De plantenwereld: Vleesetende planten

Door Aicha1968 gepubliceerd in Planten

Vleesetende planten vormen een zeer intrigerende plantengroep. Ze halen namelijk nauwelijks voedsel uit de grond, maar vangen en 'eten' levende prooi in de vorm van insekten.

Het klinkt als een op hol geslagen fantasie, maar vleesetende planten bestaan echt en komen zelfs vrij veel voor. Er zijn 450 verschillende soorten, onderverdeeld in 6 families, die over de hele wereld verspreid kunnen worden aangetroffen.Deze planten hebben vijf soorten vangapparaten ontwikkeld om hun prooi te vangen; vangbekers, klemmen, lijmstokken, vangblaasjes en fuiken. Er bestaat echter geen verband tussen een bepaald vangapparaat en een familie.

Vangbekers

Aangetrokken door de komvormige bladeren van de bekerplant (Nepenthes) landt een nietsvermoedend insekt op een blad. Het verliest zijn houvast op de spiegelgladde binnenwand en glijdt in de beker, waar het diertje terechtkomt in een vloeistof die het verteert. Langzaam worden de voedingsstoffen van het insekt opgenomen door de wand van de beker.

Nepenthes Alata

Bekerplanten gebruiken verschillende trucs om hun prooi in de val te lokken. Sommige hebben een felgekleurde ring aan de rand van de beker, terwijl andere een honingachtige substantie afscheiden. Het bekerplantengeslacht Sarracenia heeft omlaag gericht haren aan de rand van de beker, die het insekt verhinderen weer tegen de rand omhoog te klimmen en te  ontsnappen. Een mogelijke reden waarom de gevleugelde prooi niet gewoon wegvliegt, is dat de vloeistof in de beker een stof bevat die het dier snel bedwelmt. Maar het is ook niet onwaarschijnlijk dat het insekt gedesoriënteerd raakt door het dekseltje op de beker.In de beker scheiden kleine klieren enzymen af, die de afbraak van de prooidieren versnellen. Er zijn echter ook insekten die goed gedijen in de beker. Zo leven de larven van de muggesoort Wyeomyia smithii gewoon in de beker van de Sarracenia pupurea. Als ze volgroeid zijn, hebben ze er geen moeite mee om in en uit de beker te vliegen. Ook de spin Misumenops nepenthicola verblijft regelmatig in de bekers van deze plant.

Klemmen

Het bekendste voorbeeld van een klemmechanisme is te vinden bij  de venusvliegenvanger. De klem zit aan het einde van een tweelobbig blad. De twee bladlobben zijn aan de rand getand en hebben elk drie zeer gevoelige tastharen die het vangmechanisme in werking stellen. 

56995ea5eb7773f6743665a58ede9837dmVudXMu

Als een insekt een haar twee keer kort achter elkaar aanraakt. vouwen de lobben zich snel dicht en sluiten ze met hun tanden in elkaar. Hetzelfde gebeurd als twee verschillende tastharen worden aangeraakt. Is het mechanisme eenmaal in werking gesteld, dan sluit de klem binnen eenvijfde van een seconde. Een heel klein insekt kan nog ontsnappen tussen de tanden. Als dat lukt, gaat de klem weer open. De plant verspilt haar waardevolle verteringsvloeistof niet. Bij hele grote prooien doet de klem er uren over om te sluiten, waarbij de prooi langzaam wordt geplet.

Lijmstokken

Het vangapparaat van de zonnedauw (Drosera en Drosonphyllum), het vetblad (Pinguicula) en de regenboogplant (Byblis) is voorzien van een klevende substantie.  

              204851c23e5da3b8bd2ef66462d6bd24ZHJvc2Vy

  Byblis                                               Drosera

De suikerachtige substantie wordt als druppels afgescheiden door speciale haarachtige tentakels op de bovenkant van het blad.  Zodra  een insekt de druppels aanraakt, krommen de tentakels zich en raakt de prooi volledig ingesloten. Door  de samenstelling van de druppels wordt het insekt verteerd en vervolgens opgezogen door de tentakels.

Vangblaasjes  

b1ad37d283d2aec9ab1b0614e7bad9f8dXRyaWN1

           

Het blaasjeskruid (Utricularia en Polypompholys) leeft in grote plassen en komt daar zowel geworteld als ongeworteld voor. Aan het blad zitten peervormige blaasjes met een opening die waterdicht kan worden afgesloten door een ventielachtige klep. Speciale klieren pompen het meeste water uit de blaas om er zo een val van te maken. Als het water eruit is, blijft de klep gesloten door de waterdruk van buitenaf. Dan word er een kleverige substantie afgescheiden die prooien lokt en de klep verstevigt. Borstelharen leiden de prooi naar de ingang en als de zich daar bevindende tastharen worden aangeraakt, opent de klep. De waterdruk drukt de klep naar binnen en zo worden water en prooi samen naar binnen gezogen. De klep sluit weer, het water wordt eruit gepompt en het verteren kan beginnen.    

Fuiken              

Genlisea wordt vaak samen aangetroffen met het blaasjeskruid. Het is een kleine, ongewortelde, rozetvormige plant die in ondiep water groeit. De bladeren met fuiken hebben een korte bladsteel die zich vertakt in twee spiraalsgewijs gewonden buisjes. Deze hangen in het water. Aan de binnenrand zit een rij naar binnen gerichte haren. Klieren aan de buitenkant scheiden een plakkerige substantie af. De haren leiden kleine waterdieren naar de 'fuik' en eenmaal daar aangekomen, kunnen ze niet meer ontsnappen.

c8a58053118d49a24ffc4b587cf5407eZ2VubGlz  Genlisea             

 

 

 

12/01/2017 08:04

Reacties (0) 

Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert