Naaien voor beginners (15): beleg en versteviging

Door Asmay gepubliceerd in Handwerken en naaien

d03c9600c18ad88f9185fa285b9bb82e_medium.Behalve voering en tussenvoering is er nog een manier om delen van een te maken kledingstuk af te werken en te verstevigen, namelijk het beleg. Een beleg is eigenlijk een soort gedeeltelijke voering, maar dan gemaakt van dezelfde stof als de rest van het kledingstuk. Dit kun je zien aan bijvoorbeeld een jas; de randen waarin de knopen en knoopsgaten zijn verwerkt, zijn aan de binnenkant of achterkant voor een deel van gewone stof en niet van voeringstof gemaakt. Die delen noemen we het beleg. Een beleg kan ook op andere delen worden toegepast, zoals bijvoorbeeld bij een ronde hals (zonder kraag), bij armsgaten (zonder mouwen), bij de inkijk van een zak of bij de achterkant van zakklepjes.

Wanneer een beleg?

daac64c0c7825f978810d9ad64635a82_medium.Als gouden regel kunnen we zeggen: een beleg wordt daar gebruikt, waar de binnenkant of achterkant van (de stof van) een kledingstuk af en toe zichtbaar is en waar het storend zou zijn als we voeringstof of de achterkant van de gewone stof zouden zien. Met het beleg worden die plekken niet alleen netjes afgewerkt, maar krijgen ze ook een extra versteviging, wat vooral bij een knooplijst of bij zaken handig is.

Zelf bepalen van beleg aan de hand van het patroon

Bij  vrijwel alle knip- en raderbladpatronen worden de beleggen als aparte patroondelen gegeven. In feite is dat niet nodig, want het beleg kan aan de hand van het gewone patroon heel gemakkelijk zelf worden gemaakt.

Aangeknipt beleg 

Bij een aangeknipt beleg is er een overslag van enkele centimeters extra aan het patroondeel getekend (zie tekening 1). Het beleg wordt minstens dubbel zo breed gemaakt als de overslag. Stel dat de overslag 3 cm breed is, dan wordt het beleg dus minstens 6 cm breed. Het liefst zullen we het nog iets breder nemen, maar dat hangt er ook vanaf hoe het op de stof uitkomt. (Op tekening 2 is de lijn getekend, die het einde van het beleg aangeeft.)

81a7be7a33c9143e8253e7a3b74bf91f_medium.0b3fdbbbd06fd08a2886db63d1b236b4_medium.f08ad241539a5c8dd691a9ec6914f7d4_medium.

 

 

 

 

 

 

Bij een model dat aan de bovenkant open wordt gedragen (bijvoorbeeld een overhemdbloes) verbreden we het beleg naar boven toe een stukje, tot net voorbij de halspunt. Op tekening 3 is dat verbrede beleg te zien De bovenkant kan nu zonder meer worden opengeslagen; het beleg (van de gewone stof) loopt ver genoeg door, zodat geen naden of de stofachterkant zichtbaar zullen zijn.

Als de lijn van het beleg op het patroon is getekend, kan het knippatroon als volgt worden veranderd. Neem een vel patroonpapier en maak er een vouw in. Het omgevouwen deel moet iets breder zijn dan het breedste deel van het beleg. Leg het patroon op het papier met de voorkant (niet middenvoor) precies tegen de vouw van het papier (zie tekening 4).

aca0f3b6b8d2da460a32e2d93fa0b91b_medium.3296b8f2f11ae3267025a39c45b7e0e7_medium.

 

 

 

 

 

 

 

Trek het patroon zorgvuldig na en breng de lijn van het beleg op het patroonpapier over. Dit kan met bijvoorbeeld een radeerwieltje. Haal het patroon vervolgens van het papier af en knip het patroon uit. Vouw het open en knip het beleg op de radeerlijn bij. Het patroon ziet er nu ongeveer uit als op tekening 5.

Beleg voor de armsgaten

Op tekening 6 is het patroon te zien, waarop het beleg voor de armsgaten moet worden getekend. Een beleg van ongeveer 5 cm is hier meestal voldoende. In het voorbeeld is het beleg naar onderen (naar de oksel toe) iets smaller getekend. Dit is gedaan omdat het anders zou samenvallen met de figuurnaad van het voorpand en een extra dikte zou geven, hetgeen onder de arm niet prettig en niet nodig is.

26172a7c1a1f7e90437bbde4f624da63_medium.

De patronen voor de beleggen kunnen op dezelfde manier als hierboven geschreven worden overgenomen. 6b3d67defa1be7d252188312ccb98c30_medium.

Als we genoeg stof hebben, kunnen we hier de schoudernaad in het beleg laten vervallen: leg bij het overnemen op het patroonpapier gewoon eerst de twee delen met de schoudernaden tegen elkaar, zoals op tekening 7, en ga dan verder (op patroonpapier overnemen en de beleglijn met een radeerwieltje raderen).

Bekijk even bij het op de stof leggen van de patroondelen of deze grote beleggen in te passen zijn. Lukt dat  niet, dan kunnen ze altijd nog worden doorgeknipt om later aan elkaar te worden gestikt. Knip de beleggen dan bij voorkeur niet door op de schoudernaadlijn, maar iets er voor of erachter, dit met het oog op de latere extra naaddikte.

Voor het beleg van de hals kun je op dezelfde manier te werk gaan.

Omleggen van de naad van het beleg

Om een extra mooie afwerking te krijgen, kun je de naad van het beleg omleggen oftewel iets naar binnen laten vallen. Dat hoeft maar 1-2 millimeters te zijn, maar het oogt een stuk fraaier. Het houdt wel in, dat het beleg eigenlijk een heel klein stukje kleiner geknipt zou moeten worden. Het verschil is echter zo gering, dat dit meestal achterwege blijft, omdat je dit tijdens het naaien kunt verwerken. Bij een dunne stof is de belegnaad overigens veel minder zichtbaar dan bij een dikke stof.

Versteviging door het beleg

d74a14697c7b26b9a6ff6287ff319b7e_medium.Het beleg werkt als een extra versteviging op de plekken waar het is aangebracht. Toch is het soms nog noodzakelijk om tussen het beleg en de stof nog een extra versteviging aan te brengen in de vorm van een tussenvoering. Te denken valt hierbij bijvoorbeeld aan de revers van een jas, colbert of mantel.

Die tussenvoering zetten we vast op het beleg, voordat het beleg aan het kledingstuk wordt gezet. Bij een aangeknipt beleg wordt het ook eerst aan de belegzijde vastgezet en daarna omgevouwen.

Vastzetten van het beleg

67af795379925cd96be0f99f80e756c0_medium.Meestal wordt een beleg niet vastgezet op het kledingstuk. De kanten worden zo plat mogelijk afgewerkt en daarna glad gestreken of geperst. Wanneer het beleg toch de neiging heeft steeds naar de goede kant naar buiten om te klappen, dan kan het met een paar kleine en losse steekjes worden vastgezet op bijvoorbeeld de naden. Let wel op dat de naden daardoor niet gaan trekken; anders kun je het hele beleg met een losse zoomsteek vastzetten. Een andere mogelijkheid is om een sierstiksel te maken op 1 of 2 cm van de naadrand; hierdoor worden de gehele beleggen in één keer vastgestikt.

Beleggen waarin knopen of knoopsgaten komen, hoeven nooit te worden vastgezet. De knopen worden immers door en door vastgenaaid en de knoopsgaten worden door alle stoflagen heen gemaakt, waardoor het beleg eveneens gelijk vastzit.

 

ASMAY.

© 2016 Foto's: Asmay, Office.microsoft.com, Pixabay.com.

(Inspiratiebron: Marion Mode.)

 

ca8433fce8d8eefc8d889eb705b9d100_medium.Zie ook:

Naaien-voor-beginners-10-werkvolgorde-de-voorbereiding

Naaien-voor-beginners-11-werkvolgorde-het-naaiwerk

Naaien-voor-beginners-12-werkvolgorde-de-afwerking

Naaien-voor-beginners-13-stof-met-ruiten-of-strepen

Naaien-voor-beginners-14-voering-en-tussenvoering

Of lees verder via:

https://tallsay.com/asmay of

https://asmay.wordpress.com/ of

https://tallsay.com/asmaysrecepten of

https://asmaysrecepten.wordpress.com/

13/12/2016 06:55

Reacties (2) 

1
13/12/2016 07:33
Helder uiteengezet. Goed artikel.
1
13/12/2016 07:27
Ik heb hier heel wat keren mee zitten stoeien, maar nu heb ik het onder de knie.
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert