Notities van Pien bij Faust.

Door PinaJones gepubliceerd in Recensies

Notities van Pien bij Faust.

Notes at the book "Faust" from Goethe.

Aantekeningen van Pina Jones bij het boek "Faust" van Goethe en wel bij het gedeelte "Voorspel van het toneel":

*

 

Inleiding of voorwoord.

 

Hierin zijn beschreven dingen ik in mijn leven al ontdekt had, maar door Goethe in 't voorspel van het toneel mooi, op een dichterlijke manier, verwoord zag.

De onderstaande pagina's kunnen als projectie opgevat worden.

Dat is het eigenlijk niet. Maar mensen die graag (tegen een ander) het woord projectie gebruiken, doen er meestal vaak zelf aan en trachten dit zo te verbergen. Daarom heet het natuurlijk ook projectie/Logisch met projec­tie!

In het boek "Goethe en geen einde" van Boudewijn B. proefde ik duidelijk enthousiasme, wat overigens heel leuk is om dat van iemand zo te zien, en dat werkte zodanig op mij als dat ik er door aangestoken werd.

 

§1

 

Blz. 6

=

 

"Naar d'achtergrond is wat bestaat gegleden

en wat bestond, verrijst opnieuw in 't heden".

 

Dit gaat ook op voor mode en trends.

Echter, het gaat hìer om gevoelens.

 

en: Wat betreft die gevoelens-want ik ben dus niet van plan om over mode en/of trends uit te wijden, of het moet ècht ter sprake komen en daarbij niet kunnen worden bepasseerd-:

 

 

Blz. 5

=

 

"Ruischt oude liefde en vriendschap om mij heen...."

 

Wat het gemis van de oude liefde en vriendschap, dat als een

wind om de schrijver "heenruischt"betreft,; dat is dan dus dat, dat naar "d'achtergrond is gegleden" en waar de dichter nog net heeft van mogen proeven; waarvan hij eigenlijk al de hoop had opgegeven d(i)e smaak ooit weer (ervan) eens te zullen kunnen proeven, maar in dìe veronderstelling bedrogen uitkwam, althans zij het op een positieve manier, dus kwam hij niet letterlijk bedrogen uit, maar hij had er baat bij, want:

 

doordat hij (onverwachts?) toch weer van de smaak proefde ("en wat bestond, verrijst opnieuw in 't heden") en dat weer doordat hij, gedreven door verlangen (naar geluk) beseft dat hijzèlf degene is die daarbij de grootste vinger in de pap heeft en dat als hìj niks met z'n leven doet, een ander het al helemaal niet doet.

"You won't need the sun to shine".[E.H.]

Je moet het zelf doen, een ander doet het niet voor je.

Eigenlijk ook wel logisch, want het is je eigen leven waar jezelf wat van moet proberen te maken.

Blz. 10

=

 

Goethe weet veel van massagedrag.

Dit heeft hij denk ik uit de praktijk en door bestudering op eigen houtje.

Maar hij heeft het, in ieder geval, allemaal beslist nìet uit boeken.

Hij heeft een geheel eigen mening daaromtrent opgebouwd, die je alleen kunt "maken" als je jaren massa-gedrag van mensen hebt gestudeerd en er zèlf heel diep over hebt nagedacht.

Je merkt het vlug als iemand iets uit boeken heeft en niet uit praktijk.

Je merkt het aan beargumentering, je merkt het aan het èchte erin, je merkt het op als je het verplaatsingsvermogen in grote aanwezigheid kan ontdekken in het karakter van (desbetreffende) persoon, enz., enz.

 

 

§ 2

GOETHE EN ZIJN VERPLAATSINGSVERMOGEN

 

Een schrijver die een toneelstuk schrijft voor een (bep.) aantal personen dient daarvoor zich in andere personen te kunnen verplaatsen.

Als dat aanwezig is in een karakter van een persoon, spreken we van aanwezigheid van verplaatsingsvermogen in het karakter van (desbetreffende) persoon.

 

Een schrijver van een film of boek, of toneelstuk of ander drama of theaterstuk dient dus een groot verplaatsingsvermogen te hebben.

 

Het is dus niet belangrijk dàt een schrijver van stukken voor meerdere personen een verplaatsingsvermogen heeft, maar (voor de schrijver zelf) is het dus belangrijk om de volgende vraag aan zichzelf te stellen:

 

Hoevéél verplaatsingsvermogen heb ik?

 

Het gaat er (voor de schrijver zelf dan) dus meer om hoe groot zijn verplaatsingsvermogen is, dan om het feit het te bezitten.

 

Verderop in deze tekst kom ik nog een paar keer terug op-deze-volgens mij-benodigde-karaktereigenschap (als ingrediënt) voor het schrijverschap.

Maar natuurlijk is een ander belangrijk ingrediënt hiervoor ook de aanwe­zigheid van fantasie bij desbetreffend persoon.

Maar fantasie en een grote mate van verplaatsingsvermogen bezitten, hangt dus vrij nauw samen.

Mensen die een grote aanwezigheid van verplaatsingsvermogen in het karakter hebben, kùnnen hierdoor ook eerder geneigd zijn zich goed te ontwikkelen in onderwerpen die hier nauw mee samenhangen, bijv. een onderwerp als psycho­logie.

 

 

§3

GOETHE'S KENNIS OMTRENT MASSA-GEDRAG

 

Blz. 11

=

 

"En zoo gij schrijft, zie toe, voor wie gij schrijft

Dees komt tot ons wijl verveling hen drijft....."

 

En dan kun je hierbij dus weer de vraag stellen:

 

"Wat is mìjn doel?" (hiermee)

 

Dat is ook belangrijk:

 

Bijv. Je wilt indruk maken;

Nou, gebruik alle gegevens (dan ook) die je hebt, in dit geval 1, nl. : De verveling.

Als je, zodra je dat weet een goede mop kan vertellen, die dan dus ook in slaat, dan zijn mensen dankbaar dat ze-op een leuke manier-afgeleid zijn van verveling, want verveling is vervelend en op zo'n manier zal je diepe indruk maken.

De meeste indruk zullen dan ook de reclames maken:

 

1. In een gevangenisruimte.

Daar wordt dan ook vaak iets opgehangen als "Er is hoop" door die EO-stinkerds, die hebben dat dus waarschijnlijk ook door, ze zijn dus niet helemaal gek.

 

2. Op een boom in bijv. Lorett de Marr.

Toeristenplaats, waar dus óók gestressed-e mensen komen en stress betekent spanning en dáár moet je op inspringen met reclame.

Dat leg ik nog uit.

 

3. Op een abri (= bushokje).

Omdat mensen daar moeten wachten en met een zekere spanning (het combinatiegevoel van ongeduld en verveling die optreedt tijdens het wachten) wachten en steeds tegen die reclame aan moeten kijken.

Die spanning maakt dat alles wat je ziet extra indruk maakt.

 

4. In de wachtkamer.

Bij de dokter zal je misschien meer ongemerkter beïnvloed worden dan je denkt dan bij de tandarts.

Naar de tandarts ga je al met een gevoel van: Ik ben op m'n hoede, ik wéét dat het pijn gaat doen en bestudeert dan* tijdens het wachten het prikbord, waar vaak reclames opstaan en andere dingen die meer indruk op je maken door je spanning.

Maar als je nietsvermoedend in een wachtkamer van een dokter zit, zonder pamfletten aan de muren (wat je nu niet meer tegen

zal komen eigenlijk denk ik, maar stel), kan je ook makkelijk

beïnvloed worden.

Je leest daar al gauw een tijdschrift.

En daarin staat ook van alles dat, al is het het het simpelste of onschuldigste dingetje, dóór je spanning(het eerder genoemde combinatiegevoel is hier ook weer aanwezig) dan méér indruk op je maakt dan anders.

Misschien geeft het niet, zullen er luttele dingetjes instaan waarvan het je geen schade zal berokkenen als het extra indruk op je maken zou, maar het is een feit, dat bovengenoemde manieren van adverteren,proclameren en wat dies meer zei, góede manieren van adverteren zijn

 

Dan is er ook nog zo'n voorbeeld van zo'n "reclamezuil" ;

 

5. Op het witte doek voor een film in de bioscoop.

Een jong verliefd stel, toch wel spannend;ja jongens giet maar vol met reclame die hap!

 

Dus als je op dat punt niet beïnvloed wil(t) worden, want zo werkt dat bijv. weer met dingen die indruk op je maken weer eerder dan bij dingen die géén indruk op je maken; dat je dan eigenlijk ook wel weer beïnvloed word, lees dan geen tijdschrift bij de dokter en als Jan Maat je tandarts is,lees dan ABSOLUUT geen tijdschriften in zijn wachtkamer.

Hierbij natuurlijk gesteld dat Jan Maat in zijn vrije tijd het beroep van tandarts óók nog zou uitoefenen.

 

* in die-enigszins wat-wantrouwige houding

 

 

§4

INSPELEN OP VERSCHEIDENHEID

 

Blz. 11

=

 

"Fijn van 't diner gerezen"

 

Dit is dus wat Goethe de tweede groep mensen noemt.

 

Als we nu dus eerst toepassen wat ons is geleerd is §3, dan leest het misschien wat makkelijker mee verder.

We gaan dus met de gegevens werken die we hebben, in dit geval 1, maar daar is natuurlijk ook weer een conclusie uit te trekken of meerdere, zodat we in ieder geval meer dan 1 gegeven hebben/verkrijgen.

Wat ik nu dus ga proberen is (een) conclusie(s) uit dat éne gegeven te halen;

 

Als je verder denkt weet je dat die mensen net lekker gegeten hebben, DUS tevreden zullen zijn, DUS al iets minder kritisch.

Maar je hebt niet alleen met ZULKE mensen te maken, natuurlijk.

Hier worden dan (3) groepen genoemd en (om het "ook" maar even over groep 3 te hebben) dat zijn weer de meest kritische, vaak ook de wat intelligentere mensen.

Ik zeg dus expres niet intelligenter dan groep 2, want dat zou weer evt. kunnen betekenen dat ik zou betheoriseren vanuit het gezichtspunt:

 

Mensen lezen de krant, geen analfabeten, dus intelligente of mensen die zo lekker gegeten hebben kunnen daardoor weer niet intelligent zijn. Of analfabeten zouden door hun handicap weer niet intelligent kunnen zijn.

 

Dat zouden domme beredeneringen zijn, maar mensen zouden uit de zin:

 

"Dat zijn de meest kritische en vaak ook wat intelligentere men­sen......"[E.H.]

 

dit kunnen interpreteren als achterliggende theorie van mij; die dan in de aangehaalde zin in dat geval dan door mij verwoord zou zijn.

 

Nou, mensen; Wees gerust, ik vind betreffende betheorisering, met vooral de daarin opgenomen beargumentering, volslagen waardeloos.

Nee, zo dom is mijn redenatie niet.

Er zullen misschien nog meer verkeerde interpretaties mogelijk zijn bij de vorige aangehaalde zin maar ik vind het al mooi genoeg om maar één zijweg­getje te nemen-die ook nog gebaseerd is op eventuele eventualiteit- want het interessantste van een theorie is het onderwerp met de daaraan verbon­den conclusie(s).

De zijweggetjes zijn enkel interessant, maar dit keer vind ik het zijwegge­tje niet belangrijk genoeg daarvoor.

Zo, dan kan ik nu eindelijk mijn èchte theorie vertellen:

 

 

 

Blz. 11

=

 

"Treedt binnen, na het Couranten lezen".

 

Meeste mensen lezen de krant alleen 's ochtends en Goethe heeft het hier niet over de koppensnellers, nee als Goethe het heeft over lézen, dan bedoelt hij ook lezen.

Conclusie:

Die mensen zijn van dat soort mensen die iedere letter van de krant napluizen, zodra ze er wat meer de tijd voor hebben;

Ná 't werk dus en 's ochtends voor 't werk zal 't, bij deze mensen met de krantelezerij bij het koppensnellen en hier en daar een berichtje alvast, blijven maar de echte verlustigerij van het lezen, dat het bezig zijn met (het) napluizen van de krant biedt, zal voor deze mensen tot 's avonds moeten wachten.

En mijn conclusie daaruit volgend:

Mensen die het op kunnen brengen om iedere dag de krant helemaal na te pluizen, zijn (in ieder geval) niet dom.

 

Dit is niet iets wat voort kan komen uit domheid, maar wèl uit een zekere mate van intelligentie.

 

Om dus weer even "op 't onderwerp terug te komen" :

 

"Ik zeg dus niet intelligenter dan groep 2....." (van 't goedgevallen diner)[E.H]

 

óf intelligenter dan groep 1 (verveling), nee, ik bedoel gewoon in het algemeen te zeggen over groep 3:

Het wat intelligentere volk.

 

 

§5

ONDERBOUWING VAN KRITIEK

 

Als je kritiek levert moet je het kunnen onderbouwen met argumenten.

Zodra je je kritiek niet kunt onderbouwen met serieuze argumenten spreken we van "onterechte kritiek" of, wat natuurlijk ook kan, "slechte verbaal vermogen" van desbetreffend persoon.

Er zijn echter ook weer verschillende andere vormen van onterechte kritiek te onderscheiden.

Die komen dan weer vaak voort uit het gedrag van mensen waarbij men makkelijk vlug een oordeel over anderen heeft.

Want iemand kan bijvoorbeeld ook zeggen:

 

"Hij is een lul want hij heeft zo'n stomme neus".

 

Dat heeft nu weer helemaal niets te maken met beargumentatie en (dus) al helemaal niet met intelligentie.

Het heeft eerder met vooroordelen te maken en vooroordelen hebben is dom gedrag.

Overigens is dit meer iets wat we vaker bij pubers antreffen, maar goed.

(Dus als je bij §4 gestopt bent met lezen, het gelezene verwoordt naar een andere persoon om vervolgens te "kunnen" zeggen: "Ik ben intelligent want ik kan beargumenteren dat jij een lul bent en mijn beargumentatie is dus dat jij een stomme neus hebt", dan zal ik je vertellen:

Als iemand zo redeneert, zou ik hem/haar ook niet aanraden verder te lezen want die persoon staat waarschijnlijk niet open voor serieuze dingen en is waarschijnlijk al begonnen te lezen met een vooroordeel over dit boek).

 

 

§6

FORMULEREN VAN KRITIEK

 

Kritiek kan het beste, volgens mij dan, op de volgende manier worden geuit:

 

"Ik vind dit zus en zo"

 

en niet:

 

"Het ìs zus en zo"

 

Want wat jij verkondigt is jouw mening en niet die van een ander.

Voor jezèlf is het zo, maar een ander hoeft nog niet te vinden wat jij vindt.*

 

Ik zal in deze "teksten" wel vaak gebruiken "Het is...." terwijl het dus mijn mening enkel is; maar dat doe ik alleen in schrijftaal.

In spreektaal zeg ik netjes: "Ik vind".

In schrijftaal doe ik het niet maar eigenlijk vind ik voor mezelf dat ik het wel hóór te doen.

Vroeger zei ik om diezelfde reden, als ik mijn mening had uitgesproken, er gelijk achter de woorden "geloof ik".

Mensen reageerden dan zo vaak met :"Weet je niet eens zeker wat je zelf vindt?"

Dus heb ik die bijzin veranderd in :Volgens mij" maar het is en blijft toch "the same old song", ik krijg er dezelfde reactie op mensen zullen dat dan waarschijnlijk dus niet begrijpen en dat is dan ook één van de dingen waarom ik denk dat mensen niet wìllen nadenken.

 

* Maar ach, als iets hoort, doe je het ook graag juist niet.

 

 

§7

GOETHE EN INTELLIGENTIE

 

Goethe zet waarachtig een comicus neer in 't voorspel van het toneel. Hoe gewaagd voor een serieus schrijver.

Het zal dan dus wel meer om de filosofie achter de humor gaan dan om de humor zèlf; in die zin dat er dus geen groot aantal moppen getapt zal gaan worden.

Maar dit is wat ik bij voorbaat dacht toen ik het woord comicus las en zag dit bevestigd toen ik verder las.

Laten we eerst eens kijken hoe een komiek in elkaar zit, dan pas kunnen we verder BEGRIJPEND lezen.

 

Een komiek is eigenlijk (ook) heel intelligent. Bijvoorbeeld:

Terwijl hij gekke bekken trekt om dom over te komen in een sketch, zal menig komiek lang zo dom niet zijn als hij zich voordoet.

(Een succesvol komiek lacht het laatst.)

Als komiek moet je nl. overal verstand van hebben, bijv.:

 

1. Verstand moet hij hebben van massagedrag.

(Lijkt me logisch).

 

2. Je moet begrijpen dat spontaniteit bij humor een belangrijke rol speelt.

 

3. Je moet er verstand van hebbben om hoe je de dingen van het leven op de simpelste manier bela­chelijk kunt maken, mensen willen nl. bij humor (en bij zoveel andere dingen eigenlijk ook) zo min mogelijk nadenken.

Het gros/meerderheid van de mensen schijnt een hekel aan denken te hebben.

 

4. Je moet beseffen dat ieder grapje een kern van waarheid bezit.

Want als je dat beseft, besef je ook dat je jezelf helemaal blootgeeft als een andere dat ook zou begrijpen, je verpakt dan dus moppen een beetje in sketch vorm, verdraait de omstandigheden of het onderwerp, enz. enz.

Als je je niet bloot wil geven pak je dat dus zo aan, als je er niet om geeft open te zijn, doe je dat niet zo.

Het nadeel van openheid is echter wel weer dat je je kwetsbaarder opstelt als een bijv. een doorge­winterde entertainer als bijv. een André van Duin of Paul de Leeuw.

Humor is afreageren; grapjes die ontstaan t.g.v. herkenbare irritaties (situaties) slaan dan ook het meest aan.

Hierover later meer.

 

 

 

 

èn een groot verplaatsingsvermogen hebben is natuurlijk ook niet weg als komiek.

Bijv. (weer) bij (die) sketches (schrijven) en nog een heleboel andere dingen zijn er die een komiek beter kan beseffen vanaf dat-ie- begint eigenlijk al, volgens mij, maar die zijn eigenlijk voor ie­dereen belangrijk om te weten dus dat schrijf ik er niet bij in dat rijtje.

 

Wat betreft dat de mensen niet willen denken (volgens mij) die conclusie trek ik (o.a.) uit het feit dat mensen, hoe simpeler de grappen worden, des te harder gaan lachen.

Maar naar mijn mening kun je niet diep genoeg nadenken.

Dat is toch óók leuk?

Of alleen interessant?

Ja! Weer iets om over na te denken!

 

 

§8

VAN JEZELF HOUDEN/JEZELF SERIEUS LEREN TE NEMEN

 

Blz. 11

=

 

"Den mensch te voldoen is onbegonnen pogen"

 

Dat is zo. Op het moment dat je het de één naar de zin maakt, wordt de ander ontevreden.

Om één ding dat je doet (of probeert) kunnen mensen verschillende meningen hebben.

Maar mensen zijn uniek. Daarom zijn er zoveel meningen en daarom zal je misschien wel 1, maar nóóit àlle tegelijk mensen kunnen plezieren met iets (wat je doet/zegt).

Maar het is dan dus goed dat iedereen uniek is anders zou het een saaie wereld worden.

Het is dus belangrijk dat je jezelf bent en blijft. Als jij jezelf bent, wordt je eerder geaccepteerd en gewaardeerd dan wanneer je je voor mensen uitslooft in de hoop dat het allemaal hun goedkeuring kan wegdragen.

Mensen moeten je maar nemen zoals je bent, en mensen accepteren dan dus ook en waarderen je dan dus ook als je gewoon jezelf bent.

 

(Je màg toch jezelf zijn? Je màg toch van jezelf houden?

Sta het jezelf dan (eens) toe om jezelf te zijn en loop je niet meer uit de naad voor anderen. Jij bent óók belangrijk.

Ook al ben je bang dat er dan ooit daarbij iemand door jouw toedoen gekwetst zal worden, dat is dan toch HUN probleem.

Je kunt het toch niet ALTIJD voorkomen dat je iemand kwetst?

En als de wereld vergaat hoeft niemand daarbij met nix te helpen, de wereld vergaat vanzelf. Alles gaat vanzelf.

Alleen jijzèlf, dáár hoef je maar voor te zorgen).

Je kunt er wel naar streven niet dezelfde fout te willen maken als in 't verleden bij jou velen andere wèl maakten maar je moet toch ook in 't heden proberen te leven en je verleden een beetje te vergeten).

 

Jij bent óók belangrijk.

En jij KUNT niet echt van andere mensen houden zonder dat je eerst van jezelf houdt en andersom. Zo simpel is dat.

Nu moet je het "alleen nog maar even" toepassen...

Niemand anders is zoals jou.

Als je (wat van) jezelf wilt laten zien, zal dat door niemand anders moeten gebeuren dan door jouzelf.

Je weet zelf 't beste hoe je zelf bent, een ander kan niet doen of hij/zij jou is, want die persoon weet niet hoe jij bent.

Daarom is het belangrijk dat je jezelf bent, want niemand anders zal dat voor je kunnen doen.

Al zouden ze wìllen, kunnen doen zullen ze het niet.

Het is goed ook dat een ieder uniek is, anders zou het een saaie boel worden, toch?

 

 

§9

 

GOETHE, HET BREIN ACHTER DE MISDAAD?

 

Blz. 12

=

 

"Draai knapjens hen een rad voor de oogen

die meer zoekt, vindt-

licht dolheid, wìs verdriet".

 

Als iemand ècht kwaad wil, nou wee dan het slachtoffer, want ook hier geldt: "Waar een wil is, is een weg".

Het zal dus meer voldoening geven om bijv. de perfecte overval uit te denken (en vervolgens eventueel uit te werken),

(Waarvoor denk je anders dat er films gemaakt worden over overvallen e.d.

Dat is het leuke erachter: Het tot in de puntjes uitdenken, alle details proberen te ontdekken die je niet over het hoofd mag zien en dan alles lekker uit te dokteren) ook al mislukt het, dan om onbegonnen te pogen de menschen te voldoen.

Daar slaag je bij voorbaat al niet in.

Goethe heeft het dan ook over "Het hoogste recht" dat hij, als hij iemand knapjes een rad voor de ogen zou draaien "ten beste (zou)[E.H.] geven".(!)

 

 

§10

GOETHE EN DEPRESSIVITEIT

 

Blz. 11

=

 

"Eeuw'gen draad van 't leven...."

 

De draad staat hier voor de sleur.

Want leven is niet eeuwig en wat eerder eeuwig lijkt als je depri bent (wat ik denk dat Goethe wel eens was), is de sleur.

 

(om met de volgende zin door te gaan met deze verklaring):

 

Blz. 11

=

 

"Onachtzaam draayend om haar spinklos wringt"

 

.....die haar 's eigenweegs gaat.

(Om in de sfeer te blijven is dit mijn uitleg van het bovenstaande citaat in het Oud-Nederlandsch).

 

 

§11

GOETHE'S VRAGEN

 

"Wie lost in het Al het deel op tot 't verheven

Zijn stemme voege in 't wonderbaar accoord"

 

Dat ben je dus zèlf. Makkelijke vraag.

 

òf:

Als die hoofdletter van het woord Zijn niet alleen staat voor de begin van de zin, dan is het antwoord:

 

Wij, alle mensen doen dat.

 

Blz. 11

=

 

Wie stort de bloemen aller streken

de dierbeminde in de schoot?"

 

Sorry, hier komt geen antwoord, maar tegenvraag:

 

Denkt Goethe soms dat hij tekort schiet?

 

Diezelfde vraag komt ook bij me op bij het verder lezen:

 

"Wie wijdt een handvol kleine blâren

ter eerkroon, meer dan schatten waard?"

 

Dit krijg je (deze tegenvragen), als je het stukje op blz.11 niet verder leest.

Echter als je later dan toch verder leest, merk je dat de hoofdletter van "Zijn" in de zinnen over het oplossen in het Al niet alleen een hoofdletter is om de positie van het woord t.o.v. de gehele zin.

 

Aangezien ik ontdekt heb dat in kleine stukjes van Goethe een grote waarheid kan zitten, analyseer ik af en toe hierin wat uit het voorspel voor toneel.

 

 

§12

HOE NADELEN IN HET VOORDEEL TE GEBRUIKEN

 

Blz. 11

=

 

"Op verrukking volgen tegenheden".

 

Dat zal wel moeten.

Verrukking is een uiterste (vorm van) emotie die vaak als heel positief ervaren wordt.

Alles wat daarna komt, kan alleen maar tegenvallen, dan.

 

Blz. 12

=

 

"Grijp daartoe flink in 't volle mensenleven, dat ieder meeleeft, maar dat schaars een boeit of spant, en toch, waar men 't ook pakt, daar is het intressant!"

 

Mensen kicken op emoties.

Vraag maar aan Joop van der Ende, die weet daar alles van.

Als Goethe NU leven zou hij samenwerken met Joop van der Ende

misschien maar dan alleen voor de VPRO en de VARA.

Hij zou zich dus niet geven voor de TROS.

Groot gelijk (zou-ie) hebben.

Alleen ik zou, naast deze 2 omroepen, de NCRV ook nog prettig vinden om voor te werken, gesteld dàt ik ooit de kans zou krijgen, natuurlijk.

En ik denk dat Goethe dat weer niet zou willen.

 

Blz. 12

=

 

"Geef bij uw bonte beelden, geen tè grote klaarheid".

 

Dat klopt, dit bevestigt wat ik eerder schreef:

 

"Mensen wìllen niet denken". [E.H.]

 

Het moet simpel blijven.

Weinig tekst en veel emotie, enz.

Waarom lezen mensen graag strips?

't Is simpeler;

Weinig tekst met veel plaatjes te "lezen".

 

Blz.12

=

 

"Uit dwaling en een vonkjen waarheid".

Dat er waarheid in zit, komt weer doordat men zich erin afreageert (of heeft afgereageerd).

Mensen lachen er vlugger om als iets waar ze zich mateloos aan irriteren in het dagelijks leven, als humor gepresenteerd wordt, zònder erbij in de gaten te hebben dat het eigenlijk de trieste waarheid is.

Mensen lachen erom en "vergeten" het dus.

Dat is dus wat ik noem de zgn.

 

"Symptoombestrijding".

 

Je kunt beter zoeken naar de oorzaak van iets en er vanuit dàt standpunt iets aan proberen te veranderen.

Maar wèl bij jezelf, niet dat je jezelf helemaal met veranderen, maar je "moet" gewoon soms leren leven met iets.

 

 

tot slot

 

Mensen die mij goed kennen zullen misschien verwacht hebben dat ik een apart kopje gewijd had aan Goethe en de psychologie.

Maar eigenlijk is het er zo al helemaal van doorspekt.

02/08/2017 13:47

Reacties (0) 

Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert