Heidense feesten en gebruiken rond Pasen

Door Lynn De Bondt gepubliceerd in Heidense feesten

In dit artikel gaan we eens bekijken welke lentefeesten onze voorouders vierden en welke gebruiken zij hierrond hadden. Het is vandaag Pasen en voor de meeste onder ons betekend dat vooral samen met de kinderen of kleinkinderen paaseitjes rapen. Velen vergeten de christelijke achtergrond van dit feest. In feite vieren de christenen op Pasen de verrijzenis van Jezus. Pasen wordt voorafgegaan door Goede Vrijdag, waarop men de kruisiging en dood van Jezus Christus herdenkt. 
Maar Pasen heeft ook zijn heidense echo's. Het feest van de verrijzenis van Jezus symboliseert de overwinning van het licht op het duister. Dat is een thema dat in tal van culturen voorkomt, onder andere ook in het jodendom. De term Pasen komt voort uit het Syrisch-Arabische Passah, wat staat voor ‘springen, huppelen en dansen’, kortom de blijdschap over de terugkeer van het licht. Maar er is dus ook een verband met het Hebreeuwse Pesach, dat een gelijkaardige betekenis heeft. Op die dag herdenken de joden het ontstaan van het Joodse volk en staat bevrijding, vrijheid en verzet tegen onderdrukking centraal.
In andere talen komt juist het heidense naar voren: het Engelse Easter en het Duitse Ostern. Beiden zouden verwijzen naar het lentefeest van Eostra of Ostara, de godin van de lente en de groei. De benamingen zouden ook te maken kunnen hebben met het oosten, de windstreek waar de (lente)zon opkomt. Tegenwoordig vieren wicca’s en andere paganisten Ostara in plaats van het paasfeest, maar welke lentefeesten waren er vroeger en hoe vierde men de terugkeer van de zon? 

Het lentefeest

Het lentefeest werd bij tal van culturen gevierd, onder andere bij de Babyloniërs, de Romeinen, de oude Germanen en de Kelten. Al deze volkeren vierden de terugkomst van de lente met een groot feest, dat was opgedragen aan de nieuwe geboorte. Die symboliek is gemakkelijk terug te vinden in het christelijke paasfeest.
Het begrip lente zou afkomstig zijn van het Germaanse langgitinaz, wat staat voor het lengen van de dagen. Tijdens de middeleeuwen kende men het werkwoord lenten en dat betekende ‘het bewerken van het veld in het voorjaar.’ Het oorspronkelijke lentefeest heeft dus alles te maken met de natuur en het bewerken van de akkers. Anders dan veel feesten tegenwoordig, had men geen vaste dag om het lentefeest te vieren. Men ging mee met de natuur: de eerste zwaluw die gezien werd, de eerste meikever die gevangen werd of de eerste koekoek die gehoord werd, dat allemaal kon de aanleiding zijn om het lentefeest te vieren. De Germanen vierden het lentefeest met de volle maan na de equinox. Daardoor was het feest gemakkelijk te kerstenen tot het paasfeest, dat ook aan de maankalender is verbonden.
De Kelten vierden de terugkeer van de zon tijdens het vuurfeest Beltaine, dat tegenwoordig door wicca's en paganisten wordt gevierd rond 1 mei. Oorspronkelijk was dat op de vooravond, 30 april, zoals bij alle Keltische feesten. De dag begon voor hen namelijk al op de avond. Op Beltaine werd Belenos, een vuurgod van leven en dood, vereert. 
Het doel van het lentefeest was ten eerste de winter uit te bannen en de natuurlijke groeikracht van de gewassen te bevorderen. Men reinigde hiervoor de akkers. Bijna overal ging men feestelijk rond de akkers om de levenskracht van de lente over te brengen op de akkers. Er was daarom een lentekoning die met zijn staf of roede op de akkers sloeg. Er was soms ook een schijngevecht tussen ‘koning winter’ en ‘koning zomer', waarbij ‘koning zomer’ uiteraard won tegenover ‘koning winter’. Dat is een thema dat in de wicca terugkomt. Anderen haalden de zogenaamde ‘wildeman’, een met groene bladeren versierde jongeman, uit het bos om de lente aan te sporen. Veel paasgebruiken komen hieruit voort, zoals het paasvuur (zie hieronder).
Daarnaast vierde men in heel wat culturen het heilige huwelijk tussen goden. De Babyloniërs bijvoorbeeld vierden het huwelijk tussen de Grote Moeder en de god van de vegetatie. Dit is terug te voeren op een religie die in 7000 v.Chr. al een grote bloei kende in Anatolië. Zo’n huwelijk had tot doel de vruchtbaarheid van de aarde te bevorderen. Vaak gebeurde het dat de bruid van de god geen godin was, maar een levende vrouw van vlees en bloed. In Egyptische teksten wordt zij gezien als de goddelijke gemalin en was ze niet minder belangrijk dan de koningin van Egypte zelf! Als vrouw van de god mocht ze wel geen gemeenschap hebben met sterfelijke mannen.

Jezus is niet de enige die verrees, in de oudheid was er namelijk de viering van de dood en herrijzenis van Adonis. Adonis was de god van de vegetatie, vooral van het graan. Zijn dood en herrijzenis stond symbool voor het afsterven en weer opleven van de vegetatie. Adonis werd vereerd door de Semitische volkeren van Babylonië en Syrië, maar werd in de zevende eeuw v.Chr. overgenomen door de Grieken. Het waren de Grieken die de treurende godin met haar stervende geliefde in de armen afbeeldden, en die sprekend lijkt op de Maagd Maria met het dode lichaam van Jezus in haar armen.
Ook de Romeinen hadden hun lentefeesten. Gedurende de hele maand maart werd er gevierd. Mars, bekend als de Romeinse oorlogsgod die zijn naam gaf aan de maand maart, was oorspronkelijk een god die in verband stond met de vruchtbaarheid van de akkers. Mars schudde de natuur wakker. Verder stond hun lentefeest in verband met reinigen, het oude moest worden verbannen zodat het nieuwe kon groeien, en met de doden.
Aan het begin van dit artikel vertelden we al dat de Engelse en Duitse benamingen voor Pasen waarschijnlijk zijn afgeleid van de Germaanse godin Ostara. Het grote probleem is wel dat geleerden het er niet over eens zijn of deze godin ooit echt heeft bestaan. Er wordt gezegd dat Ostara of Eostra de godin van de dageraad was, die door de meeste Indo-Europese stammen vereerd werd. Haar cultus zou door de Angelsaksen zijn meegenomen naar Engeland en Duitsland, maar haar naam komt echter in beide landen niet voor. Toch zeggen sommigen dat de benamingen Easter en Ostern van haar naam afkomstig zijn. De Engelse en Duitse kerk zouden niet de macht gehad hebben om de oudere heidense naam voor het lentefeest te vervangen door de kerkelijke benaming.

Het paasvuur

Eén van de paasgebruiken die in sommige delen van Europa nog in gebruik is, is het paasvuur. De paasvuren werden volgens de christelijke symboliek ontstoken als verwijzing naar Christus, het licht van de mensheid. De paasvuren werden rond het midden van de achtste eeuw in gebruik bij de Franken, die in de loop van Goede Vrijdag werden ontstoken. In de elfde eeuw werden de paasvuren bij de Germaanse volkeren al op Witte Donderdag aangestoken. Maar waar komt dit gebruik vandaan? Wellicht is het afkomstig van de heidense lentefeesten, zo werden de paasvuren bij voorkeur op een heuvel ontstoken, die de ‘paasheuvel’ werd genoemd. Ook hun heidense voorouders ontstoken hun lentevuren of vreugdevuren zoals ze ook genoemd werden op heuvels. De lentevuren staan in verband met vruchtbaarheidsmagie: de winter gaat in vlammen op en de lente wordt opnieuw geboren. Men smeekt er een goede zomer mee af. Op veel plaatsen werden, ook bij de paasvuren, brandende wielen gerold. Hoe verder deze rolden, hoe voorspoediger de zomer zou zijn. Tot in de negentiende eeuw werd geloofd dat het land waarover het paasvuur scheen, vruchtbaar zou worden.
Er waren tal van andere gebruiken rond het lente-of paasvuur. In de gebieden met vlasteelt sprong men bijvoorbeeld over de vuren. Hoe hoger men sprong, hoe hoger het vlas dat jaar zou groeien. Het waren vooral geliefden die over het vuur sprongen, maar ook het vee werd tussen het vuur gejaagd. Daarnaast rende men met vuurfakkels door de akkers en op sommige plaatsen was het de gewoonte om de vuren in huis te doven en deze opnieuw te ontsteken met het vuur van het gewijde paasvuur. Dat paasvuur werd gedragen door misdienaars en andere kinderen die er een beloning voor kregen. Dit gebruik doet denken aan het Keltische Samhain en Beltaine, waar ook de vuren in de huizen werden gedoofd en weer aangestoken met vuur uit het grote vreugdevuur die door de druïden was ontstoken.
Omdat sommige gebruiken rond het paasvuur gevaarlijk waren, werd het in de vroege middeleeuwen verboden om ze nog aan te steken. De paasvuren kwamen in onze gewesten vooral voor in Nederland en in Oost-en West-Vlaanderen. In de negentiende eeuw werden, nadat het jarenlang was verboden, opnieuw paasvuren ontstoken in Nederland en sommige Vlaamse gewesten. De laatste jaren zijn vooral vreugdevuren in zijn heidense context enorm populair geworden.
Een andere verklaring voor het ontstaan van de paasvuren zijn de noodvuren, die jaarlijks werden ontstoken door stukken hout over elkaar te wrijven. Ook dat gebruik werd verboden door de kerk, maar het gebruik bleef eeuwenlang populair. Ze kwamen tot in de negentiende eeuw voor. Voor men het noodvuur ontstak, werden eerst alle andere vuren in het dorp of de gemeenschap gedoofd. Ook het noodvuur zou oorspronkelijk tijdens de heidense lentefeesten zijn gebruikt. De kerk zou noodgedwongen dit gebruik hebben moeten overnemen tijdens het paasfeest.

Bron:

Een jaar vol feesten: oorsprong, geschiedenis en gebruiken van de belangrijkste jaarfeesten
auteur: Bart Lauvrijs
uitgegeven door Standaard Uitgeverij (2004)

 

 

 

16/04/2017 15:17

Reacties (1) 

1
17/04/2017 13:40
Ten tijde van de kerstening (al dan niet gedwongen) van Midden- en Noord-Europa in de vroege Middeleeuwen was het een bekende werkwijze van de kerk om de onuitroeibare heidense feesten en rituelen met een christelijk sausje te overgieten: Pasen en Kerstmis zijn daar de meest duidelijke voorbeelden van.
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert