Hadden wij maar een boetebessie.

Door Eddie van Groningen gepubliceerd in Geschiedenis

Jammer toch, dat Nederlanders de neiging hebben hun eigen taal niet goed genoeg te vinden om de werkelijkheid onder woorden te brengen. Zo is in het bedrijfsleven, maar ondertussen ook bij de overheid, bij non-profit (ja, ja) organisaties en zelfs in de softe sector het gebruik van Engelse termen schering en inslag. Van marketing tot me-time, van human resources tot healing van mindfullness tot meeting. Van content (engels uitspreken, niet frans) tot topdown. Van high potentials tot privacy.

Onze Zuiderburen uit hetzelfde taalgebied hebben wat meer eerbied voor de eigen taal. Die zijn eerder geneigd geen buitenlandse woorden of zinsneden klakkeloos op te pikken. Het zorgt ervoor dat de taal, in mijn oren dan, kruidiger klinkt, levendiger, meer eigen. Zo is in België een centrifuge, een droogzwieper. Een punaise noemt men een duimspijker en een immigrant wordt wel aangeduid met inwijkeling. Aquaplanning heet simpelweg watergladheid. Mooi toch, woorden die precies aangeven wat er mee bedoeld wordt, het gegeven zelfs met woorden visualiseren. Daarom heet in België een studentenkamer een kot. En gaan we niet naar de kroeg, maar op kroeg. Dat klinkt leuker, maar is ook beter. Als je op de kroeg bent, dan zit je al aan de toog.

Nog mooier is eigenlijk het Zuid-Afrikaans. Een versie van het Nederlands waarbij de tijd lijkt stil te hebben gestaan. Veel woorden klinken hetzelfde, maar betekenen soms net ietsjes anders. Tevens is er een flink aantal woorden die laten zien dat het huidige Nederlands behoorlijk wat van het oer-Nederlands is afgedwaald. Zoals gezegd hebben Nederlanders de neiging vaak een vreemd woord te gebruiken om iets te duiden. Neem nu euthanasie. De term verhult eigenlijk waar het om gaat. In Zuid-Afrika niet. Daar heet dat gewoon genadedood. Kijk, daar hou ik van: woorden die precies uitdrukken wat er bedoeld wordt, zeggen waar het op staat. Zodat je aan het woord zelf de betekenis meteen kunt afleiden. Soms brengt dat in onze oren ook nog wat humor in het taalgebruik. Wat dacht je bijvoorbeeld van de volgende Zuid-Afrikaanse woorden: bedelrij (= liften), boetebessie (= vrouwelijke parkeerwachter), loopdop (= afscheidsdrankje), pensklavier (= accordeon), moltrein (=metro). Zeg nou zelf: mooie bloemrijke, niets verhullende taal, toch?

Niets verhullend taalgebruik is ook een pleidooi tegen de zogeheten eufemisme-tredmolen die maar voortwoekert in dit land. Die tredmolen heeft een verzachtende functie maar leidt soms tot onbegrijpelijke samenstellingen. Denk aan de reeks: gastarbeider > buitenlander > immigrant > allochtoon > medelander > nieuwe Nederlander > inwoners met een migratieachtergrond. Zo leidt verhullend taalgebruik tot onmogelijke taal.

29/11/2016 08:42

Reacties (3) 

30/11/2016 10:57
Goed artikel, ben ik ook met je eens.
29/11/2016 21:34
Over 300 jaar spreken wij overal op de wereld hetzelfde koeterwaals. Daar kun je weer leerkrachten mee uitsparen.
Alleen kan dan geen hond meer onze schrijfsels hier lezen. ;)
29/11/2016 08:57
Taal blijft een wonderlijk iets, al heb ik zelf niet zo'n aversie tegen 'leenwoorden' zoals dat officieel heet.
Is het toeval dat het gezicht iop de foto die je bij je artikel hebt geplaatst veel weg heeft van je eigen avatar?
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert