Requiem: Proloog

Door Rudi_L gepubliceerd in Verhalen en Poëzie

c953d0923e197b201810fe7d822e391e_medium.

 

 

REQUIEM

thriller

Rudi J.P. Lejaeghere

 

IN MIJN HOOFD

 

Ze leiden stil hun eigen leven
zij die zich fluisterend
een weg banen langs mijn oor

hoezeer ik naar hen luister
nog ontsnappen ze door
de mazen van mijn brein

hoe zal het trouwens zijn
wanneer ze zich versmelten
met het waas van beelden
dat zich op mijn netvlies brandt

zal het geraaskal waarin ik hen
aan mijn lippen verlies
lang genoeg
in de ruimte blijven hangen

zal het geluid van hun echo
zich verzetten aan de hardheid
van mijn blad papier.

Rudi J.P. Lejaeghere
Uit de dichtbundel ‘Perpetuum Mobile’

 

PROLOOG

 

We hebben allemaal heel wat kamers in ons hoofd. Het is een groot huis waar we in de ene kamer onze goede, soms ook onze slechte herinneringen bewaren. Een andere kamer is vermoedelijk alleen bestemd voor feitelijke gegevens of data zoals gezichten, namen, telefoonnummers en een stuk of wat belangrijke adressen. Misschien is er zelfs eentje waar we onze ideeën over diverse geuren, kleuren en smaken in sparen. Sommigen beweren dat er zeker een plaatsje is voor de momenten van genot in een stuk lekkere chocolade of een glaasje goede whisky.

De meeste mensen bezitten een heel apart kamertje. Daarin stoppen ze alle leed, verdriet en pijn, hun donkerste gedachten. Daar rangschikken ze in een speciaal vakje het schielijke overlijden van een verongelukte zoon of de zelfmoord van hun dochter van achttien. Voor een ander is het de plaats waar men zijn herinneringen aan het aftakelingsproces van een zieke vader of moeder wegstopt. Er zijn krochten, griezelkamers en spiegelpaleizen in onze bovenkamer, elk op zich voor een ander doel. Soms is het gewoon een hoekje om zijn angst voor spinnen en slangen te verbergen of haar schaamte en afkeer voor een andersgezinde te verdoezelen. Niet te vergeten, ergens links achter een dik gordijn verschuilt zich de aversie voor anders denkende mensen. Klaar om onverwachts toe te slaan, ligt dit monster klaar, een beest dat afkeer heeft voor alles wat vreemd is of anders lijkt dan hijzelf.

De mens sluit bewust al deze deuren en bergt de sleutels op in een kluis die hij voor alle veiligheid in de kelder van zijn geest begraaft. Ergens op een plaatsje in zijn hoofd waar enkel hij aan kan. Geheimen en opgekropt verdriet bewaren het best achter gesloten deuren.

Soms heb je mensen die de deuren van hun kamers wijd open laten staan zodat iedereen kan binnenkijken. Zodanig wijd, dat hun smart en pijn via een rivier van tranen uit hun ogen wegvloeien. Hun mond trekt wagenwijd open terwijl ze huilen als een wolf naar de wassende maan. Ze krabben zich van onmacht het bloed van onder hun nagels. Extrovert in hun gevoelens, zoals deze mensen zijn, willen ze de hele wereld deel uit laten maken van het leed dat hen wordt aangedaan, getuigen ze dag na dag van de beproevingen die zij moeten doorstaan.

Op een bepaald moment raken de kamers in ons hoofd overvol. Bij deze personen waar geen kamer meer onbezet is, waar de deuren bol staan van opgekropte gevoelens en talloze spoken hen wakker houden in de nacht, gebeurt op een dag het onvermijdelijke. Sommigen vinden nog in een laatste dubieuze poging een oplossing in antidepressiva of tranquillizers. Anderen zien gewoon geen weg terug uit hun persoonlijke hel en stoppen op een bepaald moment de loop van een .357 Magnum of hun dubbelloops jachtgeweer in hun mond en halen met gesloten ogen de trekker over. Is het uit schaamte dat ze hun ogen sluiten of om hun laffe daad niet te moeten zien?

Het zijn maar enkele van de pijnlijke vragen waar familieleden of vrienden nog jaren na hun dood mee zullen worstelen. Onbegrijpelijk, klinkt het uit hun mond! Hoe kan het dat we dat niet zagen aankomen? Toch gebeurt het zo dikwijls dat men het niet meer als toevallige gebeurtenissen kan classificeren. Er zijn er die zich met een overdosis rotzooi uit de wereld spuiten en met een laatste kick de vlam uitblazen en tegelijkertijd een hoop brandende problemen zo maar in enkele ogenblikken laten uitdoven. Enkele moedige karakters werpen zich als zombies voor de trein van halfnegen. Dappere mensen die het ultieme geduld nog kunnen uitoefenen, rekening houdend met de eeuwige vertraging van het treinverkeer. Weer anderen snijden zich als penitentie gelovig een kruis in hun polsen en wenen als boete het bloed uit hun aderen.

De man die zich hulde in het halfduister, ergens diep onder de grond, veilig in zijn zelfgebouwde schuilplaats had daarover zijn eigen mening. Af en toe werd zijn figuur als een schim door het licht van de kaarsen op de muren afgeschilderd. Een wit laken dat zijn gezicht verborg, behalve twee waanzinnige ogen die gloeiden als kolen in het schaarse licht, gaven hem het uitzicht van een spook in de nacht. Hij zou nooit kiezen voor die gemakkelijke weg van verslagenheid en overgave. Noch vandaag, noch morgen! Net zoals hij in deze wereld voor zichzelf en zijn praktijken een plaatsje had ingericht, was er een extra kamertje in zijn hoofd. Een heel speciaal ingerichte ruimte. Een kamer, afgesloten met een dikke deur. Eentje zonder sleutelgat en met geluiddichte wanden. Daar hoorde hij de stemmen!

Een ingewikkeld mechanisme beschermde de toegang tot deze locatie. Alleen hijzelf en de stemmen waren getuigen van wat er zich daar allemaal afspeelde. Gelukkig maar voor zijn vrienden en collega’s was deze gruwelkamer voor hen ontoegankelijk. Achter deze deur hoorden zij niet het schreeuwen van zijn opgekropte woede, zag men niet de kleur van zijn blinde haat of het bloedige resultaat van zijn met agressie geschonken vergiffenis. Het was een woede en haat die de wanden van zijn kamer rood schilderde. De kleur van verschrikking en geweld. Het was de kleur van het bloed dat hij vergoot door het zwaard dat hij als een meester hanteerde.

Zijn gevoelens raasden als een op hol geslagen sneltrein door zijn lijf. Hij voelde zich geroepen, uitverkoren! Hij was de verpersoonlijking van de wraak maar tevens de Engel die vergiffenis schonk in de dood. Beide gevoelens streden in zijn hoofd en sloten uiteindelijk een pact.

Pisnijdig als een getergd en gewond roofdier kraste hij op de binnenkant van de deur woord na woord, een zin…een schreeuw:

 

Hoed je voor elke dag dat ik uit mijn kamer breek!

 

© Rudi J.P. Lejaeghere

naar volgende hoofdstuk: https://tallsay.com/page/4294983274/requiem-hoofdstuk-1

02/10/2016 13:12

Reacties (2) 

1
01/12/2016 14:38
Het gedicht raakt me, je schrijven ook. Het is met een zodanige woordenschat en stijl geschreven dat de gevoelens vanuit elke kamer die ik langsloop tijdens het lezen als aanwezig voel. Ik geniet van je manier van schrijven.
Rudi_L tegen Yneke
02/12/2016 08:02
Dank je wel, Yneke, ik ben blij dat ik eens een reactie krijg op deze thriller die ik in 2012 geschreven heb. Jij bent de eerste die daar op reageert. Dat doet me goed. Bedankt. :)
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert