De dienstplicht of hoe word je een echte man

Door Peter-Paul gepubliceerd in Persoonlijke ervaringen

Een winterdag aan zee. 

De trein stopte in Koksijde. Daar wachtte een bus, een oud geval in leger-groene verf. Een vreemd stationnetje en een zeer vreemd gezelschap. Vreemd, en toch weer niet. Het waren bijna-leeftijdsgenoten, allen van het mannelijke geslacht. Net als Peter hadden ze tassen bij, dikke sporttassen waarvan een aantal op doorscheuren stonden. Sommige bijna-leeftijdsgenoten rookten. Allemaal leken ze vrij onlangs naar de kapper te zijn geweest. Sommigen leken naar een feestje te gaan, een scoutsbivak of een sportkamp van de christelijke mutualiteiten. Sportieve kledij bij een paar jonge voetbalgoden, veel jeans, hier en daar een versleten parka met het aangebroken pakje Bastos achteloos in een borstzakje gepropt. Klaar voor gebruik. Isaac zag ook een stel anderen. Mannen die niets met de rest te maken wilden hebben. Ze hadden op de trein geen woord gezegd. Zwarte schimmen waren het en bij déze groep was geen enkele niet-roker.

 

De Belgische luchtmacht. Géén van de jonge recruten droeg een uniform. Maar er kwam verandering, een íngrijpende verandering. Daar stonden geüniformeerde dictators te wachten. Schooldirecteurs, professoren of ploegbazen in de Ninoofse Fabelta-fabriek… Allen hadden gezag uitgeoefend, elk op hun specifiek terrein en omwille van hun specifieke redenen. Thuis hadden de meesten nog andere gezagsdragers. Dat waren dragers van een emotionele relevantie. Ouders en lieven. Dat laatste was dan wel geen onomstotelijke evidentie. Zeker niet voor Peter. Die bezat een legertje “ex-en”. Maar dat was een ander verhaal. Dit was maandag 4 januari 1988 en de wereld was anders. Dramatisch anders. Waar alle stemmen tot dusver zacht, afgemeten, streng, lief, listig, gekscherend of bars hadden geklonken was daar nu een andere stem te horen. De stem was luid. Eerste sergeant-majoor Duyck, zoals hij zich roepend voorstelde, had geen enkele moeite om de zeewind te overblaffen. Hij tierde een eerste bevel:

      “Allemaal op drie rijen! We gaan jullie indelen en een kamer toewijzen! En een bed!” Hij voegde er al stappend nog aan toe: “Hier loopt een bende burgers en daar zullen we de komende maand militairen van maken.

 

Die term “burgers” had hij er zowat uitgespuwd als een scheldwoord, een verwerpelijke verzamelnaam voor een soort onvolwassen moederskindjes, broekschijters waarmee hij zou afrekenen. Burgers waren jeannetten.

 

Dat een kazerne geen luxueus hotel zou zijn, was te voorzien en te verwachten. En alles lag vast. Die indeling kwam er op twee niveaus. Het grootste gegeven was de “Flight”. Noblesse oblige. Ze zaten niet bij de landmacht noch bij de zeemacht. Peter zat in Flight 5, bestierd door 1ste sergeant-majoor Duyck. Binnenin die flight lagen ze met elf op een kamer. Rudimentair comfort. Een metalen kastje voor kleren, geweer en kitbag en een metalen bed. Matras was aanwezig. Het beddengoed lag netjes opgevouwen aan het hoofdeinde. “En dat moest ALTIJD zo blijven liggen had de 1ste sergeant-majoor gesnauwd. Die bedden waren slechts één item dat afweek van de gekende normen: bij het avond-appèl moesten ze pas opgemaakt worden voor de nachtrust. Maar er waren nog andere afspraken. Een kalender voor de dagtaken. En in de gang van de kamer hing nog wat anders: Vast Karwij. Daar was zelfs een andere onderofficier voor opgedoken: een eerste sergeant met zwarte baret: een air commando. Peter leerde later dat dit type commando zich onder geen beding liet klasseren bij de strijdende eenheden die zich te lande misdroegen als "paracommando's". Rode baretten. Peter kende deze mensensoort maar "van horen zeggen". Para's kende hij van talloze, onbewezen, cowboystories. Boel op stelten, cafés die volledig werden leeggezopen, vechtpartijen in regel en  niemand om de rekening van de tandarts te betalen... De air commando droeg dus een zwarte muts. Het insigne was zilver en stoer: gekruiste geweren. Ooit waren air commando’s bevoegd geweest voor de bewaking van en de praktische verantwoordelijkheid over miltaire vliegvelden. Maar 1ste sergeant De Bolle, zoals de Black Beret zich met zelfzekere stem kenbaar maakte hield zich naar eigen  zeggen in geen geval bezig met bewakingsopdrachten. Wél met de rechten en vooral de plichten van miliciens. Met luide stem beval hij Flight 5 wat dichter rondom zich:

      “Het is mijn taak jullie wat duidelijkheid te geven. En…”, terwijl hij sardonisch grijnzend zijn publiek aanstaarde. “Laat ik hier vooral héél duidelijk in zijn. Wat IK ga zeggen is wat jullie MOETEN doen hier in de kazerne!  Officieren, die mannen met hun blauwe meten die je allicht nog niet direct bent tegengekomen en die jullie allicht NOOIT zullen tegenkomen,   die weten veel meer van militaire aangelegenheden dan ik. Daar kom ik niet tussen. Maar in de gewone dingen ga IK zeggen wat er moet gebeuren.”

 

Bij zulke “gewone dingen” ressorteerde dus dat geheimzinnige “vast karwei”. De air commando had met niet mis te verstane brede armbewegingen naar papiertjes gewezen die vlakbij aan de muur hingen. Kolommen met namen op. Enkel familienamen. Voornamen waren onnodig, te familiair wellicht. Veel te persoonlijk. Peter had al lang “Geubels” zien prijken. Er stond iets achter en dat zag er hoogst bedenkelijk uit: Pool OOFF was iets geheimzinnigs. Onbekend en tot nader tegenbericht zéér onbemind. Iets zei hem dat een “pool” géén zwembad was en “OOFF” was wellicht geen voetbalterm. Gelukkig schonk 1ste sergeant De Bolle meteen klare wijn. En LUIDE klare wijn.

      “Wie zijn naam hier ziet staan, die weet dat het ontbijt even moet wachten. Dat Vast Karwei gaat voor. Onmiddellijk na het appel van 6 uur neem je daar 15 minuten voor en dan pas ga je naar de refter.”

 

Blijkbaar waren de vragende tronies van de recruten nogal overduidelijk geweest, want er scheen ineens licht in de duisternis:

 

      “Pool OOFF” staat voor de ontspanningsruimte van de onder-officieren. Militiens die DAT achter hun naam vinden spoeden zich naar deze ruimte en kuisen die volledig op!”

 

En als dat nog niet duidelijk genoeg was, verscheen opnieuw dezelfde sardonische grijns met de verduidelijking: “En ge doet dat grondig, behoorlijk  en …” De Bolle ruimde hier plaats voor een retorische stilte waarna de onheilsboodschap met enorme kracht door de ruimte werd gejaagd: “Met NAT! Ik wil hier geen gefoefel met voddekes en droge borstels. Die pool moet BLINKEN en ge vindt al het materiaal in het kotje ernaast. Een kwartier is lang genoeg om schoon werk te doen!”

 

IJselijk  vooruitzicht, dat “Vast Karwei”.

 

Maar het leven ging ook gewoon verder. Flight 5 zag eruit als een colonne BURGERS, in al hun groteske non-militaire knulligheid. Moest veranderen en zou veranderen ook, dixit eerste sergeant-majeur Duyck. Straks zouden ze een kamer krijgen met een kastje. Dat laatste zorgde vooralsnog voor onschatbare problemen. Hun kleren moesten daarin en daarmee werd zeker niet gedoeld op de eigen jeans, jacquard-truien, jassen of andere al dan niet modieuze hobbezakken. Daar vloog Flight 5 alweer op 3 rijen. Recht naar een loods met tafels, lange rijen tafels met daarop kleren. Ze kregen een uniform. Love a man in uniform…

 

Gezellig winkelen was er niet echt bij. Op een eerste tafel lagen pulls, grijs-blauwe pulls met een grijze stoffen wikkel op de schouders. Naar verluidt konden daar de graden verschijnen: twee zwarte lijntjes voor een korporaal, twee dikke blauwe en drie smalle blauwe strepen voor een luitenant-generaal. Dat was helemaal de andere kant van het spectrum. Koning Boudewijn droeg dat op zijn epauletten maar die hield zich niet bezig met het uitdelen van kledij. Daarvoor dienden anderen, en die hadden het dubbele lijntje van de korporaal. Maten en gewichten speelden geen rol van al te grote betekenis. Peter was een medium, dat mat de korporaal van de pulls-tafel met oordeelkundige kleermakersblik en die “medium” vergezelde hem naar de volgende gratis kledij-bedeling. Daar kregen ze een denim. Vreemd. Peter had altijd gedacht dat dit “jeans” betekende maar hij klasseerde dit soort plunje bij “kaki”. Hij kreeg twee medium hemd/jasjes en broeken. Aan het hemd kon je ook graden hangen. Zag er behoorlijk stoer uit. Peter was eigenlijk prinicipieel anti-miltaristisch maar kreeg een raar gevoel toen hij deze kleren aanpaste. Hij voelde zich ineens erg aantrekkelijk en tegelijk schaamde hij zich voor gevoelens die hij absoluut niet bij zijn inborst voelde passen. En de verkleedpartij stopte daar niet.  Ze startten blijkbaar met de strijd zelf. De denim droeg je niet op klassieke zondagse schoenen. Een korporaal verder moest zelfs gepast worden. Combat shoes en Isaac had zoals in alle schoenen een banaal maatje 42. Stel zwarte sokken eronder en hij leek klaar voor een gewapend conflict. Voor koukleumen kon de volgende tafel soelaas bieden. Daar lagen parka’s maar die kregen een heel ongewone nieuwe naam die voor niet-rokers wat minder voor de hand lag. Met gepaste eer werden ze aangereikt: de smokevesten. Wat verder lagen de uniform-stukken waar de meisjes voor zouden moeten hebben vallen: de service dress. Luchtmacht-blauwe colberts met goud-kleurige knopen. Broeken in dezelfde kleur, “geklede” zwarte schoenen met zwarte kousen. Chic. Zeker als daar nog een blauw hemd bij kwam en een zwarte das. Meteen werd ook duidelijk waarom ze twee kapstokken in de kitbag moesten voorzien. Ze kregen een blauwgrijze regenjas en daarbovenop een dikke wollen militaire stoefjas. Lang, beetje gecentreerd, zéér aantrekkelijk en meer iets voor officieren. Peter bombardeerde ze meteen tot lievelingsjas. Iets waarmee hij vrijdagavond de trein naar huis zou nemen. De air commando leek gedachten te kunnen lezen en gooide met luide stem roet in het eten:

      “Die vest hangt ge gewoon in uw kast. Daarmee verschijnt ge NOOIT in het openbaar. Ge draagt die regenjas als ge hier buiten komt!”

      Daar kwam nog een ijselijk dreigement bovenop. “Of wilt ge dat de MP u aan het station staat op te wachten om u in ’t prison te smijten!”

 

Peter had tevoren nog nooit van die military police gehoord. Zeker en vast had hij nooit verwacht dat die ook in het burgerleven nog een rol konden spelen, als een soort gestapo-officieren.

 

Maar er ontbrak nu nog een essentieel stuk. Peter wist dat en heel Flight 5 leek erop te wachten. Eerste sergeant-majoor Duyck leidde hen naar een volgende loods en schraapte de keel. “Jullie hebben nog geen wapen!”

 

En weer moesten ze op de drie rijen. Drie rijen, drie verantwoordelijken met twee of meerdere strepen op de schouder en een loods met rekken . Die rekken droegen die befaamde wapens. Die wapens… Peter had al behoorlijk veel oorlogsfilms gezien en toen hij door de dienstdoende wapendrager een topzwaar geweer in de handen kreeg gedrukt waande hij zich aan “The Bridge on the River Kwai”. Zijn persoonlijke wapen leek uit de tweede wereldoorlog te komen. De AFN .30, zoals het ding met zeer luide stem werd aangeprezen door de bevoegde onderofficieren, zag er oud uit, zéér oud en moeilijk te hanteren.  Er hing een draagriem aan en naast de trekker, een vijftal centimeter richting loop, zat een metalen doos waarin vermoedelijk patronen pasten. Met de AFN.30 kon je vermoedelijk mensen neerleggen. Definitief neerleggen. Peter was er rotsvast van overtuigd dat hij er probleemloos in moest kunnen slagen om de AFN.30 in zijn eigen tronie te doen ontploffen. Oόk definitief.

 

Dezelfde loods bood nog meer moois: een helm en een weinig modieus kaki sjaaltje. Als kroon op het werk kregen ze elk nog  twee grijze mutsen met het insigne van de luchtmacht erop: vleugel met erboven een klauwend leeuwtje onder een kroon. Ze zouden het land verdedigen. Vooralsnog was Peter-Paul Geubels er nogal van overtuigd dat hij zich oeverloos zou belachelijk maken.

13/01/2017 09:48

Reacties (7) 

09/02/2017 08:28
heel blij met deze reactie. Het zet mij aan om vérder te schrijven aan deze onuitgegeven roman
13/01/2017 23:33
Komt hier ook een vervolg op? Ben benieuwd.
1
14/01/2017 00:05
blij met die reactie. Tallsay is héél nieuw voor mij maar dat stukje dat jij las is een deel, nog niet zo lang geleden geschreven, van een vrijwel autobiografische en ongepubliceerde roman. Het speelt zich af in de jaren '80. Misschien post ik nog wel eens iets
2
13/01/2017 14:07
mag ik je enorm bedanken voor je appreciatie. Hoe kan ik die prima binnenkomer wat lekkerder laten lezen? Waar komen die Grote Ruimten vandaan
1
13/01/2017 14:27
Hi,

Als je via het pijltje reageert dan krijgt de ander, ik in dit geval, een melding van een reactie.

Denk dat je het in Word getypt hebt. Je kan ze via bewerken verhelpen.
Volgens mij met de spatieknop en dan is het één spatie minder.
Maar je kan even wachten of anderen het beter weten uit te leggen.
1
14/01/2017 05:31
Waarschijnlijk heb je in het oorspronkelijke document Enters gegeven.
Hier kun je beter CTRL-Enter geven.
1
13/01/2017 13:33
Welkom op Tallsay en een prima binnenkomer.
Ik denk wel dat als je de grote ruimten wat kleiner maakt dat het dan nog lekkerder leest.
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert