Heksenvervolgingen - deel 1

Door Lynn De Bondt gepubliceerd in Geschiedenis

Ik heb besloten om nog een aantal reeksen artikels te plaatsen, deze keer rond de heksenvervolgingen. Er bestaan nog steeds heel wat misverstanden over de heksenvervolgingen, zo denken nog steeds veel mensen dat de heksenvervolgingen in de middeleeuwen plaatsvonden en dat de slachtoffers altijd levend werden verbrand. Een ander misverstand is dat het grootste deel van de slachtoffers kruidenvrouwtjes waren. Hoewel heidense gebruiken wel degelijk invloed hadden op het denken van de Kerk over hekserij, werden kruidenvrouwtjes eigenlijk niet zo heel erg veel vervolgd omdat zij witte heksen waren.
De heksenvervolgingen, beter bekend onder de naam ‘heksenwaan’, vonden plaats in de vroegmoderne tijd, tussen circa 1450 en 1750. Een zeer lange periode waarin de heksenvervolgingen niet in één stuk door woedden. In de meeste gevallen werden de slachtoffers eerst gewurgd en dan verbrand. Ik wil proberen om in deze artikels uit te leggen hoe de heksenvervolgingen mogelijk zijn ontstaan en waarom ze in sommige gevallen zo hevig waren. Het is echter zeer ingewikkeld en vele verklaringen zijn alleen maar mogelijkheden. Maar daarvoor moeten we ook weten wat hekserij in die tijd inhield.

                           
   Sjamaan van de Tungusstam in Siberië, achttiende eeuw - magie wordt al duizenden jaren beoefend

Verspreiding heksenvervolgingen en de term ‘heksenwaan’

In de zeer lange periode waarin de heksenvervolgingen plaatsvonden, werden honderden tot duizenden mensen, meestal vrouwen, berecht wegens het toenmalige misdrijf hekserij. Het was dus in de wet vastgesteld dat hekserij verboden was. Dat is ook een van de redenen waarom de heksenvervolgingen zo groot waren. Ongeveer de helft van de beschuldigden werd ter dood veroordeeld. Sommige heksenprocessen vonden plaats in de kerkelijke rechtbanken, maar de meeste echter, vooral na 1550, vonden plaats in de wereldlijke rechtbanken: de rechtbanken van koninkrijken, staten, vorstendommen, hertogdommen, graafschappen en steden.
De heksenvervolgingen waren daarenboven ook nog eens zeer ongelijk verspreid. In sommige rechtsgebieden werden soms wel honderden mensen berecht, terwijl in andere rechtsgebieden bijna geen heksenvervolgingen plaatsvonden. Maar ook doorheen de tijd waren de heksenvervolgingen ongelijk. Ze vonden niet allemaal gedurende de hele periode plaats.
In de vijftiende eeuw begonnen er langzamerhand meer heksenprocessen plaats te vinden, en deze minderden een beetje in het begin van de zestiende eeuw. Aan het eind van de zestiende en het begin van de zeventiende eeuw stegen de heksenprocessen dan weer fors. Uiteindelijk namen de heksenprocessen geleidelijk aan af aan het einde van de zeventiende en het begin van de achttiende eeuw. Daarna eindigden de heksenprocesssen. Binnen elk rechtsgebied waren er nog sterkere schommelingen.
Om te begrijpen wat de heksenvervolgingen waren, moeten we weten wat de term inhoudt. In het geval van de heksenvervolgingen, spreken we over de periode waarin zogenaamde heksen in processen veroordeeld werden wegens hekserij in Europa van 1450 tot 1750. Maar heksenvervolgingen in het algemeen, vonden ook plaats voor én na de heksenvervolgingen. Dan hebben we het over mensen die vervolgd worden omdat men denkt dat zij heksen zijn. Ze worden dan beschuldigd van hekserij door mensen uit het gewone volk en hoeven dan niet officieel in een rechtbank veroordeeld te worden. Uiteraard werden veel mensen tijdens de heksenvervolgingen beschuldigd door gewone mensen uit het volk, het overgrote deel zelfs. De autoriteiten hadden het volk dan ook broodnodig om de heksen te kunnen opspeuren.
Dat brengt ons bij de term ‘heksenwaan’, waarmee we voorzichtig moeten zijn. Het suggereert namelijk dat de bevolking toen een soort psychische stoornis had, een waanvoorstelling. Maar eigenlijk is dat niet zo. In bepaalde gevallen had de bevolking en de overheden wél een enorme angst voor heksen, die zo groot was, dat er honderden slachtoffers veroordeeld werden wegens hekserij. Maar in veel andere gevallen vielen er eigenlijk helemaal niet zoveel slachtoffers en was er niet zo’n grote angst dat de term ‘heksenwaan’ gerechtvaardigd is. Daarom is ‘heksenjacht’ een beter woord. Er werd namelijk gespeurd naar heksen, ongeveer op de manier waarop tegenwoordig naar leden van een ondergrondse beweging of geheime organisatie wordt gespeurd.
   De heksenvervolgingen waren dus niet overal even hevig. Ze waren vooral hevig als het intellectuele heksengeloof een brede aanhang had en doorsijpelde in het volk. Dit intellectuele heksengeloof was uniek: het bestond enkel in Europa en dat alleen in de vroegmoderne tijd. In Engeland waren de heksenvervolgingen bijvoorbeeld niet zo hevig in vergelijking met Duitsland of Frankrijk, omdat het intellectuele heksengeloof daar nauwelijks van de grond kwam. Het heeft echter wel zijn sporen nagelaten, want het bepaalde het beeld van de heks dat wij tegenwoordig kennen van sprookjes!

Hoge en lage magie

Om te begrijpen hoe verschillend het intellectuele heksengeloof – het geloof dat heksen een pact sloten met de duivel en hem gezamenlijk vereerden op sabbats (heksenbals) – is het noodzakelijk dat we weten hoe magie in vroeger tijden gedefinieerd werd.
Ten eerste werd er onderscheid gemaakt in hoge magie en lage magie. Tot hoge magie behoorden onder andere de alchemie, de hogere vormen van waarzeggerij zoals astrologie, en rituele magie waaronder necromantie (het oproepen van geesten). Het doel was zelfkennis te verkrijgen en zichzelf transformeren in een ‘hoger zelf’ of in een god. Of men probeerde geheime kennis te verwerven. Hoge magie heeft dan ook veel overeenkomsten met religie. Hoge magie werd bedreven door de hogere klassen, want je had een opleiding nodig om het te kunnen uitvoeren. Het grootste deel van de bevolking was vroeger analfabeet en alles over hoge magie stond beschreven in boeken, dus konden ze dit niet bestuderen en leren.
Onder lage magie viel het waarzeggen, het maken van toverdranken, het uitspreken van toverformules en toverspreuken, en het maken van talismans en amuletten. Voor lage magie had je geen scholing nodig, het werd aangeleerd door mondelinge overlevering, door een leertijd of door zelf te experimenteren. Vanzelfsprekend werd lage magie dus beoefend door mensen uit het gewone volk. Het doel was vaak geluk, rijkdom, gezondheid en schoonheid te verkrijgen. Maar het werd ook gebruikt om vijanden kwaad te doen. Vanaf de vierde eeuw v.Chr. hielden honderden tot duizenden mannen en vrouwen zich bezig als dorpstovenaars en wijze vrouwen.
De meeste hekserij uit de heksenvervolgingen vielen in de categorie lage magie, omdat de meeste beschuldigden van lage komaf waren, maar ook omdat de meeste hoge magie witte magie is. Hierbij moeten we vertellen dat het dan gaat om het soort hekserij waarin het volk geloofde, niet over het intellectuele heksengeloof. Uiteraard werden er soms ook beoefenaars van witte magie toen beschuldigd van hekserij, de vele hekserijwetten verboden waarzeggerij uitdrukkelijk. Toch waren de meeste beschuldigden wellicht geen kruidenvrouwtjes. Daarnaast speelde rituele magie (hoge magie) een belangrijke rol bij de ontwikkeling van het intellectuele heksengeloof.

                             
                      Rituele magie werd in de zestiende eeuw weer enorm populair

 Witte magie en zwarte magie

Anderzijds werd magie ook verdeeld in witte magie en zwarte magie. Witte magie is natuurlijk goede magie en heeft als doel bijvoorbeeld het gewas te helpen groeien, ziektes op magische wijze genezen, of het kan bescherming bieden, bijvoorbeeld door onheil af te weren of bescherming te bieden tegen een kwade geest of zwarte heks. Onder witte magie valt ook waarzeggerij, alchemie en uiteraard kruidenkunde. Kruiden konden dan wel in gevaarlijke toverdranken worden gebruikt, ze werden meestal gebruikt voor geneeskunde.
Witte magie werd en wordt vandaag de dag nog steeds ook wel witte hekserij genoemd. In de middeleeuwen en de vroegmoderne tijd werd deze term gebruikt door het volk om een onderscheid te maken tussen kwaadaardige hekserij en de hekserij die de plaatselijke tovenaar of wijze vrouw beoefende.
Zwarte magie heeft uiteraard tot doel letsel, ziekte, dood, armoede of ander onheil door middel van bovennatuurlijke krachten te veroorzaken. Zwarte magie werd in de middeleeuwen en tijdens de heksenvervolgingen ook hekserij genoemd, en door de hogere klassen maleficia (enkelvoud: maleficium). Tijdens bovengenoemde tijdsperiodes werden heksen die schadelijke magie beoefenden in het Latijn malefia of maleficae genoemd. Een andere benaming is de Zwarte Kunsten.
  Onder zwarte magie of maleficia vallen vele vormen van lage magie, zoals vervloekingen, kwaadaardige toverdranken, en de kwaadaardige vorm van afbeeldingsmagie. We kennen afbeeldingsmagie het beste van het wassen poppetje waarin naalden werden gestoken om het beoogde slachtoffer pijn, ziekte of zelfs de dood te bezorgen. De poppetjes konden ook gemaakt worden van hout, stof of klei. Maar in afbeeldingsmagie werden ook stukjes haar, nagel of kledij van het beoogde slachtoffer gebruikt. Vroeger kon bijna iedereen bij elkaar binnenkomen, dus was het niet zo moeilijk als je zou denken om aan deze spulletjes te komen. Een hoge vorm van zwarte magie is necromantie, het oproepen van geesten voor waarzeggerij of om geheime kennis te verkrijgen. Men dacht vroeger dat de doden over informatie beschikten over zowel het heden als de toekomst. Necromantie werd onder andere beoefend in het oude Perzië, Griekenland en Rome en tijdens de Renaissance werd het weer enorm populair. Hoewel necromantie niet altijd bedoeld was om anderen kwaad te doen, werd het als zwarte magie gezien omdat men het immoreel en verachtelijk vond om geesten lastig te vallen.

Hekserij en tovenarij

Hekserij en tovenarij zijn termen die dicht bij elkaar staan, maar die puur strikt gezien niet helemaal hetzelfde zijn. Tovenarij is namelijk een aangeleerde vaardigheid, bijvoorbeeld afbeeldingsmagie, het uitspreken van een toverformule en het gebruik van toverdranken. Hekserij of maleficium daarentegen zou aangeboren zijn, een heks zou een algemeen vermogen hebben om iemand kwaad te doen, het is geen kunst die zij beheerst. Onder deze definitie valt dan bijvoorbeeld het Boze Oog, waarmee een heks iemand kan doden of ziek maken door gewoon naar die persoon te kijken. Of wanneer een heks iemand doodwenst en het daarna uitkomt.
Toch lopen de betekenissen door elkaar en werd het ook als maleficia gezien als men een gevaarlijke toverdrank of een vervloeking zou gebruiken. Onder maleficia of (zwarte) hekserij valt dan ook het ziek maken of doden van vee en mensen, de melk zuur maken, ongelukken veroorzaken en zelfs het gebruik van wassen poppetjes. Belangrijk om te begrijpen is dat het geloof in maleficia in de middeleeuwen enkel en alleen door het volk werd geloofd. In de vroegmoderne tijd, tijdens de heksenvervolgingen, was het nog steeds een geloof van het volk. In de hogere klassen waren de meningen verdeeld: sommigen bleven bij hun standpunt dat dit soort hekserij niet bestond (= niet kon worden uitgevoerd), anderen dachten dat de duivel hen de macht of middelen gaf om dit soort hekserij uit te voeren.
Dit brengt ons bij het intellectuele heksengeloof: het geloof dat heksen een pact sloten met de duivel en hem gezamenlijk vereerden op sabbats (heksenbals). Dat is het in het kort gezegd. In het volgende artikel lees je hier meer over. Dit geloof werd vooral geloofd door de hogere klassen, om maar niet te zeggen bijna enkel en alleen door hen. Het intellectuele heksengeloof werd dan ook ontwikkeld door de hogere klassen, dat waren godsgeleerden en demonologen (zowel katholieken als protestanten!), rechters, magistraten,… Zij vonden het idee dat heksen een pact sloten met de duivel véél beangstigender dan het volkse maleficia. Het idee dat de duivel de heksen de middelen gaf om maleficia te plegen, werd vooral ingebracht omdat dit noodzakelijk was om het volkse heksengeloof te kunnen verbinden met het intellectuele heksengeloof. Ook is het belangrijk te begrijpen dat het intellectuele heksengeloof zodanig ingewikkeld was voor het gewone volk, dat het vaak niet tot hen doordrong of in het ‘beste’ geval gedeeltelijk zodat er veel meer slachtoffers vielen dan in gebieden waar het intellectuele heksengeloof niet doordrong tot het volk.
Het is cruciaal om dit te begrijpen, omdat het intellectuele heksengeloof een grote invloed had op de heksenvervolgingen. Uiteraard is dit maar een deel van het verhaal. Het verklaart niet waarom het gewone volk heksen beschuldigden, maar daar hebben we het in de volgende artikels over. Het was in elk geval een wisselwerking tussen de hogere klassen en het gewone volk: beiden hadden elkaar nodig om tot de grote heksenvervolgingen te komen die wij kennen. Zonder de wetgeving die hekserij verbood en zonder de angst van de hogere klassen tegenover zogenaamde duivelaanbidsters, had het gewone volk nooit zo massaal ‘heksen’ kunnen vervolgen. Maar zonder de angst van het gewone volk voor maleficia en hun bereidheid om heksen te beschuldigen en aan te geven, hadden de autoriteiten evenmin zoveel ‘duivelaanbidsters’ kunnen veroordelen.

Reputatie magie

Magie werd al in de Oudheid eerder gevreesd dan gewaardeerd, omdat men geloofde dat als iemand door middel van witte magie iemand kon genezen van een ziekte, het ook mogelijk was om ziektes te veroorzaken door middel van zwarte magie. De duistere reputatie van magie werd nog eens versterkt door de associatie met hekserij.
Anderzijds was magie dan weer erg populair bij het volk, want men wilde maar wat graag waarzeggers raadplegen en beschermende toverspreuken en amuletten gebruiken. In de Oudheid waren er zelfs koningen en keizers die een hofastroloog hadden, terwijl anderen dit niet wilden omdat ze vreesden dat de astroloog hun vroegtijdige dood zou voorspellen! Weer andere zagen de magiërs en waarzeggers als bedriegers. Magie had dus een dubbelzinnige reputatie.
Zo ook in de middeleeuwen: het gewone volk ging te rade bij de dorpstovenaars en wijze vrouwen, maar waren tegelijk bang van zwarte magie of maleficia; de hoge magie kreeg in de vijftiende en zestiende eeuw vreemd genoeg een positieve status door de opkomst van de natuurlijke magie en de heropleving van de rituele magie, terwijl anderzijds diezelfde hogere klassen vreesden dat heksen de duivel vereerden!
De vijftiende en zestiende eeuw is de periode van de Renaissance, de heropleving van de klassieke Grieks-Romeinse cultuur en kunst. Het was een zeer ‘verlichte’ periode, een tijd waarin men oude Griekse en Romeinse teksten en boeken bestudeerden over onder andere wetenschap en filosofie. Voor veel historici was (en is) het een raadsel waarom het intellectuele heksengeloof, die tegen het eind van de vijftiende eeuw bijna volledig gevormd was en mee leidde tot de heksenvervolgingen, tijdens de Renaissance met zijn verlichte ideeën toch standhield. Als ik plaats vind in de volgende artikels, zal ik een mogelijke verklaring hiervoor geven.
Anderzijds is het wat gek dat er tijdens de heksenvervolgingen nog steeds veel mensen bezig waren met magie en velen gingen nog steeds naar waarzeggers, dorpsheksen en toverdokters als ze met een probleem zaten. Je zou toch denken dat men zich in die tijd absoluut niet meer wilde bezighouden met magie uit angst om zélf beschuldigd te worden van hekserij? Maar blijkbaar is het tegendeel waar.

                                     
Ook natuurlijke magie was erg populair in de zestiende eeuw. Men geloofde dat het uiterlijk van planten aangaf welke aandoening het zou genezen. Dieren en planten die op elkaar leken, zouden bovendien dezelfde magische eigenschappen hebben!

Hekserij en magie: echt of niet?

Als laatste de vraag of de beschuldigden van hekserij tijdens de heksenvervolgingen werkelijk magie bedreven of niet. We weten dat men vroeger sowieso magie beoefende, en dat gold zowel voor witte als zwarte magie, en dat al zeker sinds de Oudheid en mogelijk al in de prehistorie. Er zijn daarvoor dan ook genoeg sporen te vinden in de archeologie en in de boeken over magie en hekserij die zijn verschenen en bewaard zijn gebleven. Maar of ook maar één van de beschuldigden tijdens de heksenvervolgingen magie bedreef, is veel moeilijker om te zeggen. Hiervoor is veel minder bewijs: de hulpmiddelen die heksen zouden gebruikt hebben, werd zelden voor de rechter getoond en het was al helemaal niet mogelijk dat de beschuldigden boeken in huis hadden over hekserij en magie, aangezien het grootste deel onder hen analfabeet was. De enige ‘bewijzen’ die we hebben, zijn de ‘bekentenissen’ en de getuigenverklaringen. Beide zijn twijfelachtig, de ‘bekentenissen’ omdat ze onder folteringen zijn begaan, en de getuigenverklaringen omdat deze zijn afgelegd door vijandige mensen.
Om deze vraag te beantwoorden, moeten we ook onderscheid maken tussen witte magie, maleficia en het intellectuele heksengeloof. Sommige van de beschuldigden bedreven misschien maleficia, terwijl anderen, een iets groter deel, witte magie bedreven zal hebben. Misschien werd die verkeerd geïnterpreteerd door hun buren of werd het bewust als maleficia werd voorgesteld. Maar of dat de beschuldigden de duivel vereerden, is een heel andere vraag. Veel wetenschappers en andere geleerden hebben dit onderzocht en er is tot op de dag van vandaag geen enkel bewijs dat er werkelijk sprake was van een gezamenlijke duivelverering. Het overgrote deel van de beschuldigden zal wellicht helemaal geen enkele vorm van magie hebben beoefend, en waren doodgewone mensen die vanwege burenruzies of vreemd gedrag werden beschuldigd van hekserij…

Volgende week: onder andere wijze toverdokters en wijze vrouwen, de ketter-tovenaar, de inquisitie en het intellectuele heksengeloof

Bronnen:

  • De wereld van Harry Potter
    Auteurs: Allan Kronzek en Elizabeth Kronzek
    Uitgegeven door Bruna (2002)
    Vertaling vanuit het Engels
  • Kunnen heksen heksen?
    Auteur: Kathleen Vereecken
    Ilustrator: Sylvia Weve
    Uitgegeven door Querido (2002)
  • De heksenjacht in Europa 1450-1750
    Auteur: Brian P. Levack
    Uitgegeven door Bandijk (1991)

Vertaling vanuit het Engels

  • Alles over magie: geïllustreerd overzicht van prehistorische geloofsvormen tot hedendaags satanisme en technopaganisme
    Auteur: Nevill Drury
    Uitgegeven door The House of Books (2003)
    Vertaling vanuit het Engels
  • De ondergang van de magische wereld: godsdienst en magie in Engeland 1500-1700
    Auteur:
    Keith Thomas
    Uitgegeven door Agon (1989)

 

09/09/2017 14:59

Reacties (6) 

1
11/09/2017 08:50
Boeiend onderwerp. Graag gelezen.
16/09/2017 16:20
Dank je wel! :)
U bent niet ingelogd. Wilt u nu inloggen of een account aanmaken?
2
10/09/2017 13:05
Ben benieuwd naar de volgende delen.
Het is inderdaad de vraag hoe het ten tijde van de Renaissance en het opkomend humanisme (in tegenstelling tot het religieuze fatalisme van de Middeleeuwen) tot dit soort excessen kon komen.
Ik kan het haast niet anders verklaren dan door een eeuwenlang gevecht tussen middeleeuwse en 'moderne' denkbeelden.
Het feodale systeem was op zijn retour en de macht van de kerk verloor terrein door de steeds mondiger wordende burgerbevolking, o.m. door de ontdekkingsreizen en de uitvinding van de boekdrukkunst. De aarde was immers toch rond en be...
1
10/09/2017 15:01
In een aantal landen in Afrika worden vandaag de dag nog 'heksen' en 'tovenaars' verbrand. Google maar eens op 'Heksenverbrandingen Afrika'.
https://www.google.nl/search?hl=nl&source=hp&q=heksenverbranding+afrika&oq=heksenverbrandingen+afrik&gs_l=psy-ab.1.0.0i22i30k1.1448.9006.0.13600.25.25.0.0.0.0.209.3499.0j20j1.21.0....0...1.1.64.psy-ab..4.21.3477...0j0i131k1j0i30k1.w8Qf7h9joFA
1
10/09/2017 20:27
Dank je wel! Dat van Salem heb je gelijk in, ik had daar rekening mee moeten houden bij het opstellen van het artikel. :) Het ging natuurlijk vooral om het intellectuele heksengeloof, dat in Europa is ontstaan, maar het werd inderdaad via de kolonisten naar Amerika gebracht.
Ik heb gelezen dat een mogelijke verklaring waarom de Renaissance de heksenvervolgingen niet tegenhield, is dat de nieuwe filosofie die toen ontstond, de mechanische filosofie geloof ik, niet het bestaan van (de) duivel(s) en magische krachten ontkende. Ook al verminderden ze de rol van magie en dergelijke in die fi...
10/09/2017 21:57
Er zit maar een dunne lijn tussen geloof en bijgeloof. Als het geloof in hogere machten je met de paplepel ingegoten is dan is de stap naar de duivel (en zijn hulpkrachten) niet zo groot
Het 'intellectuele' heksengeloof zie ik eerder als een politiek middel om de middeleeuwse machtsverhoudingen in stand te houden, die vooral bedreigd werden door het opkomende burgerdom in de steden. De kooplieden werden steeds rijker en machtiger (o.a. door de Hanze). Daar hadden de kerk en de adel nauwelijks vat op.
Op het platte land was de clerus nog het meest beducht dat de oude heidense mythen...
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert