Anneke en Peter

Door Lynn De Bondt gepubliceerd in Verhalen en Poëzie

Hieronder mijn eigen versie van het sprookje Hans en Grietje, met andere namen en een iets ander verloop dan het origineel: 

Er was eens een heel arm boerengezin die aan de rand van het woud woonde. Anneke en Peter waren een tweeling en waren twee handen op een buik. Elke dag moesten ze hun ouders helpen. Maar hoe hard ze ook werkten, ze kregen amper brood op de plank.
Elke winter moesten ze hout gaan hakken om zich te kunnen verwarmen en om te kunnen koken. Er was weer erg weinig te eten, want de afgelopen oogsten waren mislukt. De ouders van Anneke en Peter waren ten einde raad.
“Wat moeten we toch doen?” riep de radeloze moeder uit.
“Morgen gaan we weer hout gaan hakken,” zei de vader. “We nemen Anneke en Peter weer mee en laten hen achter in het bos.” De moeder keek geschokt.
“We kunnen hen daar toch niet achterlaten! Ze gaan verhongeren!”
“Zeg jij dan maar wat we moeten doen!” antwoordde de vader kwaad. “We hebben amper brood voor twee, laat staan voor vier mensen. Daarbij, ons Anneke is erg slim. Ze zal een manier vinden om haar broer en zichzelf niet te laten verhongeren.”
En zo kon de vader de moeder toch overtuigen om de kinderen achter te laten in het woud. Maar wat de ouders niet wisten, was dat Anneke en Peter alles hadden gehoord. Ze hadden samen op de overloop van de trap gezeten en waren nu stilletjes teruggekeerd naar hun kamer. Maar Anneke kon niet slapen. Ze draaide heen en weer in bed en stond tenslotte op.
“Waar ga je naar toe?” vroeg Peter ongerust.
“Ons redden,” fluisterde Anneke geestdriftig. “Ik weet een manier waardoor we niet zullen verdwalen en terug naar huis kunnen.”
Anneke ging naar buiten en kwam even later terug met een hele stapel kiezels. “Zo kunnen we onze weg naar huis snel terug vinden,” zei Anneke. Peter wist nog steeds niet wat zijn zus van plan was, maar hij vertrouwde haar blindelings.

De volgende ochtend ging het gezin naar het bos om hout te hakken. De vader nam Anneke en Peter mee naar een open plek waar ze op een paar omgevallen boomstammen konden uitrusten.
“Wij gaan verder houthakken, rusten jullie maar wat uit. Straks komen we jullie terug ophalen,” zei de vader. Anneke en Peter deden hun best om verbaasd en onschuldig te kijken. De vader had kennelijk niets door en ging weer weg. Toen vroeg Peter aan Anneke: “Wat heb je nu met die kiezelstenen gedaan?”
“Ik heb onderweg telkens een kiezelsteen laten vallen op de grond, zo hebben we een spoor die we kunnen volgen om terug thuis te geraken.”
Anneke en Peter wachtten urenlang tot hun ouders zouden terugkomen. Ze wisten wel dat hun ouders dit niet van plan waren, maar je kon nooit weten. Bovendien hadden ze er geen idee van wanneer hun ouders terug naar huis zouden keren. Ze wachtten zo lang, dat ze in slaap vielen. Toen ze wakker werden, was het bijna avond. Snel gingen ze op weg om de kiezelstenen, de weg naar huis, te volgen, nu ze die nog konden zien. Algauw kwamen ze weer thuis. Hun ouders waren verbaasd dat hun kinderen de weg naar huis hadden gevonden, maar probeerden niets te laten merken.

Maanden gingen voorbij en de situatie verbeterde niet. Ze moesten nog steeds hard werken voor een beetje brood. Opnieuw bespraken de ouders de problemen en opnieuw vonden ze dat de enige oplossing was om Anneke en Peter achter te laten in het woud. Maar ze vroegen zich af hoe ze konden vermijden dat de kinderen de weg naar huis konden vinden. Hoe hadden ze dit gedaan? Toen herinnerde de moeder iets wat ze eerder over het hoofd had gezien: “Toen we hen de vorige keer naar het bos brachten, lagen er onderweg overal kiezels op de grond. Anneke heeft die vast buiten opgeraapt, meegenomen en onderweg laten vallen.”
“Dan moeten ze ons gehoord hebben,” concludeerde de vader. “Maar goed, nu hebben ze vast niets gehoord en als dit wel zo is, dan kunnen ze niets doen. Ik ga de buitendeur op slot doen, zo kunnen ze niet naar buiten.”
 

En zo geschiedde. Alleen hadden Anneke en Peter ook nu alles gehoord. Ze probeerden te bedenken wat ze konden doen nu de deur op slot zat. Uiteindelijk kwam deze keer niet Anneke, maar Peter met een idee: “Ik weet wat we kunnen doen. Geef me even, ik ben zo terug!” Geïnspireerd door Annekes idee van de kiezelstenen, liep Peter naar de keuken, en haalde daar de broodzak met kruimels. Hij goot de kruimels in een kleinere zak, legde de lege broodzak terug en ging terug naar zijn kamer. “Kijk eens, ik heb kruimels mee. Daar kunnen we ook een spoor mee maken,” zei Peter bij zijn terugkomst.
“Goed idee,” zei Anneke. Ze was zo blij dat haar broer met een oplossing kwam, dat ze er niet bij stilstond dat de kruimels snel konden verdwijnen.

De volgende dag gingen ze opnieuw naar het woud om hout te hakken. Peter liet om de zoveel tijd trouw een kruimel op de grond vallen. Opnieuw bracht hun vader hen naar de open plek waar ze konden ‘uitrusten'. Hun vader liet hen echter weer achter in het woud. Anneke en Peter wachtten weer urenlang en vielen terug in slaap. Toen ze weer wakker werden, gingen ze op zoek naar de kruimels die Peter had laten liggen. Maar hoe ze ook zochten, nergens vonden ze de kruimels terug. Ze waren verdwenen! Opgegeten door vogels!
Diep bedroefd gingen Anneke en Peter op zoek naar een slaapplaats voor de nacht. Ze gingen dieper en dieper het woud in en lieten zich uitgeput op de grond vallen. Daar sliepen ze tot de middag. Toen ze wakker werden, hadden ze een reuzehonger. Ze hadden al sinds de middag van de vorige dag niets gegeten. Hongerig gingen ze weer op weg. Opeens riep Peter enthousiast uit: “Kijk, kijk, Anneke! Hier staat een huisje van snoep, koekjes en peperkoek!” Anneke snelde naar de plaats waar haar broer stond en zag dat hij gelijk had. Het dak was gemaakt van reuzegrote peperkoeken, en de muren waren opgetrokken van lagen koeken met room ertussen. De ramen waren van snoep en de muren waren ook nog eens versierd met snoep. Anneke en Peter stortten zich op het huisje. Ze smulden van de koeken met room, knaagden aan het peperkoeken dak en smikkelden van de snoep van de ramen en de muren. Toen hoorden ze een oude, krakerige stem zeggen:

“Knibbel, knabbel, knuisje,
Wie knabbelt er aan mijn huisje!”

Anneke en Peter schrokken zich rot. Wie was dat? Zat er een heks verscholen in het bos? De kinderen keken angstig naar de deur die openging. In de deuropening verscheen er echter geen lelijke, oude heks, maar een stokoude man met een versleten punthoed op. Het was een tovenaar!
“Kom maar naar binnen, hier binnen is eten genoeg. Dan hoeven jullie mijn huis niet meer op te vreten!” zei de tovenaar. Anneke en Peter volgden de tovenaar in zijn huis. Daar mochten ze aan tafel zitten en kregen ze een grote kom soep en brood. Hongerig aten Anneke en Peter van de soep. Moe en voldaan vielen ze algauw in slaap. Maar toen Anneke de volgende morgen wakker werd, zag ze haar broer nergens. Ongerust ging ze op onderzoek uit en ontdekte dat Peter zat opgesloten in een kooi die aan het huisje grensde!
“Wat is er gebeurd?” vroeg Anneke ongerust.
“De tovenaar heeft mij opgesloten vanmorgen. Ik lag nog te slapen toen hij me naar hier heeft gebracht. Toen ik wakker werd, lag ik hier in deze kooi. Hij kwam daarna terug naar mij en hij zei dat hij me gaat vetmesten om op te eten,” antwoordde Peter.
“Dat mag niet gebeuren! Maar wat kunnen we doen?” zei Anneke radeloos.

In de maanden die erop volgden, werd Peter vetgemest, en kreeg Anneke weinig te eten terwijl ze hard moest werken. Ze moest het huis schoonmaken en eten klaarmaken. Elke dag controleerde de tovenaar of Peter al vet genoeg was. Maar Peter toonde dat hij even vindingrijk kon zijn als zijn zus. Telkens de tovenaar, die blijkbaar niet zo goed meer zag, aan de vinger van Peter wilde voelen hoe dik hij al was, schoof Peter een takje door de tralies. Zo werd de tovenaar beetgenomen.

Maar op een dag werd de tovenaar het grondig beu. Hij wilde niet meer langer wachten om Peter op te eten. Hij vroeg aan Anneke om alvast het vuur aan te steken. Dat deed ze. Toen de oude tovenaar echter Peter wilde gaan halen, deed ze alsof er iets mis was met het vuur. De tovenaar ging noodgedwongen gaan kijken, maar vooraleer hij het besefte, duwde Anneke hem in het vuur! De tovenaar schreeuwde nog voor hij dood ging.
Op dat moment kwam er een stokoude vrouw naar binnen. Ze had een bezem in de ene hand en een toverstok in de andere. Anneke deinsde angstig achteruit voor de heks.
“Je hoeft niet bang te zijn, ik doe je niets,” zei de heks vriendelijk. “Vertel eens, wat doe je eigenlijk in mijn huis? Wie is die jongen die zit opgesloten en wie heeft dit gedaan?”
“Jouw huis?” durfde Anneke te vragen.
“Jazeker, mijn huis,” zei de heks. “Ik ben een jaar lang weggeweest, op bezoek bij familie in het zuiden. Het huisje is gebouwd geweest door mijn moeder. Elk jaar heeft zij en nu ik sinds vele jaren het laten herbouwen met vers snoep en koek. Die zijn voor de vele kinderen die verloren lopen in het bos. Ik zweer je dat ik geen slechte bedoelingen heb, ik wil echt alleen maar helpen. Maar wat is er nu gebeurd en wie zijn jullie?”
Anneke besloot de heks te vertrouwen en vertelde haar alles. Op haar beurt vertelde de heks dat zij een witte heks was en dat de tovenaar die hen had opgesloten een zwarte tovenaar was die eigenlijk in de gevangenis hoorde omdat hij kinderen had gedood en opgegeten. Blijkbaar was hij ontsnapt en had hij in het huisje van de heks een ideaal lokmiddel gezien voor kinderen. Nu moest geen enkel kind nog vrezen, dankzij Anneke. Peter werd uit zijn kooi bevrijd en hem werd alles uitgelegd. De heks toverde twee grote zakken vol goud en juwelen tevoorschijn, die Anneke en Peter mee naar huis mochten nemen. Zo hoefden hun ouders hen nooit meer in het woud achter te laten. Maar hoe moesten ze nu hun weg terug naar huis vinden? Geen probleem:
“Deze vogels hebben jullie kruimels die jullie onderweg hebben laten vallen opgegeten,” zei de heks. “Ze hebben daar heel veel spijt van en gaan jullie de weg naar huis tonen.”

En zo geschiedde. Anneke en Peter geraakten heelhuids met de zakken goud en juwelen thuis, dankzij de vogels die hen de weg toonden. Hun ouders waren dolblij om hen terug te zien, ondanks alles en zeker nadat ze gehoord hadden wat er allemaal gebeurd was. Ze kenden geen armoede meer en leefden nog lang en gelukkig. 

19/11/2017 16:37

Reacties (0) 

Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert