Historische letteren, : 'ridders en wapen uitdrukkingen'

Door San Daniel gepubliceerd in Verhalen en Poëzie

                                   220px-Codex_Manesse_Ulrich_von_Liechtens

Ridders waren de tanks van tegenwoordig. Heel vervelend als je in een veldslag betrokken was als voetvolk, ten eerste was je te voet (ridder te voet.. dus strijder zonder paard) ten tweede waren je wapens inferieur aan die van een ridder. Het voetvolk werd door de 'heer' gerecruteerd in tijd van een conflict, dan moest een boer zijn land verlaten en gehoor geven aan zijn heer. Hij was dan ook een horige. De horigen namen als wapen mee wat voor handen lag, dat kon een knuppel zijn, een mes maar ook een hooivork. Dan was het heel vervelend als een ridder die bepantserd was op je af kwam denderen en met een lang slagzwaard en je tot gehakt maakte.  Je kon dan proberen het paard uit te schakelen, want als een ridder ten aarde viel dan kwam hij niet meer omhoog door het gewicht van zijn eigen uitrusting. Een hijsinstallatie hees immers de ridders in het zadel.

Dat leidde tot bepantsering van de paarden en nu was je als voetvolk écht goed de pineut. Cavelerie was toen doorslaggevend op het strijdveld en een ridder was niemand ander dan een 'rijder.' Iemand die een paard had en bewapend was en zich in dienst van een heer geplaatst had. Het waren de zonen van de lagere adel die niet erfgenaam zouden worden en dus hun sporen gingen verdienen in de hoop zich door dapperheid te onderscheiden en zelf land te vergaren met een paar horigen, die dan in zijn onderhoud moesten voorzien. Deze combinatie tussen paard en strijder vind je terug in haast alle talen. Zo spreken wij van een 'ridder,' (rijder) onze Germaanse buren over een 'Riter' (wat zeer dicht ons woord ruiter benadert), de Britten over een knight, afgeleid van het Celtisch /Germaanse knecht, want je was in dienst van een heer, de Fransen spreken over een Chevalier, chevalle, de Spaanse taal kent Caballero, van Caballo. Het moge duidelijk zijn een ridder bezat op zijn minst een paard. Het Franse hof was toonaangevend met regels betreffende 'het goede omgaan van ridders met hun leven', met name de hoofse code die ontwikkeld werd aan het hof van Acquitanië, dit vind je nog terug in het Engelse woord 'Chivalry'. Zo had men Hoofse regels, en een hoofse gedragscode, een code die zich onderscheidde van het alledaags gepeupel.

Zo mocht er alleen recht gesproken worden over een ridder door ridders, wij zouden dat nu heden ten dage klasse justitie noemen.

                                    220px-Meister_der_Manessischen_Liederhan

                                een voorbeeld van 'hoofse liefde uit 1320

Een ridder streed voor zijn dame, dat kon de koningin zijn, het was een onbereikbare liefde, een platonische liefde, een hoofse liefde. Hij nam op tournooi de zakdoek van zijn geliefde mee, om hem te steunen in het bereiken van zijn doelen en deed dat uit naam van zijn vrouwe.

Soms ontspoorde Hoofse liefde en werd het échte liefde, zoals in het geval van Lancelot, de favoriete ridder van koning Arthur, die zijn verloofde (van de koning dus), Gwynevier moest begeleiden maar geen weerstand kon bieden aan de echte liefde en het hoofse uit het oog verloor en haar tot zijn geliefde maakte, wat het begin was van veel strijd en het einde van de ridders van de tafelronde. 

Hoe zat het dan met die sporen verdienen?  Als men tot ridder geslagen werd dan ontving de nieuwe ridder een gordel en een paar vergulde sporen, het was een oud Germaans gebruik om aan te geven dat iemand een bepaalde vaardigheid met wapens had bereikt. Dat gebeurde na een paar proeven waar de aspirant ridder zich aan moest onderwerpen.

In de middeleeuwen gebeurde die ridderslag tussen de leeftijd van 12- 14 jaar, later door zwaardere uitrusting werd dat verlegd naar ca 20 jaar. Een ridder moest zorg dragen voor zijn eigen wapenuitrusting en zo was er alleen onder de hogere adel sprake van volledige gesmeede, vaak prachtig versierde harnassen. Veel later na contact met de Saracenen, tijdens de kruistochten, kwam het veel lichtere malïenkolder in zwang, dat de beweegelijkheid ten goede kwam.

De adelijke cavalerie zou je de ridders kunnen noemen, zij moesten beantwoorden aan de gedragscode, daar zaten veel militaire maar ook veel Christelijke componenten in. Hij moest zich hoofs (kuis) gedragen, in goede lichamelijke conditie zijn en als het mogelijk was deelnemen aan een kruistocht.

. 'Ridderlijkheid viel uiteen in vijf hoofdwaarden:

  • Eer
  • Kracht en moed
  • Trouw
  • Vrijgevigheid
  • Eerlijkheid'

 

Je werd geacht de koning ten alle tijden te beschermen en te dienen, ouderen en zwakkeren en vrouwen diende ook door je beschermd te worden. Het was een levensweg, een leerweg tot perfect ridderschap. Deze ontwikkelijk in ridderschap vindt nu nog zijn navolging in het begrip gentleman. (bijvoorbeeld een gentleman doet zo iets niet).

Als een ridder op zoektocht ging' een queeste', dan deed hij dat om tot inzichten te komen en zijn persoonlijkheid te vormen, hij werd dan een dolende ridder en werd overal met veel egard ontvangen, Na zijn zoektocht kwam hij gelouterd terug, hij had goede werken verricht armen en zwakkeren bijgestaan en was volledig geworden in zijn denken en handelen. Goed leesbaar in deze is de Ferguut uit ca 1330 een Middelnederlands handschrift:

''Fragment uit 'Ferguut'

'Het fragment begint op versregel 3402.
Ferguut heeft net een charge op zijn paard
uitgevoerd en de heks met zijn lans gestoken,
maar daar heeft ze geen last van.
Van een slag van zijn zwaard
op haar hoofd evenmin.
Daarop bijt de heks dwars door zijn harnas
in zijn schouder en Ferguut valt van zijn paard:

Varinge spranc hi op weder,
Snel sprong hij terug op zijn paard
Met beiden handen hise sloech;
en sloeg haar met beide handen
Metten swerde hi hare af droech
hakte haar met het zwaard
Vanden buke die rechterhant
van de romp de rechterhand af
Datsi neder viel int sant.
zodat die in het zand viel
Ferguut wart doe harde blide
Ferguut was toen erg verblijd
Ende gaf hare enen slach met nide,
en gaf haar een driftige slag
Dat hise geraecte wel ter core
zodat hij ze op de juiste plaats raakte
Ende sloechse toten tanden dore.
en kloofde haar het hoofd
Dus bleef Pantasale doet.
Zo bleef Pantasale dood
Ferguut van sinen orsse doe scoet
Ferguut steeg toen van zijn paard
Ende warp hem op derde schire.
en sprong snel op de grond
Hi sach vore hem dien torre diere
Voor zich zag hij het dierbare kasteel
Daer in hinc die witte scilt.
Daarin hing het witte schild
Dat vreseleke serpent, datne hilt,
Die vreselijke draak die het bewaakte
Lach vore den torre ende sliep.
lag voor het kasteel en sliep
Ferguut toten scilde liep,
Ferguut liep tot aan het schild
Hi namen ende helsden sere
Hij drukte het stevig tegen zich aan
Ende dankes onsen Here
en dankte onze Heer
Dat hi den scilt heft vercregen.
Dat hij het schild had verkregen
Ane sinen hals heft hine verdregen.
Om zijn hals heeft hij het gehangen.'

Het verhaalt hoe Ferguut aan zijn blanke schild komt. Als je het hardop leest (altijd goed met Historische letteren, dan gaat de tekst leven en krijgt het betekenis, leuk trouwens om te zien hoe men rond 1330 sprak)

                             220px-Lg_49.jpg

Of een andere klassieker 'Kaerel en de èlegast' (de edele gast) 

'Karel ende Elegast is een een hoofs ridderverhaal dat behoort tot de Karelepiek. In dit genre neemt het een speciale plaats in; Karel de Grote is de hoofdrolspeler, terwijl hij in andere Karelromans eerder een nevenfiguur is. De auteur is onbekend. Het is omstreeks 1270 geschreven in Brabant. Het verhaal bestaat uit circa 1400 verzen.'

Karel ende Elegast de enige  Middelnederlandse Karelroman waarvan men nog een volledige tekst bezit.'

Ook nog altijd zeer leesbaar. In ieder geval geven beide teksten veel inzicht in het ridderbestaan.

Vandaag de dag komen wij nog vele benamingen uit die roerige tijdspanne tegen. Zoals in het woord kastelein, dat nu een kroeg uitbater is maar in die tijd een ander betekenis had. een kastelein was namelijk een rentmeester of ook bekend als slotvoogd of kasteelvoogd, allen met de zelfde functie.  Het waarnemen van de goede gang van zaken bij afwezigheid van de heer. Zo had ieder gebied zijn rentmeester.

De oudste rekening van de rentmeester van Zutphen dateert uit 1313. De oudste van de Veluwe van 1324. 

Vanaf de tweede helft van de dertiende eeuw komen rentmeesters voor in bronnen onder de naam notarii. Kijk dat is het leuke van taal, dan weten wij nu meteen waar de term notaris (noteren) vandaan komt. Zo was er ook een titel 'kamerheer', dat had weinig met een slaapkamer te maken of het opmaken van bedden. Het was een erefunctie die als gunstbewijs werd verleend aan edelen aan het hof, je was vertrouweling van de koning. Het woord kamerheer stamt van het Latijnse cameriarius (kamerling, de rentmeester).

'Nu nog komt de titel voor, in Holland is een kamerheer een adviseur van de koning(in). De Koning(in) heeft in principe in iedere provincie en grote stad een kamerheer. Deze kamerheren adviseren, begeleiden en vertegenwoordigen de koning(in) in hun ambtsgebied. Kamerheren maken deel uit van het Civiele Huis van de hofhouding van de koning(in). Bij het bereiken van de 70-jarige leeftijd worden zij opgevolgd en tegelijkertijd benoemd tot kamerheer honorair.'

                               220px-Agincour.JPG

Zo leeft nog altijd de uitdrukking de handschoen toewerpen voort,  Men daagde iemand uit door hem de handschoen voor de voeten te werpen. Wie de handschoen opnam, gaf daarmee te kennen, dat hij de strijd aanvaardde.  Dus neem je de handschoen voor iemand op, dan verdedig je iemand.

'Of men trok van leer. Het woord ‘leer’ staat hier voor de leren schede waarin vroeger de sabel, het degen of andere met de hand bediende slag- of steekwapens rustte. Wie ‘van leer trok’, trok dus zijn wapen en ging in de aanval, of bereidde zich in ieder geval voor op een gevecht.'

Zo is er ook een 'korte metten,' maken met iemand, letterlijk met vele korte slagen de kop inslaan. 

Losgeld stamt uit de riddertijd, in tegenstelling tot het gevangen voetvolk, dat bij gevangenneming gedood werd, waren ridders geld waard. Als zij gevangen genomen werden kregen zij een elite behandeling en de familie van de ridder (vaak rijke adel) kocht hen dan vrij, ze werden los gekocht.

Ridders, waren voor die tijd zwaar bewapend, dus de kerk ging zich met de regelgeving bemoeien en al ras werd de nacht voordat iemand geridderd werd door gebracht in een kapel. Biddend, biechtend om met een schone ziel het ridderschap te aanvaarden. De kerk stelde tevens dat het hoogste doel was om te strijden in het heilige land, waarvoor zij rijkelijk beloond werden. Europese ridders hebben in die tijd hele koninkrijken voor zich zelf uitgehakt in het Midden-Oosten.

Bij het intrede van het buskruit maar ook de kruisboog die door pantser heen kon schieten verdween het fenoneem ridder.

San Daniel 2016

 

for more info concerning San Daniel press the following link/ voor meer info betreffende San Daniel druk op de link a.u.b.: http://plazilla.com/page/4295174804/landingspage-san-daniel

en 

Nederlandse auteurs page van San Daniel in Hebban

 

 

 

Bronnen:

       Grandgagnage, Jules. Fragment vertaling Ferguut

  • Barber, Richard. The Knight and Chivalry. London: 1970.
  • Barber, Richard and Vale, Juliet. Tournaments: Jousts, Chivalry and Pageants in the Middle Ages. Woodbridge: Boydell, 1989.
  • Crouch, David. The Birth of Nobility: Constructing Aristocracy in England and France: 900-1300. Harlow: Longman. 2005.
  • Crouch, David. Tournament: a chivalric way of life. London: Hambledon and London. 2005
  • Janse, Antheun. Ridderschap in Holland: portret van een adellijke elite in de late Middeleeuwen. Hilversum: Uitgeverij Verloren. 2001
  • Kaeuper, Richard W. The Holy Warrior: Knighthood and Religion. 2009.
  • Ferguut. Uitgegeven met inleiding en aantekeningen door E. Rombauts, N. de Paepe en M.J.M. de Haan. 's-Gravenhage 1976 (1982²).
  • M.J.M. de Haan, Ferguut. A facsimile of the only extant Middle Dutch manuscript (Leiden, University Library, Ms. Letterkunde 191). Leiden 1974.
  • Willem Kuiper, Die Riddere metten Witten Scilde. Oorsprong, overlevering en auteurschap van de Middelnederlandse Ferguut, gevolgd door een diplomatische editie [...]. Amsterdam 1989.
  • K. Eykman (vert.), A.M. Duinhoven (bew.), Karel ende Elegast. Amsterdam,1998.
     
25/09/2016 21:02

Reacties (5) 

1
31/03/2020 15:45
Hoi, ik was een beetje verbaasd dat je de bron voor het vertaalde fragment (''Fragment uit 'Ferguut') niet vermeldt. Dat stukje met mijn vertaling komt uit een artikel dat ik schreef voor Wikibooks: https://nl.wikibooks.org/wiki/Gedichten_uit_de_wereldliteratuur/Ferguut
Nadien plaatste ik die vertaling ook op Wikipedia. Overnemen van teksten onder Commons licentie CC-BY-SA is geen probleem, maar bronvermelding is wel verplicht.
Groetjes, Jules Grandgagnage
31/03/2020 21:09
ik schrijf het erbij.. .. excuses .. for the oversight..
2
26/09/2016 10:48
Mooi artikel weer.
Over klassenjustitie gesproken: het wordt, in landen war juryrechtspraak bestaat, juist als democratische verworvenheid gezien dat een verdachte berecht wordt 'by his peers'. In de V.S. heeft de verdachte zelfs het recht om juryleden te weigeren als hij vindt dat zij te ver van zijn achtergrond af staan.
Een van de criteria die tegenwoordig van belang zijn is huidskleur: waar dat toe kan leiden heeft men in het geval van O.J. Simpson kunnen zien.
Ik vrees dat het afschaffen van deze vorm van 'klassenjustitie' tot veel onvrede bij de bevolking zou leiden....
1
26/09/2016 06:17
Weer een prima artikel met interessante wetenswaardigheden.
1
25/09/2016 23:40
Helemaal juist wat je hebt geschreven. Niet helemaal onbekende geschiedenis voor mij...
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert