Tussen waan en werkelijkheid deel 4 en 5

Door VG Sterk gepubliceerd in Verhalen en Poëzie

Dit verhaal gaat over een schizofrene man die een wanhoopsdaad begaat….

 

Elf uur en donker buiten. De straat was maar minimaal verlicht en in de buurt was geen mens te bekennen. Ik stond voor het raam van de apotheek en probeerde naar binnen te turen. Niet dat er iets te zien viel, want het was er stikdonker. Maar dat betekende tenminste wel dat er niemand aanwezig was. Ik had geen flauw idee hoe ik nou binnen moest komen, ik had nog nooit eerder een apotheek beroofd.    

‘Je kunt het beste via het raam naar binnen gaan,’ zei Frank. ‘Zoek in de omgeving een zwaar voorwerp, die je door het glas kunt smijten.’ Eigenlijk leek het me nogal onwaarschijnlijk dat ik hier op straat iets zou vinden wat daarvoor geschikt was, maar omdat ik nog steeds op de automatisch piloot stond, gehoorzaamde ik hem zonder tegenspraak. Ik liep verder de straat af en keek om me heen of ik iets zag dat ik kon gebruiken, zoals bijvoorbeeld een losse baksteen. Daar ik niets kon vinden, liep ik weer terug en verder, de apotheek voorbij. Net toen ik dacht dat het zinloos was, zag ik een roze kinderfiets geparkeerd staan tegen een lantaarnpaal. Ik ging er naartoe en constateerde dat het niet moeilijk was om  ‘m mee te nemen. Het fietsje zat niet vast aan een ketting en was slechts beveiligd met het fietsslot. Aan de overkant zag ik twee mensen mijn richting uit komen, dus ik wachtte tot ze voorbij en uit het zicht waren. Toen er geen kip meer op straat te bekennen was, pakte ik mijn kans en tilde met beide handen het fietsje van de grond. Ik liep ermee zo snel als ik kon terug naar de apotheek. Voor het raam bleef ik weer staan, het fietsje vasthoudend met mijn rechterhand.

‘Gooi dat ding door het raam en ga als de wiedeweerga je medicijnen halen!’ beval Eva. Inmiddels was ik zo apathisch dat haar woorden nog nauwelijks tot me doordrongen. Het duurde even voordat ik haar antwoord kon geven.       

‘Maar ze zullen toch zeker wel een alarm hebben? Gaat ie dan niet af?’                      

‘Natuurlijk gaat ie af, dommie.’ Maar het zal wel minstens een kwartier duren voordat de politie arriveert. Binnen die tijd zal je de klus dus moeten klaren.’ Het kon me ook allemaal niks meer schelen, op dat moment voelde ik gewoon helemaal niets meer. Zonder er verder nog over na te denken, pakte ik het fietsje weer op en in alle macht smeet ik het door het raam. Het gekletter was oorverdovend, ik dook naar de grond en de scherven vlogen over me heen. Het alarm ging onmiddellijk af.    

‘Nu meteen in actie komen. Opschieten!’ siste Frank. In het midden van het raam zat nu een groot gat, waaraan nog losse scherven hingen. Met mijn vuisten - ik droeg handschoenen - sloeg ik de scherven eraf. Daarna klom ik voorzichtig door het gat. Het was pikkedonker en door het het lawaai van het alarm raakte ik gedesoriënteerd. Allereerst moest ik op zoek naar de lichtschakelaar. Het duurde zo’n drie minuten voordat ik die gevonden had. Toen ik de schakelaar aanknipte, werd alleen het voorste gedeelte van de apotheek verlicht. Het achterste gedeelte was nu halfduister en ik had zo’n vermoeden dat, dat nou net de plek was waar ik de pillen zoeken moest.

Snel rende ik naar de andere kant en keek gejaagd om me heen. Overal stonden er kasten waarin zich lades bevonden, beplakt met etiketten. Ik liep naar een kast toe en probeerde te lezen wat er op stond. Dat lukte niet. Aan een wand ontdekte ik echter nog een lichtknop, die het achterste gedeelte ook verlichtte. Zo snel mogelijk begon ik met het lezen van de etiketten. In de ruimte bevonden zich vele kasten en nog veel meer lades. Op een gegeven moment las ik niets meer, maar rukte ik alle lades koortsachtig open. Ik was daarmee minstens zo’n vijf minuten bezig, voordat ik uiteindelijk een lade opentrok waarin allerlei kleine doosjes lagen. De doosjes waren gevuld waren met verschillende soorten pillen. Ik keek even op het etiket aan de voorkant. ‘Antidepressiva/ antipsychotica’ stond erop. Eindelijk! Ik wist dat ik nu echt haast moest maken. Doodzenuwachtig nu, begon ik met beide handen door de doosjes te graaien. Af en toe hield ik een doosje omhoog zodat ik kon lezen wat er op de verpakking stond. Op een gegeven moment viel mijn oog op een verpakking, die me zeer bekend voorkwam en ik pakte het doosje op. Hebbes! Hier lag dan de medicatie, die ik al die jaren trouw had ingenomen en me nu niet meer kon veroorloven. Het waren mijn medicijnen! Als een bezetene grabbelde ik zoveel mogelijk doosjes bij elkaar en propte ze in de zakken van mijn jas. Vervolgens holde ik zo hard als ik kon terug naar het kapotte raam. Zelfs door het harde geluid van het alarm heen, kon ik de sirenes horen. Gauw stapte ik weer door het gat van het raam en bevond me toen weer op de stoep.

Ik zag drie politieauto’s hard aan komen rijden en kwam daardoor opeens weer bij mijn positieven. Het afschuwelijke besef drong tot me door, dat ik nu toch echt de grens tussen goed en kwaad had overschreden. Op de rand van de stoep stond een rare snuiter, die me met een glazige blik aan het opnemen was. Als een haas ging ik er vandoor en rende in de richting van een smalle zijstraat. Ik hoorde de politiesirenes naderbij komen. Angstig sloeg ik het zijstraatje in, die weer leidde naar andere zijstraatjes. Het geluid van de sirenes leek nu wat verder weg te zijn, zo klonk het tenminste. Enigzins opgelucht oriënteerde ik me op mijn omgeving. Ik kon niet zien waar ik me precies bevond, maar ik stond op een kruispunt van smalle straatjes en steegjes. Ik besloot me voorlopig schuil te houden, tot ik er zeker van kon zijn dat het veilig was. Ik ging ergens onder een brandtrap zitten en trok mijn knieën op. Doodmoe legde ik mijn hoofd op mijn knieën en rustte een tijdlang uit. Tenslotte stond ik op en sloeg ik één van de smalle straten in. Ik zou ongetwijfeld wel ergens terecht komen. Na door verschillende straatjes te hebben gelopen, kwam ik uit op een brede straat, die mij bekend voorkwam. Al gauw wist ik weer waar ik was en het leek me maar het beste om gewoon naar huis terug te gaan.

Toen ik een paar straten verder was, zag ik midden op de weg een politieauto staan. Ik schrok en stopte met lopen.                                                                                  

‘Gewoon doorlopen, Alex. Ze weten echt niet dat jij het bent. Ze hebben je slechts van heel veraf zien wegrennen.’ Naast me zag ik Frank en Eva weer staan.                    

‘Oh, zijn jullie daar weer.’ Ik haalde diep adem en beende weer verder. Zonder problemen passeerde ik de wagen en vervolgde de weg naar mijn huis. Thuis aangekomen slikte ik drie keer de gebruikelijke dosis van de afhandig gemaakte pillen en viel daarna uitgeput in een diepe slaap.

a7c3b424d01523d57be4b99ef5c8d98a_1407697© 2014-2017

 

             30caabc1e8cae0b1a0df974344438eff_medium.

 

Dit verhaal gaat over een schizofrene man die een wanhoopsdaad begaat….


Tussen waan en werkelijkheid (5)

 

De volgende morgen. Nog slaperig en met zware hoofdpijn, sleepte ik mezelf naar beneden en sjokte naar de keuken. Allereerst zette ik een flinke pot koffie. Uit het keukenkastje haalde ik een paar aspirientjes, die ik met een slok water doorslikte. Met een kop koffie en een paar donuts nestelde ik me op de bank in de woonkamer, nadat ik eerst de televisie had aangezet. Ik zapte naar de zender, die op dat moment het lokale nieuws bracht. Het boeide me niet zo. Hongerig werkte ik razendsnel de donuts weg en dronk mijn koffie. Toen verscheen er iets op het scherm, wat mijn aandacht trok. Er werd een compositietekening getoond van een man. Terwijl mijn ogen op het beeld bleven rusten, kwam het me voor dat de man wel wat van mij weg had. Toen het tot me doordrong dat het inderdaad om mijn afbeelding ging, verslikte ik me in mijn koffie en begon hevig te hoesten. Vaag hoorde ik de nieuwslezer vertellen dat als iemand wist wie deze persoon was, hij of zij contact moest opnemen met de politie. In paniek sprong ik op van de bank. Wat moest ik nu in hemelsnaam doen? Opnieuw verschenen Frank en Eva. Ditmaal leken ze echter wel transparant te zijn.                                                                              

‘Je moet je onmiddellijk van die pillen ontdoen,’ sprak Eva. Haar stem klok hol en leek van heel ver te komen.

‘Spoel die zooi maar door het toilet. Weg ermee! Zonder enig tastbaar bewijs kunnen ze je helemaal niks maken.’ Frank klonk precies hetzelfde als Eva. Het volgende moment spurtte ik de kamer uit en vloog de trap op naar boven. Uit het kastje van de badkamer pakte ik de kleine doosjes, die ik gisteravond had meegenomen en gooide ze op de vloer voor de toiletpot. Zo vlug als ik kon, begon ik ze door het toilet te spoelen. Ondertussen hoopte ik maar dat het toilet niet verstopt zou raken. Daar gaan mijn medicijnen, dacht ik triest. Had ik daar nou een inbraak voor gepleegd? Terwijl ik naar beneden liep, hoorde ik iemand aanbellen. Ik schrok en hield midden op de trap even halt. Na een korte aarzeling besloot ik toch om de deur open te doen. Toen ik de hal inging, zag ik Frank en Eva tegen het tafeltje geleund staan. Ik zag ze nu nog maar heel vaag: ze waren bezig te verdwijnen. Blijkbaar hadden de antipsychotica, die ik de afgelopen nacht pas na lange tijd had ingenomen, direct alweer effect. Heel zacht hoorde ik nog hun stemmen:

‘Je hebt al het bewijs vernietigd. Ze zullen niets tegen jou hard kunnen maken. Wat je nu moet doen is kalm blijven en alles ontkennen.’ Ik opende de voordeur en keek nog even om naar Eva en Frank. Op de stoep stond een man van middelbare leeftijd en achter hem nog een jonge kerel.      

‘Goede morgen, mijnheer Verkerk. Ik ben inspecteur De Groot. Ik vroeg me af of u soms iets gehoord hebt over een inbraak in een apotheek, gisteravond hier in de buurt.’                                                                                                                                    

‘Eh, n-nee, dat heb ik n-niet,’ stamelde ik.                                                                        

‘Hmmm, hoe opvallend,’ ging de inspecteur verder. ‘Aan de hand van de beschrijving van een zwerver, die de inbreker naar buiten heeft zien komen, is er een compositietekening gemaakt. Een assistente van de desbetreffende apotheek meende u te herkennen. Ze vertelde dat u gistermiddag nog geprobeerd heeft haar over te halen bepaalde medicijnen gratis aan u mee te geven. Wilt u dus zo vriendelijk zijn om even mee te gaan naar het bureau?’ Ik draaide mijn hoofd om een keek de hal weer in. Van Frank en Eva geen spoor.

 

                                                        Einde

545b72c25c6c1adb2487dd283c5e6ade_1407697© 2014 - © 2017

 

            6bf6332f2bc31b82a274f2bc42b8e544_medium.

                      

                                

08/02/2017 12:59

Reacties (2) 

1
08/02/2017 14:52
oei, als dat maar goed gaat.
1
09/02/2017 13:59
De afloop laat ik maar aan de fantasie van de lezers over...
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert