STUDIE VAN POLITIEKE TEKSTEN, … EEN GESCHIEDENIS

Door Jeff Kaga gepubliceerd in Geschiedenis

‘Geloof niet wat politici zeggen, maar geloof evenmin dat zij het zonder reden zeggen’, leerde de Duitse filosoof Immanuel Kant ons. Echter, hoe politieke taal te interpreteren? Het is iets dat historici sinds lang bezighoudt.

1bcce17ce3c970851bb408b7db349a97_medium.

In wat volgt wordt er toegespitst op het schriftelijke taalgebruik. Weg van de ideeëngeschiedenis zien we hoe historici en anderen vanaf de jaren zestig van de twintigste eeuw zich hiervoor meer en meer beriepen op de studie van de politieke taal. Drie grote tradities uit drie verschillende taalgebieden braken toen door en gaven uiteindelijk kleur aan de studie van de politieke cultuur op het einde van de twintigste eeuw. Ze waren enerzijds zeer divergerend, maar hadden wel allen hetzelfde uitgangspunt, namelijk de ‘Linguistic Turn’.

 

1) ‘Linguistic Turn’ als vertrekpunt

Taal wordt hierbij gezien als een actieve producent van betekenissen en niet louter als het product van een autonome spreker of een transparante weergave van de werkelijkheid. Er gaat meer aandacht uit naar de intenties van de auteur en de achtergrond van de tekst. Een auteur moet nu éénmaal de taal zelf gebruiken. Denk maar aan het gebruik van modieuze woorden eigen aan elke tijd. Dit kan tot zeer radicale conclusies leiden en zelfs tegenstrijdige betekenissen voortbrengen. 

 

2) De Angelsaksische historici van ‘Cambridge University’

Deze traditie hield zich bezig met politieke theorieën en ideeën, maar tekende verzet aan tegen de traditionele geschiedenis van de politieke theorie. Volgens hen ging deze vooral op zoek naar abstracte en tijdloze ideeën van grote politieke denkers en bekommerde het zich teveel enkel en alleen om historische feiten. Politieke teksten moesten echter eerder in hun politieke context gelezen worden. Immers, zulke teksten zijn doordrongen met de politieke taal van het ogenblik. Juist door de studie van de taal zelf kan de relevante context achterhaald worden. Zij zagen de taal als het ‘sediment’ van tijdgebondenheid. Het impliceerde alleszins een verruiming van het bronnenmateriaal, want er kwam meer afstand van de grote historische teksten ten voordele van minder bekende teksten.

 

3) De Duitse ‘Begriffsgeschichte’ ('Begripsgeschiedenis')

Dit was eveneens een verzet tegen het te abstracte karakter van de traditionele politieke ideeëngeschiedenis. Echter legde deze school meer de nadruk op wat bepaalde woorden in specifieke tijden betekenden. Daar ze nu ook weer niet wilden vervallen in het louter geven van betekenissen gingen sommigen verder. Zij trachtten de betekenisverschuiving in zijn context te begrijpen. Via kernbegrippen toonden ze aan dat deze ook op maatschappelijke veranderingen betrekking hebben en deze zelfs mee bepalen. Enerzijds vormen ze een weergave van maatschappelijke verandering en anderzijds een beïnvloeding van maatschappelijke veranderingen.

 

4) De Franse historische linguïstiek

Dit ontstond uit de hoek van de linguïsten, waarna historici belangrijke inzichten overnamen. Het ging om doorgaans kwantitatieve, geïnformatiseerde benaderingen van bepaalde taalelementen, zoals woorden, grammaticale constructies, enzovoort. Dit deden ze binnen een zeer ruim corpus aan politieke teksten. Bijgevolg was het methodologisch sterker uitgebouwd en ook zeer technisch en systematisch met een sterk kwantitatieve benadering van politieke teksten. Evenwel, … een bijzonder tijdrovende bezigheid!

Het vormde eigenlijk een poging om dieperliggende verschillen en/of gelijkenissen tussen politieke families en/of subtiele evoluties binnen het discours van een bepaalde politieke groep te achterhalen. Woorden die politiek-maatschappelijk irrelevant leken, verschenen meer aan de oppervlakte. Er ging zo een voorliefde uit naar het onderzoeken van anonieme teksten, zoals verkiezingsprogramma’s. Dit om net de taal te kunnen ‘betrappen’. Snel beseften ze dat ook de samenhang en het samen voorkomen van woorden of groepen van woorden veelzeggende inzichten opleverden. De politieke discoursanalyse deed zijn intrede als een onderzoek van de samenhang van taal, zoals de zoektocht naar co-occurrenties, semantische structuren, tegenstellingen, discursieve strategiën, enzovoort.

 

5) Geschiedenis van de politieke cultuur

De verschillende tradities integreerden vervolgens in de poststructuralistische ‘discoursanalyse’ en de geschiedenis van de politieke cultuur.

Historici gingen zo in de jaren tachtig van de vorige eeuw het structurele paradigma meer verlaten voor het poststructuralisme.  Het diepste der diepste peilen naar een dieperliggende taalwerkelijkheid vormde geen prioriteit meer. Ze namen elementen over van de historische linguïsten, maar het was minder systematisch en trachtte vooral de essentie van een bepaald politiek discours te vatten.

In deze vorm is het ook deel gaan uitmaken van de studie van de politieke cultuur. Beoefenaars daarvan bestuderen een discours dat betrekking heeft op een bepaald politiek fenomeen, maar evengoed het ‘zelf-referentiële’ discours van een specifieke politieke groep. Denk bij dit laatste bijvoorbeeld aan de beroepstaal van parlementariërs met hun eigen jargon. 

07/04/2017 14:38

Reacties (0) 

Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert