Associatie en cooperaties in Suriname

Door Asha gepubliceerd in Wetenschap en onderwijs

Inleiding

Het houden van pluimvee in Suriname is traditioneel ingegeven door de eigen behoefte. Mensen houden kippen, koeien, geiten, doksen, eenden, om te kunnen voorzien in hun eigen behoefte. Indien de productie groter is dan de eigen consumptie, wordt het overschot op de lokale markt afgezet ( S. Ganpat, 2002).

De pluimveesector in Suriname wordt bedreigd in zijn bestaan door de concurrentie van pluimvee exporterende landen. Traditioneel heeft de pluimveesector in Suriname, met name de vleesproductie geen concurrentie gekend van de pluimvee exporterende landen. Hierin is in beginjaren ’90 verandering in gekomen. Ineens werd de lokale markt overspoeld door de zogenaamde goedkopere kip en kip delen uit het buitenland.

Gevolg hiervan was en is dat de pluimveesector is ingekrompen en momenteel zelfs in haar bestaan wordt bedreigd.

Per week worden er ongeveer 130.000 kippen geconsumeerd. Legkippen leveren onder normale omstandigheden ongeveer 70% productie. Indien het voer niet aan de eisen voldoet en in voldoende mate wordt toegediend, blijft de productie beneden 35%. De leg overproductie in Suriname bedraagt plus minus 150.000 kg per week. 50% daarvan is 75.000 kg verlies per week.

De oorzaak van dit alles blijft volgens Hilversum de bescherming van de lokale kip producenten niet genieten van de overheid. Enerzijds wordt er volgens hem additionele kweekmateriaal hoge invoerrechten geheven, anderzijds lage invoertarieven voor importeurs die kip delen uit de Verenigde Staten (VS), Brazilië, Guyana, Duitsland, etc.

Lokale producenten moeten 40% invoerrechten betalen en 2% consent – en statistiekrecht, terwijl importeurs slechts 10% aan invoerrechten en 2% consentrecht moeten betalen voor kip delen.

Volgens Hilversum heeft Suriname als enig land uit het Caribische gebied de laagste tarieven. Surinaamse kwekers zijn al jaren gedwongen volgens Rapprecht om hun producten onder de kostprijs te verkopen om de concurrentie met de buitenlandse kip aan te gaan. Hilversum geeft aan dat het ongeveer 25% onder de kostprijs is.

Doordat Suriname geen quotum heeft voor importkip, raakt de markt overspoeld met goedkoop buitenlands vlees, met de “verplichte dood” van de Surinaamse kip sector.

Met de huidige invoerrechten kan lokale geproduceerde kip de concurrentie met de altijd goedkope Amerikaanse en Braziliaanse kip en kip delen nimmer aan.

De problemen die er bestaan binnen de pluimveesector zijn de volgende:

  • import van kip en kip delen;

  • instabiele prijzen;

  • het beleid van de overheid is niet protectionistisch gericht naar haar eigen ondernemers toe;

  • gebrek aan educatie;

  • gebrek aan onderzoek;

  • gebrek aan voorlichting.

    Door de bovenstaande problemen hebben individuen het initiatief genomen om een oplossing te vinden. De individuele kip boeren zijn overgegaan tot het oprichten van de Associatie Pluimvee Sector Suriname (APSS) op 10 december 2000 voor een onbepaalde tijd. Er zijn een aantal andere organisatie vormen die gekozen kon worden om de gemeenschappelijke belangen te behartigen.

    Het is daarom interessant om het volgende te onderzoeken:

    Waarom heeft de Associatie Pluimvee Sector voor Suriname gekozen voor een associatieve organisatievorm en niet voor een coöperatieve organisatievorm?

     

    Ter ondersteuning van de centrale vraagstelling heb ik de volgende deelvragen geformuleerd:

  • Wat is een Associatie?

  • Wat is een coöperatieve vereniging?

  • Welke gemeenschappelijke waarden en normen delen de APSS leden met elkaar?

  • Wat waren de overwegingen van de Associatie Pluimvee Sector Suriname (APSS) voor het kiezen van een associatie als organisatievorm in plaats van een coöperatieve?

 

Centrale begrip (pen)

 

Associatie – een organisatievorm waar en groep gemeenschappelijke belangen hebben en op de hoogte worden gesteld over de problemen en de behoeften die zich voordoen.

 

Coöperatie- an autonomous association of persons united voluntarily to meet their common economic, social and cultural needs and aspirations through a jointly owned and democratically controlled enterprise (J. Birchall, 2003).

 

Methodologie van onderzoek

Ik heb krantenartikelen en literatuur geraadpleegd die betrekking hadden op de coöperaties als organisatievorm. Ook heb ik gebruik gemaakt van het internet om informatie te verzamelen en heb interviews afgenomen van onder andere voorzitter van de APSS, de penningmeesters en andere leden.


De relevantie van dit thema
Dit thema is maatschappelijk relevant, omdat de problematiek die er binnen de Surinaamse kipsector heerst een negatieve invloed kan hebben voor de economie van Suriname. Ook zal het gevolgen met zich meebrengen voor de lokale producenten en werknemers die hun primaire inkomsten uit deze sector genereren. 

De opbouw van het werkstuk

In hoofdstuk 1 geef ik een beschrijving over associatie versus coöperatieve vereniging. Paragraaf 1.1 gaat over coöperatieve organisatievorm; hoofdstuk 2 geef wat informatie over de Associatie Pluimvee Sector Suriname (APSS); paragraaf 2.1 geeft de gemeenschappelijke waarden en normen van de APSS weer; paragraaf 2.2 geeft een beschrijving over de taken van de APSS; paragraaf 2.2.1 beschrijft de strategieën van de APSS; in paragraaf 2.2.2 komen de activiteiten van de APSS aan de orde. Hoofdstuk 3 gaat over de keuze Associatie in plaats van coöperatie. In paragraaf 3.1 komt wederom de coöperatie aan de orden en in hoofdstuk 4 trek ik een aantal conclusies en doe wat aanbevelingen.

 

Hoofdstuk 1 Associatie versus coöperatieve vereniging

De associatie is een organisatievorm tussen een groep personen die gemeenschappelijke belangen hebben. Een associatie kan zijn: een groep personen zie zich heeft aaneengesloten zoals in een productschap, vennootschap, beroepsorganisaties, etc.
Associatie is in de eerste plaats een orgaan waar men de behoeften en ervaringen van een ander leert kennen. Vervolgens kan men tot een afweging van het eigen belang met dat van de ander komen.

Dit kan dan resulteren in het vinden van een zodanig wederzijds belang, dat tot economisch handelen, een ruil dus, kan worden overgegaan. Het accent ligt op het overstijgen van het eenzijdige belang. De associatie is de vorm om wederzijdse belangen te kunnen vinden en daarmee dé primaire organisatievorm van de economie.

Een associatie is een organisatievorm buiten de politieke, bestuurlijke, militaire sfeer. Deze organisatievorm komt tot stand uit vrijwilligheid. Verder is er sprake van hoge morele betrokkenheid; gelijkheid; laag formeel gehalte en decentrale besluitvorming. Het voornaamste doel van een associatie wordt in de volgende definitie benadrukt.

Associations that represent a profession such as those mentioned above are called professional societies or individual membership societies because individuals join to learn the most up-to-date information about their profession and share common problems and solutions with others.
A trade association is an organization made up of business competitors. Businesses -- not individuals -- join trade associations.

 

1.1 Coöperatieve organisatievorm

“In 1995, the International, Co-operative Alliance (ICA), defined a cooperative as “an autonomous association of persons united voluntarily to meet their common economic, social and cultural needs 

and aspirations through a jointly owned and democratically controlled enterprise” (J. Birchall, 2003).

This definition emphasizes that cooperatives are independent of government and not owned by anyone other than the members”. “They are associations of persons, which can mean individual people but also legal persons, organizations that may themselves have members”. They are united voluntarily, and should be free to join or leave.

Collective farms or village or neighborhood associations that include all people in an area (whether or not they want to be members) are not genuine cooperatives. They are designed to meet their own needs as defined by the members. Cooperatives have voluntary and open membership, democratic member control, and economic participation on the basis of membership rather than size of investment, autonomy and independence (J. Birchall, 2003).

De coöperatie is primair een vereniging van personen, een groep in sociologische en sociaalpsychologische zin. Ze is een gemeenschapsbedrijf van de leden- bedrijven, dus onderneming in bedrijfseconomische zin.

Coöperaties zijn aparte ondernemingen, maar ze opereren als verlengstuk van de bedrijfsactiviteiten der leden. Coöperaties worden opgericht om de belangen van haar leden te behartigen. De leden zijn tegelijkertijd klanten en eigenaars.

De bedrijfsleiding van de coöperatie dient voornamelijk geïnteresseerd te zijn in een efficiënte en economische dienstenverlening ten behoeve van de ledeneigenaars, en niet in het maken van zo groot mogelijke winsten.

De coöperatie geldt als een vorm van economische organisatie, als een ondernemingsvorm. De coöperatie is een onderneming van een bijzondere soort. De coöperatie streeft geen winst na. Het gaat hier niet om een onderneming die winst dient te genereren voor de kapitaalverschaffers, maar om een onderneming in de verenigingsvorm die voorziet in economische behoeften van de eigen leden. De coöperatie functioneert voornamelijk voor de leden door te voorzien in bepaald economische behoeften en de coöperatie verschijnt in de hoedanigheid van een vereniging. De betrekkingen tussen de leden van de coöperaties zijn gebaseerd op de beginselen van vrijwilligheid en gelijkwaardigheid.

"Cooperatives exist primarily for the benefit of their members, they also have responsibility for their wider community. Behind the principle of equality are values such as self help, equity, democracy, equality among members and solidarity".

Het doel van een coöperatie is om de inkoopkosten van de leden zo laag mogelijk te doen zijn, dan wel de door de leden geleverde producten, na een eventuele be - of verwerking, tegen de hoogst mogelijke prijs te verkopen. De coöperatie probeert tegen de best mogelijke condities zaken te doen met haar leden (Prof. Mr. R.C.J. Galle, 1994: 20-21). De coöperatie kan geen eigen belang nastreven.

De coöperatie is een besloten samenwerkingsvorm. Het is niet noodzakelijk dat de leden van een coöperatie de hoedanigheid hebben van een ondernemer. De leden van een consumenten- inkoopcoöperatie doen zaken met hun coöperatie omdat zij behoefte hebben aan consumentengoederen. Het is deze specifieke economische behoefte van de leden die de basis vormt voor de coöperatieve samenwerking. De coöperatie onderneemt door met haar eigen leden zaken te doen (Prof. Mr. R.C.J. Galle, 1994: 18-19).

 

 Hoofdstuk 2 De Associatie Pluimvee Sector Suriname

De Associatie Pluimvee Sector Suriname (APSS) werd op het initiatief van een aantal kipboeren opgericht op 10 december 2000 voor een onbepaalde tijd. Als organisatie heeft de APSS een aantal doelen namelijk:

het als vertegenwoordiger van de pluimvee industrie erkend worden; het bevorderen van de ontwikkeling en groei van deze industrie; het behartigen van de belangen van haar leden in de meest uitgebreide zin deswoords; het bevorderen van de efficiëntie van de pluimvee industrie en het verbeteren van de kwaliteit van de diverse producten in de branche.

De APSS telt ongeveer 162 leden die in verschillende districten actief zijn, zoals: Wanica, Saramacca, Para, etc. De APSS bestaat uit gewone leden, ereleden, donateurs. De geldmiddelen van de vereniging bestaan uit contributie van de gewone leden; bijdragen van donateurs en giften en andere legaal verkregen inkomsten.

Het bestuur van de APSS bestaat tenminste uit 3 en ten hoogste 11 meerderjarige personen gekozen door de stemgerechtigde leden tijden de algemene leden vergadering (ALV). De bestuursleden treden 

 om de 2 jaar af, doch zijn terstond herkiesbaar. Het bestuur kiest uit zijn midden een voorzitter, een secretaris, een penningmeester en 1 of meer commissarissen. Voor de eerste maal is het oudste lid in jaren de voorzitter die de vergadering binnen een week bij elkaar roept. Het bestuur kan aan de individuele bestuursleden taken delegeren.  

 

2.1 Gemeenschappelijke waarden en normen

Ervaring en verbeeldingskracht vormen de prikkels om te leren en te creëren. Maslov benoemt in zijn motivatietheorie een analoge ontwikkeling in menselijke ontplooiing. Men streeft naar volmaaktheid. Zo streeft ook de APSS middels haar gestelde doelen en wensen naar volmaaktheid. De belangrijkste waarden en normen voor de APSS zijn kort samengevat in het volgende schema, dat volgens Maslov ook de ontwikkelingsladder weergeeft van het menselijk bewustzijn.


2.2 Taken van de APSS 

De APSS werkt vanuit een op waarden gebaseerde filosofie naar en aan de toekomst. Zij houdt degelijk rekening mee met de praktische situaties die zich elke dag manifesteren in de vorm van prijsstijgingen, zoals brandstofprijsverhogingen, fluctuaties met betrekking tot wisselkoersen, verhogingen van de voerprijzen en de internationale ontwikkelingen.
Het creëren van nieuwe ideeën en in het bijzonder het streven naar het behoud van de kipsector als inkomstenbron en het verzekeren van het leveren van kwaliteitskip voor Suriname dwingt de bestuursleden om continu met creatieve ideeën te komen. Veranderingen worden door de leiding gepland en gebruikt om de doelgerichtheid van de organisatie te versterken. Er is aandacht voor het effect van de huidige toestand in organisaties. Als organisatie heeft de APSS zich een aantal rollen en taken toegekend ten aan zien van haar leden zoals:  

  • Inovator
  • Bemiddelaar
  • motivator
  • Producent
  • coordinator/Controleur
  • Stimulator/mentor
     

2.2.1 Strategieën van de APSS

  • Een strategie voor de APSS als organisatie is de nadruk op het ontwikkelen van metasystemen zoals kwaliteitsteams en netwerken.
    De APSS heeft in dit kader een aantal netwerkrelaties met wie zij samenwerkt om haar doelen te realiseren. Deze relaties bestaan uit onder andere de volgende organisaties: BioCheck Latina Americana (Venezuela), Caribbean Poultry Association (CPA) (Trinidad), de Anton de Kom Universiteit van Suriname ( Studierichting Bedrijfskunde en Algemene Economie ), het Centrum voor Landbouwkundig Onderzoek in Suriname (Celos), de Vereniging van Surinaamse Melkboeren (VSMB), het ministerie van Landbouw Veeteelt en Visserij (LVV). De deskundigheid die de individuele boerderijen bezitten worden ook af en toe ingezet voor de activiteiten van de APSS.

  • Een tweede belangrijke strategie is het ontwikkelen van kennissystemen of kennisinfrastructuur. Deze is een samenhangend geheel van afspraken, middelen en organisatiestructuren.

  • De APSS levert een bijdrage aan de gemeenschap in de vorm van een informerende instituut. . Kenniscreatie en kennisdeling is een centrale activiteit van de APSS. Zij probeert dit te doen middels het geven van informatie over de kweek van kippen, “on farm food safety programs, “ het omgaan met panklare kip- en kipdelen”, Standaarden ( ISO en HACCP), kuikenproductiecijfers, etc.

  • Een derde strategie is adaptive learning die betekent het oplossen van problemen. De APSS lost de problemen die zich voor doen binnen de kippensector met behulp van haar leden, gesprekken te voeren met de overheid en de relevante instanties zoals het ministerie van LVV.

  • Een vierde strategie is de genertive learning die gericht is op het vernieuwen van een aangetroffen situaties. De APSS heeft in dit kader op een bestaande situatie ingespeeld. Het beste voorbeeld wat genoemd kan worden is het coördineren en het aanschaffen van apparatuur voor het disease monitoringsprogramma. Omdat de overheid niet in staat is gebleken om dit

  • programma alleen uit te voeren heeft de APSS dit als haar taak gezien om in het belang van de kippenboeren en de Surinaamse gemeenschap dit programma samen met het ministerie van LVV en het Celos uit te voeren. 

De APSS werkt ook met andere voerfabrieken als organisatie. Deze zijn onder andere: Paramaribo Bazaar, Vesu N.V., de firma Oudsten, etcetra.
 

2.2.2 Activiteiten van de APSS
De APSS heeft tal van activiteiten zelfstandig en in samenwerking met andere organisaties ontplooid. Zo staat op haar schema de volgende activiteiten:

  • het zorgen voor de noodzakelijke apparaten die in het kader van het disease monitoringsprogramma nodig zijn in het Celos Veterinaire Laboratorium;

  • het informeren van de gemeenschap over de kwaliteit van de Surinaamse kip middels radio, televisieprogramma’s en kritische krantenartikelen over de importkip;

  • het houden van presentaties en het geven van informatie aan het ministerie van Landbouw Veeteelt en Visserij, zodat zij een goed beleid ten aan zien van de pluimveesector kan uitstippelen

  • het organiseren van workshops voor haar leden om hun te informeren over ontwikkelingen in de kipsector uit het buitenland;

  • het uitgeven van nieuwsbrieven waarin artikelen die onder andere de negatieve gevolgen van het importeren van kip en kipdelen beschrijven zijn opgenomen;

  • het verzamelen en verwerken van de productiecijfers op basis waarvan beleidsadviezen zullen worden geformuleerd;

  • het fungeren als een forum voor het uitwisselen van gedachten over onderwerpen die door de leden geëntameerd worden over onderwerpen waarvoor de leden geïnformeerd wensen te worden.

  • het organiseren van bewustwordingscampagnes voor behoud van de kipsector en aandacht te vragen voor hun problematiek met betrekking tot de importkip. De APSS doet dit middels voorlichtingen, infomercials, onderzoekingen en advertenties. 
     

    Hoofdstuk 3 Associatie in plaats van coöperatie

    De associatie

    De APSS heeft gekozen voor een associatie om samen te bundelen omdat deze organisatievorm hen de ruimte biedt om het privé-belang veilig te stellen. Volgens dhr. Hilversum kan de APSS “als associatie bepaalde standpunten innemen en afspraken maken, maar als zelfstandige ondernemers wordt eerst gekeken naar het eigen voordeel”.

    Traditioneel komt de associatie net bij de coöperatie primair door zelf financiering aan haar eigen vermogen. Zelf financiering, dat wil zeggen financiering van de onderneming door de leden zelf, is een kenmerk van zowel de coöperatie als de associatie. Vanuit deze contributie worden de activiteiten van de associatie ontplooit. De individuele leden van de associatie krijgen geen vergoeding voor hun diensten, maar plukken wel de vruchten van de activiteiten van de APSS, indien zij er vertrouwen in hebben. De praktijk geeft aan dat er ontevreden leden zijn binnen de APSS die economische voordelen verwachten vanwege hun lidmaatschap. De APSS kan echter hiervoor geen garantie bieden.

    Zoals eerder aangegeven zijn de individuele leden zelf verantwoordelijk voor het reilen en zeilen van hun bedrijf en de strategieën die zij toepassen om te concurreren. De associatie heeft geen bevoegdheid om beslissingen te nemen ten aan zien van de individuele bedrijven en pluimveehouders. De individuele bedrijven zijn ook geen verantwoording verschuldigd aan de associatie over hun doen en laten ten aan zien van de bedrijfsmanagement en bedrijfspolicy.


    3.1 De coöperatie

    Het besloten karakter en de samenwerkingsverbanden van de coöperatie zorgt ervoor dat de leden zelf voorzien in risicodragend vermogen, en in financiering anderszins. Het aantrekken van gelden van derden, waarmede het werkkapitaal van de coöperatie kan worden vergroot, is veelal mogelijk, omdat de leden in geval van een zich voordoend liquidatietekort aansprakelijk zijn (Prof. Mr. R.C.J. Galle, 1994: 48-49).
    Hoe komt de coöperatie tegenwoordig aan haar financiering:
    De aansprakelijkheid van de leden was gedurende meer dan een eeuw de basis van financiering. De leden van een coöperatie, en diegenen die 1 jaar voor de liquidatie hebben opgehouden lid zijn, zijn aansprakelijk voor een tekort. Ieder is aansprakelijk naar de maatstaf zoals in de statuten aangegeven. Een bijzonder aspect van de aansprakelijkheidsproblematiek dat niet onvermeld mag blijven, is de

    omstandigheid dat een lid bij de liquidatie van zijn coöperatie veelal ook zelf crediteur zal zijn.
    De potentiële aansprakelijkheid die geen directe financieringsmiddelen genereert, en is nog steeds een belangrijke basis voor het verkrijgen van krediet van derden. De aansprakelijkheid wordt wel beschouwd als een uitgestelde verplichting tot het storten van kapitaal. De achterban van de coöperatie voorziet alsnog in de vereiste solvabiliteit. Belangrijk is ook de zogenaamde tussentijdse aansprakelijkheid die statutair behoort te worden geregeld. Deze heeft als oogmerk in geval van een negatieve exploitatiesaldo dit saldo door de leden aan te zuiveren. (Prof. Mr. R.C.J. Galle, 1994: 49).
    In de traditionele wijze van financieren voorzien de leden op drie andere manieren, naast de aansprakelijkheid in de financiering. Bij met name de grondstofverwerkende coöperaties is het gebruik dat de leden genoegen nemen met een late betaling voor hun leveringen. Coöperaties kennen soms wel de verplichting van de leden een geldlening te verstrekken. Zo’n lening wordt aangeduid als ledenlening of ledenkapitaal. Daarnaast vormt reserveringen, ten laste van het exploitatiesaldo, een belangrijke wijze van financieren. Het lid neemt genoegen met een lagere nabetaling of een geringere korting.
    Kenmerkend voor de traditionele wijze van financiering is dat het lid zelf bijdraagt door zelf tijdelijke middelen te verschaffen en door zodanige condities te accepteren dat het voor derden gemakkelijker wordt krediet te verlenen. Hierbij ontstaat er voor het lid geen aanspraak op het vermogen van de coöperatie. Het door reserveringen opgebouwde vermogen wordt wel aangeduid als het vermogen”in de dode hand”. Dit vermogen heeft kunnen bestaan omdat de leden van de coöperatie elk jaar hebben ingestemd met de reserveringen. Het is vermogen in de dode hand omdat de leden geen aanspraak kunnen maken op het vermogen.


    Het dode vermogen is vergelijkbaar met het vermogen van gevormd door het aandelen kapitaal van een BV of NV, omdat ook daar geldt dat de inbrenger / aandeelhouder, hoewel hij voldaan heeft aan zijn stortingsverplichtingen geen recht heeft op verzilvering.


    Het lid van een coöperatie geen vergoeding ontvangt voor zijn mede- opbouw van het vermogen, althans niet in de vorm van rente of dividend. Het lid van de coöperatie ontvangt wel indirect een vergoeding, namelijk in de vorm van een hogere opbrengst voor de door hem aan de coöperatie in de toekomst te leveren grondstoffen, of een lage prijs voor de door hem in de toekomst van de coöperatie te betrekken producten.


    Een lid van een coöperatie kan de bereidheid die hij had te participeren in de vermogensvorming niet op een dergelijke wijze te gelde maken, tenzij de statuten bepalen, in afwijking van de wettelijke regeling, dat het lid maatschap overdraagbaar is en toetreding van een nieuw lid niet anders kan
    plaatsvinden dan door middel van een dergelijke overdracht. (Prof. Mr. R.C.J. Galle, 1994: 50-51 ).
    Voor een ruime financiële armslag is de eigen “contribution” onontbeerlijk. Het zijn vooral de leden die de coöperatie financieren. Omdat voor de leden de coöperatie primair functioneert als “ kostendeckungsbetrieb”, zullen zij hun participatie in het vermogen niet aanmerken als een belegging (Prof. Mr. R.C.J. Galle, 1994: 53-55).

    De coöperatie is een rechtspersoon en dus zelf aansprakelijk voor haar handelingen. De leden van de coöperatie zijn bij ontbinding ervan, ieder voor een gelijk deel aansprakelijk voor de tekorten van de coöperatie. Er kan van deze wettelijke aansprakelijkheid (WA) worden afgeweken door in de statuten de aansprakelijkheid van de leden te beperken of uit te sluiten. De coöperatie met beperkte aansprakelijkheid (BA), beperkt de aansprakelijkheid tot een bepaald maximum. Bij de coöperatie met uitgesloten aansprakelijkheid (UA) is er geen verhaalsrecht op de leden. Ook kunnen de statuten de verdeling van de aansprakelijkheid over de leden anders regelen. Verder zijn op de bestuurders van coöperaties ook de regels van de antimisbruikwetgeving van toepassing.

    Hoofdstuk 4 Conclusies
    De APSS probeert op haar manier en via haar netwerken haar bijdrage te leveren aan de instandhouding en ontwikkeling van de kipsector in Suriname.
     

In dit kader trek ik de volgende conclusies:

  • de leden zijn geen eigenaars binnen de APSS, terwijl dit wel het geval is binnen een coöperatieve organisatievorm. De bestuursleden verrichten vrijwillig werkzaamheden en verlenen hun medewerking waar nodig zonder onkosten vergoeding binnen de APSS;

  • binnen de APSS worden er diensten bewezen aan de leden en aan derden zoals, de APSS dat doet voor de overheid door onder andere het kopen van testkits voor het disease monitoringsprogramma;

  • de APSS voorziet niet in de economische behoeften van de eigen leden, terwijl dit wel het geval is binnen een coöperatie. De APSS kan de economische behoeften van haar leden niet definiëren. Dit is een privé aangelegenheid van de leden zelf;

  • de economische behoefte bevrediging is de basis voor de coöperatieve organisatievorm, terwijl er binnen de APSS het meer gaat om het vinden van strategieën om oplossingen te vinden voor de gemeenschappelijke problemen;

  • het doel van een coöperatie is om de inkoopkosten van de leden zo laag mogelijk te doen zijn, dan wel de door de leden geleverde producten, na een eventuele be - of verwerking, tegen de hoogst mogelijke prijs te verkopen. De APSS heeft geen zeggenschap over de inkoopkosten en of winsten van haar leden;

  • onafhankelijkheid speelt een rol voor het kiezen van een associatie als organisatievorm voor de APSS;

  • de gemeenschappelijke waarden tussen een associatie en coöperatie zijn de volgende: zelfrealisatie, gemeenschapszin, betrokkenheid van de leden, samenwerking ( binnen een coöperatie meer en een associatie minder, kwaliteit van het product, etcetra.

    Ter ondersteuning van de APSS doe ik de volgende aanbevelingen:

  • de APSS kan ervoor zorgen dat er net binnen een coöperatie een gemeenschappelijke prijs wordt gehanteerd met betrekking tot kip en kipdelen. Het initiatief had de APSS hiertoe al genomen op 3 mei 2006, maar bezwaren zijn door de leden zelf aangetekend. De grootte van de bedrijven, de inzetten, de voerprijsstijgingen en brandstofprijsverhogingen zijn de voornaamste reden hiervoor.

  • de APSS kan er voor zorgen dat de efficiëntie van de individuele bedrijven ten aan zien van het kweken van kip verbeterd wordt, zodat de kipprijs naar de consument toe gunstiger wordt.

  • de overheid moet de nodige en noodzakelijke maatregelen treffen zodat er mogelijkheden gecreëerd worden voor het exporteren van de Surinaamse kip naar Europa en het Caribische gebied. Hiervoor moeten er gunstige omstandigheden voor de kipkwekers gecreëerd worden. De bovenstaande problemen dienen eerst opgelost te worden.

 

 

Literatuurlijst

  • Statuten van de Associatie Pluimvee Sector Suriname, 2000

  • Cultuur organisatie, management, Ori H., reader Anton de Kom Universiteit van Suriname 2006, Paramaribo

  • Sociologie voor de praktijk : een inleiding in de sociologie voor het HBO, Hoeksema, Klaas J. ; Werf, Siep van der, 2004

  • Ofman - Bezieling en kwaliteit in organisaties, Nederland, B.v Bussum , 1992

  • Naarden Advice And Management consultancy, reader: skill upgrading training, Paramaribo, januari 1998

  • J. Birchall, rediscovering the cooperative advantage, poverty reduction through self-help, International labor organization, 2003

  • dr. P.J. van Dooren, coöperaties voor ontwikkelingslanden, dick coutinho, muiderberg, 1978

  • Prof. Mr. R.C.J. Galle, de coöperatieve ondernemingsvorm, stichting maatschappij en onderneming, 1994

  • F. Frank, et al, the community development handbook, a tool to build community capacity, ministry of public work and government services Canada, 1999

  • S. Ganpat, De stand van zaken, Associatie Pluimvee Sector Suriname, 27 maart 2002

  • Importdata over het jaar 2006 uit het ASYCUDA systeem van de Douane, 28 maart 2007

Internet

krantenartikelen:

  • Weet wat u eet, laat u niet misleiden, koop Surinaamse kip, in: de ware tijd, 6 oktober 2003

  • Invoerrechten importkip nog niet verhoogd, FTAA deadline verstreken, in: de ware tijd 17 december 2002, red: Toelsie I, Helstone M, Zandgrond F, Cairo I, Vianen S, Tauwnaar D, Tuinfort C, Peneux J, Texel V en Aviankoi E, 46 ste jaargang, no. 11299

  • Broederijen verbaasd over maatregelen overheid, in: de ware tijd, 15 december 1998.

  • Reactie op kipimporteurs, in: de ware tijd, 13 oktober 2003, red: Toelsie I, Helstone M, Zandgrond F, Cairo I, Vianen S, Tauwnaar D, Tuinfort C, Peneux J, Texel V en Aviankoi E, 47 ste jaargang.

 

Orale bronnen

    • bestuursleden van de APSS

    • leden van de APSS

 

 

 

 

30/09/2016 00:58

Reacties (0) 

Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert