigen besognes bezig was, zal nog wel even blijven, maar het is zijn open reactie die dat gevoel snel naar de achtergrond drukt. Het ontroert me en maakt me tegelijkertijd vrolijk. De grote vuurwerkshow is net afgelopen en overal om me heen zie ik jonge stelletjes die gearmd lopen, in zinderende verliefdheid. Net zoals Elise en ik hier, al die jaren geleden. De pijn en de smart ebben langzaam weg en ik kan oprecht genieten van de manier waarop ze elkaar aankijken. Het is alsof ik weer teruggeworpen word in de tijd, ook al ben ik nu alleen. Ik steek mijn koptelefoontje in mijn smartphone en doe ze in, net als ik vanaf de Rue Andrioli de bocht om ga en op de Promenade des Anglais kom. Ik steek over en loop langzaam richting balustrade. De nachtelijke zee is prachtig en even speel ik met het idee om over het strand te lopen. Onze eerste nacht hier, lopend door de branding, soms de grote keien vervloekend, terwijl we uitkijken om niet verstrikt te raken in de lijnen van de vele hengels die hier schijnbaar onbemand wachten op een nachtelijke vangst. Ik kijk in de verte en besluit richting Quai des États-Unis te lopen en door te steken naar mijn en Elise’s favoriete punt, de Pointe de Rauba-Capeu. Ik selecteer een van de nummers uit mijn jeugd, die zo goed past bij mijn huidige gemoedsstemming.

“Je marche seul 
Sans témoin, sans personne 
Que mes pas qui résonnent, je marche seul 
Acteur et voyeur “

Ik zet de volumeknop ietsje hoger en neurie mee met Jean-Jacques Goldman en loop met beide handen in de zakken door mijn heden en verleden. Het is alsof ze weer naast me loopt en haar arm in die van mij steekt en me zachtjes streelt. Een gevoel van vrede komt over me heen als ik ons Negresco zie en begin te voelen dat ik mijn donkere maanden vol treurnis achter me aan het laten ben. Dat kan ook alleen hier, in de stad waar we zulke mooie herinneringen hebben. Hier wil ik de wonden uit mijn verleden een laatste rustplaats geven. Ik let nauwelijks op de mensen om me heen, maar er is iets dat mijn aandacht trekt, een alarmerend gevoel dat de huid van mijn nek doet tintelen. Ik kijk achterom en zie in een flits iets op me af stormen.

   “Ah merde”, schiet er door mijn hoofd als de muziek ineens stopt. De pijn is zo onbeschrijfelijk groot dat ik het niet kan registreren. Mijn blik is wazig als ik het slingerende gevaarte verder zie denderen. Ik besef dat ik op straat lig. In de verte hoor ik geschreeuw, rennende mensen, maar ook dat dringt niet echt tot me door. Mijn smartphone is uit mijn jasje gerukt en ligt op een meter of twee afstand van me. Iemand die haastig rent vertrapt het scherm. Mijn ogen glijden langs mijn lichaam en als ik mijn verbrijzelde heupen zie en mijn benen die in een onmogelijke positie uitsteken, komt de pijn in alle hevigheid terug.
   “Ah merde”, zijn de laatste woorden die mijn geest kunnen vormen. Dan een flits van het gezicht van Elise en de vurige hoop dat ze op me wacht, nu de finale duisternis me omsluit.

8f5e96f5a7592c20956fccfed43b8146_medium.

 

Nawoord 

Het is een mooie en zonnige middag. Het is 23 of 24 mei 2017, ik weet het niet meer. Ik loop over de Promenade des Anglais. Ik geniet van de acrobatische demonstraties die skaters en skateboarders uithalen. Ik bewonder hun slalomkunsten en loop verder. Ik zie de bloemenkransen liggen die onderhand verlept zijn. Ik snap dat dit niet de oorspronkelijke kransen zijn van die afschuwelijke 14-7-2016, maar regelmatig ververst worden om de herinnering levend te houden. Sommigen lopen voorbij zonder blikken of blozen. Anderen staan even stil. Maar vandaag is het anders. Op een paar meter afstand liggen schitterende en verse kransen. Een langzaam lopend viertal soldaten, volledig bepakt en bewapend en met de mitrailleur op de borst, schrijdt voorbij, zoals overal in deze stad. Ik zie mensen stilstaan bij de nieuwe kransen, met een boze, verdrietige en ook onverzettelijke blik. Ik lees de tekst op de linten en vertaal ze vrijwel simultaan. De boodschap dat Nice solidair is met Manchester. Ik kijk naar de blikken van de mensen om me heen. Het is me volkomen duidelijk dat simpelweg “Ah merde” roepen al heel lang niet meer voldoet.

09dd393bc8dcff52e156275072b96df2_medium.

19/01/2018 17:41

Reacties (18) 

1
20/01/2018 21:47
Een prachtig geschreven en tegelijk triest verhaal.
Ik ging helemaal op in het liefdesverhaal en opeens 'Merde' - 'Nom de Dieu' ..

Hoe dan ook, ik kan me voorstellen hoe die krans voor Manchester een enorme indruk op jou gemaakt heeft.

Jammer genoeg moeten wij terreur en geweld meer en meer een plaats geven in ons leven :-(
1
20/01/2018 22:08
Dankjewel Chris!

Terreur en geweld een plaats in ons leven geven...ja helaas heb je gelijk, vrees ik. Maar niet op een paniekerige, gelaten of fatalistische manier. No way!
1
20/01/2018 22:19
NO WAY!!
1
20/01/2018 19:57
Wow, dit had ik niet verwacht. Dacht heel even, dat je een flinke klap van een molenwiek had gehad en ons een bouquetreeks verhaal ging voorschotelen.
1
20/01/2018 20:00
**ligt in een deuk**

Ik heb in mijn leven beslist een paar tikken van de molenwiek gehad en ik zou best willen proberen om een bouquetreeksverhaal te schrijven (lijkt me zelfs heerlijk).

Maar niet bij dit verhaal. Het beeld van die krans voor Manchester staat nog té duidelijk op mijn netvlies.
2
20/01/2018 18:28
Heftig geschreven,vooral de paradoxale mix tussen een prachtig liefdesverhaal en de horror van het fanatisme is letterlijk explosief te noemen. Het eerste deel is een prachtige prelude op een verhaal dat alle richtingen uit kon, het abrupte einde staat dan ook voor de grilligheid van het leven, de climax is niet opgebouwd, die ontploft gewoon in het gezicht van de lezer, mooie metafoor die stelt dat alles voorbij kan zijn in een seconde. L'amour c'est comme la mort, on ne peut pas deviner quand, ou, et comment il vient.

Puik geschreven vriend, dit smaakt toch echt naar meer, niet?...
2
20/01/2018 18:43
Echt...jij zegt het EXACT zoals ik het wilde laten overkomen.

Ik was in Parijs toen de aanslag op de Champs-Elysées plaatsvond. Ik was in Nice tijdens de aanslag in Manchester. Dat nou nét in Nice, op een paar meter afstand van de plek waar nog steeds bloemen voor 14-7-2016 liggen, een krans voor Manchester werd neergelegd, maakte op mij een onuitwisbare indruk.

De hoofdpersonen zijn uiteraard fictief, alleen de buurman/vuilnisman is een vermenging van twee personen met wie ik daar gekletst heb.

Als ik de foto van die vier soldaten zie, is het net also...
2
20/01/2018 10:25
Merveilleuse histoire d'amour!
1
20/01/2018 10:39
Merci beaucoup, monsieur! ☺
2
20/01/2018 09:59
Mooi verhaal Erwin.

Zal Non de dieu de bon dieu de merde ook niet meer voldoen?
2
20/01/2018 10:16
Dankjewel!

Vind jij van wel? Voor mijn gevoel is het al heel lang tijd voor echte en slimme actie.

Grappig...ik ben al heeeeel lang geen ERwin meer genoemd. ;-)
1
20/01/2018 10:42
Merde ik zie het...
Was een typo
1
19/01/2018 21:06
Mooi beeldend geschreven. Intens ook.
19/01/2018 22:29
Dankjewel, Yneke. Dat was ook mijn bedoeling. ;-)
2
19/01/2018 19:22
Een mooi liefdes verhaal met een dubbelzinnige lading. Plaatjes van de stad Nice. De stad waar wij ook regelmatig vertoeven als we in Frankrijk zijn. En inderdaad klopt je laatste zin. Of zoals ik in het Frans zou willen zeggen: En effet, ces mots - ah merde - ne suffi sont plus...
1
19/01/2018 19:57
Je le comprends et tu as raison!

Ik was er nog nooit geweest, maar de stad heeft mijn hart veroverd. De woede en het opgerakelde verdriet die ik bij de krans voor Manchester van de omstanders proefde was gewoon voelbaar.

Een paar weken eerder was ik in Parijs toen daar die aanslag op de Champs-Elysées was.
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert