Het hedendaagse kunstenaarsschap

Door Pienm gepubliceerd in Kunst

A blind man can make art

“Het kunstenaarschap staat niet alleen voor de feitelijke praktijk van het maken van kunst; het is ook, of zelfs in de eerste plaats, een idee, of een constellatie van ideeën, waarin men gelooft. (Camiel van Winckel de mythe van het Kunstenaarschap 2007)”  Hier raakt van Winkcel voor mij de kern van het kunstenaarschap: het idee. Kunst gaat voor mij in de eerste plaats om het idee, het concept, de uitvoering komt voor mij op de tweede plek. Kunstenaarschap wordt door drie dingen gekenmerkt: het concept, authenticiteit en maatschappelijke betrokkenheid. In dit essay zal ik uiteenzetten waarom ik denk dat, met name deze drie eigenschappen, voorwaarden zijn voor het hedendaagse kunstenaarschap

CONCEPT

Sol LeWitt, de Amerikaanse kunstenaar die vaak werd geassocieerd met conceptuele kunst, zegt ‘A blind man can make art if what is in his mind can be passed to another mind in some tangible form’.

In zijn kentheorie stelt Kant dat je verstand nodig hebt om iets te kunnen kennen. Kant maakt hierbij een tweedeling tussen kennen en voelen. Het kennen beschrijft de fenomenale wereld, de wereld van verschijnselen, de objectieve werkelijkheid die bestaat uit objecten die opgebouwd zijn uit materie. Hier tegen over staat de gevoelswereld, deze is subjectief en wordt waargenomen door zintuigen, uitgedrukt in emoties. Kennis komt volgens Kant voort uit de waarneming, maar kan niet zonder het denken.[1] De waarneming moet namelijk nog geïnterpreteerd worden. Het denken geeft structuur aan de waarneming, wij nemen geen losstaande eenheden waar, maar categorieën van het denken die we op de wereld plakken. Volgens Kant zijn het de categorieën van het denken die onze werkelijkheid bepalen. De filosoof Hegel stelt dat we de werkelijkheid wel degelijk kennen omdat de geest de werkelijkheid zelf maakt. Sinds Plato is het denken een alternatief geworden voor een tekort aan zintuigelijke waarneming. Er werd gedacht dat we alleen door de ideeën wereld onderdelen van de realiteit zouden kunnen doorgronden. Kant verwierp deze manier van denken en zette er een nieuwe leer voor in de plaats. Volgens hem is het zo dat we objecten door middel van de zintuigen kunnen waarnemen, maar we vergissen ons als we denken dat onze zintuigen dit alles weergeven zoals ze werkelijk zijn. Alles wat we waarnemen en daardoor begrijpen wordt zodra we het waarnemen door onder zintuigen geïnterpreteerd. Door de tussenkomst van de zintuigen, voorgaande kennis en ervaring krijgen wij een gekleurd beeld van de werkelijkheid. We zullen dus nooit een zuiver beeld krijgen van de echte werkelijkheid, het verstand wordt tegengehouden door de zintuigen.   Kant zei: ‘Er is de werkelijkheid en er is onze ervaring van de werkelijkheid’. Door toedoen van onze zintuigen kunnen wij objecten nooit kennen zoals ze werkelijk zijn voordat ze worden waargenomen, maar slechts de vermenselijkte versie ervan.[2]

Stel een geniale kunstenaar krijgt een goddelijke ingeving, hij zet deze om  in een idee, dit idee vertaalt hij vervolgens tot een beeld, naar begrijpbare vormtaal, naar materie. Dit alles doet hij met alle kennis, ervaring, zintuigen en smaak die hij bezit. Het werk van valt binnen zijn eigen werkelijkheid, de werkelijkheid van de kunstenaar  is onderdeel van de categorieën van zijn eigen denken. De kunstenaars eigen objectieve werkelijkheid is gekleurd door zijn eigen subjectiviteit.  De meeste pure vorm van het werk zit in het idee, in het concept. De uiteindelijke vorm is ondergeschikt aan het concept.  Om een zo puur mogelijke vorm van kunst te creëren, moet het werk zoveel mogelijk om het concept draaien. Kunst is slechts een transportmiddel voor ideeën, kunst geeft de ideeën een vorm, maar deze vorm is niet de kunst zelf.. De blinde man in Sol LeWitts uitspraak kan kunst maken, omdat hij beschikt over een denkende geest. Sol Lewitt legde in 1967 uit dat hij begon met een idee, een concept, in plaats van met een vorm. Het idee is de machine die het kunstwerk maakt. [3]


AUTHENTICITEIT

The artist is seen like a producer of commodities, like a factory that turns our refrigerators ( Sol LeWitt)

 ‘Sinds de romantiek draait het in de kunsten om waarachtigheid. De belangrijkste criteria voor het beoordelen (…) gaan telkens terug op noties van oprechtheid, originaliteit en persoonlijke zeggingskracht die voortkomen uit het streven naar authenticiteit.  (…) Telkens werd het al te persoonlijke, het psychologische of subjectieve, uit de kunst verbannen. Maar nooit verdween het idee dat kunst op een of andere manier te maken had met hoogstpersoonlijke afwegingen van de kunstenaar, met originele vondsten en met intuïties  die meer vermochten dan de messcherpe inzichten van het intellect, in de kunst al snel met een licht denigrerend woord ‘cerebaal’ genoemd.’ [4]

Alhoewel hij zelf de term niet gebruikt heeft Rousseau het tijdens de verlichting al over authenticiteit. Rousseau omschrijft het ideaal waarbij de  mens er goed aan doet dicht bij zichzelf te blijven, dicht bij zijn eigen gevoel en zich daarvan niet te laten vervreemden door de heersende cultuur, conventies, autoriteiten: blijf baas in eigen hoofd, luister naar de stem van je gevoel en je geweten.

Hoe zou authenticiteit zich tot de kunst kunnen verhouden? Moet dat wat verbeeld wordt authentiek zijn, of moet de manier van verbeelden authentiek zijn? “Veel kunstenaars mythologiseren hun eigen leven en ervaringen welbewust, als bestandsdeel van hun ouvre”. (M. Doorman, Rousseau en ik, Amsterdam 2012)  Joseph Beuys met zijn Tatarenmythe van vet en vilt is hier een voorbeeld van. Kunstenaars mogen hun leven mythologiseren, die mythe zelf in de context van hun werk overtuigend authentiek. Omgekeerd kan het ook, je kan een authentieke situatie uitbeelden, zonder dat deze authentiek is. Er is een verschil tussen wat er wordt afgebeeld of opgeroepen, en hoe dat wordt afgebeeld en opgeroepen. Volgens Andrew Potter is kunst een koopwaar geworden, een consumptieartikel, en is kunst massaal reproduceerbaar geworden. Volgens hem boet het daarom in authenticiteit in. [5]

I believe that the artist’s involvement in the capitalist structure is disadvantegous tot he artist and forces him to produce objects in order to live ( Sol LeWitt)

Kunst is een goedkoop bereikbaar goed geworden. Hoe oorspronkelijk, uniek en waarachtig zijn deze producten nog? Een antireactie op deze beweging zou het in ere herstellen van de rol van de kunstenaar kunnen zijn. Want, als de mythe van de Kunstenaar een garantie was voor authenticiteit, dan zou het centraal stellen van de maker, de beleving van de kunst gemaakt door de Kunstenaar, weer uniek moeten maken. Ik vraag mij af of dat geen utopie is, zijn wij, als leden van de consumptie maatschappij, nog wel in staat om een product van een kunstenaar (lees merk) te zien als authentiek kunstwerk?

 

MAATSCHAPPELIJKE BETROKKENHEID

All of the significant art of today stems from Conceptuel art. This includes the art of installation, political, feminist and socially directed art ( Sol LeWitt)

‘Kijken doe je met je ogen’ is een van de grootste misverstanden. Kijken is ook een soort van doen, want, er gebeurt iets als je kijkt. Jij, het subject, verandert het object (voor jou), en vice versa; jij verandert door het kijken naar het object. De kunstenaar is altijd maatschappelijke betrokken, omdat hij leeft in de wereld waar hij kunst over maakt. Ik denk dat Kunstenaars niet alleen maatschappelijk betrokken moeten zijn, maar zij moeten ook enige maatschappelijke invloed hebben. Binnen de kunstwereld, maar ook in bredere zin. Kunstenaars vormen  de avantgardistische kopploeg, die het peloton naar de finish moeten leiden.

Maar heeft de maatschappelijk betrokken kunstenaar, ook wel de geëngageerde kunstenaar genoemd, de samenleving werkelijk wat te bieden? Hans den Hartog Jager legt een vinger op een zere plek: als je maatschappelijke invloed wil hebben als kunstenaar, moet je niet in de white cube willen blijven werken. Maar volgens de oorspronkelijke opvatting, althans volgens de ideeën van Alfred Barr (de voormalige directeur van het MOMA), stond de white cube voor de autonomie van de beeldende kunst, door een ruimte te scheppen waar de kunst onafhankelijk van maatschappelijke invloeden kan bestaan. [6] Tast de maatschappelijke betrokkenheid de authenticiteit en de autonomie van de kunstenaar aan? Kan een geëngageerde kunstenaar dan nog wel autonoom zijn?

Hans den Hartog Jager zegt “ Engagement is goed te begrijpen: de wereld staat in brand en ook kunstenaars voelen zich oprecht betrokken(…). In hun werk kunnen ze die bezorgdheid, hun betrokkenheid tonen. Er is alleen een probleem: wat kunstenaars maken of doen heeft nauwelijks invloed. De wereld luistert niet. De Areden daarvoor lijkt helder: de maatschappij beseft namelijk heel goed dat engagement van kunstenaars altijd tweederangs engagement is, omdat dat engagement altijd in dienst staat van hun kunst. (…)Als je echt geëngageerd wilt zijn, waarom maak je dan kunst en word je geen actievoerder of politicus? Maar wat erger is: de afgelopen decennia heeft de politieke of geëngageerde kunst een van de belangrijkste criteria die kunst tot kunst maken volkomen uit het oog verloren: vernieuwing, ongrijpbaarheid. Geëngageerde kunst is juist pijnlijk voorspelbaar, vooral in ideologisch opzicht: altijd, altijd, is ze ‘links’. (…) kunstenaars en curatoren die werkelijk geëngageerd willen zijn, moeten er eerst voor zorgen dat de kunst een nieuwe maatschappelijke rol vindt, pas daarna heeft ze de autoriteit om de maatschappij een alternatief te laten zien. Red eerst de kunst en dan de wereld – verzin een list, bouw een paard, richt een nieuwe Romantiek op. Nu heeft de kunst die vrijheid nog. Nog wel “ [7]

Den Hartog Jager roept hier op tot institutionele kritiek, ik ben het met hem eens, er zijn zeker vernieuwingen en veranderingen nodig. Maar ik vraag mij af of  tijdens deze periode van verandering de kunst zich niet te veel zal richten op de white cube, en hierdoor haar maatschappelijke invloed voor altijd zal verliezen.

Artists teach critics what to think. Critics repeat what the artist teach them. (Sol LeWitt)

 

[2] http://mens-en-samenleving.infonu.nl/filosofie/19077-immanuel-kant-filosoof.html

[4]M. Doorman, Rousseau en ik, Amsterdam 2012

[5] M. Doorman, Rousseau en ik, Amsterdam 2012

[6] Jan Winckelmann, White Cube Forever Interview met Barbara Steiner, Metropolis M, 2003

[7] H. Den Hartog Jager, Geëngageerde kunstenaars: de wereld luistert niet, NRC 18 september 2014

16/04/2017 17:36

Reacties (3) 

17/04/2017 17:38
Heb je gelijk in dat is het ook. Maar voor mij houden deze 3 punten het kunstenaarschap in en ik wil me daar toe verhouden, het is immers mijn visie. Daarbij komt natuurlijk ook kijken dat geluk een immens grote rol speelt in of je daadwerkelijk een bekende kunstenaar zal worden. Veel mensen kunnen ook zingen en vaak zijn diegene die niet uitzonderlijk goed zijn die doorbreken.

Waar het uiteindelijk om draait is niet welke kunst het goed doet of niet. Maar welke kunst ik goed vind en wat ik vind dat het in zou moeten houden. Daar heeft ieder een andere mening over en dat is missch...
17/04/2017 14:17
Een beetje naïef, voor mijn smaak.
Als je de kunstwereld een beetje kent weet je dat er heel andere factoren zijn die bepalen welke 'kunst' het goed doet en welke niet.
Voor een kunstenaar is het belangrijk een goed netwerk te hebben om de aandacht van het publiek op zich te vestigen. Dat kunnen belangrijke galeriehouders of veilinghuizen zijn, maar ook een aantal rijke klanten, en vaak zelfs negatieve publiciteit.
De prijzen voor kunst worden bepaald op veilingen. Daar speelt maatschappelijke betrokkenheid nauwelijks een rol. De prijzen schieten omhoog als een belangrijke ...
16/04/2017 18:13
Interessant artikel! Heb deze op mijn favorieten geplaatst, ga ik morgen eens goed doorlezen!
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert