Kortverhaal De vloek van Seth

Door Lynn De Bondt gepubliceerd in Verhalen en Poëzie

Hier heb ik het eerste deel van een oud kortverhaal met veel fantasie klaarstaan, volgende week publiceer ik het tweede en laatste deel. Het gaat over Aleena, die door omstandigheden naar Egypte moet reizen: 

Aleena kamde haar haren met haar vingers. Ze was op haar kamer en zich aan het klaarmaken voor een hele grote dag. Het was namelijk haar verjaardag! Ze werd vandaag twintig zomers. En dat was al heel wat! Haar vader, die het hoofd was van de stam, plaagde haar wel eens dat ze nooit aan een man zou geraken, omdat de meisjes van haar stam immers al vroeg een verbintenis aangingen. De meesten al op de leeftijd van zestien zomers en sommigen zelfs op veertien zomers. Maar eigenlijk was de opmerking van haar vader niet echt juist: Aleena had juist erg veel aantrek bij het andere geslacht. Vooral haar zuiderse look was erg in trek. Ze had lang zijdeachtig zwart haar en een gebruinde huid. Er had zich ooit een zoon van een noordelijk stamhoofd aangeboden om een verbintenis met Aleena aan te gaan, maar zij had hem afgewezen, waarna hij als een klein kind was gaan mokken.
   Hoewel dit dus een blije dag moest zijn, was Aleena niet bepaald gelukkig. Toen haar moeder haar vanmorgen wekte, had ze Aleena zelfs niet eens een gelukkige verjaardag gewenst en ook haar vader niet bij het ontbijt. Zou iedereen haar verjaardag vergeten zijn?
   Net toen Aleena van haar stoel wilde opstaan, kwam haar zus, Breena, binnen.
“Aleena, je moet meekomen en vlug!”viel haar zus direct met de deur in huis binnen.
“Waar naar toe?” vroeg Aleena nieuwsgierig en verbaasd.
“Meer kan ik je niet zeggen. Oh ja, ik ga je een blinddoek aandoen want je mag niets zien.” Breena deed een linnen doek rond Aleena haar hoofd en troonde haar toen mee naar buiten. Daar was het erg stil, alleen het lichte geruis van de bomen was er te horen. Ze liepen een eindje tot Breena op een bepaald moment halt hield. Ze deed de blinddoek van Aleenas hoofd af en plots riepen er wel honderden mensen in koor: “Verrassing! Gelukkige verjaardag!”
Aleena was dolblij om al haar stamgenoten te zien aan een grote, lange tafel met allemaal lekkers op. Dus er was toch niemand haar verjaardag vergeten! Aleena sprong een paar keer in het rond en liep toen naar iedereen om hen te omhelzen en te bedanken. Toen schraapte haar vader zijn keel en iedereen werd meteen stil.
“Lieve Aleena, lieve stamgenoten, vandaag is een zeer grote dag! Mijn lieve en intelligente dochter word twintig zomers! Dus dit is een zeer belangrijke dag, die wij – Aleena, Breena, hun moeder en ik – graag met jullie willen delen! Daarom dit grootse feest! Als iedereen rond de tafel wil gaan staan?” Alle stamgenoten gingen rond de tafel staan, terwijl Aleena haar moeder bier en kruidendrank in de houten bekers goot. Ze gaf ieder een beker bier of kruidendrank en daarna nam het stamhoofd terug het woord. “Ik zou graag willen drinken op de verjaardag van mijn dochter en ik zou er graag aan willen toevoegen dat ik hoop dat er eindelijk een man in haar leven gaat binnenwandelen! Op Aleena!” Er klonken lachsalvo’s na deze opmerking en daarna echode het overal “Op Aleena” waarna ze hun beker in één keer opdronken en direct opnieuw vulden. Iedereen at en dronk zich vol en er werden liedjes gezongen.

Na het grootse feestmaal was het tijd voor de geschenkjes. Aleena werd echt verwend. Ook al hadden de stamgenoten niet echt de mogelijkheden om iets te kopen, toch hadden ze allemaal een cadeautje voor haar. Ze hadden namelijk zelf iets gemaakt, gaande van mooie kommetjes en mandjes tot juwelenkistjes en beeldjes. Van haar ouders kreeg ze een mooie armband en van haar zus een haarspeld. Aleena was erg blij met al haar cadeautjes en bedankte iedereen uitvoerig. Omdat het al donker aan het worden was, en de temperatuur aan het dalen was, gingen er een aantal stamgenoten een kampvuur maken. Op het moment dat Aleena zich bij de anderen wilde voegen, hoorde ze iets ritselen in de struiken. Ze keek verschrikt om zich heen en toen zag ze een kleine gestalte tussen het struikgewas staan.
Het was een oude man en een vreemdeling, dat zag ze aan de vreemde gewaden die hij droeg. Zijn gewaden waren lang en kwamen tot aan zijn enkels. Zijn gezicht kon ze niet zien door de veel te grote kap die hij droeg. Hij had iets bij zich. Toen hij zag dat Aleena hem had opgemerkt, wenkte hij haar. Aleena twijfelde even, maar besloot dan om toch naar de vreemde man te gaan. Hij sprak haar aan met een groot accent en een hese stem, maar hij was wel verstaanbaar. “Ben jij Aleena?” Luna-Anaïs knikte bevestigend.
“Ik weet dat je vandaag twintig zomers bent geworden, en ik heb een geschenkje voor je. Iets heel speciaals. Draag er goed zorg voor,” met deze woorden overhandigde hij haar een pakje dat er erg broos uitzag. Het materiaal waarvan het pakje gemaakt was, kende Aleena niet. Ze wilde de oude man vragen wat het was, maar toen ze opkeek was hij verdwenen. Ze besloot het pakje pas open te maken als ze alleen was in haar kamer en stak het bijgevolg weg in een van haar zakken van haar tuniek. Ze wandelde naar het kampvuur om haar stamgenoten te vergezellen. Het was tenslotte voor haar dat ze allemaal gezellig bij elkaar zaten.

Aleena liep moe, maar tevreden naar haar bed. Toen ze haar tuniek uittrok om haar slaaptuniek aan te trekken, voelde ze een vreemde bobbel in haar tuniek. Pas toen herinnerde ze zich het vreemde pakje dat ze had gekregen van de oude man. Nieuwsgierig als ze was, opende ze snel maar voorzichtig het pakje. Het was een medaillon die aan een ketting hing. Maar wel een vreemd. Het was in de vorm van een man met een dierenkop. De dierenkop was haar vreemd, het leek deels op een hond, maar had een lange smalle snuit dat niet echt tot een hond behoorde. Het was gemaakt van goud en blauwe steen, maar vreemd genoeg waren de kleuren nogal vaag, het leek wel alsof er een rode gloed over het medaillon hing. Ondanks deze vreemde kenmerken vond Aleena hem wel mooi en hing ze hem rond haar nek. Ze kroop in bed en viel ogenblikkelijk in slaap.

Het was nu al enkele dagen geleden dat Aleena haar verjaardag had gevierd en dat ze het vreemde medaillon had gekregen. Ze had het nog niet opengemaakt. Ze durfde eigenlijk niet goed, want ’s nachts leek het medaillon wel te gloeien. Maar nu had Aleena eindelijk de moed gevonden om het medaillon te openen. Ze nam het medaillon in haar handen, opende het sluitinkje en duwde het medaillon open. Een rode waas van stof en gas spoot uit het medaillon. Aleena werd er door bedolven en ze schreeuwde het uit van pijn en angst. Het leek wel of een onzichtbare hand door haar borst heen ging en alle organen uit haar lichaam trok. De hand ging van haar borst en hart zo naar boven en via haar luchtpijp naar haar hoofd. Ze had pijn in haar borst. Aleena hapte naar lucht. Het volgende moment duizelde het haar. Haar lichaam viel slap naar beneden.

Aleena werd wakker in een benevelde toestand. Langzaam deed ze haar ogen open. De wereld bekeek ze door een waas en het leek wel op zijn kop te staan. Aleena voelde iets trekken aan haar keel. Ze tastte ernaar en voelde de gladde schakels van de ketting waaraan het medaillon hing. Bijna verstikt trok ze het medaillon moeizaam af. Ze hapte naar adem. Verschrikt keek ze naar het gloeiende medaillon die op de grond lag. Wat was er gebeurt? Waarom voelde ze zich misselijk? En wát was die rode waas die haar zonet had overvallen? Aleena wist geen antwoord op die vragen. Ze besloot het medaillon op haar kastje naast het bed te leggen en naar de rivier te gaan om zich op te frissen.
   Aan de rivier knielde Aleena neer. Ze maakte een kom met haar handen waarmee ze het ijzige water opschepte. Het water goot ze op haar gezicht. Toen Aleena in het water keek, schrok ze zich een bult. Haar anders zo mooi bruingekleurde ogen waren bloedrood geworden! Ze deinsde verschrikt achteruit en botste tegen iets. Aleena keek op en zag een oude vrouw in een wit gewaad. Aleena was bang. Wat zou de oude vrouw wel niet denken van haar rode ogen?
“Je moet niet bang zijn, kind. Ik ben gekomen om je te helpen,” zei het oude vrouwtje met een krakerige stem, maar wel vriendelijk. Ze glimlachte naar Aleena. “Helpen? Waarmee?” vroeg Aleena onzeker. “Ik weet dat je een medaillon aan een ketting hebt gekregen van een oude man. Nu moet je goed luisteren, Aleena...”
“Hoe weet je dat? En hoe ken je mijn naam?” Het oude vrouwtje negeerde de vraag. “Luister goed. Dat medaillon verborg een vreselijke vloek. Maar de vloek is nu vrijgekomen. Je zult je waarschijnlijk nu afvragen hoe het dan vrijgekomen is. Wel, jij hebt het medaillon geopend waardoor de vloek kon vrijkomen...en nu ben je vervloekt.”
“Hoe weet je dat ik het geopend heb? Hoe kan ik hiermee een vloek vrijgemaakt hebben? Ben je eigenlijk wel serieus of probeer je me in de maling te nemen?”
“Aleena, dit is bloedserieus. Je draagt nu een vloek bij je, een vreselijk vloek die dodelijk is. Kijk, ik kan je niet bevrijden van je vloek. Maar ik kan je wel zeggen naar wie en naar waar je moet gaan. Ga naar Egypte, kind, ga daar naar het koninklijk paleis en vind daar de mensen die je kunnen helpen.”
“Naar Egypte? Waar ligt Egypte?” Aleena keek naar de rivier en wachtte op een antwoord, maar die kwam niet. Toen Aleena omkeek, was de vrouw verdwenen. Er was geen spoor van haar meer over. Of toch. Op de plaats waar de vrouw had gestaan, lag nu een papiertje, van hetzelfde materiaal waar het medaillon in verpakt had gezeten. Op het papiertje stond een kaart: de weg naar Egypte!

Aleena was nu al een jaar onderweg. Ze had haar stam en land verlaten, zonder haar ouders hiervan op de hoogte te brengen. Alleen haar zus Breena wist ervan, zij was ook diegene die Aleena een goed paard had gegeven en gezorgd had voor eten en drinken voor onderweg. Aleena had Breena op het hart gedrukt om niets maar dan ook helemaal niets over haar vertrek of de reden ervan te vertellen tegen haar ouders. Breena moest zich dus dom houden als haar ouders haar over de afwezigheid van Aleena uitvroegen. Aleena was ’s nachts vertrokken, toen de duistere hemel vol sterrenpracht was en de geheimzinnige maan hoog aan de hemel schitterde. Toen de ijzige koude en de hevige wind en het griezelige gehuil van de wolven de mensen in hun hutten dreef om daar de nacht door te brengen.
Nu stond Aleena voor een schitterende, blauwe en kilometerslange rivier: de Nijl. Aleena was eindelijk in Egypte aangekomen! Ze spoorde haar paard aan om in gallop te gaan. Ze vroeg zich af bij wie ze moest zijn om haar vloek te kunnen verbreken. Aleena keek naar de zon, hij stond al laag aan de hemel, het begon zelfs te schemeren. Weldra zou de zon onder de aardbol verdwenen zijn en zou plaatsmaken voor de maan, die de heerschappij over de aarde en het heelal zou overnemen.
   Plots hoorde Aleena een geritsel tussen de kleine en dorre struiken. Ze keek om en zag een man staan in vreemde kledij. Hij had een korte tuniek aan en had een vreemdsoortig bronzen ding om zijn hals hangen. Hij hield een lans vast in zijn rechterhand. De vreemde man deed teken dat Aleena naar hem moest toekomen. Hoewel ze de man niet kende, ging Aleena toch naar hem toe.
“Ik breng je naar het paleis, de farao zal je ontvangen... Jij bent Aleena, hé?” hij sprak haar naam nogal vreemd uit, maar het was toch duidelijk haar naam. Hoe kende hij haar eigenlijk? Hoe kende hij eigenlijk haar taal? Aleena vroeg het hem.
“Je komst werd aangekondigd en ik ken je taal door onze Reizigster, zij gaat de wereld rond en leert zo heel veel bij over andere talen en culturen en zij doet dan verslag hierover bij ons. Zij heeft de belangrijkste personen van Egypte jouw taal aangeleerd, zodat we beter met je kunnen communiceren. Maar nu moeten we door, de farao wacht en weldra valt de nacht.”

Aleena en haar begeleider stonden voor het paleis, dat prachtig was. Het paleis was gemaakt van wit zandsteen, goud en marmer. Voor de theatrale ingang stonden wel tien zuilen van puur goud, vijf aan elke kant van de oprit. De trap was gemaakt van het witste marmer dat er bestond en de deur was gemaakt van zandsteen en met bladgoud en blauwe steen versierd. Boven op de deur was er een klein gevleugeld wezentje afgebeeld, gemaakt van de blauwe steen. “Wat is dat wezentje bovenaan de deur?” vroeg Aleena.
“Dat is een scarabee, een soort kever en heilig in ons land. Het brengt geluk. Kom, ik breng je naar de farao.”
“Wat is de farao eigenlijk?” vroeg Aleena nogal beschaamd.
“De farao is onze koning,”antwoorde haar begeleider kort. Ze gingen het mooie paleis binnen en liepen door gangen en stapten op de trappen op weg naar de zaal waar de farao zat. Eindelijk waren ze er, ze stonden weer voor een prachtige gouden deur met een blauwe scarabee op. Aleena haar begeleider klopte drie keer op de deur en de deur werd geopend door een andere dienaar van de farao. Ze gingen naar binnen en Aleena zag een al wat oudere man zitten op een prachtig gouden troon. Hij had een lang gewaad aan, bestikt met prachtige symbolen in gouddraad en op zijn hoofd droeg hij een kroon: de farao! Aleena boog eerbiedig voor de farao. “Sta op, mijn kind. Jij bent net als ik van edele bloede. Jij hoeft niet te buigen voor mij. Ik ben verheugd om je eindelijk te ontmoeten. Ik weet van het medaillon en je vloek af. Ik heb je hier uitgenodigd om je alles te vertellen over het medaillon en de aard van je vloek en wie hier voor verantwoordelijk is...”
De farao werd luidruchtig onderbroken door een jongeman die net door één van de vele deuren was binnengekomen. “Aleena, dit is mijn zoon, prins Amon. Amon, dit is Aleena, het meisje waar ik al over sprak.” De prins kwam naar haar toe, pakte haar hand en drukte er een kus op. Aleena bloosde hevig en ze moest een giechel onderdrukken toen ze in zijn mooie, donkere ogen keek. Wat is hij knap, dacht Aleena. Zijn donkere haren, die tot zijn kin kwamen, hing half over zijn gezicht.
“Hum...hum. Kan ik dan nu verder gaan?” vroeg de farao, lichtelijk geïrriteerd door het “play-boy-gedrag” van zijn  zoon. Nu ja, of wat hij “play-boy-gedrag” vond. “Natuurlijk, vader. Vertel u maar verder,” antwoordde prins Amon. De prins knipoogde stiekem naar Aleena en zij moest haar lach inhouden.
“Aleena, zoals ik je eerder al vertelde – voordat ik hier luidruchtig gestoord werd – weet ik van welke aard je vloek is en wie daar verantwoordelijk is. Ik ga je nu al vertellen wie de verantwoordelijke is voor de vloek die je hebt opgelopen. Het is Seth, een zeer gevreesd man die menig hart schrik inboezemt... Meer kan ik je vandaag niet vertellen, het is al laat, en ik vermoed dat je wel een reuzenhonger moet hebben na je lange reis. Dus nodig ik je uit om mee te eten met ons en daarna mag je gaan slapen in één van de vele kamers in het paleis. Morgen vertel ik je alles erover.”

Aleena had die nacht heerlijk geslapen, nog nooit had ze zo’n goed bed gehad. Toen ze die ochtend was gaan ontbijten, had ze een tijdje gepraat met prins Amon. Hij bleek niet alleen heel knap te zijn, maar ook nog eens heel lief, grappig en ook dapper. Dat laatste was namelijk gebleken uit het feit dat prins Amon er toe stond om Aleena te vergezellen, te begeleiden en indien nodig te beschermen tijdens haar gevaarlijke onderneming. De farao had haar die ochtend na het ontbijt alles verteld over haar vloek en Seth – de man die verantwoordelijk was voor haar vloek. Het bleek dat Seth de oom was van de farao. De vorige farao – de vader van de huidige farao – was namelijk de broer van Seth. Seth was jaloers op zijn broer, omdat die de troon kreeg en hij niet. Hij had alles gedaan om zijn broer uit de weg te ruimen, wat keer op keer mislukte. Seths broer overleed op natuurlijke wijze, lang nadat die een zoon had gekregen. Die zoon was toen al oud en wijs genoeg om over Egypte te regeren en werd dus farao.
Dat maakte Seth natuurlijk woedend. Na al die jaren van sluwe listen om de farao te doden vóórdat de farao een zoon kreeg óf voordat die zoon oud genoeg zou zijn om zelf farao te worden, waren mislukt. Seth had nog steeds de troon niet. Daarom probeerde hij ook de huidige farao op alle mogelijke manieren uit de weg te ruimen, maar ook dat mislukte. Dus probeerde Seth het nu via een andere weg: in plaats van de farao te doden, wilde Seth nu de prins doden! Zo zou het nageslacht van de farao uitsterven. De vrouw van de farao was gestorven en hij wilde geen enkele andere vrouw hebben. Als Seth de prins zou doden en de farao overleed niet veel later, zou hij eindelijk zijn doel kunnen bereiken: een wrede farao worden.
Maar zoals de meeste Egyptenaren was Seth ook bijgelovig. Hij besloot om naar een waarzegster te gaan, omdat hij wilde weten wat de meest gunstige dag was om de prins te vermoorden. Hij wilde er alles aan doen zodat alles perfect zou verlopen. In plaats daarvan kreeg hij echter een heel andere voorspelling: een meisje uit het westen, dat Aleena bleek te zijn, zou naar Egypte reizen en de prins zijn hart stelen. Dat zou opnieuw de plannen van Seth in de war sturen: de bevolking had natuurlijk veel liever een jonge farao met een jonge vrouw aan zijn zij dan dat een oude man zonder vrouw de troon besteeg. Hij zou er niet zo snel mee wegkomen als hij de prins dan nog zou doden. Daarom vervloekte Seth een medaillon en liet dit via een handlanger naar Aleen sturen om haar dodelijk te vervloeken. Maar op die manier zorgde hij er wel voor dat Aleena alsnog naar Egypte heeft gereisd en de prins had ontmoet, die inderdaad smoorverliefd werd op Aleena. Maar Aleena had echter nog drie dagen voordat ze zou sterven aan de vloek. 

10/06/2017 14:48

Reacties (6) 

1
11/06/2017 03:34
Je schrijft erg leuk. Sfeervol en beeldend. Voelde met Aleena mee, mooie spanning breng je erin en triest einde
2
10/06/2017 15:04
Ik heb ook nog twee volwaardige verhalen geschreven waarvan ik hoop dat ik ze ooit kan uitgeven, daarom zet ik ze niet op deze site omdat uitgeverijen me gezegd hebben dat dit niet aan te raden is als ik ze nog naar een uitgeverij wil sturen. Maar ik zou wel heel graag feedback krijgen over deze twee boeken.
Ik heb een persoonlijke blog waarop mijn verhalen (en tekeningen) staan, samen met mijn beste vriendin, en daar kan je mijn eerste volwaardige verhaal 'Dochter van de Maan' in drie delen lezen via een link naar mijn worddocument. Van mijn tweede verhaal, 'Myrtle. Het meisje met de r...
11/06/2017 03:33
Wat Leuk Lynn en ik wens je veel succes met het uitgeven.
11/06/2017 11:12
Dank je wel! :)
11/06/2017 17:09
Dat is gewoon onzin van die uitgevers. Ik schrijf mijn verhaal ook eerst op internet alvorens ik een uitgever heb gevonden die het wil uitgeven. Nog nooit een probleem mee gehad. Wel wil men, als men besluit het verhaal uit te gaan geven, dat je dan alsnog het verhaal van het internet gaat halen. En daar zit natuurlijk wel een zekere logica in.
12/06/2017 14:41
Heel goed voor jou :) Ze hebben gezegd dat het niet aan te raden is, niet dat het niet mag. Ik heb zelf besloten om dit (voorlopig) niet te doen, ik heb de links doorgestuurd van mijn blog, dus mensen op Tallsay kunnen het daar lezen.
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert