Leer en rubber - Productie, verwerking en gebruik

Door Aicha1968 gepubliceerd.

Ondanks de grote verscheidenheid aan synthetische materialen die tegenwoordig beschikbaar zijn, worden veel populaire producten nog steeds van rubber of leer gemaakt.

 

Vroeger

Onze prehistorische voorouders gingen op jacht om in hun behoefte aan voedsel te voorzien. De huiden van de buitgemaakte dieren gebruikten ze als kleding, dekens en dakbedekking. Onbehandelde huiden zijn niet erg duurzaam, maar er zijn verschillende manieren ontwikkeld om wegrotten te voorkomen, bijvoorbeeld door de huiden te roken of ze te behandelen met zout of extracten uit boomschors.

Doorsnede van de huid. Het dikste deel, de lederhuid of corium, bestaat uit een warrige massa vezels. De cellen van de epidermis of opperhuid worden verwijderd voor het looien. De zweetklieren scheiden zweet af en de talgklieren produceren beschermende oliën voor de vacht.

Leerproduktie

Het meeste leer wordt nu van koeienhuiden gemaakt, maar ook worden huiden van schapen, varkens, geiten, krokodillen, slangen en hagedissen gebruikt. De huiden van de geslachte dieren worden eerst geconserveerd, waarna ze opgeslagen worden tot ze nodig zijn voor de verwerking tot leer. De belangrijkste methoden om huiden te conserveren zijn drogen en zouten.  Om van huiden leer te maken, worden ze eerst in water geweekt en gewassen om conserveermiddelen en vuil te verwijderen. Vervolgens wordt eventueel overgebleven vlees van de binnenkant van de huid geschraapt. Om ongewenst haar en de buitenste huidlaag (de epidermis of opperhuid) te verwijderen worden de huiden in kalkmelk geweekt en daarna geschraapt. Wassen en chemische behandeling verwijdert de kalkmelk en inweking van enzymen maakt de huid zacht. Het proces om van geconserveerde huiden leer te maken wordt looien genoemd. De twee belangrijkste methoden zijn plantaardige looiing en minerale looiing. Plantaardige looiing was de belangrijkste methode tot halverwege de 19de eeuw. Dit proces kan van slechts 12 uur tot wel zes weken duren, waarbij de huiden in steeds sterkere oplossingen van plantenextracten worden geweekt. Deze worden verkregen uit verschillende bomen en struiken met name uit de bast van de quebracho en de mimosa. Al die extracten bevatten tannine (looizuur) dat zich vermengt met de proteïne in de huiden en ze omzet tot het stevige materiaal dat we kennen als leer. De belangrijkste minerale looimethode is chroomlooiing, die in de jaren vijftig van de 19de eeuw werd geïntroduceerd. De huiden worden behandeld met een oplossing van natriumdichromaat. Na het looien worden de huiden vaak gesplitst in twee of drie lagen. Deze worden geverfd en vervolgens met vet behandeld om de natuurlijke oliën te vervangen die bij de verwerking verloren zijn gegaan. Dit laatste is essentieel om te voorkomen dat het leer opdroogt tot een harde, onbuigzame stof. Na droging krijgt het leer een afwerklaag, meestal van acrylhars en daarna vaak nog een dun laagje nitrocellulose of lak om het oppervlak glans te geven.

Verfputten voor leer in Fez, Marokko.  Hier worden geitehuiden geverfd. De verfstof is afkomstig van plaatselijk gekweekte bessen.

 

 

Rubber

Natuurrubber wordt verkregen uit een melkachtig sap, latex, dat wordt geproduceerd door een boomsoort in Zuid-Amerika. De Indianen daar waren de eersten die rubberlatex ontdekten.  Zo smeerden ze hun voeten in met latex en lieten het drogen om waterdichte schoenen te krijgen. Ze maakten ook waterdicht materiaal voor tenten en capes door een latexlaag tussen twee lagen stof aan te brengen. Het grote belang van rubber werd voor het eerst in de 19de eeuw ingezien door Charles Macintosh en Thomas Hancock in Groot-Brittannië en Charles Goodyear in de VS Macintosh loste vaste, gedroogde rubber op in koolteernafta en gebruikte de oplossing om rubber handschoenen, overschoenen en andere waterdichte materialen te maken. De eerste kledingstukken van rubber hadden echter het euvel dat ze bij koud breekbaar werden en dat ze bij warmte kleverig werden en gingen stinken. In 1839 loste Goodyear dit probleem op door zwavel met de rubber te verbinden, het proces dat nu bekend staat als vulkanisatie. Dit maakte de rubber harder, stijver en minder gevoelig voor veranderingen in temperatuur. De meeste natuurrubber is nu afkomstig van plantages met Hevea brasiliensis. De latex druppelt uit inkepingen in de boomschors en wordt opgevangen in bakjes die aan de boom hangen. Ongeveer een derde van de latex is zuivere rubber en
de rest bestaat uit water en wat organische en minerale stoffen. Gewoonlijk wordt de latex eerst verdund met water en daarna gezeefd om vuil en andere vaste deeltjes te verwijderen. Vervolgens worden er conserveermiddelen toegevoegd om bederf tegen te gaan. Van deze vloeibare latex wordt onder andere schuimrubber gemaakt. In andere gevallen wordt mierenzuur aan de latex toegevoegd om de rubber te laten stollen.

Rubber handschoenen worden gemaakt door mallen in een latexbad te dompelen. Als deze eruit gehaald worden kleeft er een laagje latex aan. De verlangde dikte wordt bereikt door diverse keren in het latexbad te dompelen.

 

 

 

 

 

 

 

 

12/01/2017 07:48

Reacties (0) 

Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert