Heksenvervolgingen - deel 6

Door Lynn De Bondt gepubliceerd in Geschiedenis

Dit is het laatste artikel over de Europese heksenvervolgingen in de vroegmoderne tijd. In de vorige artikels hebben we gezocht naar oorzaken en invloeden die ervoor zorgden dat er zo’n grote heksenjacht kon plaatsvinden in de vroegmoderne tijd. Nu gaan we gaan kijken hoe deze heksenvervolgingen uiteindelijk stopten, want dat is eigenlijk nog een groter raadsel dan hoe ze zijn begonnen!

Inleiding

Aan het eind van de zeventiende eeuw en het begin van de achttiende eeuw namen de heksenjachten geleidelijk aan af en hielden ze uiteindelijk helemaal op. Dat gebeurde niet overal op hetzelfde moment, in de Nederlanden begon de daling van de heksenvervolgingen al in het begin van de zeventiende eeuw, terwijl in Polen dat pas in 1723 gebeurde. Als we het hebben over het einde van de Europese heksenjacht, moeten we een verschil maken tussen heksenvervolgingen en hekserijbeschuldigingen. De gerechtelijke heksenvervolgingen, dat zowel door de hogere klassen als het volk werd veroorzaakt, eindigden effectief aan het eind van de zeventiende, begin achttiende eeuw in Europa. Maar hekserijbeschuldigingen door het volk kwamen nog steeds voor, zelfs tot in de twintigste eeuw! Uiteraard werden er steeds minder en minder hekserijbeschuldigingen geuit, maar ze kwamen dus nog wel degelijk voor.
In sommige gevallen gebeurt dit zelfs nog in de eenentwintigste eeuw in Europa, al zal dat waarschijnlijk sporadisch zijn. Slachtoffers kunnen jongeren zijn die gepest worden omdat ze ‘anders’ zijn en zich bezighouden met hekserij of het gewoon een leuk onderwerp vinden om over te lezen. Gelukkig hebben boeken als Harry Potter, die jammer genoeg toch nog voor commotie konden zorgen, en tal van series er wel voor gezorgd dat dit steeds meer aanvaard wordt. Anderzijds zijn er nog mensen die vooroordelen hebben over de moderne heksen, waarvan de wicca’s het bekendste zijn. Buiten Europa, zoals onder andere in Afrika, Azië en Oceanië, waar ook al eeuwenlang hekserijbeschuldigingen en –vervolgingen voorkomen, gebeurt dit ook nog steeds de dag van vandaag. Maar dat heeft weinig te maken met de Europese heksenjacht in de vroegmoderne tijd.
  Het belangrijkste is dat het Tijdperk van de Angst, de Heksenwaan, of hoe je het ook wilt noemen op zijn einde liep. Maar hoe kwam dat nu precies? Waarom stopten de heksenvervolgingen uiteindelijk na enkele eeuwen? Er zijn een aantal redenen geopperd, die in dezelfde thema’s liggen waardoor de heksenvervolgingen zijn begonnen of versterkt, namelijk in de godsdienst en filosofie, de wetten en maatschappelijke veranderingen.

Veranderingen in het gerecht

Eerder zorgden een nieuw rechtsysteem en hekserijwetten ervoor dat de heksenvervolgingen mogelijk werden en toenamen. Maar uiteindelijk zouden ook gerechtelijke veranderingen mee leiden tot de afname en het einde van de heksenvervolgingen. Zoals we hieronder nog zullen zien, veranderde de ideeën bij de hogere klassen rond hekserij langzaam tijdens de heksenvervolgingen. De rechters werden steeds meer sceptisch over of er eigenlijk wel iets bestond als maleficia of het pact met de duivel. Deze scepsis was al langer aanwezig bij veel mensen, maar zij werden in het begin afgekraakt door de anderen. Zoals we zagen, kregen zij geen gehoor. Maar naar het einde van de zeventiende eeuw toe, begonnen steeds meer mensen naar de sceptische humanisten te luisteren. Uiteindelijk zouden drie gerechtelijke veranderingen er mede voor zorgen dat de heksenvervolgingen op zijn einde liepen:

-er werden harde bewijzen gevraagd voor maleficia en het pact met de duivel:
Terwijl eerder in de heksenvervolgingen alles werd gedaan om maar te bewijzen dat hekserij bestond en de verdachten schuldig waren hieraan, werden de rechters hier uiteindelijk terughoudender in. Een rechter kon bijvoorbeeld beslissen dat er onvoldoende bewijzen waren om folteringen te rechtvaardigen. Of men kon een onderzoek instellen om te zien of een bepaalde ‘beheksing’ (dan ging het om maleficiabeschuldigingen vanuit het volk) natuurlijke oorzaken had. Rechters eisten ook steeds meer strenge bewijzen voor het pact met de duivel. We weten dat hiervoor een bekentenis nodig was en dat men eerder nog folterden tijdens het verhoor om ‘bekentenissen’ te verkrijgen. Maar de rechters werden er steeds meer van bewust dat folteringen tot valse bekentenissen kon leiden. Daarom waren bekentenissen onder invloed van folteringen niet meer aanvaardbaar als bewijs. Bovendien aanvaardden rechters het duivelsteken ook niet meer als bewijs van een pact met de duivel. Zo werd moeilijker om de heksenvervolgingen verder te zetten.

-weerzin tegen foltering en strengere regels bij foltering:
Ten tweede nam sowieso de weerzin tegen foltering tijdens het verhoor toe. Foltering had eigenlijk altijd al een hevige kritiek gekregen, soms omwille van menselijke redenen, soms enkel om de reden dat een bekentenis onder foltering onbetrouwbaar was. Maar het leidde er uiteindelijk wel toe dat in de zeventiende eeuw er strengere regels bij foltering kwamen. Dat was zowel op het folteren zelf als op de verkregen ‘bekentenis’ ervan. Het gebruik van folteren werd uiteindelijk zelfs volledig afgeschaft. Foltering werd afgeschaft in: 1705 in Schotland, in 1740 in Pruisen, in 1770 in Saksen, in 1776 in Oostenrijk, in 1787 in België, in 1803 in Zwitserland en in 1806 in Beieren.

-er kwamen wetten die heksenvervolgingen beperkten of zelfs verboden:
Uiteindelijk werden er wetten ingevoerd die heksenvervolgingen beperkten of zelfs verboden. Niet alle wetten hadden echt hun invloed op het einde van de heksenvervolgingen. Er waren er namelijk een aantal die pas ingevoerd werden toen de heksenvervolging eigenlijk al ten einde was in dat land. Dan was het een soort bevestiging van het einde van de heksenvervolgingen. Andere wetten of decreten hadden dan weer wél hun invloed op de afname van de heksenvervolgingen. In Frankrijk werd zo’n edict vervaardigd in 1682, in Pruisen in 1736 en in Polen in 1776. De hekserijwetten die eerder waren ingevoerd, werden ook afgeschaft.

Veranderingen in de filosofie

Naast de nieuwe regels bij het gebruik van folteringen en het bewijs voor hekserij en de nieuwe wetten die werden opgesteld die heksenvervolgingen beperkten of verboden, kwamen er in het algemeen in de hogere klassen nieuwe opvattingen. Er waren wederom drie belangrijke veranderingen in het denken die belangrijk waren voor het einde van de heksenvervolgingen:

-men begon alles in vraag te stellen:
De eerste verandering was dat men alles in vraag begon te stellen, men werd kritischer en nam niet meer zomaar klakkeloos aan wat er in de klassieke boeken stond en men begon zelf na te denken. Ook hekserij werd het onderwerp van een ernstige twijfel: men twijfelde of hekserij eigenlijk wel bestond. Zo werd het steeds moeilijker om een rechter te vinden die nog een zogenaamde heks wilde veroordelen.

-de opkomst van de mechanistische filosofie:
De tweede verandering was dus de opkomst van wat men de mechanistische filosofie noemt. Dit hield in dat men de aarde nu zag als een onderdeel van een soort machine, het heelal, en dat men de rol van de geesten en demonen beperkte of zelfs helemaal uitschakelde. Als geesten en demonen niet bestaan, waarom zou er dan hekserij bestaan? Op die manier begon men in de hogere klassen het bestaan van hekserij te betwijfelen.
Even leek het erop dat deze nieuwe filosofie een grote concurrent en zelfs bedreiging zou vormen voor de godsdienst. Maar omdat men het bestaan van God niet ontkende en men Hem een plaats gaf in hun filosofie, nam deze bedreiging af. Veel geestelijken en theologen waren bereid om deze filosofie een plaatsje te geven in hun denken. Zo kreeg het een grote aanhang.
De mechanistische filosofie verwierp dus dat de aarde, zoals in de middeleeuwse filosofie, een stilstaande spil was van het heelal die te lijden had onder magische invloeden. Toen de mechanistische filosofie zich uiteindelijk verspreidde doorheen de ontwikkelde klassen en doordrong tot de heersende klassen, hielp het mee de heksenvervolgingen te doen afnemen. Veel rechters en magistraten waren van deze nieuwe ideeën op de hoogte en werden erdoor beïnvloed.

-de ontdekking dat vreemde gebeurtenissen en ziektes een natuurlijke oorzaak hadden:
De derde belangrijke verandering was dat men ontdekte dat vreemde gebeurtenissen en ziektes een natuurlijke oorzaak hadden. In feite hadden veel artsen dit al in de tweede helft van de zestiende eeuw ontdekt, maar ze kregen toen met veel tegenstand te maken. Uiteindelijk slaagden ze er nu toch in, in de zeventiende eeuw, het heksengeloof aan het wankelen te brengen.
Omdat mensen nu zagen dat veel van de zogenaamde maleficia natuurlijke oorzaken hadden, groeide ook het optimisme, de hoop, dat alles wel goed zou komen en dat er steeds meer ontdekt zou worden en ziektes zouden kunnen behandeld worden.

Het is belangrijk op te merken dat scepsis tegenover hekserij de gehele heksenvervolgingen door bestond en bepaalde humanisten en aanhangers van het neoplatonisme hadden al eerder geprobeerd om een einde te maken aan de heksenvervolgingen. Hun poging was echter mislukt. Uiteindelijk zorgden bovenstaande opvattingen ervoor dat de hogere klassen niet meer in hekserij zou gaan geloven, toch niet op de manier zoals in de vroegmoderne tijd (zowel niet in maleficia als in duivelse hekserij). Uitzonderingen zullen er altijd wel zijn geweest en het geloof in hoge magie bleef wel bestaan in bepaalde kringen. De nieuwe denkbeelden hadden echter geen invloed op het volk, behalve dan misschien het feit dat er natuurlijke oorzaken vastgesteld werden voor bepaalde gebeurtenissen en ziektes. Sommige opvattingen sijpelden dan ook een beetje door in het volk, maar het volk bleef toch nog lange tijd geloven in het volksgeloof van magie en hekserij. Een van de redenen waarom het volk ophield mensen te beschuldigen van hekserij, was omdat de rechters hiertoe niet meer bereid waren.

Nieuwe opvattingen in de godsdienst

Ook in de godsdienst kwamen er nieuwe opvattingen, die vooral te maken hadden met de reformatie en de contrareformatie. Daarnaast nam de godsdienstijver en –oorlogen af. Belangrijk om op te merken is dat de reformatie meer invloed had op de toename dan de afname van de heksenvervolgingen, maar op de lange termijn zorgden bepaalde ideeën voor de afname van de heksenvervolgingen. Dit waren er vier:

-de soevereiniteit van God:
In het begin van de reformatie werd de aanwezigheid van de duivel door sommige protestanten, zoals Luther, overdreven. Maar veel protestanten hielden vast aan de soevereiniteit van God en verworpen het idee dat de duivel een gelijke macht had als God als ketters. Het gevolg was dat bepaalde protestanten gingen ontkennen dat de duivel in staat was magische gebeurtenissen teweeg te brengen. Daardoor kwam er scepsis tegenover maleficia, die volgens de theologen via de duivel werd bewerkstelligd.

-bijbels fundamentalisme:
We zagen eerder hoe het bijbels fundamentalisme ervoor zorgde dat de heksenvervolgingen toenamen, vanwege “Een tovenares moogt gij niet in leven laten”. Maar op de lange termijn zagen de protestanten dat er eigenlijk erg weinig verwijzingen waren naar hekserij en al helemaal niet naar duivelaanbidding. Het stond ook nog eens vol met bewijzen dat God erg veel beperkingen gaf in de macht van de duivel. Dat leidde tot een scepsis tegenover hekserij en uiteindelijk de vervolging zelf.

-de bekering van het volk:
Eerder had de bekering van het volk ervoor gezorgd dat men zich bewust werd van een diep zondebesef en persoonlijke schuld. Maar de bekering zorgde er op de lange duur ervoor dat het volk minder geloofde in hekserij en tovenarij. Het uitvoeren van volksmagie nam daardoor ook af. Heksenjagers werden zo minder bezorgd. Daarnaast had het ook tot gevolg dat men de duivel als een spiritueel wezen ging gaan zien, in plaats van een materieel wezen dat in staat was een verbond te sluiten met heksen en op de sabbat te verschijnen. Deze veranderingen kwamen echter zeer langzaam tot stand, pas rond de jaren ’60 van de zeventiende eeuw. Dat was lang ná de reformatie.

-scepsis tegenover duiveluitbanning:
Eerder leidde (groeps)bezetenheid tot toename van de heksenvervolgingen, maar onder invloed van de nieuwe denkbeelden, begon men langzaam te twijfelen of bezetenheid eigenlijk wel bestond. Bezetenheid zou veroorzaakt worden door heksen, die demonen of de duivel opdracht zouden geven iemand te gaan bezitten. Doordat men niet meer zeker was of bezetenheid bestond, geraakte duiveluitbanning in diskrediet. Daardoor namen heksenvervolgingen af. Door duiveluitbanningen werden eerder nog heksenvervolgingen aangemoedigd en was er een strijd tussen de katholieken en protestanten die probeerden door duiveluitbanningen te bewijzen dat God aan hun kant stond. Maar dat was nu niet meer het geval.

Godsdienstijver en godsdienstoorlogen namen af

Andere belangrijke ontwikkelingen waren dat de godsdienstijver en godsdienstoorlogen uiteindelijk afnamen. Na 1650 nam de vroegere godsdienstijver af. Er kwam meer godsdienstige verdraagzaamheid. De godsdienstoorlogen namen af na 1648, waardoor het wat rustiger werd en de angst voor bekering of herbekering langzaam verdween. Men beredeneerde de godsdienst nu meer en het tijdperk van de reformatie met zijn godsdienstijver maakte plaats voor een rationeel tijdperk. Deze vermindering van godsdienstijver had een aantal belangrijke gevolgen. Ten eerste was er een verlangen van de theologen om godsdienst en filosofie in overeenstemming te maken, waardoor men bereid was om de mechanistische filosofie en andere filosofieeën waarin de duivelse macht heel weinig was te aanvaarden.
Ten tweede begon men mensen die beweerden rechtstreeks in contact te staan met God of de geestenwereld te wantrouwen. Zoals hierboven uitgelegd, kwam er een scepsis tegenover bezetenen en vroeg men zich uiteindelijk af of hekserij bestond. Maar het belangrijkste was wel dat zowel de katholieken als de protestanten er niet meer op gebeten waren om de wereld te zuiveren door heksen te verbranden.

Maatschappelijke veranderingen

Het is moeilijk om te zeggen welke maatschappelijke veranderingen leidden tot de afname van de heksenvervolgingen. Waarschijnlijk was het eerder een samenloop van omstandigheden. Mogelijke redenen zijn:

-de levensomstandigheden van het volk verbeterden:
Aan het eind van de zeventiende en het begin van de achttiende eeuw verbeterden de levensomstandigheden van het gewone volk langzamerhand. Er kwam een einde aan de sterke prijsschommelingen, de lonen daalden niet meer en het bevolkingsaantal daalde licht en nam daarna geleidelijk aan toe. Het weer werd ook beter dan in de voorgaande jaren. Het slechte weer van de jaren ervoor had er namelijk voor gezorgd dat de oogsten mislukt waren. Deze verbeteringen zorgden er waarschijnlijk voor dat de sociale spanningen tussen de mensen verminderden die vroeger tot hekserijbeschuldingen hadden geleid.
Toch moeten we opmerken dat gedurende de hele achttiende eeuw nog steeds erg veel armoede en honger was, en er waren nog steeds tegenslagen en veranderingen die voor hekserijbeschuldigingen konden zorgen. Een groot verschil was wel dat heksen niet meer wettelijk vervolgd konden worden! Het volk stuitte daardoor op de weerstand bij de rechters om zogenaamde heksen te vervolgen. Het gevolg was dat ze zo minder hekserijbeschuldigingen gingen uiten.

-bedelaars waren geen bedreiging meer:
De tweede mogelijke reden is dat dorpelingen elkaar niet meer beschuldigden van hekserij, omdat hun buren die kwamen bedelen geen bedreiging meer vormden als ze weigerden om hen geld of eten te geven. Zoals we in het vorige artikel zagen, zorgde dit ongewild voor schuldgevoelens en ging men de bedelaarster gaan beschuldigen van hekserij als er kort daarna een ongeval of ziekte plaatsvond. Maar een betere zorg voor de armen zou ervoor kunnen gezorgd hebben dat bedelaars geen bedreiging meer vormden. In Engeland kwam er bijvoorbeeld een betere armenzorg. De dorpelingen moesten niet zelf meer instaan voor de armen en dat zorgde ervoor dat ze geen schuldgevoelens meer haden als ze een bedelaar weigerden iets te geven.
In het algemeen was er minder aanleiding om alleenstaande vrouwen te beschuldigen van hekserij, omdat zulke vrouwen een vertrouwder beeld werden in dorpen en steden. Men ging ze nu eerder negeren en was niet meer bang voor ze.

Algemene maatschappelijke veranderingen

Maar de allerbelangrijkste reden is misschien wel dat de omstandigheden die vroeger aanleiding hadden gegeven voor angst, niet meer bestonden. De grote pestepidemieën hielden uiteindelijk op. De pest zou pas terugkomen aan het einde van de negentiende eeuw. Zoals we eerder zagen, nam ook de godsdienstberoering af. De opstanden en revoluties die tijdens het hoogtepunt van de heksenvervolgingen plaatsvonden, eindigden rond 1660. De Europese landen vochten nog steeds met elkaar, maar rond 1700 kwam er een eind aan het plunderen van steden en dorpen. Daardoor werd de oorlog een minder traumatische ervaring voor de bevolking.
Uiteindelijk brak er na 1660 een periode van stabiliteit en rust aan, dat zowel op politiek, maatschappelijk, economisch en godsdienstig vlak. Onder zulke omstandigheden had men minder reden om buren te gaan beschuldigen van hekserij om hun angstgevoel te verminderen. De autoriteiten hadden zelfs nog minder reden om een massale heksenjacht op poten te zetten om een denkbeeldige sekte van duivelaanbidsters uit te roeien.
Er is dus niet één reden of oorzaak die we kunnen geven voor het einde van de heksenvervolgingen te verklaren. Maar zeker is dat ze afnamen, hoewel het allemaal op een verschillend tijdstip was waarin het eindigde. In Frankrijk vond de laatste terechtstelling plaats in 1745, in Engeland was dat in 1736 en in Schotland in 1722. In Duitsland vond de laatste terechtstelling in 1751 plaats, in Zweden was dat in 1763 en in Zwitserland in 1722. In Polen vond de laatste terechtstelling in 1793 plaats. Deze werd echter niet opgenomen in de officiële rechtbankverslagen. Waarschijnlijk was deze terechtstelling dus illegaal. Duizenden mensen zijn het slachtoffer geworden van deze Europese heksenjacht. Voor even was er dus stabiliteit. Maar, zoals we nu weten, zouden later nog grotere drama’s in onze geschiedenis plaatsvinden en werd oorlog voor de gewone bevolking om geheel andere redenen wel degelijk traumatisch.
Maar we hebben het hier over de heksenvervolgingen. We kunnen afsluiten met een positieve noot, namelijk dat er eindelijk een eind kwam aan het Tijdperk van de Angst. Omdat de angst verdween, was er veel minder reden om op zoek te gaan naar vijanden die de samenleving zouden bedreigen. Dit gold zowel voor het gewone volk als voor de hogere klassen. Het feit dat men te weten kwam dat veel ziektes een natuurlijke oorzaak hadden, zorgden ervoor dat mensen de hoop kregen dat op een dag de oorzaak van de meeste ziektes achterhaald konden worden en dat men deze ziektes ook zouden kunnen genezen. Het was de hoop dat alles wel weer goed zou komen…

In de jaren twintig en vijftig van de vorige eeuw zou hekserij weer opnieuw enorm populair worden, maar deze keer in een zeer positieve zin. Het was het tijdperk waarin de wicca’s ontstonden. Naar wat men toen geloofden, en sommige moderne heksen nog steeds de dag van vandaag, zou hun traditie terug te voeren zijn tot oude heidense godsdiensten. Een populaire stelling rond de heksenvervolgingen van de vroegmoderne tijd, in de vorige eeuw, die overigens nooit bewezen is geweest, is dat er werkelijk een groep heksen bestond die een heidense religie vereerde. In plaats van de duivel te vereren, zouden ze de gehoornde god – de Keltische god Cernunnos – vereren. De sabbatten zouden echt bestaan hebben, maar dan zonder de gruwelijke riten. Het is dan ook niets voor niets dat de moderne heksen hun feesten ook sabbats noemen. Die zijn gebaseerd op oude heidense feesten die de cirkel van de natuur vierden. Deze hypothese is het bekendst door de Britse antropologe Margaret Murray, die het boek The Witch-Cult in Western Europe schreef in 1921.
In onze eeuw zouden uiteindelijk zouden papieren magiërs en heksen, en heksen op het beeldscherm, enorm populair worden. Harry Potter, Sabrina the Teenage Witch, en nog vele andere zorgden ervoor dat ook de wicca weer populair werd onder jongeren. Je moet echter minstens achttien jaar zijn om binnen te kunnen treden in een wicca-coven en heel zeker zijn van je zaak.

Bronnen:

  • De wereld van Harry Potter
    Auteurs: Allan Kronzek en Elizabeth Kronzek
    Uitgegeven door Bruna (2002)
    Vertaling vanuit het Engels
  • Kunnen heksen heksen?
    Auteur: Kathleen Vereecken
    Ilustrator: Sylvia Weve
    Uitgegeven door Querido (2002)
  • De heksenjacht in Europa 1450-1750
    Auteur: Brian P. Levack
    Uitgegeven door Bandijk (1991)

Vertaling vanuit het Engels

  • Alles over magie: geïllustreerd overzicht van prehistorische geloofsvormen tot hedendaags satanisme en technopaganisme
    Auteur: Nevill Drury
    Uitgegeven door The House of Books (2003)
    Vertaling vanuit het Engels
  • De ondergang van de magische wereld: godsdienst en magie in Engeland 1500-1700
    Auteur:
    Keith Thomas
    Uitgegeven door Agon (1989)
14/10/2017 13:32

Reacties (1) 

14/10/2017 19:39
En toch worden ook in de eenentwintigste eeuw nog zogenaamde duiveluitdrijvingen gedaan door katholieke priesters. De rituelen en gebeden die daarbij gebruikt worden bestaan nog steeds. Meestal treft het mensen met epilepsie en\of schizofrenie waarvan men in achterlijke fundamentalistische gemeenschappen denkt dat ze 'bezeten' zijn. Het schijnt zelfs weer toe te nemen (onder meer in Vlaanderen!) en van de huidige paus wordt gezegd dat hij nog steeds in exorcisme gelooft. Google maar eens op duiveluitdrijvingen, dan weet je niet wat je ziet:
https://www.demorgen.be/buitenland/de-duivel-is...
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert