Vrijheid van gedenken - een column over dodenherdenking (1 van 2)

Door Edwin Bruinooge gepubliceerd in Geschiedenis

Een oude column over mijn gedachten over oorlog en dodenherdenking, na een gesprek met mijn kind. Herplaatst en aangepast, deel 1 van twee columns over dodenherdenking.

 

Vrijheid van gedenken 


Ik was een jaar of zestien toen ik het woord voor het eerst hoorde. Een woord, een begrip, een plechtigheid, al die jaren volledig aan me voorbijgegaan. Ik wist genoeg over de Tweede Wereldoorlog, maar “dodenherdenking” kende ik niet. Om acht uur ’s avonds had ik gewoon mijn muziek hard aan staan. Achteraf snap ik het wel. Mijn familie komt uit Nederlands-Indië. Hun oorlogsgeschiedenis werd jarenlang genegeerd. Als kind hebben ze gezien hoe mensen andere mensen met bamboesplinters doodmartelden. Deze beelden etsen zich in je geheugen en worden de maatstaf voor gruwelijkheid en lijden. Die beelden schreeuwen om erkenning. En die kwam pas later. Veel later. In ‘hun tijd’ was er alleen erkenning in hele beperkte kring.

Hier, aan de andere kant van de wereld, overheersten immers andere beelden, andere maatstaven. Zes miljoen Joden volkomen ontmenselijkt als objecten in een efficiënt fabrieksproces uitgemoord. Uniek in de geschiedenis van de mensheid. Misschien wel de grootste smet. Het platbombarderen van een historisch centrum, het decimeren van gegijzelden, het martelen van hen die de moed hadden zich te verzetten. Beelden uit ons collectieve nationale geheugen. En op één dag herdenken wij. Dit is goed, dit is waardevol. Opdat wij ons realiseren dat het nooit meer mag gebeuren. Omdat wij de gevoelens van hen die deze periode hebben doorleefd respecteren. Want wij kunnen ons in hun beelden verplaatsen; het zijn ook onze beelden geworden.

fb6e3dcd4c33fec97e89f4d02bfb8d43_1398959

Maar ik ben van ver na de oorlog. Ik zeg het al mijn hele leven, met de toevoeging: "En dat wil ik graag zo houden." Mijn jonge kind kijkt TV en vraagt wie die boze man met dat gekke snorretje is die zo staat te schreeuwen. Rustig leg ik het uit en ik zie dat hij zijn eigen beelden vormt. Hele andere. Hij ziet alleen angstige kinderogen. Kinderogen die hun vertrouwde wereld letterlijk ineen zien storten en al hun zekerheden zien wegspoelen in stromen bloed. Ik kijk met hem mee, ik kijk naar hem en merk dat mijn oude beelden langzamerhand vervagen. Ze voldoen niet meer.

Natuurlijk, ik zie nog steeds Anne Frank. Ik zie nog steeds de slachtoffers van Rotterdam, kinderen in het getto van Warschau, kinderen in de Sovjet-Unie, opzettelijk doodgehongerd door de Nazi’s. Maar ik zie ook het hopeloze verdriet in de ogen van Duitse kinderen, voor de ruïnes van hun huizen, het graf van hun vaders. Het meisje uit Hiroshima dat vlak voor haar dood nog duizend kraanvogels wilde vouwen. Het Nederlandse meisje van zestien, voor het eerst verliefd, op mooie blonde lokken en blauwe ogen. Maar gekleed in een verkeerd uniform. En als haar lokken onder gejoel afgesneden worden, als zij beschimpt en bespuugd wordt, zie ik in haar plaats elk tienermeisje uit mijn buurt.

053f248ab1bb4a4a491a8ad513905898_1398959

En dan lees ik dat dodenherdenking terug zou moeten naar haar oorsprong. Dat we het niet breder moeten maken. Dat het beledigend is om dit wel te doen. Dat “ze” in Vorden fout zijn als ze ook Duitse gesneuvelden willen herdenken. Ik snap het, ik begrijp hun gevoelens, maar alles in mij verzet zich hiertegen. Dodenherdenking verliest voor mij alle waarde als alleen de “goeden” het monopolie op medeleven mogen claimen. Ik claim de vrijheid om met mijn kind te gedenken zoals wij zelf willen. Voor ons staat oorlog gelijk aan kindertranen, aan elke kant van welke grens dan ook. Maar wij hebben makkelijk praten, wij die immers van na de oorlog zijn. Zijn wij hierom fout?
Ik herdenk ook de Duitse doden, de Japanse en de Italiaanse. In 2013, toen ik deze column schreef en ook nu, in 2014.

f3850b220bfbc80b61eef95240793eb9_1398959

Children's Peace Monument in Hiroshima, Japan

Ik respecteer de wonden die nog steeds bloeden. Ik gedenk de pijn, maar wil ook verder. Werken aan een toekomst zonder oorlog, ook die ene. De Tweede Wereldoorlog is pas afgelopen als we huilende kinderen kunnen zien zonder ons af te vragen wat hun ouders deden. Als we het levenslicht in elk van hun ogen als uniek en waardevol erkennen. Als Adolf weer een normale jongensnaam wordt.

 

En wat staat er in deel 2?

Deel twee gaat over dodenherdenking 2014. Een speciale dodenherdenking, omdat het op de zondag valt. 

02/07/2017 22:51

Reacties (1) 

1
25/04/2018 12:38
Dit heb ik nooit gezien kennelijk.
Maar ik ben het wél met je eens.
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert