Overdenking Jesaja 31

Door Theolooginopleiding gepubliceerd in Theologie

Een overdenking aan de hand van Jesaja 31

 

Achtergrond van de tekst

Ik wil graag met jullie terug naar het jaar 720 voor Christus. Dit is de tijd waarin Jesaja, de schrijver van onze tekst, heeft geleefd. Het land Israël ligt ingesloten tussen twee wereldrijken. In het zuiden vinden we het Egyptische rijk, met aan het hoofd de Farao. En in het noorden vinden we het Assyrische rijk, voor de topografen onder ons, dit rijk lag rond wat we nu Georgië, Syrië en Libanon noemen. Dit zijn DE twee grootmachten van die tijd, en ze hadden Israël omsingeld. In het noorden Assyrië, in het oosten de woestijn, in het zuiden Egypte, en in het westen zee. De Israëlieten konden dus geen kant op. Vergelijk het maar met Nederland, dat Amerika en Rusland ineens het kleine Nederland omsingeld hebben. Een titanenstrijd. En wat doe je dan? Dat is de hoofdvraag die Jesaja in dit stuk wil beantwoorden, wat doe je als je omsingeld bent door grootmachten en geen kant meer op kan?

En wat voor antwoord geeft Jesaja? Je zou denken dat hij de mensen oproept om te vluchten, om te migreren naar een van deze grootmachten om zo niet gevangen te zitten in Israël als er oorlog uitbreekt. Maar nee! Jesaja doet iets anders, hij begint iedereen juist te waarschuwen, migreer NIET naar Egypte of Assyrië. Heul niet met de vijand, vertrouw niet op deze wereldrijken, omdat ze zo’n groot leger hebben en er zo sterk uitzien. Maar vertrouw op de Ene, op God, overleg het eerst met Hem, want Hij zal jullie beschermen. Zoals wij onze pinpas en code bewaken, en deze niet zomaar aan iedereen afgeven.  Of zoals we onze smartphone overal mee naartoe nemen, en deze niet zomaar laten slingeren, zo goed, nog beter eigenlijk, bewaart en bewaakt God ons.

Jesaja legt uit waarom, waarom moet je alleen op God vertrouwen. Hij zegt het in vers 8 en 9. Asjoer, dat is het Assyrische Rijk, zijn jongelingen worden bestemd voor dwangarbeid en panisch zullen zijn vorsten vluchten. Dat is de reden waarom je niet moet vertrouwen op de Assyriërs, zegt Jesaja. Hun rijk zal vernietigd worden, en iedereen die er woont zal gedood worden, of wordt meegenomen als slaaf.

Voetnootje, in 614 voor Christus is de stad Assur verwoest en in 609 voor Christus is het hele Assyrische Rijk ten onder gegaan. Het is veroverd door de Babyloniërs, de Meden en de Scythen. Dus 100 jaar nadat Jesaja dit schreef is dit ook uitgekomen.

 

Boodschap van de tekst

In de tekst komen meerdere thema’s naar voren. Deze wil ik vandaag een voor een met jullie langslopen.

 

Vertrouwen

Zoals ik net verteld heb lag Israël ingesloten tussen twee legermachten, en daar gingen de mensen op vertrouwen. De vraag die daarvanuit naar ons toekomt is de volgende: waar vertrouw jij op? Vertrouw je op geld, macht, techniek? Vul het voor jezelf maar in, ik (naam) vertrouw op….

Of…. vertrouwen we op God? Want dat is de keus die we hebben. We mogen vertrouwen op dingen hier van de Aarde, elementen die vergaan, tijdelijke dingen. Of we vertrouwen op God, vertrouwen met eeuwigheidswaarde. Dit is soms, vaak, lastig. Vooral als we aangevallen worden, aangevallen worden op wie we zijn. Als we aangevallen worden op wat we denken. Als we aangevallen worden op wat we voelen. Als we lichamelijke of geestelijke klachten ervaren. Dan lijkt het soms of God ver weg is, verdwenen, onbetrouwbaar. Als je Hem nodig hebt, dan is Hij er ineens niet meer. Maar nee, Hij was er, is er, en Hij zal er altijd zijn. Want dit heeft Hij belooft: Mattheüs 11 vers 28: “kom naar mij, jullie de vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan, dan zal ik jullie rust geven.” En ook in Psalm 37 vers 4 tot 6a zegt Hij dit: “zoek je vreugde bij de Heer, leg je leven in zijn handen, vertrouw op Hem, Hij stelt je niet teleur”.

Dan kan het leven zwaar zijn, het levenspad bijna onbegaanbaar, dan mag je, en mogen we weten, Hij is de omschaarde, Hij is bij ons, Hij stelt niet teleur. Uiteindelijk komt het goed, 1 Petrus 5 vers 10 en 11, daar staat: Maar al moet u nog een korte tijd lijden, (…) God zal u sterk en krachtig maken, zodat u staande zult blijven en niet meer zult wankelen.

Begrijp het goed, dit betekend niet dat je iedereen moet wantrouwen, , maar dat het vertrouwen op dingen die van de aarde komen geen eeuwigheidswaarde heeft. Dit betekend ook niet dat je niet je hele leven in de put, in de misère  blijft zitten. Dit betekend dat God aan iedereen die in Hem gelooft een eeuwig leven belooft. Een leven zonder pijn, moeite, verdriet, een leven vol vrolijkheid, gezelligheid en liefde.

 

Het werk van Jezus Christus

Heb ik dat verdient dan? Een leven na dit leven, waarin alles goed is? Nee, maar (Hc 8) wij zijn onbekwaam tot iets goeds dat tot de zaligheid leid. We kunnen niet een hemel verdienen. God is rechtvaardig en daarom moeten we eigenlijk gestraft worden. Dit zou ook gebeuren, ZIJ HET NIET dat Jezus Christus naar de Aarde is gekomen. Want Hij heeft in een paasdaad uitkomst gegeven, de paasdaad zoals de tekst het zegt verwijst voor de Israëlieten van die tijd naar de redding van het kwaad, de redding uit Egypte. Maar wat betekend dit voor ons? Hij HEEFT in een paasdaad uitkomst gegeven(zie vers 5), het kwade al voor ons overwonnen, omdat wij het niet kunnen. Hoe? “Het is volbracht” Jezus legde zijn leven in God’s handen. In volledig vertrouwen gaf Hij de geest, om ons zo vrij te maken van het kwade. Zodat alles wat wij verkeerd doen ons niet meer aangerekend hoeft te worden. Wat moeten we ervoor doen dan dat alles wat wij verkeerd doen ons niet meer aangerekend word? Of om het anders te zeggen, hoe koop ik een ticket voor de highway to heaven? Daar is maar een antwoord op, vertrouwen. Vertrouwen op God, niet omdat Hij ons ooit nog zal bevrijden, maar omdat Hij ons al HEEFT BEVRIJD! Vertrouwen dat dit verhaal de waarheid is, dat Jezus waarheid is in ons leven.

 

Vertrouwen? Vragen!

Hoe doe ik dat, vertrouwen op God? Kijk maar naar Jezus, die gaf het voorbeeld. Leg je leven in God’s handen, leef in afhankelijkheid van Hem. Zeg het maar gewoon tegen Hem: God, soms vindt ik het moeilijk om op U te vertrouwen, maar zeg me toch wat ik moet doen. Zo hebben ook verschillende Bijbelse personages dit gedaan, zoals in Handelingen 2 vers 37, daar vraagt iemand aan Jezus: Wat moet ik doen? Maar geeft God antwoord dan? JA, want dit zegt Hij: zoek en je zult vinden, vraag en er zal gegeven worden. Vraag, en Hij ZAL geven, misschien niet op de manier of tijd waarop wij het willen. Maar op zijn tijd en manier ZAL Hij antwoord geven.

Op de belangrijkste vraag die we aan Hem kunnen stellen heeft Hij zelfs al antwoord gegeven. De vraag: Wat moet ik doen om het eeuwige leven te ontvangen? (Lucas 10:25) Het antwoord? “Niet iedereen, die tot Mij zegt Here, of God, zal het Koninkrijk van de hemel binnenkomen, maar alleen die doen wat mijn hemelse Vader doet. Dit zegt Jezus in Mattheüs 7 vers 21.

 

Jezus levensweg/werk

Wat is dat dan? Dat wat de Hemelse vader van Jezus wil? Ook op deze vraag vinden we het antwoord in de Bijbel, namelijk in Johannes 6 vers 29: “God vraagt maar een ding, namelijk dat jullie in mij geloven. Want God heeft mij gestuurd.” Wat moeten we dus doen om in de Hemel te komen? Vertrouwen op Jezus. En als je vertrouwd op Hem, dan wordt Hij vanzelf je held, dan wil je zijn geestelijke look-a-like worden, niet omdat het moet, maar omdat het kan! Dan wordt Jezus waarheid in je leven. En als Jezus waarheid wordt in ons leven, dan mogen we zijn weg volgen. Omdat dat is wat je dan het meest gaat willen, vertrouwen op God, op Jezus en dat Hij voor ons aan het kruis is gestorven. Daarom mogen we in dit vertrouwen leven zoals Jezus heeft geleefd. Jezus was een held in het geven van liefde. Toen Hij naar de aarde kwam had Hij een voerbakje waar Hij in moest liggen. We lieten Hem in de steek, en spijkerden Hem aan het kruis. Maar Hij vergaf, en vergeeft, ons ons onbeschofte, ongastvrije, vul maar in…. gedrag. Hij maakte geen stal of logeerkamertje vrij voor ons, maar, om het maar plat te zeggen, Hij heeft de hele hemel verbouwd tot een groot gastenverblijf. Zodat iedereen die op Hem vertrouwd, bij Hem mag komen wonen. (Arachne, 2016, pp. 5)

 

Nu zal je zeggen, ma..maar ik heb geen kasteel die ik kan verbouwen om mensen onderdak te geven ofzo. Nee, dat hoeft ook niet dat mag heel gewoon. Hoe dan? Nou, laatst las ik een Beam magazine (einde reclame) waarin het ging over liefde, de liefde van God. De liefde van God werd hier verwoord als: “twee nieuwe wc-rollen boven aan de trap zetten”, “het laatste stukje pizza weggeven”, “samen kikkersnoepjes eten” of “een glimlach op iemands gezicht toveren”. De liefde van God hoeft niet ingewikkeld te zijn, maar kan veel doen, veel betekenen voor iemand.

 

Afsluitend woord

Geloven is dus in de eerste plaats vertrouwen, vertrouwen op God, vertrouwen op Jezus. Maar dan volgt er vanzelf als het goed is ook meer. God dienen, met de handen uit de mouwen.

Ik wil graag afsluiten met het voorlezen van een lied, namelijk gezang 429:1,3

Wie maar de goede God laat zorgen

En op Hem hoopt in ’t bangst gavaar,

Is bij Hem veilig en geborgen

Die redt Hij God’lijk wonderbaar:

Wie op de hoge God vertrouwt,

Heeft zeker op geen zand gebouwd

 

Treed (dan) vrolijk voort op ’s Heren wegen,

Neemt Zijn gebod getrouw in acht.

’t Wordt eind’lijk alles u ten zegen,

Wanneer gij daarop biddend wacht.

En wie gelovig op Hem ziet,

Weet zeker, Hij verlaat ons niet.

Amen.

 

De excegese waarvan deze overdenking een uitvloeisel is, is helaas te lang om hier te publiceren.

Voor dit verslag is, tenzij anders vermeld, gebruik gemaakt van de Naardense Bijbel en de herziene Bijbelvertaliing

Arachne, 2016. Voorwoord. Beam magazine, juni 2016, blz.5.

 

20/12/2016 11:46

Reacties (0) 

Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert