Heksenvervolgingen - deel 5

Door Lynn De Bondt gepubliceerd in Geschiedenis

Dit is het voorlaatste artikel over de heksenvervolgingen, volgende week bespreken we het einde van de heksenvervolgingen. Vandaag gaan we dieper in op de maatschappelijke situatie en veranderingen die ervoor zorgden dat mensen beschuldigd werden van hekserij. Want wie waren de personen die beschuldigd werden van hekserij? Waarom werden ze beschuldigd door het volk? Deze beschuldigingen waren noodzakelijk om een grote heksenjacht te creëren, want zonder de bereidheid van het volk om mensen te beschuldigen van hekserij, konden de autoriteiten niet zo’n grote campagne op poten zetten. Daarnaast zorgden onder andere de pestepidemieeën voor beschuldigingen van hekserij, was ook de toename van de armoede een grote factor, en zorgden de (boeren)opstanden, burgeroorlogen en de opkomst van het kapitalisme en het ontstaan van de moderne staat voor zeer veel onrust en angst.

Waar kwamen de beschuldigden vandaan?

De meeste beschuldigden kwamen uit de dorpen, die zo klein waren dat iedereen elkaar kende. Maar er werden ook mensen in de kleinere en zelfs de grotere steden beschuldigd van hekserij. De mensen die beschuldigd werden van hekserij in de kleinere steden, leefden eigenlijk in ongeveer dezelfde omstandigheden als degenen in de dorpen. De kleine steden hadden wel andere economische functies en hadden een eigen identiteit, maar ze waren nauwelijks groter dan de dorpen. Daardoor was er ook in de kleinere steden een heel hechte gemeenschap. Hekserijbeschuldigingen in de dorpen en kleinere steden werden dikwijls onder grote sociale spanningen en conflicten gedaan. Iedereen kende elkaar, men ging zomaar bij elkaar naar binnen en er was een zeer grote sociale controle. Je buren hielden in de gaten of je je man of vrouw niet bedroog, bijvoorbeeld. Bovendien was er toen in de meeste gebieden nog geen armenzorg of –wet, waardoor de dorpelingen voor elkaar moesten zorgen. De meeste, zoniet alle, mensen in de dorpen waren heel erg arm. Toch moest je je buren helpen die in een nog grotere armoede zaten dan jij. Dat leidde tot grote sociale conflicten tussen buren.
Vele hekserijbeschuldigingen die vanuit het volk kwamen, volgden hetzelfde patroon: een zeer arm persoon komt aan de deur van een buur om een gunst vragen. Dat kan eten, geld of een werktuig zijn. De persoon aan wie hij of zij dit vraagt, weigert dit. De bedelaar(ster) loopt kwaad weg en vloekt eventueel (was niet altijd het geval). Kort daarna vindt er een ongeluk plaats bij de persoon die de gunst geweigerd heeft. Dat kan bijvoorbeeld een tak zijn die op het hoofd valt van diegene die heeft geweigerd, een koe of ander dier dat een ongeluk krijgt, of een werktuig die kapot gaat. De persoon die de bedelaar(ster) heeft geweigerd, voelt zich schuldig en is er na het ongeluk van overtuigd dat de bedelaar(ster) hem/haar of zijn/haar huishouden heeft behekst. Vervolgens beschuldigd die persoon de bedelaar(ster) van hekserij.
Deze beschuldigingen waren niet altijd meteen officieel. Vaak was het nog binnen de gemeenschap en ging er een aantal tot zelfs jaren over totdat de bedelaar(ster) in kwestie officieel beschuldigd werd van hekserij. Nog belangrijk is dat de bedelaarsters die beschuldigd werden van hekserij wel nog een dak boven hun hoofd hadden. Het waren dus niet de bedelaars die op straat leefden die van hekserij werden beschuldigd. Bovendien was het in de meeste gevallen de bedelaar(ster) die beschuldigd werd van hekserij en niet de persoon die de gunst weigerde. Dat was omdat de bedelaar(ster) maatschappelijk op een lagere positie stond dan degene aan wie hij of zij een gunst vroeg.

De grotere steden

De grotere steden hadden een bevolking van meer dan 5000 inwoners, dus is het logisch dat niet iedereen elkaar daar kende. In de grotere steden was de situatie dus helemaal anders dan in de dorpen en kleinere steden. Hier kon men zijn buren wel ontlopen of negeren. Er was dus geen sprake van de sociale conflicten zoals in de dorpen en kleinere steden. Maar waarom werden hier dan mensen beschuldigd van hekserij? Drie belangrijke gevallen waarin heksenvervolgingen konden ontstaan waren: politieke hekserij, de pest en groepsbezetenheid. Politieke hekserij kwam voor in de steden waar er politieke activiteiten waren. In de dorpen waren er geen politieke activiteiten en dus geen politieke hekserij. Politieke hekserij hield in dat men politieke tegenstanders probeerden te vervloeken. Er waren echt mensen die dit uitprobeerden, maar dat wil niet zeggen dat degenen die beschuldigd werden van politieke hekserij dit ook werkelijk hadden gedaan. Politieke hekserij speelde vooral in de vroege heksenprocessen een rol.
Ten tweede zorgde de pest die zich razendsnel kon verspreiden in de steden voor een enorme angst. De pest verspreidde zich in de periode van de heksenvervolgingen alleen in de steden en dat was omdat iedereen daar dicht tegen elkaar woonde in ongezonde omstandigheden. Daardoor kon alleen in de steden de pest zorgen voor hekserijbeschuldigingen. Maar hoe dan? Niet enkel de angst zelf zorgde voor meer hekserijbeschuldigingen, men begon daarnaast ook te geloven in zogenaamde ‘pestverspreiders’. Pestverspreiders waren mensen die een soort ‘pestextract’ verspreidde in de wijken om iedereen ziek te maken. Ze werden net als heksen beschuldigd van duivelverering en men geloofde dat ze ook gezamenlijk de pest verspreidden. Dat lijkt uiteraard sterk op de duivelse hekserij. Pestverspreiders werden dan ook op dezelfde manier als heksen vervolgd, dus namen hekserijbeschuldigingen toe.
De derde belangrijke situatie was de groepsbezetenheid die in die tijd veel voorkwam. Dat hield in dat tegelijkertijd een groep mensen bezeten zou zijn van de duivel of een demon. Men geloofde dat heksen ervoor zorgden dat iemand bezeten werd door de duivel of een demon. De grootste gevallen van groepsbezetenheid kwam voor in de steden. Dat kwam omdat groepsbezetenheid voornamelijk voorkwam in de kloosters en gasthuizen en die stonden voornamelijk in de steden. De mensen die zeiden bezeten te zijn door de duivel of een demon, waren dat natuurlijk niet echt. Ze hadden ofwel een ziekte, bijvoorbeeld epilepsie of een psychische ziekte, of ze deden gewoonweg alsof. De nonnen in de kloosters hadden een erg streng leven en konden op die manier zonder daarvoor gestraft te worden eens lekker gek gaan doen! Om diezelfde reden waren het vaak ook kinderen en pubers die bezeten zouden zijn.
Tenslotte zijn er nog twee andere redenen waarom er hekserijbeschuldigingen voorkwamen in de grotere steden. De eerste reden is dat wanneer een heksenjacht eenmaal in een stad begonnen was, dit een zwaardere tol eiste. Op het platteland verspreidde heksenpaniek zich van dorp tot dorp via geruchten en toevallige beschuldigingen. In de steden daarentegen verspreidde heksenpaniek zich veel sneller en zorgde voor een kettingreactie. Als laatste hadden de steden toch hun eigen specifieke spanningen. Veel van de stedelingen kwamen oorspronkelijk van het platteland en hadden een grote moeite om zich aan te passen aan het stedelijke leven. De moeilijkheden die dit met zich meebrachten konden hen ertoe gebracht hebben hun buren te gaan verdenken en beschuldigen van hekserij.

Er waren dus twee ‘heksenwerelden’: de boerenwereld waarin hekserijbeschuldigingen dagelijkse kost waren en regelmatig leidden tot op zichzelf staande processen of soms tot grotere heksenjachten, en de heksenwereld in de steden, waar de politieke tovenaar, pestverspreider en de de bezeten non een rol speelden en waarin beschuldigingen en heksenjachten een kettingreactie konden veroorzaken.

                                     
Het typische beeld van de heks met haar bezemsteel en punthoed: het is een beeld dat mede is bepaald door de heksenvervolgingen in de vroegmoderne tijd. 

Wie waren de ‘heksen’?

We weten nu waar de mensen beschuldigd werden van hekserij en waarom in die omstandigheden, maar we moeten nog dieper ingaan op de beschuldigden zelf. Het gaat dan waarschijnlijk voornamelijk om beschuldigden uit de dorpen en kleinere steden. De meeste beschuldigden waren: vaker arm dan rijk, vaker oud dan jong, vaker vrouw dan man en vaker ongehuwd of weduwe dan getrouwd. We moeten een onderscheid maken tussen waarom het volk eerder arme, oude weduwes beschuldigden en waarom de hogere klassen dachten dat zij eerder hun toevlucht zouden nemen tot hekserij. Het beeld van de beschuldigden heeft het beeld van de heks in het algemeen mede bepaald: in sprookjes worden heksen afgeschilderd als arme, oude vrouwen die kinderen opeten.

Vaker arm dan rijk

De meeste beschuldigden kwamen uit de lagere klassen van de samenleving en waren meestal zeer arm. Ze leefden op de rand van het bestaansminium en moesten vaak gaan bedelen om aan eten, drinken of een beetje geld te komen. Ze riepen daardoor wrok-en schuldgevoelens op. Hoe deze situatie kon leiden tot hekserijbeschuldigingen in de dorpen en kleinere steden las je hierboven. Maar naast sociale spanningen waren er ook andere redenen waarom voornamelijk arme mensen beschuldigd werden van hekserij. Ze waren ten eerste de zwakste en kwetsbaarste leden van de samenleving. Ze voelden zich machteloos over hun situatie en zouden daardoor het snelst magische middeltjes gaan verkopen of toverij gebruiken om wraak te nemen op hen die hun bezit afnamen. Maar het maakte bij beschuldigingen van hekserij eigenlijk niet uit of deze mensen werkelijk hekserij uitvoerden of niet, het feit dat men geloofde dat zij dit sneller zouden doen, zonder werkelijk bewijs, was voldoende. Bovendien waren de armen door hun grote kwetsbaarheid niet in staat zich tegen hekserijbeschuldigingen te verdedigen.
De hogere klassen hadden hun eigen ideeën: ze dachten dat armen sneller een pact met de duivel zouden sluiten om hun financiële situatie te verbeteren. Men geloofde namelijk dat de duivel aan degenen die hij verleidde om heks te worden soms geld of een andere materiële beloning in de plaats beloofde als de persoon trouw zou zweren aan hem. Het schrijnende is dat in de verhalen en de ‘bekentenissen’ deze beloning vaak niet meer was dan een paar centjes.
Daarnaast waren het ook de economische veranderingen die in de vroeg-moderne tijd plaatsvonden die een invloed op de hekserijbeschuldigingen hadden. Tijdens de heksenvervolgingen nam de armoede sterk toe omdat enerzijds de bevolking tussen de vijftiende en de zeventiende eeuw sterk groeide, waardoor de lonen daalden omdat er een overvloed aan arbeidskrachten was, en anderzijds omdat er een ongekende inflatie was. Die was veroorzaakt door de druk van de toenemende bevolking op de voedselvoorraad, die vooral armen trof. Het gevolg was een daling in de levensstandaard
Soms werden er toch rijke of goedbedeelde mensen beschuldigd van hekserij, maar dat was vooral in de vroege heksenprocessen het geval of wanneer de heksenjacht een kettingreactie veroorzaakte. Dan kwamen er steeds wildere beschuldigingen van hekserij. Daarnaast beschuldigden magistraten en rechters rijke mensen van hekserij omdat zij hun bezittingen in handen wilden krijgen. In sommige gebieden schreef de wet namelijk voor dat degenen die beschuldigd werden van een zwaar misdrijf, hun bezittingen verbeurd werden verklaard. De bezittingen gingen dan naar de rechters of magistraten.

Vaker vrouw dan man

De beschuldigden waren vaker vrouw dan man omdat ze over het algemeen een zwakkere positie hadden dan mannen: ze hadden niet de politieke en fysieke macht van mannen. Daardoor konden ze zich veel moeilijker verdedigen tegenover hekserijbeschuldigingen. Het volk beschuldigde vrouwen vaker van hekserij omdat ze een aantal belangrijke taken hadden waarin ze erg kwetsbaar waren voor beschuldigingen van hekserij. Zij waren het die het eten maakten en ze hadden daardoor de kans om kruiden te plukken. Kruiden die gemakkelijk in smeerseltjes en brouwsels konden worden gebruikt. Vrouwen waren dan ook vaak genezeressen, die huismiddeltjes gebruikten om mensen te genezen. Hierbij kwam echter vaak magie of bijgeloof bij kijken. Zo werden ze kwetsbaar voor beschuldigingen van witte hekserij en dit kon in bepaalde gevallen ook leiden tot beschuldigingen van maleficia. Tenslotte waren vroedvrouwen kwetsbaar; tot in de achttiende eeuw waren het alleen vrouwen die assisteerden bij een bevalling. Vroedvrouwen waren kwetsbaar omdat ze omgingen met baby’s: het gewone volk beschuldigde vroedvrouwen van hekserij wanneer tijdens of vlak na de bevalling het misging met de baby. De hogere klassen dachten dat heksen baby’s vermoorden en opeten. Daardoor waren vroedvrouwen kwetsbaar voor beschuldigingen van hekserij, omdat zij in de ideale positie waren om baby’s te ontvoeren en te doden.
Verder dachten de hogere klassen dat vrouwen zich sneller zouden laten verleiden door de duivel. Dankzij de Heksenhamer kwam het beeld van de vrouw als moreel zwakste naar voren. Het was dan ook vaak vrouwenhaat bij de hogere klassen die ervoor zorgden dat zij vrouwen sneller beschuldigden van hekserij. Bij het volk was dit veel minder het geval.
Toch werden ook mannen beschuldigd van hekserij, maar dan ging het om politieke toverij of wanneer heksenvervolgingen samenvielen met ketterijprocessen. Dit was vooral het geval tijdens de vroege heksenprocessen. Een andere mogelijke reden was dat de beschuldigde man ik kwestie homo was. In die tijd was het niet alleen een zeer groot taboe en werd het als onnatuurlijk gezien, men dacht dat homoseksuele mannen aan dezelfde verleidingen blootstonden als vrouwen. De duivel zou hen evengoed kunnen verleiden als vrouwen.
Het overgrote deel van de beschuldigden waren echter vrouw: in de meeste gebieden was meer dan 75 procent van de beschuldigden vrouw en in gebieden als Essex en Bazel was dit zelfs boven de 90 procent. In Scandinavië lag dit echter helemaal anders, daar werden namelijk ongeveer even veel mannen als vrouwen beschuldigd van hekserij. In IJsland was het zelfs andersom: 90 procent van de beschuldigden waren mannen en amper 10 procent vrouwen!

Vaker ongehuwd of weduwe dan getrouwd

Weduwes waren het talrijkst onder de beschuldigden, maar er waren ook ongetrouwde vrouwen bij. Weduwes en ongetrouwde vrouwen waren kwetsbaar voor hekserijbeschuldigingen om een aantal redenen. Voor het volk was dit waarschijnlijk vooral omdat ze arm en oud waren, maar daarnaast waren weduwes en ongehuwde vrouwen het slachtoffer van hekserijbeschuldigingen omdat ze een grote bezorgdheid en zelfs angst vormden voor de gemeenschap. Normaal gezien waren er rond de 10 à 20 procent weduwes, maar in de vroegmoderne tijd steeg dit op een bepaald moment tot 30 procent. Het aantal ongetrouwde vrouwen steeg van 5 tot 10 procent en soms zelfs tot 20 procent. Het was moeilijk om deze vrouwen ergens onder te brengen, normaal gezien gingen ze naar de kloosters of stonden ze onder het gezag van een meester, broer of volwassen kinderen. De kloosters hadden echter minder leden of waren opgeheven door de reformatie. Bovendien kozen steeds meer weduwes of ongetrouwde vrouwen ervoor om helemaal alleen te gaan wonen. De hogere klassen dachten dat heksen vaker ongehuwd of weduwe waren omdat zij zich wederom sneller zouden laten verleiden tot de duivel.

Vaker oud dan jong

Tenslotte werden oude vrouwen vaker beschuldigd van hekserij omdat de beschuldigden vaak pas officieel vervolgd werden nadat de argwaan tegenover hen zich jarenlang had opgestapeld en groter was geworden. Daardoor waren de vrouwen al op relatief hoge leeftijd toen ze berecht werden. Ten tweede waren vroedvrouwen en genezeressen eigenlijk bijna altijd oud. Ten derde gedroegen oudere mensen zich vaak vreemd of vertoonden ze asociaal gedrag. Daardoor voelden hun buren zich niet meer op hun gemak. Men wist toen niet waardoor oude mensen zich zo vreemd gingen gedragen. We weten tegenwoordig dat veel oude mensen alzheimer of dementie krijgen. De vierde en laatste reden was dat oude mensen lichamelijk minder sterk waren dan jongeren en ze zouden daarom veel sneller hun toevlucht nemen tot hekserij om zich te beschermen of om wraak te nemen. Met oude mensen bedoelen we overigens mensen van boven de vijftig, maar toentertijd was dit al een erg hoge leeftijd.
De hogere klassen waren nog meer beducht voor oude, seksueel ervaren vrouwen dan voor jonge, wellustige vrouwen. Hun begeerte zou niet afgenomen zijn. Ze zouden ze zich wederom sneller laten verleiden door de duivel.
Uiteraard wil dit niet zeggen dat alle beschuldigden oud waren. Jonge twintigers en dertigers werden bijvoorbeeld beschuldigd van liefdesmagie. Kinderen en pubers werden soms ook beschuldigd van hekserij, maar vooral wanneer de beschuldigingen uit de hand liepen. Of het was omdat de ouders van de kinderen in kwestie al beschuldigd waren van hekserij. Men geloofde namelijk dat kinderen hun vermogens van hun ouders kregen, meestal door onderrichting, soms door overerving. Sommige kinderen of pubers dachten door hun levendige fantasie zélf dat ze een heks waren. Maar de meeste kinderen en pubers zijn vooral bekend als bron van de beschuldigingen, zij beschuldigden anderen dus van hekserij. Vaak waren dat de rivalen van hun ouders.

                         
De dood van een van de leiders van de Engelse Boerenopstand in 1381, Wat Tyler               
Maatschappelijke veranderingen

De heksenvervolgingen waren daarnaast een tijd van grote maatschappelijke veranderingen en gebeurtenissen. Het leidde tot een enorme grote angst bij alle lagen van de samenleving. Hoewel alle tijdperken hun eigen periodes kenden van veranderingen, was de vroegmoderne tijd toch wel een speciaal geval. Zoals we eerder zagen zorgde de inflatie ervoor dat de levensstandaard afnam. Daardoor was er minder bereidheid om de armen te helpen, omdat men zelf al in een benarde situatie zat. Het was ook de tijd waarin het kapitalisme opkwam en de moderne staat ontstond. Er was de reformatie waarover we het hebben gehad, waardoor het middeleeuwse christendom afbrak en er godsdienstconflicten en –oorlogen ontstonden.
Deze veranderingen waren ingrijpender en omvangrijker dan ooit in de Europese geschiedenis het geval was vóór de Industriële Revolutie. Bovendien was er de golf van (boeren)opstanden in de veertiende eeuw: mensen gingen eindelijk eens op hun strepen staan om hun oneerlijke en uitzichtloze situatie aan te kaarten. Verschillende oogsten waren bovendien mislukt. In Duitsland was er tussen 1524 en 1525 zelfs een Boerenoorlog. Daar kwamen nog eens burgeroorlogen, internationele conflicten en pestepidemieeën bij. Dit alles eiste uiteraard een zware tol voor de bevolking die geloofde in een vaste ordening van het heelal en de wereld. Al deze veranderingen en gebeurtenissen waren voor hen zeer verwarrend.
Zo ontstond aan het begin van de heksenvervolgingen een droefgeestige, pessimistische en sombere sfeer. Maar bovenal zorgde het voor een immense angst. Een angst die door heel Europa was verspreid. Het is dan ook niets voor niets dat men de tijd van de heksenvervolgingen het ‘Tijdperk van de Angst’ noemt. Deze angst verhevigde de heksenvervolgingen op twee manieren: de hogere klassen dachten dat deze veranderingen het werk was van de duivel en omdat zij begonnen te geloven dat heksen een pact met de duivel sloten, vonden zij dat de heksen uitgeroeid moesten worden. Maar ook voor het volk kwam op die manier de duivel wel heel erg dichtbij. De tweede manier is dat het volk hun persoonlijke tegenslag aan de kwaadaardigheid van heksen toeschreven. Door heksen te beschuldigen van hun tegenslagen, hadden zij een verklaring voor waarom hen juist nu zoveel ellende overkwam.
Voor alle lagen van de bevolking luchtten de heksenbeschuldigingen en terechtstellingen hun angst op. Hun angst verminderde erdoor. Daardoor kwamen er nog meer hekserijbeschuldigingen en –processen. De maatschappelijke veranderingen waren niet de oorzaak van de heksenvervolgingen, maar het gaf wel aanleiding om meer zogenaamde heksen te gaan beschuldigen.

Volgende week: we zien hoe verschillende factoren en de hoop dat alles wel goed zal komen de heksenvervolgingen geleidelijk aan deden stoppen.


Bronnen:

  • De wereld van Harry Potter
    Auteurs: Allan Kronzek en Elizabeth Kronzek
    Uitgegeven door Bruna (2002)
    Vertaling vanuit het Engels
  • Kunnen heksen heksen?
    Auteur: Kathleen Vereecken
    Ilustrator: Sylvia Weve
    Uitgegeven door Querido (2002)
  • De heksenjacht in Europa 1450-1750
    Auteur: Brian P. Levack
    Uitgegeven door Bandijk (1991)

Vertaling vanuit het Engels

  • Alles over magie: geïllustreerd overzicht van prehistorische geloofsvormen tot hedendaags satanisme en technopaganisme
    Auteur: Nevill Drury
    Uitgegeven door The House of Books (2003)
    Vertaling vanuit het Engels
  • De ondergang van de magische wereld: godsdienst en magie in Engeland 1500-1700
    Auteur:
    Keith Thomas
    Uitgegeven door Agon (1989)

 

07/10/2017 16:09

Reacties (0) 

Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert