Gruwelijke rit naar het zuiden 21.

Door Leonardo gepubliceerd in Verhalen en Poëzie
Vervolg op deel 20: http://tallsay.com/page/4294994944/gruwelijke-rit-naar-het-zuiden-20

            cba7232390ec273180fedc14b5a4b217_medium.

 

Gruwelijke rit naar het zuiden 21.

 

Deel 21

Openbaringen.

Terwijl we eerst met gedoofde lichten uiterst voorzichtig waren weggereden, zette ik na een paar honderd meter opeens de verlichting weer aan. We reden nog steeds zeer langzaam over de doodstille weg om de druk op de kapotte zijruit zo laag mogelijk te houden. Terwijl we onze weg wat zwijgend vervolgden viel de regen nog steeds onbarmhartig op de auto neer. Donatella had inmiddels het gele plastic veiligheidsjack aangetrokken, terwijl ik de trui over mijn dunne poloshirt had aangesjord. Het was zeer goed oppassen geblazen met autorijden in dat natte rotweer. De wind was inmiddels wel flink afgenomen maar het bleef stevig door regenen. Het plastic dat Donatella voor de opening van de zijruit had gespannen klapperde af en toe een beetje. Ik beperkte daardoor onze snelheid tot zo’n zestig kilometer per uur wat eigenlijk toch al wat te snel was onder deze extreme omstandigheden.

   Bij het aanrijden van het dorpje Tille-Châtel, bleek dat het water van het kleine riviertje de Tille, reeds voor een deel de weg overspoelde. Het normaal gesproken vrij nietige en smalle beekje was door de aanhoudende stortregens uitgegroeid tot een flinke snelstromende rivier die zijn plotselinge grote hoeveelheid water kennelijk niet vlot kon kwijtraken en daardoor het lager gelegen land voor een deel blank zette.  

   Ik had intussen onze belevenis in beperkte en beknopte termen telefonisch vanuit de auto aan een norse gendarme op het alarmnummer medegedeeld. Er zou zo dadelijk een gendarmerieauto naar de plek rijden om de twee mannen mee te nemen. Doch de dienstdoende gendarme aan de telefoon stelde uiteraard veel vragen. Lastige vragen zelfs, vond ik. Waarna hij afsloot met de volgende niet mis te verstane woorden.

  ‘U zult hier in ieder geval meer van horen meneer. Wij willen u en uw medepassagier uiteraard spreken zodra u op uw woonadres bent gearriveerd.’

   Daar had ik uiteraard al rekening mee gehouden, net zo goed als dat ik reeds het voorgevoel had dat dit wel eens een vervelende juridische kwestie zou kunnen gaan worden.  

  ‘We kunnen dit voorval natuurlijk niet zomaar afdoen met een eenvoudig telefoongesprekje,’ zei de gendarme op een toon alsof wij de criminelen waren en die twee boeven het slachtoffer van onze daden zouden zijn. ‘Eigenlijk zou ik u zelfs moeten verbieden om verder door te rijden en te wachten op onze patrouilleauto. Dat zult u toch ook met me eens zijn, denk ik.’

  ‘Ja, ik kan begrijpen dat u er zo over denkt. Maar aan de andere kant had ik ook niet kunnen bellen en gewoon door kunnen rijden. Dan zou het maar de vraag zijn of u er achter zou komen wat er precies was voorgevallen.’  

  ‘Daar heeft u natuurlijk gelijk in. Maar daar is deze zaak niet mee afgedaan.’

   Ik moest vervolgens na dit antwoord aan de norse gendarme vertellen waar we de volgende stop wilden gaan houden. Even dacht ik over die vraag na om vervolgens mede te delen dat ik dat nog niet wist. ‘Misschien rijden we wel zonder tussenstop door naar huis,’ zei ik tegen de man aan de telefoon die dat antwoord van mij overigens allerminst beviel.

  ‘Goed meneer,’ zei de gendarme aan de telefoon vervolgens met een barse stem. ‘De omstandigheden die u me hebt beschreven lijken mij echter nog steeds verdacht, ondanks uw gedetailleerde en openhartige verslaglegging. We zullen er gelijk een auto heen zenden terwijl wij u hierbij verzoeken, nee, hierbij opdracht geven, om u onmiddellijk bij uw thuiskomst met de plaatselijke gendarmerie in verbinding te stellen.’’

  ‘Goed hoor. Dat doe ik wel. Wij hebben uiteindelijk niets misdaan en zijn slechts het slachtoffer van een brutale overval geweest. Ook al schijnt u dat niet van me te willen aannemen.’

  ‘Dat zijn slechts uw woorden meneer. We hebben de zogenaamde criminelen die dit zouden hebben aangericht uiteindelijk nog niet gesproken. Vandaar mijn scepsis meneer. Dit gesprek is overigens opgenomen. Het zal aan het betreffende steunpunt van ons korps worden doorgegeven in de regio waar u woonachtig bent. Tevens wil ik hierbij nog even benadrukken dat uw reisgenote zich eveneens ter beschikking van de gendarmerie en justitie dient te houden. Ik heb van u begrepen dat de dame in kwestie een Italiaans inwoonster is. In dat geval zal het paspoort van de betrokkene worden ingenomen zolang het onderzoek in deze zaak voortduurt. Indien de dame in kwestie zonder paspoort toch de Frans-Italiaanse grens overschrijdt, dan pleegt zij een strafbaar feit. Het is maar dat u dit even goed tot uw beider hersens door laat dringen…’

  ‘Fijn dat u zich zo coöperatief ten opzichte van ons, als slachtoffers van een misdaad, opstelt meneer,' antwoordde ik terwijl ik mijn ergernis over hetgeen de man mij vertelde maar moeilijk kon bedwingen. 'En weest vooral u niet bezorgd dat wij zouden verdwijnen. Dat gebeurt echt niet. We zullen ons daarentegen stipt aan uw telefonische instructies houden.’

   Vervolgens werd het gesprek afgebroken.

  ‘Heerlijk om met de politie samen te werken,’ mopperde ik even later nadat het gesprek met de gendarme was beëindigd. ‘Nu zijn we verdomme ook nog eens verdachte van een zaak die ons gewoon is overkomen zonder dat we daar op bedacht waren.’ 

  ‘Ja ik schrik er van. En het ergste is dat ik niet naar Italië terug kan omdat ik mijn paspoort moet afgeven.’

  ‘Een klote zooi is het geworden,’ zei ik op verontwaardigde toon, terwijl ik even een blik op mijn reisgenote wierp die strak door de voorruit naar buiten zat te kijken maar er verder het zwijgen toe deed.

Toen ik na een goed halfuur bellen met de gendarmerie de telefoon op het modem had neergelegd bedacht ik mij dat dit voorval zeker nog wel eens een hele flinke staart zou kunnen krijgen. We waren absoluut nog niet van het gedonder af. Terwijl we nu ook nog eens de ellende met de gendarmerie over ons af hadden geroepen. Sterker nog: Er doemden opeens enkele serieuze nieuwe problemen aan de horizon op. Want ook Donatella zouden ze natuurlijk willen ondervragen. Dat had de gendarme aan de telefoon uiteindelijk reeds medegedeeld. Kwam bij dat ik deze voorvallen ook nog eens allemaal aan mijn echtgenote moest gaan uitleggen. En hoe gek het ook mag klinken; tegen dat laatste zag ik eigenlijk nog het meeste op. Vooral met betrekking tot het bewust te hebben verzwegen van het meereizen van een aantrekkelijke vrouwelijke passagier. Ik zag in mijn verbeelding al het gelaat van Hélène voor me na het aanhoren van mijn ontboezemingen.  

   We reden enkele minuten zwijgend door, totdat Donatella haar linkerhand op mijn rechterdijbeen legde en vervolgens opeens weer het woord nam.  

  ‘Zit je onze zonden te overdenken, Jean,’ vroeg ze terwijl ze me met een bezorgde blik in het schemerdonker aankeek.

  ‘Ja dat kun je eigenlijk wel zeggen.’

  ‘Trouwens, hoe gaat dat nu straks verder met mij, Jean. Ik wil eigenlijk gewoon fijn naar huis terug. Mijn leven weer opnemen en een baan zoeken. Ik voel er eigenlijk helemaal niets voor om hier nog dagen te moeten blijven.’

  ‘Dat begrijp ik. Ik kan me voorstellen hoe ook jij je voelt na deze rottige affaire. Maar je hebt gehoord wat die gendarme zei. Daar kunnen we niet aan voorbij gaan. En stiekem de grens over wippen is uiterst dom en verdacht, terwijl je dan ook nog eens een verdenking op mijn schouders neerlegt.’

  ‘Maar wij zijn toch niet de boeven. Wij hebben ons toch alleen maar verdedigd. Die schoften hadden ons anders waarschijnlijk gedood of op z’n minst ernstig verwond.’

  ‘Helemaal mee eens, doch leg dat maar eens aan die gendarmes uit.’

  ‘Ja…, je hebt gelijk,’ zuchtte ze. ‘Getuigen ontbreken. Ik zal me dus helaas noodgedwongen dienen te schikken. Het is inderdaad niet anders.’

  ‘Nou, je kunt denk ik straks wel bij ons logeren totdat de procureur opdracht geeft aan de gendarmes om je paspoort terug te geven. Maar hoe lang dat kan gaan duren weet ik natuurlijk niet.’

  ‘Ja hallo zeg. Wat zal je echtgenote daar wel niet van zeggen. Misschien haal je wel door mijn aanwezigheid nog veel grotere problemen op je hals.’

  ‘Dat zou inderdaad kunnen gebeuren. Daar heb je gelijk in. Want ik heb inderdaad werkelijk geen idee hoe Hélène zal reageren. Dat is wat mij betreft de grote onbekende in dit sinistere spel waarin we terecht zijn gekomen. Komt bij dat ik haar nog niet heb verteld dat jij met me mee reisde. Dat zal ze me vermoedelijk ook zeer kwalijk nemen.’

  ‘Bedoel je dat ik met je meereis of dat je haar dat niet hebt verteld?’

  ‘Nou, vooral dat laatste. Het is natuurlijk toch een schending van vertrouwen in elkaar. Ik heb haar altijd voorgehouden dat ik beslist geen lifters mee neem op mijn buitenlandse reizen. En helemaal geen vrouwelijke lifters.’

  ‘O jee… Ja zo zou je het natuurlijk kunnen bekijken.’

  ‘Daarom heb ik werkelijk geen idee hoe ze die informatie zal opnemen. Dat is de reden dat ik denk dat er bij mijn thuiskomst wel opnieuw een bui met zwaar weer aan zal komen drijven.’   

   Donatella zette haar stoel iets rechter en haalde even een hand door mijn haar. Tegelijkertijd keek ze me met haar mooie bruine ogen bedachtzaam aan terwijl ze de vraag stelde die kennelijk al langere tijd op haar lippen lag.

  ‘Hebben jullie eigenlijk een goed huwelijk, Jean. Of wil je daar niet met me over praten?’

   Ik voelde dat ik hevig kleurde na deze plotselinge vraag. ‘Ach, jawel hoor. Ik denk dat ons huwelijk niet slecht is. We kunnen goed met elkaar overweg.

  ‘Ik bedoel; is jullie huwelijk in alle opzichten geslaagd en gezegend?’ 

  ‘Goh, dat is een vraag die je daar stelt. Maar ik zal je daar een eerlijk antwoord op geven. Natuurlijk zijn er ook in ons huwelijk enkele storende beperkingen opgetreden zoals dat in de meeste huwelijken soms voorkomt. Maar we kunnen goed met elkaar overweg en we praten ook dagelijks gezellig met elkaar, zonder dat de een de ander vliegen probeert af te vangen of betweterig over wil komen.

  ‘Dat is fijn. Dus jullie leven gelukkig niet als honden en katten in een ruimte.’

  ‘Nee dat zeker niet. Alleen zijn er de laatste zeven jaar veel beperkingen gekomen in onze seksuele omgang vanwege de lichamelijke ongemakken van mijn echtgenote.

  ‘O jee… Hoe bedoel je dat precies?’

  ‘Hélène heeft enkele jaren geleden ernstige rugproblemen opgelopen als gevolg van de val van een van onze paarden. Ze zit daardoor tegenwoordig een groot deel van de dag in een speciaal voor haar ontworpen rolstoel. Het lopen gaat haar heel moeizaam af, terwijl ze eveneens maar heel korte tijd kan blijven stilstaan zonder zich ergens aan vast te moeten pakken.

  ‘Vreselijk zeg. Maar hoe doen jullie dat dan met slapen. Hebben jullie de slaapkamer boven of beneden in huis?’

  ‘We slapen sinds dat ongeluk van Hélène apart. Dat kan niet anders vanwege het speciale bed waarin zij tegenwoordig slaapt. En dan hebben we het nog maar niet over de steeds weer terugkerende helse pijn die ze op gezette tijden ondervindt. We hebben overigens wel een lift aan laten leggen naar de verdiepingen en de zolder, zodat ze zelfstandig van beneden naar boven en terug kan.’

  ‘Jeetje wat een afschuwelijke tragedie, Jean. Ik ken je Hélène niet, doch ik heb na wat je nu allemaal hebt verteld, wel gelijk erg veel medelijden met haar. Vreselijk voor haar om zo te moeten verder leven. Maar uiteraard ook vreselijk voor jou, als haar partner.’ 

   Tranen vulden even haar ogen na die laatste woorden terwijl ze het hoofd iets naar opzij draaide. Kennelijk om te voorkomen dat ik haar opkomende tranen zou waarnemen.

  ‘Nou ja, het is soms heel lastig. Maar je gaat op den duur wel aan dit soort leven wennen. Doch erg gezellig is het soms niet. Al moet ik zeggen dat ze de laatste twee jaar door middel van nieuwe krachtige medicijnen, en heel veel fysiotherapie, wel wat meer pijnvrij is geraakt. Maar die rug en nek van haar zijn uiterst kwetsbare delen van haar lichaam geworden. Als ze ook maar even verkeerd gaat zitten of haar hoofd iets te veel naar rechts of naar links draait, dan is de wereld te klein.’

  ‘Afschuwelijk. Dat zal ook een vreselijke tijd moeten zijn geweest voor jullie kinderen.’

  ‘We hebben geen kinderen.’

  ‘Ach, sorry dat ik dat vroeg. Neem me mij alsjeblieft niet kwalijk dat ik je deze impertinente vraag stelde.’

  ‘Dat geeft niet. Daar kan ik best wel met andere mensen over praten. Doch in antwoord op je vraag kan ik zeggen dat het ons gewoon niet is gelukt om een gezin te stichtten. Het klinkt misschien vreemd. Doch hoe we ook onze best hebben gedaan. Het lukte ons gewoon niet een om kind te maken. We hebben overigens vooral in de beginjaren soms gecopuleerd als konijnen. Doch het lukte mij niet Hélène zwanger te maken. Doch aan de andere kant bezien is het, gezien haar huidige problemen, misschien maar beter ook…’

   Er viel enige minuten een tastbare stilte in onze conversatie. Alleen het zoemen van de motor en het tikkende geluid van de regen op het autodak waren hoorbaar. Donatella zat mijn woorden kennelijk goed te overdenken. Ik kon slechts gissen naar wat er op dat moment in haar hoofd om ging. 

  ‘Hoe oud was Hélène eigenlijk toen ze dat ongeluk kreeg, Jean,’ vroeg ze plotseling na die lange tijd zwijgen opeens aan mij.

  ‘Vierenveertig jaar.’

  ‘Vreselijk zeg. Dan was op het moment van haar ongeluk nog in de bloei van haar leven.’

   ‘Ja zo kun je dat wel zeggen. Ze is overigens ruim drie en een half jaar jonger dan ik,’ voegde ik ongevraagd aan mijn antwoord toe.

   Mijn laatste woorden waren voor Donatella kennelijk opnieuw aanleiding om er voorlopig opnieuw het zwijgen toe te doen.

   Ik concentreerde me vanaf dat moment op de weg die wat beter zichtbaar werd omdat de neerplenzende regen was overgegaan in motregen. Even wierp ik een blik op mijn dasboardklokje en zag dat het inmiddels middernacht was geweest. Ik voelde al wat vermoeidheid opkomen in mijn lijf. Maar slapen zat er voorlopig nog niet in. We hadden eerst nog een flink eind te rijden met onze gehavende auto.   

Vervolg kunt u lezen in:  http://tallsay.com/page/4294995015/gruwelijke-rit-naar-het-zuiden-22

©  Leonardo

 

 

Stap over naar Oxxio

Help deze website en onze schrijvers, stap over naar Oxxio als energieleverancier.
07/01/2018 00:39

Reacties (5) 

1
12/01/2018 06:31
de romance begint met een vonkje en gaat op kousevoeten
12/01/2018 09:28
Dat heb je fraai gezegd, Daniel.
1
07/01/2018 20:59
open gesprek ..
wachten tot de gendarmes eraan komen én hoe zal Hélène reageren?
1
07/01/2018 13:47
graag gelezen
1
07/01/2018 01:05
Geen commentaar voorlopig.
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden. Tallsay.com is onderdeel van Plazilla Ltd.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert