Ik leef in mijn moordenaars

Door Edwin Bruinooge gepubliceerd in Verhalen en Poëzie

Het verhaal van een vrouw die letterlijk en figuurlijk onsterfelijk is. De enige, voor zover ik weet.

c4b7320904fc29684b42bab61f32bec1_medium.

Ik leef in mijn moordenaars

Ik voel zijn aanwezigheid. Zien kan ik niet meer, al heel lang niet. Al mijn zintuigen zijn uitgeschakeld. Alles wat me rest is een intuïtief voelen, een kennisloos weten, iets dat vroeger toen ik nog ‘gewoon’ was, nooit echt tot ontwikkeling kwam. Zoals bij zoveel mensen, omdat wij aan onze vijf zintuigen genoeg hebben. Maar nu is het alles wat ik nog heb.

Ik ben hier, maar niet alleen hier. Ik ben verspreid, overal. Als ik me concentreer, ben ik me bewust van alles wat ooit ‘IK’ was, alles wat ooit uit mij gegroeid is, nu verspreid over bijna alle continenten. Ik weet dat ik uniek ben. Ik ben mens, maar toch ook meer. Of is het juist minder?

Met mijn ‘nieuwe zintuig’ kwam ook de herinnering aan de tijd dat ik nog ogen had om te zien. Sindsdien kan ik me een beeld vormen van wat om me heen gebeurt. Hij doet het deurtje open. Koude lucht stroomt mijn verblijf binnen, maar in mijn warme bad merk ik er nog niet veel van. De kleine plastic container waarin ik me bevind, houdt hij voorzichtig in zijn handen. De kou voel ik pas als hij het deksel optilt, een alarmerend gevoel van onbehagen komt over me als hij iets onbekends in mijn bad spuit. Ik moet daarop reageren, Ik voel dat ik geen keuze heb maar ik weet nog niet hoe. Voor hem is dit belangrijk. Voor hem is dit de reden van mijn bestaan.

011429e9b27177e325e8718a6d6d646d_medium.

Mijn bestaan. Ik had het nooit zo gepland. Dit had ik nooit kunnen voorzien. Mijn leven zag er in het begin heel anders uit. Ik ben geboren in 1920 in Virginia. Mijn moeder stierf bij de bevalling van haar tiende kind. Mijn vader kon het niet opbrengen ons allemaal op te voeden en te onderhouden. Ik zie het weer voor me, het huis van mijn grootvader waar ik opgroeide, het voormalige slavenverblijf. Ik herinner me weer de dag dat ik trouwde met David. Ik zie de jonge zwarte vrouw die ik ooit was weer zweten op de tabakplantage en later in de staalfabriek. Het waren harde tijden, het waren moeilijke jaren. Ik voel opnieuw de vreugde en de dankbaarheid bij de geboorte van mijn vijf kinderen. Het doet me pijn dat ik ze niet heb kunnen zien opgroeien. Want toen mijn jongste nog maar een paar maanden oud was, gebeurde het.

Ik heb heel weinig scholing gehad en begreep niet echt wat mij mankeerde. Mijn artsen spraken niet in een taal die ik kon begrijpen. Dat ik het ziekenhuis niet levend zou verlaten was duidelijk. Dat mijn baarmoederhalskanker ongeneeslijk was, snapte ik wel. Ik heb vreselijke pijn geleden, veel verdriet gehad en geprobeerd om kracht te putten uit de relatie met mijn Maker. Uiteindelijk heb ik me erbij neergelegd, dat mijn aardse bestaan zou eindigen in mijn eenendertigste levensjaar. Wat mijn laatste gedachten waren, ik ben ze vergeten. Wel weet ik dat ik vol vertrouwen uitkeek naar mijn nieuwe eeuwige leven, bij Hem, bij mijn voorouders en mijn moeder. De plek waar ik ooit al mijn geliefden weer in de armen kon sluiten. De plek waar alles beter zou zijn.

Maar mijn Maker, of het noodlot, beschikte anders.

31e2ec2539911f77a6cfc369f1e2ae2d_medium.

Terwijl mijn oude lichaam begraven werd, leefde ik voort. Eerst nog onbewust, tot mijn nieuwe zintuig zich ontwikkelde en ik een soort bewustzijn terugkreeg. Mijn ziel is niet overgegaan, of tenminste niet helemaal. Mijn kankercellen leven voort, nu al vijfenzestig jaar. Ze houden me vast. Ze zijn uniek, de énige cellen die écht onsterfelijk zijn en zich maar blijven delen. Ik wist niet dat mijn arts ze had weggenomen en was gaan kweken. Hij had me niets gevraagd en niets verteld. Hij was dat ook niet verplicht.

Nu weet ik het, hoe belangrijk mijn kankercellen zijn. Nu weet ik dat zonder mij Jonas Salk geen poliovaccin had kunnen ontwikkelen en dat die afschuwelijke ziekte dankzij mij bijna uitgeroeid is, niet meer dan een herinnering. Ik bén mijn kanker. Ik ben nu overal, over de hele wereld. In bijna alle ziekenhuizen en laboratoria leef ik. Ik ben in de ruimte geweest, ik ben blootgesteld aan radioactieve straling, ik mocht strijd leveren met talloze bacteriën en virussen. Op mij zijn onnoemelijk veel giftige stoffen uitgetest. Ik heb alles ondergaan en bleef voortleven, nu al meer dan twee keer zo lang als mijn leven als mens van vlees, bloed, botten, armen, hart en benen. En het ziet er naar uit dat ik niet te stoppen ben. Meer dan zestigduizend onderzoeken op mij zijn er gepubliceerd. Ik was een kleine vrouw van vijf voet en twee inches. Over mijn gewicht zeg ik niets. Maar alle kankercellen die ooit uit mij gegroeid zijn wegen evenveel als een aantal keer de Empire State Building, een gebouw dat ik nooit heb mogen zien. Zonder mij was de medische wetenschap niet wat ze nu is. Zonder mij waren veel medische doorbraken niet mogelijk geweest.

4b3f0b99a9e01769e59237097edd689e_medium.

Voel ik trots? Ergens wel. Het is een trots die voortvloeit uit nederigheid, ontzag en dankbaarheid. Door mij zijn duizenden, misschien wel miljoenen mensenlevens gered, in het verleden, nu en ook in de toekomst. Er zijn dagen dat dit gevoel overheerst, maar er zijn ook dagen dat ik overspoeld word door spijt en verdriet. Ik denk dan aan mijn kinderen die dit nooit hebben geweten en er pas twintig jaar na mijn dood achter kwamen. Ik heb verdriet als ik denk aan de miljoenen die aan mijn cellen zijn verdiend, terwijl zij zich niet konden verzekeren tegen ziektekosten. Ik snap hun woede, hun achterdocht en hun onbegrip. Ik zou ze in mijn armen willen sluiten, ze willen troosten en ze vertellen dat alles goed is zoals het nu is. Twee van mijn kinderen zijn nu bij hun Maker. Ben ik daar gedeeltelijk ook, of is mijn tijd nog niet gekomen? Is het mijn lot dat een deel van mij hier moet blijven omdat ik nog een taak te vervullen heb? Als dat zo is, dan leg ik me daarbij neer. Ik vertrouw op mijn Maker en onderga wat Hij heeft beschikt. Zo ben ik opgevoed, zo wil ik denken en voelen. Maar het is niet altijd makkelijk. 

Ik voel de gifstoffen die zojuist in mijn container zijn gespoten op me inwerken. Ik kies ervoor om uit te treden. Ik voel mijn aanwezigheid in andere laboratoria van dit ziekenhuis. Ik voel mijn aanwezigheid in andere laboratoria in deze stad, in dit land, over de hele Aarde. Naast verdriet voel ik vrede. Ik moest sterven, opdat mijn moordenaars konden leven. Mijn moordenaars, die het leven van zoveel mensen gered hebben. Mijn moordenaars in wie ik voortleef en die mijn nalatenschap aan de wereld zijn. 

688892aea337a3777b2ebbf25a63ad6e_medium.

Als Henrietta Lacks leefde ik slechts eenendertig jaar. Als HeLa-cellijn al meer dan twee keer zo lang. Elke onderzoeker op medisch gebied kent mijn nieuwe naam. Ik ben onsterfelijk, ik ben overal. Voor mij is er geen eeuwige rust. Ik draag het lijden van de wereld, omdat ik blijkbaar nog een belangrijke taak moet vervullen. Ik draag mijn lot waar ik geen inspraak in had, zoals miljoenen vrouwen over de hele wereld dagelijks doen. Denk aan mij, als jullie medicijnen innemen. Denk aan mij als jullie lezen over medische doorbraken. Grote kans dat ze er zijn dankzij mij. Ooit zal ik eeuwige rust vinden. Maar nu nog niet. 

f1f9499fc628aea68ba9364cf33110bd_medium.


*geïnspireerd door 'The Immortal Life of Henrietta Lacks' van Rebecca Sloot*

29/11/2016 15:13

Reacties (15) 

17/12/2016 18:08
Heel bijzonder verhaal...
30/11/2016 15:09
De wetenschap staat voor niets.
1
30/11/2016 03:18
Bijzonder. Goed geschreven.
30/11/2016 12:20
Terima kasih! ☺
1
30/11/2016 00:50
Deze herinner ik me ook nog en helemaal vanwege de echt sublieme titel.
2
30/11/2016 12:19
Weer eentje uit de good old schrijfopdrachten. ;-)
30/11/2016 12:32
Een hele mooie tijd.

Al had ik uiteraard al die keren de gouden medaille verdiend en niet die andere personages als een Nonnie, Lady DI, Karazmin, Marinus en die hoe heet die ook al weer ... Gildor Inglorious. -))
2
29/11/2016 22:43
Kende het verhaal van 'het kweekje'. Hoe jij het hier neerzet: Prachtig vanuit een onverwacht perspectief neergezet!
2
30/11/2016 12:03
Als alles dat leeft een bepaald soort bewustzijn heeft, ook al is het op microscopisch niveau waarschijnlijk puur fysisch en chemisch, dan zou het voor deze menselijke cellen misschien ook zo kunnen zijn.
Vanuit dat perspectief begon ik te fantaseren. ☺
1
29/11/2016 22:02
Verbijsterend, dat er sindsdien dan zo weinig andere weefsels (en tumoren) voor kankeronderzoek zouden zijn gebruikt. Daarom neem ik dit larmoyante verhaal, met alle respect, toch maar met een korreltje zout: vooral omdat het om een - nog gedurende haar leven verwijderde - tumor gaat.
Ze kunnen tegenwoordig elke tumor tot St. Juttemis laten doorgroeien, tenminste zolang de stroom niet uitvalt en de noodgeneratoren het niet begeven. Bovendien vraag ik mij af in hoeverre een tumor tot je lichaam behoort. In elk geval is die geen identiteitsbepalend onderdeel van je lijf.

Maar ...
2
30/11/2016 12:19
Niet alle tumorcellijnen zijn onsterfelijk.
Het grote voordeel van de HeLa-cellijn is het feit dat het bijzonder gemakkelijk te kweken is, ontzettend snel groeit en ook op genoom-niveau volledig bekend is. Het gedraagt zich nog steeds als een min of meer representatieve menselijke cel, terwijl dat beslist niet zo is met veel andere tumorcellijnen. Dat maakt HeLa geschikt voor een bijzonder groot aantal toepassingen.

Het meest verbijsterende aan deze hele geschiedenis is voor mij het feit dat de familie tot in de jaren zeventig geen flauw idee had wat hun moeder cq. grootmoed...
1
29/11/2016 16:36
Volgens mij heb ik dit verhaal van je al eens gelezen.
29/11/2016 17:42
Yep, een oude schrijfopdracht. En een onderwerp waar ik al langer mee speelde.
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert