Droomreis of gedroomde reis?

Door Lou Geluyckens gepubliceerd in Persoonlijke ervaringen

Het is op het moment dat ik dit schrijf precies 22 jaar, 1 maand, 7 dagen en luttele uren geleden dat mijn vrouw en ik aan onze allereerste droomreis begonnen. Een halfjaar nadat we elkaar hadden leren kennen. Een bestemming die tot de verbeelding sprak: een eiland dat in 1626 door de Duitser Peter Minuit voor een handvol snuisterijen ter waarde van 700 euro werd gekocht van de Lenni-Lenape indianen. Een eiland luisterend naar de naam Manhattan.

We hadden geluk. Het was eind oktober, maar de weergoden hadden voor ons hun mooiste verrassing in petto: de vaak bezongen Indian summer. De temperatuur in New York liep ’s middags makkelijk op tot een graad of 25 en zelfs tijdens de avonduren was het best aardig buiten toeven. We meden de metro alsof er de pest heerste en deden zes dagen lang alles te voet. Op een enkel ritje met de typische gele taxi na. We liepen een deel van het oude Indianenpad af, de enige straat op het eiland die zijn natuurlijke loop heeft weten te behouden en niet in het dambordpatroon is ingepast: Broadway. We doorkruisten een deel van het eindeloze Central park, liepen rond het Reservoir, stonden boven op één van de twee torens die enkele jaren later als gigantische kaartenhuisjes in elkaar zouden zakken, bezochten het bekende Natuurhistorisch Museum, wandelden te voet over de gigantische Brooklyn Bridge en zochten tevergeefs naar the Dakota building waar mijn held John Lennon het leven liet. Tevergeefs omdat wij domweg aan de oostkant van Central park zochten, terwijl het gebouw zich aan de westelijk kant bevindt. Hoe dom kun je zijn?

Het hoogtepunt van de reis stond gepland op maandagavond. Dat is de avond waarop mijn andere held Woody Allen sinds jaar en dag het beste van zichzelf geeft op de klarinet. Ondertussen doet hij dat al geruime tijd in het Carlyle Hotel, maar toen gebeurde dat in de intussen ter ziele gegane Michael’s Pub. Tussen haakjes: Allen was toen nog hoofdzakelijk een gevierd filmregisseur en geen aanbidder van jonge stiefdochtertjes. De heldenstatus zat hem dus nog als gegoten.

De pub in kwestie stelde niet veel voor. Journalist Daniel Jeffreys verwoordde het destijds zo in the Independent: “If it were not for Woody Allen there would be no reason to visit Michael's Pub on East 55th Street in Manhattan. The food is awful and the waiters are so rude they seem to be acting, like caricatures from one of Allen's New York comedies.” Dat zegt genoeg, meen ik.

We namen plaats op twee krukken aan de bar. Er waren weinig alternatieven. Tafels bevatte de kale ruimte nauwelijks. En de zaal achter het café bleek, zoals iedere week, afgeladen vol te zitten. Even vreesden we overigens dat onze avondlijke uitstap een maat voor niets zou zijn, maar een ober bezwoer ons dat er iedere week wel een tafel vroegtijdig vrijkomt en het dus niet ondenkbaar was dat we later op de avond alsnog een tafeltje zouden bemachtigen. Hoewel we lang niet de enigen waren die hoopten binnen te raken, besloten mijn vrouw en ik het erop te wagen. Je wist immers maar nooit.

Terwijl we een paar Budweisers achterover sloegen, praatten we wat om de tijd te doden, tot mijn vrouw me plots met een bezwerende hand het zwijgen oplegde en me met haar blik duidelijk maakte dat ik om moest kijken naar de deur. Ik draaide mijn hoofd en voelde me warm worden, als een melaatse die door Jezus de hand wordt opgelegd. Amper drie meter van me vandaan stond de enige echte Woody Allen. Hij bleek in het echte leven nog een onooglijker schlemiel te zijn dan op het witte doek, en zijn haar had de kleur van een roestige fiets, maar zijn aura was bigger than life! Toen hij me, met dat lederen etui waar zijn klarinet in verpakt zat onder zijn arm, voorbijliep, kon ik er me niet van weerhouden hem in steile bewondering na te gapen. Als een peuter naar de Sint. Een kwartier later hoorden we de jazzband hun eerste standard inzetten.

De minuten tikten weg. Het ene nummer volgde het andere op en niets leek er op te wijzen dat we mijn held nog aan het werk zouden zien. Teleurgesteld maakten we ons na ruim een uur op om weer weg te gaan, tot een ouder stel plots de zaal verliet en de ober zijn blik over de hoop wachtenden liet dwalen. Ik kon mijn ogen nauwelijks geloven toen hij ons met een priemende vinger aanwees en met zijn hoofd gebaarde dat we hem moesten volgen.

De zaal bleek volgestouwd te staan met tafels waarover goedkope tafellakens gedrapeerd hingen. We kregen de vrijgekomen tafel toegewezen, links van het podium. Vanuit een hele schuine hoek konden we nog net boven de hoofden van een troep vretende mensen het onooglijke figuurtje, genaamd Woody Allen, ineengezakt op een stoel zien zitten, terwijl hij in zichzelf gekeerd op zijn klarinet zat te blazen.

Mijn vrouw en ik kregen brutaal twee menu’s toegeworpen, waarover we onze ogen lieten glijden; ogen die uit hun kassen dreigden te ploppen toen we de prijzen van de gerechten lazen. Terwijl ik een dikke prop doorslikte, haalde ik mijn portefeuille boven en telde na hoeveel cash ik nog bezat. We rekenden snel even uit wat tot de mogelijkheden behoorde. Een kleinigheid. En dat was misschien maar goed ook, want het eten leek door een derderangs scheepskok te zijn bereid.

Toen we anderhalf uur later wilden afrekenen, kregen we de grootste verrassing van de avond gepresenteerd, in de vorm van de rekening. We waren vergeten dat in the States de dienst niét inbegrepen is. Daar zaten we dan, mijn vrouw en ik, beiden met een hoofd dat roder zag dan het haar van Woody Allen. Zelfs als we al het kleingeld dat we bezaten bij elkaar telden, hadden we nog een tekort van verscheidene dollars.

Toen de brutale ober het geld kwam incasseren, was het mijn vrouw die het woord nam. Qua charme moet ik het tegenover haar zwaar afleggen. Ik kon dus maar beter mijn bek houden. Ze vertelde de ober met een klein stemmetje dat we niet genoeg geld hadden. Toen de kerel zijn ogen vuur dreigden te vatten, voegde ze er gauw aan toe dat ze me had willen verrassen omdat het mijn verjaardag was en dat ze hoopte dat hij daarom een geste wilde doen. Ik trok andermaal grote ogen. Ik wist niet dat mijn vrouw zo kon liegen. Mijn verjaardag valt immers in mei en niet in oktober!

De ober trok een tronie als een tweederangsacteur in een gangsterfilm die op het punt staat een moord te plegen. Ik zag hem denken: “I’ll nail the suckers to the ceiling!” Maar dat vond hij wellicht net iets te omslachtig. In plaats daarvan wees hij met een zwiepend hoofd naar de deur en sneerde: “Get the fuck out-a-here!” Mijn vrouw en ik scharrelden alles bij elkaar en maakten ons haastig uit de voeten. Eens buiten lagen we krom van het lachen.

Onze reis naar New York vormt een mooie herinnering. Jammer genoeg een herinnering die enkel voortleeft in onze hoofden. Mijn dierbare vrouw heeft het namelijk gepresteerd om de tas met het fototoestel waarop tientallen plaatjes stonden, op de luchthaven te laten staan. Van onze reis naar New York bestaat dus niet het minste tastbaar bewijs. Maar geloof me alstublieft: van dit relaas is geen letter verzonnen! Het was een droomreis en geen gedroomde reis! Ik zweer het op de hoofden van onze kinderen.

11/12/2017 10:36

Reacties (6) 

11/12/2017 22:24
Nooit geweest, maar met een grote 'smile' gelezen.
11/12/2017 23:46
Leuk. En als je ooit de kans krijgt: gaan! Het is er echt de moeite waard.
11/12/2017 19:32
Wat een geweldig verhaal; ik heb het met een dikke glimlach gelezen.
11/12/2017 23:45
Dank je wel. :-)
2
11/12/2017 13:45
Een prachtverhaal...ja, zo ken ik Manhattan ook wel. Slechte restaurants met grote namen en onbeschoft personeel. Daar tel je alleen maar mee als je zelf een bekende New Yorker bent, ook al geef je een dikke fooi - dan ben je gewoon een patserige toerist.
Nee, geef mij dan maar de uitstekende delicatessenzaakjes die net niet aan de Broadway liggen maar iets dichter bij het water: daar haal je voor een paar dollars geweldige dik belegde stokbroodjes, die je het beste op een bankje ergens in een van de vele parken en parkjes op kunt eten, soms in gezelschap van een roedel grijze eekhoorns...
2
11/12/2017 14:25
Je kent Manhattan duidelijk goed. :-) Toch is het een heerlijke stad om in te vertoeven. En die eekhoorns, dat was ik bijna vergeten. Leuke diertjes en dito anecdote. ;)
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert