Auto's voor de massa in Japan – kei jidosha (de lichte auto)

Door Robin93 gepubliceerd in Auto's en motoren

d957a930e94ce96b0a81db1b2fba174c_medium.Er zijn miljoenen zogenaamde kei jidosha of lichte auto's in Japan. Je vindt ze vooral in de grote steden waar ruim de helft van alle huishoudene er één heeft. Het zijn overigens niet alleen de gewone modellen voor personenwagens die in het kleine en lichte formaat te vinden zijn.

Boven: Mazda Carol 360.

35c88519191466c9ffd5b804d3a74111_medium.Er rijden ook mini verhuiswagens, bestelbusjes en vuilniswagens. Zelfs de brandweer in Tokio gebruikt een kei-brandweerwagen naast het normale en grotere formaat.Wanneer de brandweerlieden snel moeten uitrukken en in de oude wijken met smalle straten moeten zijn, is de mini-brandweerwagen namelijk veel sneller en wendbaarder dan zijn 'grote broer'. 

Rechts: kleinste brandweerwagen in Japan.

Niet alleen zien de kei jidosha er dus leuk uit, bijna speelgoedachtig, maar ze zijn voor de hulpdiensten ook vooral handig bij noodsituaties in de oude stadswijken met de smalle zijstraten.

Waarom de kei jidosha of lichte auto's?

Het ontstaan van de kei jidosha in Japan is eigenlijk heel logisch. Japan is immers geen groot land, maar er wonen wel heel veel mensen. Daarbij komt dat 75% van het land bestaat uit onbruikbaar bergland (zoals ook de befaamde berg Fuji). Er blijft dus betrekkelijk weinig ruimte over voor de landbouw, de steden, de mensen, de wegen en de auto's. Om die reden ontstond de trend in Japan om alles kleiner te maken zodat er plaats voor meer (mensen, auto's e.d.) was.

b33725ef66c76405c1a10b44ea6e05eb_medium.

Boven: vuilniswagen in klein formaat.

Toch was ruimtebesparing alleen niet het uitgangspunt voor het maken van de lichte auto's. Het ging eigenlijk om het mobiel maken van de massa, om zoveel mogelijk mensen in staat te stellen eigen vervoer te hebben. En daarbij kwam de noodzaak om dit zo voordelig mogelijk te doen.

Japan krabbelt op na de Tweede Wereldoorlog

Na de Tweede Wereldoorlog lag Japan in puin. De grote steden waren platgebombardeerd en er waren nog twee atoombommen ontploft, voordat de militaristische leiding uiteindelijk capituleerde. De geallieerde bezetting – die zeven jaar zou duren – had de grote taak om de militaristische maatschappij om te vormen tot een moderne economie. Het Japanse beeld van de keizer moest van goddelijk idool worden bijgesteld naar een constitutioneel monarch. Japan mocht geen groot leger meer hebben of zelf wapens maken.

12121f2b212ae68dd33698d5cb13cb20_medium.

Boven: Hiroshima, eind 1945.

Het volk kende grote armoede en was voor het schaarse voedsel in die eerste jaren volledig afhankelijk van de Amerikaanse voedselhulp. De grondstoffen voor de Japanse industrie waren op. Maar de Japanse cultuur van gehoorzaamheid en respect deed het land opkrabbelen. Zoals een oude Japanse werknemer uit de autoindustrie zei: “We deden precies wat ons werd gezegd en we deden meer dan van ons werd gevraagd”. Het typeert de mentaliteit van de Japanse arbeiders in die naoorlogse jaren.

Toen de economie weer een beetje ging draaien, nam de behoefte aan arbeiders toe. En van daaruit ook de behoefte aan een goede infrastructuur en vervoer; deze werd  in het na-oorlogse Japan al snel net zo groot als dat in Europa het geval was.

Japanse overheid stimuleerde ontwikkeling van volksauto

In 1949 kwam het Japanse ministerie van Handel en Industrie met een plan voor de ontwikkeling van een ware Japanse volksauto. Het hoefde niet één enkel model te zijn – zoals de kever van Volkswagen in Duitsland – integendeel. Men liet de Japanse (auto-)industrie de vrije hand in het ontwerp om de ontwikkeling van zoveel mogelijk nieuwe modellen te bevorderen. Echter, grondstoffen als staal en olie waren nog schaars, dus er waren een paar simpele regels opgesteld:

  • een motor van maximaal 150 cc

  • een voertuig van hooguit 1 meter breed

  • prijs niet hoger dan 150.000 Yen (circa US$ 1.000 toen).

fd6e3da3c67b7b3ff9ac28b4f0ce6962_medium.De Japanse autofabrikanten bekeken het plan van alle kanten en kwamen – respectvol – tot de conclusie: 'onmogelijk'. Dus zij lobbyden bij het ministerie voor reëlere regels voor wat betreft de motorinhoud, de afmetingen en de prijzen.

Links: Subaru 360 (1958).

Er werden zelfs enkele prototypes van iets grotere auto's dan volgens de regels van het ministerie gebouwd. Het ministerie ging uiteindelijk overstag en de overheid liet het over aan de autofabrikanten om de regels te bepalen en de problemen op te lossen voor de nieuwe volksauto's. 10 jaar later kwamen de eerste modellen van de kei jidosha op de Japanse markt.

Om de aanschaf van de lichte auto nog aantrekkelijker te maken, waren er nog enkele voordelen:

  • minder aanschafbelasting

  • minder gewichtsbelasting (wordt in Japan namelijk op auto's geheven)

  • minder wegenbelasting.

Daarnaast zijn er in Japan tal van plaatsen waar je niet een gewone auto mag parkeren, maar wel een kei jidosha.

Een voorbeeld: de '360'

4344e93d81a600310df0c56e5609f498_medium.Eén van die nieuwe modellen was de '360' (zie foto rechts) van de Uchiyama-fabriek. Bijzonder was dat deze Uchiyama-fabriek oorspronkelijk kurk maakte voor flessen en andere toepassingen. Ook opmerkelijk is dat de fabriek zijn thuisbasis had in (of wat er nog van over was) Hiroshima. Na de Tweede Wereldoorlog pakte het bedrijf de draad weer op en pakte tegelijk van alles aan om weer te kunnen draaien. Zo leek het bouwen van auto's hen bijvoorbeeld wel wat, dus er werd al snel een autodivisie opgezet. Hun eerste succesvolle model in Japan was de '360'. De vreemde naam kwam overigens van de 360 cc luchtgekoelde V2-motor die in de achterbak zat. Auto's zoals de '360' waren weliswaar erg klein en eenvoudig, maar ze reden en voldeden prima. En de Uchiyama-fabriek? Deze veranderde later haar naam in Mazda.

Japanse autoindustrie slaat de vleugels uit

Zo klein als de auto's in Japan waren, werden ze niet voor de exportmarkt gemaakt; lange Europeanen en Amerikanen passen er domweg niet in. Voor de automarkt in Europa en de Verenigde Staten maakte men een iets grotere tot een normale (Europese) versie die over het algemeen zeer betaalbaar bleef. Ongeveer midden jaren 1960 kwamen de eerste Japanse auto's van Datsun en Toyota naar het westen. Later volgden anderen zoals Honda, Mazda, Daihatsu, Suzuki en Mitsubishi.

7e093a0c610668fb3d567e1ab6847851_medium.

Boven: Daihatsu Hijet S40 550 cc (1976-1990).

Het duurde even voor de buitenlandse markten warm liepen voor de Japanse makelij; in de jaren voor de Tweede Wereldoorlog stonden veel van de Japanse exportproducten bekend als goedkoop, maar prutswerk. 'Made in Japan' was destijds bijna een synoniem voor troep, dingen die van ellende al snel uit elkaar vielen.

De naoorlogse exportproducten waren echter totaal anders. De Japanse exportauto's waren kwalitatief juist erg goed; beter dan bijvoorbeeld menige Britse of Amerikaanse personenwagen uit die tijd.

Japanse autoindustrie innoveert

De opmars van de Japanse auto ging vooral in de Verenigde Staten ten koste van de eigen autoindustrie. Die was archaïsch; al ruim 20 jaar maakte men daar dezelfde soort grote modellen met dezelfde grote motoren. Innovaties waren er niet of nauwelijks en dat hoefde ook niet, want de auto's werden toch wel verkocht. De Amerikaanse auto was als een wegwerpartikel; oliebronnen had men zelf, een staalindustrie eveneens en het kon niet op – dacht men.

040df286b622d650195171e9bc78e2f9_medium.

Boven: Toyota Celica (1970).

Japan had geen olie van zichzelf, maar moest alles invoeren. Het zorgde er voor dat de ontwerpers meer en meer motoren gingen ontwerpen die zo zuinig mogelijk met brandstof omgingen. Waar de Amerikaanse auto's groter en groter werden en het brandstofverbruik navenant steeg, waren de zuinige Japanse auto's hun tijd vooruit. Ter vergelijking: een Ford Mustang uit 1970 reed gemiddeld 6 kilometer op 1 liter benzine; een Toyota Celica uit 1970 reed gemiddeld 12,5 kilometer op 1 liter benzine. Vooral tijdens de oliecrisis van de jaren 1970 en de stijgende olieprijzen van de jaren erna werden de Japanse automerken dan ook steeds populairder.

Waarom waren de kei jidosha zo'n succes?

70f9d81681898b2aea7e06c11a0371b6_medium.Waarom maakte Japan zulke kleine kwaliteitsauto's en waarom waren ze er zo goed in? Was het door de noodzaak in de dichtbevolkte steden? Was het omdat Japan na de Tweede Wereldoorlog geen wapens meer mocht maken en men zich dan maar wierp op andere zaken? Misschien een combinatie van deze twee, want alle Japanse energie en technisch vernuft lijkt te zijn gestoken in dingen als auto's, motoren en elektronica. Maar misschien was het ook, omdat de overheidsregels voor de kei jidosha schappelijk waren. De nieuwe modellen kwamen voort uit productieve geprekken tussen de overheid en de autoindustrie die goed samenwerkten. Omdat de beperkingen voor de lichte auto's uiteindelijk meevielen, konden de ontwerpers steeds met iets nieuws op de proppen komen, zoals metalen vouwdakjes, automatische ruitenwissers en kleine turbocompressoren.

36ae6085dc65003e0f3c53469b5a3935_medium.Toch zijn ze in één opzet niet geslaagd.

De lichte auto is ideaal voor het verkeer in oude steden met smalle (zij-)straten en is zeer gemakkelijk om te parkeren, maar is jammer genoeg geen oplossing gebleken voor het fileprobleem in de Japanse steden.

 

Copyright: Robin93.

(2016) Foto's: Flickr.com, Pixabay, Wikimedia Commons.

 

Rechts: Subaru Sambar (4x4)

28877209000fd59cfa900b8ec8721ae3_medium.Zie voor andere artikelen ook:

Auto-s-voor-de-massa-in-Duitsland-Volkswagen-en-Trabant

Auto-s-voor-de-massa-in-Frankrijk-Citroën-en-Renault

Auto-s-voor-de-massa-in-Italië-en-Rusland-Fiat-en-Lada

of via:

https://tallsay.com/robin93

https://robin93artikelen.wordpress.com/

24/09/2016 08:20

Reacties (4) 

1
17/10/2016 05:14
Wat een mooi artikel. Prachtige autootjes en interessant om hierover te lezen.
1
24/09/2016 08:52
Interessant en ook wel bijzonder hoe de naoorlogse Japanse auto-industrie zich ontwikkelde in eigen land en daarbuiten.
1
24/09/2016 08:42
Heel inventief om met de weinig beschikbare middelen in die tijd toch een vervoermiddel voor het volk te maken. Ook al zijn ze heel klein en licht, met benzinemotoren blijven ze echter nog steeds vervuilend voor het milieu.
1
24/09/2016 08:39
Leuk, die superkleine auto's. Jammer, dat wij westerlingen te groot zijn voor zo'n supermini. Ik vind ze erg leuk.
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert