WILLIAM WALLACE SCHOTSE REBEL.

Door Vitie Dc gepubliceerd in Geschiedenis

William Wallace
Schotse rebel


Het verhaal van William Wallace dat in de film Braveheart wordt weergegeven, wijkt in werkelijkheid af van het leven van deze Schotse held, al heeft de film Wallace een internationale status gegeven, waarin hij de Schotse onafhankelijkheid vertegenwoordigd. Maar wie was deze man, hoe kwam het dat hij zo bekend werd en waar kwam hij vandaan? 


Levensloop:

William Wallace was een lid van een lage adellijke familie, maar weinig is bekend van de achtergrond van zijn familie. Het 15e eeuwse gedicht van Blind Harry benoemt zijn vader als Sir Malcolm of Elderslie. Williams eigen zegel werd echter teruggevonden in de archieven van de Hanzestad Lübeck, daterend uit 1297, en daar wordt zijn vaders naam genoemd als Alan Wallace. Deze Alan Wallace kan mogelijk dezelfde naam zijn die genoemd wordt in de uit 1296 stammende Ragman Rolls; daar komt hij voor als koninklijk gezant in Ayrshire, maar verdere gegevens ontbreken. Blind Harry’s woorden, dat William de zoon was van Sir Malcolm of Elderslie, hebben gesuggereerd dat de geboorteplaats van William Elderslie Renfrewshire is. Er is verder geen bewijs gevonden dat hem met een andere geboorteplek linkt, al worden twee locaties verbonden met de Wallace-clan. Geschriften die gevonden zijn van eerdere Wallace-afstammelingen noemen bezittingen in Riccarton, Tarbolton en Auchincruive in Kyle en Stenton in Haddingtonshire. Ze waren meestal vazallen van James Stewart (High Stewart van Schotland), omdat hun landen onder zijn gezag vielen. Broers van William als Malcolm en John komen in andere bronnen voor.
Toen Wallace opgroeide, was Alexander III van Schotland heerser van het land. Zijn regeerperiode kende een rustige en economische stabiliteit. Op 19 maart 1286 overleed Alexander III echter, na een val van zijn paard. De opvolger voor de troon was Alexander’s kleindochter Margaretha, de maagd van Noorwegen. Ze was echter nog te jong en verbleef in Noorwegen om dat land te leiden, waarna de Schotse adel een bestuur van ‘beschermheren’ oprichtte. Margaretha werd ziek op haar reis naar Schotland en overleed op Orkney op 26 september 1290. Het gebrek aan erfopvolging leidde tot een periode van onrust onder de bevolking, waardoor verschillende adellijke familie’s de troon van Schotland opeisten. Schotland dreigde in een burgeroorlog te raken, waarna de Schotse adel de koning Edward I van Engeland uitnodigde in Berwick-Upon-Tweed voor bemiddeling. Voordat de bemiddeling kon beginnen, eiste Edward I als ‘Lord Paramount van Schotland’ erkend te worden. In het begin van november 1292 werd door een meerderheid van de adel besloten dat John Balliol de sterkste claim op het koningschap leek te hebben. Edward I begon echter de adel van Schotland dwars te zitten en nodigde John Balliol uit aan het Engelse hof om hem, de koning, te erkennen als zijn heerser. John bleek een zwakke Schotse koning te zijn en erkende Edward in maart 1296 als zijn heerser; vervolgens liet Edward de grensstad Berwick-upon-Tweed plunderen en moest John Balliol aftreden.
De eerste beschreven actie van Wallace na het aftreden van John Balliol was de moord op William Heselrig, de Engelse hofgezant in Lanark in mei 1297. Hij sloot zich daarna aan bij William the Hardy, heer van Douglas en legde zich op plunderingen rond en in Scone. Dit was een onderdeel van vele rebelse acties binnen Schotland, inclusief die van andere adellijke heren in het noorden van Schotland zoals Andrew Moray. De opstand leek te stoppen toen de hoge Schotse adel zich onderwierp aan de Engelse in Irvine in juli. Wallace en Moray waren hier echter niet bij betrokken en gingen vervolgens door met hun opstand. Wallace gebruikte het bos van Ettrik als uitvalsbasis voor plunderingen en viel onder andere het paleis van bisschop Wishart aan in Ancrum. Wallace verenigde zijn strijdkrachten met die van Moray en samen begonnen ze het beleg van Dundee in het begin van september.

 


Het begin van de opstand
Het was rond 1298 n.Chr dat de ridder sir Malcolm Wallace op Loundoun Hill werd gedood door de Engelsen. Hij had drie zoons, waarvan William waarschijnlijk niet de oudste was. William ging op jonge leeftijd naar Paisley abby, waar hij werd onderricht als een monnik. Waarschijnlijk was dit al voor de Schotse onafhankelijkheidoorlog gepland. Zijn leven zou echter een geheel andere wending aannemen als dat hij verwachtte. Rond de 13de en 14de eeuw vormde de kerk in Schotland een onafhankelijke macht die niet gebonden was aan de staat. Met de Engelse verovering van Schotland stond deze onafhankelijkheid op het spel. Dit was één van de redenen waarom de kerk van Schotland genoodzaakt was om zich in de onafhankelijkheidoorlog te mengen. Rond deze tijd was de machtigste persoon in de Schotse kerk bisschop Robert Wishart van Glasgow. Maar de rechtmatige koning John Balliol was zwak en Wishart had een krachtpatser nodig om een opstand te starten.
Anders dan Braveheart beweert, kwam William Wallace niet terug naar zijn geboorteplaats om in vrede te leven, hij doodde een aantal Engelse jongens, werd vogelvrij verklaard en doodde hierna een stel Engelse soldaten die hem zijn vis af wilden nemen. Tot verdere confrontaties kwam het niet echt. Mogelijk trouwde Wallace met Marion Braidfute en sommige bronnen zeggen dat hij daar zelfs een kind mee had, dit valt echter niet te bewijzen.
Het verhaal gaat dat Wallace zijn offensief tegen de Engelsen startte nadat de de Engelse sheriff Hazerig Marion gevangen nam en doodde om William uit de tent te lokken. Hij kwam niet opdagen en verzamelde zijn militie waarmee hij regelmatig aanvallen op Engelse patrouilles had uitgevoerd en hiermee ging hij die nacht Hazerigs kasteel binnen. De soldaten maakten de sheriff af samen met alle andere mannen die in het kasteel te vinden waren, de vrouwen en monniken liet hij vrijuit gaan.
In feiten werd Wallace Door bisschop Wishard van Glasgow in de onafhankelijkheidsoorlog betrokken. Wishard was de aanstichter van de opstanden die zouden leiden tot de slag bij Stirling Bridge. De opstand was in het eerste geval een opmerkelijk succes. Een groot deel van de Schotse bevolking steunde de opstand, de opstand vond plaats op een ongecontroleerd moment terwijl koning Edward van Engeland er vrijwel vanuit ging dat zuid-Schotland het gehele machtscentrum was. Hierdoor onstond een machtsvacuum die de clans goed wisten te gebruiken.
Voornamelijk de lagere klassen en de vogelvrij verklaarden sloten zich direct bij de opstand aan. Dit waren de lagen van de bevolking die het eerst te leiden hadden gekregen onder het nieuwe regime van Edward de 1ste. Er waren hoge belastingen en wanneer een Schot een vrouw trouwde, kon de landheer haar komen opeisen. Daarnaast had sinds de regeringsperiode van Alexander’s vader, Alexander de 2de Schotland een vorm van nationale identiteit weten aan te maken. Mensen noemde zich niet meer naar het gebied maar naar het land. Deze identiteit speelde een belangrijke rol tijdens de opstand van William Wallace.
Het is daarom niet verwonderlijk dat de opstand zoveel gehoor vond, vanuit heel Schotland kwamen clans te wapen en steunden William Wallace. In een moedige aanval namen ze Scone en de naburige landen in. Ook de jonge Robert the Bruce begon met anti-Engelse acties, al waren zij van korte duur. William Wallace vocht in de laaglanden en borders, zijn vriend en bondgenoot Andrew Moray in de hooglanden. Moray was één van de vooraanstaande families in Schotland. Krachtpatser Wallace had Moray absoluut nodig om maar een inbreng in de Schotse aristocratie te hebben. De bronnen over Wallace vertonen slechts weinig andere namen, wat aangeeft dat erg weinig adel Wallace stoutmoedige onderneming steunde.

 


De slag bij Stirling
Nadat er veel kastelen in midden- en noord-Schotland waren ingenomen, kreeg William te horen dat de Engelsen met een enorm leger naderden. Het Engelse leger stond rond deze tijd bekend als het beste leger van Europa. Edward de 1ste was gek op oorlog en deed er alles aan om een zo machtig mogelijk leger achter de hand te houden. Omdat de Schotse legers veel vlugger waren door de weinige bepakking, konden Wallace en Moray elkaar vlak voor Stirling ontmoeten. Hier moest het Engelse leger, dat bestond uit 60.000 man infanterie en 8.000 man cavalerie, bij een smalle houten brug over de rivier de Forth oversteken.
Op 11 september 1297 wachtte William Wallace hen op met een leger van 40.000 Schotse infanterie en 180 ruiters, op de plek waar nu het National Wallace Monument staat. Wallace liet de Engelsen oversteken, totdat ongeveer de helft van de troepen over de brug was getrokken. Toen liet hij zijn 40.000 woedende krijgers aanvallen in de woeste highland charge. Al gauw brak er paniek uit bij de Engelsen en velen probeerden terug te trekken over de brug, terwijl hun bevelhebber, John de Warenne, zijn troepen over de brug naar het front leidde. Op den duur brak de brug en stortte de Engelse cavalerie in het water. De Engelsen werden in de pan gehakt, terwijl het aantal Schotse doden opmerkelijk laag was, het grootste verlies was de dood van sir Andrew Moray, die in de verdere verloop van de campagne een grote tol zou eisen.
Na de veldslag stonden de Schotse edelen tijdelijk aan de kant van William Wallace, hij werd tot ridder geslagen en tot beschermer van Schotland benoemd. Nu de Engelsen uit Schotland waren verjaagd, was Williams voornaamste bezigheid het herstellen van oude handelsverdragen en het maken van bondgenoten. Er werden echter nieuwe plannen om Schotland in te vallen gemaakt en dat was de reden waarom Wallace zijn zwaard weer oppakte en met zijn leger Engeland binnenviel. In Northumberland volgden de Schotten het Engelse leger, dat grotendeels tot achter de muren van Newcastle vluchtte. Ze vielen de omgeving van de stad aan zonder op verzet te stuiten. De discipline was streng: degene die ongewapende vrouwen of kinderen aanviel, werd opgehangen. Later trok Wallace’ leger door de rest van Engeland, waarbij er ongeveer 700 dorpen werden platgebrand. Dit was de eerste keer dat de Schotse onafhankelijkheidoorlog werd uitgevochten op Engels grondgebied en het zou niet de laatste zijn.


De slag bij Falkirk
De invasie eindigde toen York was ingenomen. Edward de 1ste had namelijk een leger op de been gebracht en trok nu de kant van Schotland op. Wallace zag zich genoodzaakt terug te vallen op guerrillatechnieken en trok terug naar de borders, onderweg alle velden platbrandend. Hij riep alle Schotse mannen tussen de 16 en 75 jaar te wapen.
Het Engelse leger kwam vanuit het hele Britse rijk, er waren Ierse voetsoldaten, Welshe boogschutters en ook Schotse lords die achter Edward stonden. Zo trok de koning met zijn leger door het zwartgeblakerde noorden van het land. Zijn soldaten leden honger en vele kwamen om. De dag voordat hij slag zou leveren bij Falkirk viel Edward van zijn paard, dat onder hem bezweek, en kneusde enkele ribben. Dit weerhield hem er niet van om op het slagveld aanwezig te zijn.
De Schotten hadden hoger gelegen gebied en hun schiltroms beschermden hen tegen de Engelse cavalerie met vier meter lange speren. Veel Schotse edelen waren aanwezig en vormden de cavalerie-eenheid. De Engelsen vielen aan met een deel van hun infanterie, die compleet in de pan werd gehakt. Maar tijdens de charge van de Engelse cavalerie sloegen de Schotse edelen op de vlucht, hun leger achterlatend zonder cavalerie. De Welsh boogschutters openden nu het vuur en de Schotten waren weerloos. Dit was fataal en toen er te veel doden waren gevallen, waren ze genoodzaakt terug te trekken. De veldslag was verloren, maar William Wallace kon ontsnappen.

 


Het einde
Er is niet goed bekend wat er na de slag bij Falkirk gebeurde. Tegen het einde van 1298 trad William terug als beschermer van Schotland en maakte plaats voor Robert Bruce, earl van Carrick, en John Comyn van Badenoch. Het is mogelijk dat hij daarna naar Frankrijk of zelfs naar Rome ging om daar voor de Schotse zaak te bepleiten, of dat hij een tijd in het Franse leger diende.
Het is vrijwel zeker dat Wallace rond 1303 terug was in zijn geboorteland en zich daar verborg. Twee jaar lang wist hij de Engelsen te ontwijken, alhoewel het ook mogelijk is dat hij ondertussen verschillende aanvallen op Engelse garnizoenen deed. In 1305 werd hij uiteindelijk verraden door John de Menteith, een Schotse ridder die loyaal aan Engeland was. Wallace werd naar Londen gebracht en daar berecht voor verraad. Hij antwoordde op de beschuldiging: ‘I could not be a traitor to Edward, for I was never his subject.’ (Ik zou geen verrader van Edward kunnen zijn, want ik was nooit zijn onderdaan). Na de rechtszaak, waarin hij schuldig werd bevonden, werd hij weggevoerd, uitgekleed en door een paard door de stad getrokken naar Smithfield. Hij werd opgehangen, verdronken en gevierendeeld – gewurgd door het ophangen, maar bevrijd toen hij nog in leven was, gecastreerd, van zijn ingewanden ontdaan, die voor hem werden verbrand, daarna in vier stukken gesneden. Zijn hoofd werd op een staak gestoken bij de Londen Bridge. Zijn ledematen werden tentoongesteld in Newcastle, Berwick, Stirling en Aberdeen. Voor de Schotten was deze executie het bewijs van de Engelse wreedheid dat het vrijheidsvuur weer aanwakkerde onder leiding van Robert the Bruce, die na lange campagnes tegen de Engelsen de absolute overwinning behaalde op Bannockburn

 

 

12/06/2017 20:46

Reacties (0) 

Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert