Kruisen en bestuiven: het ontstaan van nieuwe bloemvariaties

Door Asmay gepubliceerd in Huis en tuin

59a104ed7949a9bfcf78a10276488d4e_medium.Bloemen komen van nature in heel veel kleuren voor. Echter, niet elke bloem komt in alle kleuren van de regenboog voor, althans niet in het wild. Door kruisbestuiving en veredeling van bloemen, bollen en planten heeft de mens daar al veel verandering in aangebracht; van rozen, tulpen, lupines, gerbera's enz. enz. zijn al vele variaties in door de mens gemanipuleerde soorten, maten en kleuren te vinden. Maar dat geldt niet voor alle bloemen. Sommige nemen namelijk niet of niet eenvoudig een totaal andere kleur aan.

Sleutelen aan bloemen een monnikenwerkje

Het sleutelen aan bloemen en planten om hun eigenschappen of uiterlijk te veranderen is een tijdrovende bezigheid. Het duurt immers maanden voordat een bepaalde kruisbestuiving van planten of bloemen uitgroeit tot een nieuwe plant en men het al dan niet geslaagde resultaat van de inspanningen kan zien.

abced978511a562883f0ae8c56cc75b7_medium.Eén van de eersten, die op deze manier aan planten knutselde was een monnik in een Tsjechisch klooster in Brno, genaamd Gregor Mendel (1822-1884). Mendel experimenteerde in de kloostertuin jarenlang met erwtenplantjes. Na letterlijk duizenden experimenten merkte hij op, dat in driekwart van de kruisingen een  zichtbare eigenschap van de ouderplanten terug te zien was. Eén kwart erfde wel de eigenschappen of genen van de ouderplanten, maar deze kwamen bij hen niet tot (zichtbare) uitdrukking.

Mendel formuleerde in vervolg hierop een bepaalde berekening, waarbij je kunt vaststellen welke eigenschappen door overerving wel of niet in de nazaat tot uiting zullen komen. Deze formule werd later de Formule van Mendeliaanse Overerving genoemd. Mendels formule bleek niet alleen van toepassing te zijn op erwtenplanten, maar ook op andere plantensoorten, dieren en zelfs op mensen; de formule wordt in het kader van erfelijke eigenschappen overigens nog steeds toegepast.

Natuurlijke bloemkleuren pragmatisch ontstaan

De meeste bloemdragende planten hebben voor hun voortplanting de hulp nodig van insecten. Bijen, hommels, motten, vlinders, kevers en zweefvliegen bezoeken dan het hart van de bloem om de nectar en het stuifmeel te verzamelen. Een gedeelte wordt door het insect gebruikt als voedsel, een deel van het stuifmeel blijft echter aan hun poten hangen en wordt meegenomen naar de volgende bloem, die daardoor weer wordt bestoven of bevrucht. Meestal vindt de bestuiving annex bevruchting plaats bij bloemen van dezelfde soort, waardoor hun voortbestaan is gewaarborgd. Soms bezoekt een insect verschillende bloemen en vindt er van nature een kruisbestuiving plaats, waardoor een nieuwe soort en/of kleur kan ontstaan.

edff0b68db414c6d696158009f1e9b93_medium.

De kleuren van bloemen zijn overigens zeer pragmatisch ontstaan, namelijk volgens de wet van het meeste succes. Welke kleur trekt immers de meeste insecten aan en garandeert de plant daardoor van een goede voortplanting? De bloemkleur is dan ook het reclamebord van de bloem om insecten te lokken: hier moet je zijn! De voorkeur van de meeste insecten gaat overigens uit naar opvallende, felle kleuren, zoals bijvoorbeeld gele, oranje, hardroze, rode of paarse bloemen. Nachtmotten zullen echter een voorkeur hebben voor witte bloemen, omdat die in het donker goed afsteken en gemakkelijker te vinden zijn. Bijen houden weer erg van geel, paars en 'bijenpurper'. Dit laatste is een soort geelpaarse kleur, die alleen insecten kunnen zien. Deze kleur is meestal te vinden in het hart van de bloem waar de nectar en het stuifmeel zich bevinden. Bijen herkennen hierdoor sneller en gemakkelijker de voedselbron.

Kunstmatige bloemkleuren worden slechter bestoven

328c7ab1d4f326a00a7b08c92846a7bd_medium.Hieruit volgt dan weer, dat veel van de door de mens zo gewaardeerde en kunstmatig verkregen pasteltinten, zoals zachtroze, perzik, lila, lichtgroen of lichtblauw en de samenstelling van verschillende kleuren in één bloem, door de insectenwereld niet zo worden gewaardeerd. Deze planten zullen buiten dan ook veel minder bezoek van natuurlijke bestuivers ontvangen.

Bloemen met bijzondere, kunstmatige kleurvariëteiten zijn dan ook vooral het domein van professionele plantenkwekers, die er zelf (vaak met de hand) voor zorgen, dat hun kostbare bloemen worden bestoven en zich kunnen voortplanten.

Heilige graal aan bloemkleuren

Niet iedere bloem is te 'maken' in elke gewenste kleur. Dat mensen door een bepaalde bloem en of bloemkleur zelfs op hol kunnen slaan, toont de geschiedenis met onder andere de periode van de onbegrijpelijke tulpenmanie of tulpenrage. Rond 1630 ontstond in het toenmalige Nederland een ware gekte rond de tulpenbol. Elke nieuwe kleur of variëteit werd met veel geld gewaardeerd. Op een gegeven moment werden tulpenbollen zelfs handelswaar, waarmee werd gespeculeerd en waar zakken goud voor werd betaald, hetgeen natuurlijk in geen verhouding stond tot hun werkelijke waarde.

37ebff9671d81997430c4e3db01c5e01_medium.Eén variëteit vormde zelfs  een soort heilige graal: de zwarte tulp. Er waren mensen, die er hun hele vermogen voor over hadden, zelfs een arm of been voor hadden gegeven om een zwarte tulpenbol te kunnen bezitten. De variëteit bestond echter (nog) niet; bij de exemplaren die werden verhandeld had men vaak inkt in het water gedaan. De er uit groeiende tulp zag er zwart uit, mits er inkt in het water bleef, maar de nakomelingen herkregen weer de oorspronkelijke kleur. Na ongeveer 7 jaar was de rage ineens voorbij, de bollenmarkt stortte in en veel speculanten bleven berooid achter. De zwarte tulp is er inmiddels wel, evenals een zwarte roos. Echter, de kleur is meer een variatie van diep donkerrood dan van echt zwart.

Ook nu zijn plantenkwekers op zoek naar nieuwe kleuren voor bepaalde bloemsoorten, die die kleur van nature niet hebben, maar de gekte zal niet gauw meer zo'n uitzinnige vorm aannemen als in de eerste helft van de 17e eeuw. Zo'n bijzondere, nieuwe soort heilige graal is bijvoorbeeld het kweken van een blauwe narcis.

Waarom geen blauwe narcis?

cd47544738e190a6f4e76860ab44dc4e_medium.Blauw is een niet veel voorkomende kleur bij bloemen, in tegenstelling tot geel of rood. Behalve echt blauwe bloemen, zoals bijvoorbeeld blauwe druifjes of korenbloemen, is de kleur van zo genoemde bloemen echter vaker een tint van lila en paars dan van blauw.

Het kweken van een blauwe narcis – en vele andere bloemsoorten in een blauwe kleur – is ongelooflijk ingewikkeld en tijdrovend. Maar waarom lukt bijvoorbeeld wel een blauwe petunia, maar niet een blauwe narcis?

3e805c7b56ea3aca902ede2f649ee4b8_medium.Dat komt, omdat de kleur blauw in een bloem wordt gevormd door de kleurstof anthocyaan. De kleurstof wordt door enkele tientallen genen samengesteld en zit in de plantencellen. De verhouding van het anthocyaan met andere kleurstoffen in de genen van een plant zorgt dan uiteindelijk voor een rode, donkerrode, purperen, paarse of blauwe bloemkleur. Een rode bloem kun je – met de nodige moeite en manipulatie – veranderen in de richting van paars of blauw, omdat de plant de kleurstof anthocyaan in zich heeft. Een narcis bezit de kleurstof anthocyaan echter helemaal niet. De kleur van de narcis wordt bepaald door de kleurstof betacaroteen, van lichtgeel tot donkeroranje. Wil je een narcis met anthocyaan kweken, dan moeten daar uiteindelijk rond de 20 kleurstofmakende genen voor worden veranderd – bepaald geen sinecure. Ooit zal men er misschien in slagen, maar voorlopig is een blauwe narcis in de tuin nog een illusie.

Tot slot

4e5b5bda521ade242d2ed0e6dc46f482_medium.Snijbloemen worden in veel verschillende en ook wel kunstmatige kleuren aangeboden. Vaak worden de bloemen gemanipuleerd door een bepaalde kleurstof aan het water toe te voegen. De moederplant of de bloemstengel zuigt dit op en de kleur of kleuren worden zichtbaar in de bloemblaadjes (bijvoorbeeld bij regenboogrozen). De bloemen behouden hun bijzondere kleur in de vaas en sterven dan af.

Maar het behoud van deze kleuren in het nageslacht van bollen of planten, om er mee te kweken of om in de tuin te planten, is nog lang niet mogelijk. Daarvoor zou je de genen, het DNA, van de plant ingrijpend moeten wijzigen, maar de plant toch ook aantrekkelijk moeten maken voor de bestuivende insecten, zodat deze op zichzelf in tuinen kan overleven. En dat is voorlopig nog verre toekomstmuziek.

 

ASMAY.

© 2015 Foto's: Asmay, Office.microsoft.com, Wikimedia Commons.

 

d87314570d2a892e3e55d47200cab40e_medium.Zie ook:

Planten-in-huis-voor-een-beter-leefklimaat

Plantencombinaties-voor-de-moestuin

Plantentaal-de-communicatie-van-planten

Verantwoord-tuinieren-biologisch-biologisch-dynamisch-of-ecologisch?

Verantwoord-tuinieren-permacultuur

Of lees verder via:

https://tallsay.com/asmay of

https://asmay.wordpress.com/ of

https://tallsay.com/asmaysrecepten of

https://asmaysrecepten.wordpress.com/

17/11/2016 06:45

Reacties (4) 

2
15/11/2017 22:06
Prachtig artikel
1
17/11/2016 08:12
Mooi om eens te lezen hoe men tot nieuwe soorten kwam. Baanbrekend werk verricht door monnik Mendel.
1
17/11/2016 08:03
Weer wat bijgeleerd.
1
17/11/2016 07:54
Interessant artikel.
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert