Begraven in de kerk... en met hen kwam de stank

Door Willemijntje gepubliceerd in Geschiedenis

Een tijdje terug was ik voor een kunstevenement in de Der Aa-kerk (in de volksmond A-kerk) in Groningen. Deze Middeleeuwse kerk heeft in de loop der jaren zijn kerkfunctie verloren en wordt enkel nog gebruikt voor evenementen, feesten en partijen. Ik kwam voor de kunst, die ik ook zeker bewonderd heb, maar ik werd onderwijl ook afgeleid door de grafzerken, die een deel van de vloer bedekten en waar ik derhalve overheen moest lopen.

76cfaf4bf459d01bc4ab45260755ec61_medium.

Van begraafplaats naar kerkhof

Om de doden te bergen maakten men in Nederland al eeuwenlang gebruik van begraaf­plaatsen die zich buiten een stad of dorp bevonden. Toen er binnen steden en dorpen kerken en kapellen gebouwd werden, vond Keizer Karel de Grote, dat het afgelopen moest zijn om de doden op dergelijke ‘heidense’ afgelegen plekken onder de zoden te stoppen en ging men rond het begin van de 9e eeuw over tot het begraven van de lijken op het terrein – de hof -  van de kerk. Doden in de kerk begraven was niet toegestaan, maar voor hooggeplaatste geestelijken en lieden van aanzienlijke adel werd er een uitzondering gemaakt; zij mochten wel een laatste rustplaats in de kerk krijgen.

Bij een uitvaart van leden van het Koninklijk Huis daalt de familie met de kist af in hun grafkelder in de Nieuwe Kerk in Delft om de overledenen daar bij te zetten. Ook bijvoorbeeld Michiel de Ruyter (1607-1676) had voor zichzelf en zijn naasten een grafkelder in de Nieuwe Kerk in Amsterdam verworven. In grafkelders wordt de kist met de overledenen niet begraven, maar in de kelder gezet bij reeds eerder overleden verwanten. De toegang tot een grafkelder wordt afgesloten met een sluitsteen.

Begraven in de kerk

Het verbod om 'gewone' stervelingen in de kerk te begraven werd in de loop der eeuwen regelmatig herhaald, maar daar werd steeds meer de hand mee gelicht. Eind 16e –begin 17e eeuw hadden ook gegoede families er graag een flinke duit voor over om in de kerk begraven te worden en dan het liefst zo dicht mogelijk bij het altaar, zodat de heiligheid op hen af zou stralen.

Er kwam een lucratieve handel op gang; niet in plaatsen in afsluitbare grafkelders – want die had het merendeel van de kerken niet -, maar in de verkoop of verhuur van de grond onder de kerkvloer om de lijken in te begraven. Het bezit van een gekocht graf in de kerk was zelfs dermate belangrijk, dat de grafstede zelfs als inbreng bij een huwelijk onder huwelijkse voorwaarden of in een testament expliciet naar voren werd gebracht.

 

Testament: 03-03-1607 J. van Ingen AT 002a001 folio 1.

 

Gabriels, Cornelis (zwak van lichaam)

 

Gabriel, Cornelis en Weijntge (huisfrou van Wouter Rutgers) en Grietgen (huisfrou van Jan Jans van Gelder) zijn kinderen, zullen hetgeen ze in huwelijkse voorwaarden gehad hebben, behouden. Willem Cornelis zal alle gereedschap, tot de pannebakkerij behorende, behouden. Willem Cornelis zal eerst uit de boedel 80 gulden betaald worden, die hij aan zijn vader had geleend. Gabriel zal al zijn clederen, linnen etc. tot vaders lijf behorende, erven. Willem, Adriaen, Gabriel en Cornelis zijn zonen, Grietge en Weijmtge zijn dochters. Hij heeft een grafstede gekocht in de Joriskerk en wil daar begraven worden. Hij legateert aan zijn oudste zoon, Gabriel Cornelis, voor de ene helft en Willem Cornelis voor de andere helft, deze grafstede, en zij moeten toestaan dat hun zusters en broers daarin begraven worden. Hij legateert aan Weymtgen Cornelis, de grootste ketel. Getuigen: Jan Eecholt (tekent: Eychoudt), Peel Jansen, lakenkoper, en Gijsbert van Raesvelt.

Voor arme sloebers was er na de dood in de kerk geen plaats meer. Konden zij zich bij leven nog een plaatsje achterin de kerk verwerven om de dienst bij te wonen, na hun overlijden resten voor hen enkel een ongemarkeerde laatste rustplaats buiten de kerk op het kerkhof.

Administratie en logistiek

Afhankelijk van het grondwaterpeil in de desbetreffende regio, bestond een koop- of huurgraf in de kerk veelal uit drie lagen.

Er dienden een deugdelijke financiële en logistieke administratie qua begraven bijgehouden te  worden en dat werk werd in het takenpakket van de koster geschoven en zeker de financiële kant was niet zomaar een bijbaantje.

c0f53a350581e8f514a1c53412381aad_medium.910b00d32eed4a245c13a36fd76a69be_medium.

De koster hield van ieder graf bij of de koop- of huurpenningen waren voldaan – zo niet, dan werd er niet in de kerk begraven. Naast deze vaste bedragen, moesten ook de variabele inkomsten per graf genoteerd worden, want met enkel de koop of huur van een laatste rustplaats onder de kerkvloer was het nog niet klaar wanneer een overleden in een graf ten rusten moest worden gelegd; de (graf)stenen van de kerkvloer moesten worden opgebroken, de kuil moest worden gegraven (en daarna weer dichtgegooid en netjes worden afgewerkt), maar ook voor het gebruik van de baar en/of doodskleden of voor het luiden van de klok hanteerde de kerk extra tarieven.

Daarnaast moest de koster ook zijn aandacht houden bij de logistiek. Hij hield daarom tevens bij, wanneer (en vaak ook wie) er in een bepaald graf was begraven. Bij nummer drie, werd het graf als ‘vol’ aangemerkt. De eigenaar of huurder van het graf werd hiervan op de hoogte gesteld. Was er in zo’n ‘vol’ graf recentelijk nog een lijk onder de vloer verdwenen, dan moest de familie voor een kort daarop volgende begrafenis uitwijken naar een nieuw aangekocht of gehuurd graf.

Zat er wel voldoende tijd tussen de vorige en de nieuwe overleden die in dat graf een laatste rustplaats moest krijgen dan kon men het graf (uiteraard tegen betaling) laten opschonen. Het graf werd dan opnieuw driediep uitgegraven, de beenderen van de drie eerder overledenen dierbaren die daarbij naar boven kwamen werden verzameld en onderin geworpen. Na deze werkzaamheden was het graf weer klaar om drie lijken te kunnen bergen.

Overlast en stank

Om de kerkdiensten niet te verstoren werd er veelal in de vroege ochtenduren (voor 06.00 uur) begraven, ook was het niet toegestaan om op zondag te begraven en mocht de doodgraver, ter voorbereiding op een lijkbezorging, op deze dag ook geen graven openen of reeds geopend hebben klaarliggen.

9d4d33dbd1a99f7dc0caba8b52670baa_medium.

Hoewel de diensten niet werden verstoort zorgde het begraven in de kerk voor voldoende ander ongerief. De welvaart onder de wassende bevolking nam toe en daardoor kon ook de gegoede middenstander zich een graf in de kerk veroorloven, de levensverwachting lag over het algemeen laag, gezinnen waren groot evenals de kindersterfte. In deze ‘hoogtijdagen’ was vrijwel elke plek onder de kerkvloer bezet. De kerkbanken stonden los, zodat ze verplaatst konden worden om bij de graven te kunnen komen en dat was bijna dagelijks aan de orde.

Door het vergaan van de doodskisten, verzakte er regelmatig grafzerken en vloertegels; aan de koster of doodgraver de taak om de stenen te lichten en met nieuw zand het geheel weer op hoogte te brengen om ongelukken te voorkomen.

Bijna dagelijks (m.u.v. de zondag) moest er wel ergens in de kerk een graf (soms meer dan één) geopend worden voor een begrafenis. Het herhaaldelijk oplichten van de zerken en tegels, zorgde ervoor dat deze scheurden, braken of niet meer goed aansloten, waardoor er een onaangename lijkengeur in de kerk kwam te hangen; aan de koster de taak om de kerk zoveel mogelijk te ‘luchten’, wat helaas weinig uithaalden.

Veel parochianen lieten, zeker op warme dagen, het kerkbezoek daarom verstek gaan, enkel de trouwe kerkganger probeerde met een zakdoek onder de neus de dienst nog dapper uit te zitten. Enkele predikanten en medici begonnen een pleidooi voor een verbod op het begraven in de kerk, maar ze vonden weinig gehoor.

Verbod en terug naar af

Na de inval van de Fransen werd het begraven in de kerk door Napoleon verboden (uitzonderingen daar gelaten), maar na het vertrek van de Fransen in 1813 begon men opnieuw met het begraven van lijken onder de kerkvloer.

Ook de tegenstanders van het begraven in de kerk roerde zich weer en kregen dit keer meer gehoor. Koning Willem I liet een commissie samenstellen om te onderzoeken wat de impact was van het begraven onder de kerkvloer voor de volksgezondheid. De uitkomst van dat onderzoek leidden, met ingang van 1 januari 1829, tot een verbod op het begraven van lijken binnen de kerkmuren. Alleen voor het begraven in bestaande eigen (gekochte) graven werd nog een uitzondering gemaakt, maar ook hieraan kwam een eind toen het begraven in de kerken per 1 januari 1866 definitief verboden werd. Enkel voor het bijzetten van leden van het Koninklijk Huis in de Nieuwe Kerk in Delft wordt nog ontheffing verleend.

Weg inkomsten

Niet alleen het begraven in de kerk werd verboden, ook het begraven van lijken op het hof van de kerk in steden en dorpen met meer dan duizend inwoners werd niet mee toegestaan. Deze steden en dorpen moesten, onder eigen beheer, een nieuwe begraafplaats ruim buiten de bebouwde kom realiseren. Voor de kerken was dit het definitieve einde van een eeuwenlange inkomstenbron.

d60cad5ab1c883c30dbbe722ca127ef8_medium.

Onder de uitgesleten oude grafzerken waar ik overheen loop en die ik probeer te lezen ligt niemand meer. Waarschijnlijk liggen de zerken zelfs niet eens meer op hun originele plek, maar ooit zijn ze door iemand vakkundig uitgehouwen om daadwerkelijk iemands laatste rustplaats onder de kerkvloer te markeren.

 

©Willemijntje, 15-12-2016.

15/12/2016 22:15

Reacties (17) 

1
30/12/2016 17:28
Boeiend ! Vandaar ook hier in Vlaanderen de uitdrukking "stinkend rijk" zoals hier door Pussycat ook al gezegd is.
30/12/2016 23:57
Dank voor het lezen. Weet niet hoe het in het verleden in België ging, maar gezien het gebruik van dezelfde uitdrukking zal het ongeveer idem zijn.
1
21/12/2016 21:34
heel interessant!
1
16/12/2016 16:47
Daar komt het gezegde vandaan: Rijke stinkerd.
1
16/12/2016 17:09
Dat haalde Robin93 ook al aan en zou heel goed kunnen
1
16/12/2016 11:21
Mooi artikel, met plezier gelezen. Ik moet ook maar weer eens toerist gaan uithangen in Stad
1
16/12/2016 13:19
Dank, wil er zelf nog eens een stadswandeling onder begeleiding van een gids, misschien komt het er van de zomer van.
1
tegen Willemijntje
16/12/2016 16:09
Het probleem vind ik altijd dat de steden vlak bij huis er meestal bij in schieten omdat je er zo dichtbij woont. Terwijl Groningen een hele mooie stad is. WIj hebben er een keer een stadswandeling gemaakt, niet met gids maar wel een route. Dat was erg leuk.
1
16/12/2016 10:04
Mooi en interessant artikel. Doet me er weer eens aan denken dat er een paar kerken in Stad zijn die ik toch eens moet bezoeken.
16/12/2016 13:16
Dank je. Vind het een plezierige stad om te vertoeven.
1
16/12/2016 07:43
Interessant, deze begraafriten. Pas nog iets op tv gezien over de kathedraal in Bath, Engeland. Daar hadden ze eenzelfde begraafplaats binnen de kerkmuren met - na al die tijd - enorme verzakkingen. Men is er een paar jaar bezig geweest om alles op te graven, de bodem te versterken (en passant vloerverwarming te installeren) en de resten daarin weer respectvol bij te zetten. Een mega- en miljoenenklus.
2
16/12/2016 07:31
Goed artikel. Vandaar natuurlijk de uitdrukking 'rijke stinkerds'.
1
16/12/2016 13:11
Dank, het zou de herkomst van die uitdrukking kunnen verklaren.
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert