De symboliek van bloemen: pioen, klaproos, madelief en meiklokje

Door Lynn De Bondt gepubliceerd in Symboliek

De vorige keer vertelde ik al over de symbolische betekenis van het viooltje, de iris, de sleutelbloem en de hondsdraf. Maar er zijn nog veel meer bloemen met een interessante symbolische betekenis en verhalen. In dit artikel ga ik het hebben over de pioen, de klaproos, het madeliefje en het meiklokje ofwel lelietje-van dalen. 

Pioen (paenia officinalis)

Volksnamen: boerenpioen, echte pioenroos, jichtroos, pinksterbloem

De pioenroos is wereldwijd bekend. In tal van culturen werd de pioen gebruikt als symbool, maar er werden ook magische en geneeskrachtige eigenschappen aan gegeven. Bij de Grieken was de pioenroos een symbool voor de maagd en godin Pallas Athene, die tevens de beschermgodin was van de stad Athene. De naam van de pioenroos zou afgeleid zijn van Pacos, de lijfarts van de Griekse goden. 
Ook bij de Romeinen was de pioenroos bekend. Ze kenden er magische eigenschappen aan toe. Men geloofde dat de bloem 's nachts bewaakt werd door een specht, die iedereen die begint te graven in de ogen prikt. Het was dus niet aan te raden om de bloem 's nachts uit te graven! 
Al tijdens de twaalfde eeuw werden pioenrozen in de tuin gekweekt in Midden-en West-Europa. Op middeleeuwse paneelschilderingen komen we de pioenroos dan ook regelmatig tegen, vooral als Mariasymbool. Bijvoorbeeld op het schilderij Maria met de vele dieren van Dürer. Ook in religieuze volksliederen werd Maria als 'de roos zonder doorns' bezongen. De Benedictijnse abdis Hildegard von Bingen schreef over de verschillende medische toepassingen van de wortel van de pioen, onder andere tegen de drie-en vierdaagse koorts, slijmvorming, epilepsie en jicht. In China zijn pioenrozen een symbool van rijkdom en eer. 
   De pioenroos werd verder al sinds de oudheid gebruikt om zich te beschermen tegen natuurdemonen. In de middeleeuwen geloofde men dat de zaden van de pioen konden beschermen tegen elfen en mares. Mares waren een soort geesten die nachtmerries zouden veroorzaken. Vaak worden deze mares onder het elfenrijk gerekend. Pioenzaden werden als ketting gedragen en deze kettingen zouden kinderen ervan behoeden dat ze 's nachts zouden wakker schrikken. Men dacht dan ook dat een nachtdemon hiervoor verantwoordelijk was. 
   De zaden van de pioenroos werden ook wel tandparels genoemd, omdat ze kinderen ook zouden helpen bij het doorkomen van de tandjes. In Opper-Beieren noemde men de zaden apolloniakorrels. De heilige Apollonia is namelijk de patrones van mensen met kiespijn en ze werd voor haar onthoofding in 248 gefolterd, waarbij al haar tanden werden uitgetrokken. 

Klaproos (Papaver reaneas)

Volksnamen: bloeddroppels der soldaten, doodsbloem, hondsroos,…

De bloem stamt van de steppen van Azië en kwam al in de prehistorie of het begin van de historie samen met zaaigoed in Europa. De naam klap(per)roos komt van het klapperende, ratelende geluid dat de rijpe zaden in de vruchtdoos maken wanneeer die geschud wordt.
In oud-Egyptische graven zijn klaprooszaden gevonden en ook schilderingen in Pompeï beelden de bloem af. Discorides beveelt een drank van in wijn gekookte klaproosdozen als slaapdrank aan.
De klaproos stond in de middeleeuwen in de christelijke schilderkunst symbool voor het misoffer, voor het bloed en lichaam van Christus. In de oudheid gold het al als een symbool van vergankelijkheid, omdat de bladeren zo snel afvallen.
Vroeger vormden klaprozen prima speelgoed en gold het als een kinderorakel. Kinderen legden bijvoorbeeld bloemblaadjes op hun voorhoofd of vormden met duim en wijsvinger een ring en legde daar het blaadje op. Een krachtige slag met de andere vlakke hand bracht een klapperend geluid voort. Verder werden er poppetjes gemaakt van klaprozen, waarbij de bloemblaadjes het rokje vormden en de meeldraden het hoofdje. Daarnaast was ook klaproosverf geliefd. Men goot een glas azijn over de bloemblaadjes en liet het treksel dan een tijd in de zon staan.
Het klapperende geluid vertelde jongens of ze kans maakten bij een meisje. Een zachte knal betekende een kus, een harde knal dat er meer inzat. Verder vertelden lichte bloemblaadjes dat je bakker ging worden, terwijl donkerrode bloemblaadjes je vertelde dat je slager ging worden.
Vanwege hun rode kleur gold de klaproos als bliksemafwerend, maar soms ook als bliksemaantrekkend. Op Maria-Hemelvaart was de klaproos één van de bloemen in de kruidenbundels.
De klaproos is vandaag de dag hét symbool van WOI. Dat komt wellicht doordat soldaten toen geloofden dat klaprozen ontsproten uit het bloed van de gesneuvelden. Op sommige velden was het daadwerkelijk het geval dat er waar het jaar daarvoor een heftige veldslag had plaatsgevonden, weelderig klaprozen bloeiden. De nuchtere uitleg is dat op de omgewoelde grond de klaproos meer in het voordeel was dan andere planten.

Madeliefje (Bellis peremis)

Volksnamen: maagdelief, maetelieve, weidebloempje…

Ook het madeliefje was al vroeg in de geschiedenis gekend. In de Noordse mythologie was het madeliefje namelijk aan de godin Freya gewijd, de godin van de liefde. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het madeliefje met de komst van het christendom geassocieerd werd met Maria. Volgens de legende schoten de bloemen op waar de tranen van Maria tijdens haar vlucht naar Egypte op de aarde vielen. Een andere legende vertelt de oorsprong van de rode kleur op de onderzijde van de bloempjes. Maria zou voor Jezus’ verjaardag kunstbloemen hebben gemaakt, waarvan een bloem met witte stralen en een gouden schijf bijzonder goed gelukt was. Maar tijdens het werk had Maria zich geprikt in haar vinger, waardoor haar bloed op de witte blaadje viel. Jezus beviel de bloem zo goed, dat hij er leven inblies.
   Het madeliefje zien we dan ook als Mariabloem in de christelijke schilderkunst. Het symboliseert onvergangelijkheid en eeuwig leven, maar ook tranen.
Voor kinderen was het een liefdesorakel, net zoals de margriet. Meisjes zongen “Hij houdt van me, hij houdt niet van me,” terwijl ze telkens een blaadje afplukten. Het laatste blaadje bepaalde de uitkomst. Ook op andere vragen werd een antwoord gezocht op die manier, bijvoorbeeld hoe hun ouders zouden reageren als ze te laat thuiskwamen: “Schelden-klappen-goede woorden.”
  Volgens een oud recept van de Sinti zou madeliefjeswater roodheid van gezicht en neus wegnemen. Over heel Europa was het geloof verspreid dat men de eerste drie madeliefjes van het jaar moest opeten, dan was men heel het jaar beschermd tegen koorts, druipogen en kiespijn. Madeliefjes geplukt op Sint-Jan (midzomernacht, oorspronkelijk 24 juni) tussen 12 en 1 uur ’s middags en die gedroogd werden, bezaten nog andere toverkrachten: als men ze in papier gewikkeld bij zich droeg, zouden belangrijke zaken naar wens verlopen.

Lelietje-van-dalen (convallaria majaris)

Volksnamen: meiklokje, meilelie, boslelie…

Volgens een Germaanse sage zou de geurende bloem op last van de lichtgod Balder ontsproten zijn op het graf van een in de strijd tegen de Romeinen gesneuvelde jonge held.
Het meiklokje werd gezien als een bode van warmte en de lente. Overal verheugde men zich op de komst van de eerste bloeiende meiklokjes. In Parijs was 1 mei de dag van het meiklokje. Men droeg dan meiklokjes om heel het jaar geluk te hebben. Ook in Duitsland gold het meiklokje als geluksbrenger. Men plukte ze dan op Hemelvaartsavond vóór zonsopkomst.
Maar als het meiklokje bloeide in april of in elk geval vóór Sint-Joris (24 april), was dat een slecht voorteken. Zeker wanneer de vroegtijdige bloeiende bloemen ook nog eens rode strepen aan de binnenkant hadden. In Neder-Franken dacht men dat de oogst dan veel werk zou vergen, maar weinig zou opbrengen. Zelfs WOI zou zich in de maand april in Franken met een grote massa rood-wit gestreepte meiklokjes aangekondigd hebben.
Wanneer men echter tijdens een door de maan verlichte meinacht met meiklokjes getooide beeldschone vrouw in het wit ziet, mag men op een verheugende gebeurtenis hopen.
Verder werden meiklokjes gebruikt als schoonheidsmiddel en in de volksgeneeskunst gold het lange tijd als een middel tegen hersenberoerten, hoofdpijn en duizeligheid. Hildegard von Bingen bevool het meiklokje dan weer aan tegen huidaandoeningen en epilepsie. In de christelijke schilderkunst werd het meiklokje als attribuut van Christus weergegeven op kribbes en op schilderingen van Maria met het kindeke Jezus. 

Bron:
Heksenkruiden en toverplanten

Auteur: Gertrud Scherf
Uitgegeven door Deltas (2003)


 

07/05/2017 14:45

Reacties (2) 

1
07/05/2017 19:28
Heel mooi artikel over enkele prachtige voorjaarsbloemen.
1
07/05/2017 15:45
Wat een mooi artikel over enkele van onze mooiste bloemen. De magische aspecten geloof ik wel: schoonheid alleen is ook een waarde die gekoesterd mag worden.
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert