Nachtmerrie van een Staatsloterij prijswinnaar.

Door Leonardo gepubliceerd in Verhalen en Poëzie

 

                   8b3ac1efbf224352c5df1c72e36bf638_medium.

 

Nachtmerrie van een Staatsloterij prijswinnaar.

 

Hans zomers, terreinknecht bij een groot gemeentelijk sportpark in het noorden van het land, is een gelukkig mens. Hij heeft een eenvoudige maar fijne betrekking bij het sportpark, een lieve vrouw en twee leuke opgroeiende dochtertjes. Tevreden zucht hij eens op de stoel van zijn tractor terwijl hij inmiddels het grote speelveld rolt. Nog even en dan zit zijn dagtaak er weer op. Hij maakt deze klus nog even af, zet de tractor in de schuur achter de hoofdtribune, pakt zijn broodtrommeltje en zijn fiets en rijdt op zijn gemak naar huis. Onderweg wipt hij even bij de sigarenwinkel aan om een pakje sigaretten en een Staatslot te kopen.  Elke maand koopt hij een lot van de Nederlandse Staatsloterij, maar meer dan een eigengeld heeft hij nog nooit gewonnen. Het is die dag juist de sluitingsdag van de loterij van de maand augustus. Hij had geluk bedacht hij zich terwijl hij het lot afrekent, dat hij toch nog kon meespelen. Nadat hij thuis heeft gegeten, met zijn echtgenote wat naar de TV heeft gekeken, de krant heeft doorgebladerd en met zijn twee meiden hun huiswerk heeft doorgenomen gaat Hans om elfuur ’s avonds naar bed.  Het is mooi geweest denkt hij. Morgen is er weer een dag…

De volgende dag verloopt in een vrijwel gelijk dagelijks patroon als de dag daarvoor. Zijn chef, een arrogante jonge gemeente ambtenaar die toezicht op de werkzaamheden moet houden, vindt dat het gras langs de paden ook moet worden gemaaid. Hij vindt ook dat Hans een hark en schoffel  tussen de struiken moet halen die het sportcomplex sieren. Er staat veel te veel onkruid tussen de sierbeplanting, merkt zijn chef op. Hans glimlacht alleen maar wat. De arrogante opmerkingen van zijn jonge chef laten hem tegenwoordig koud. Hij is een meegaande man en doet  altijd met plezier wat er van hem wordt gevraagd. Als zijn chef weg is steekt hij een sigaret op, werpt een bezorgde blik op de inmiddels betrokken lucht en gaat weer aan het werk. Als hij ’s avonds thuis komt, klaar is met eten en  de krant heeft gelezen, zet hij de televisie aan en nestelt hij zich met een kopje thee op de lange groene canapé die hij samen met zijn echtgenote de afgelopen week bij het gemeentelijke kringloopbedrijf heeft gekocht.

Het is inmiddels alweer op slag van elf uur geworden. Anja, zijn echtgenote is naast hem op de canapé komen zitten. Ze leunt met haar hoofd een beetje tegen zijn schouders terwijl ze naar een niemendalletje op de televisie zitten te kijken. De avond gaat steeds sneller met die televisie aan, vinden ze beiden. Ze heeft trek in iets fris denkt ze, waarna ze zich naar de keuken begeeft. Het is ook de avond van de staatsloterijuitslagen weet Hans. AV00176549 is zijn nummer. Hij speelt altijd op eindcijfer negen, dus nu ook. Terwijl hij kijkt dringt het niet eens tot hem door dat er een prijs op zijn lot is gevallen. Zijn echtgenote die naar de keuken was afgezakt en juist op dat moment met een blad met frisdrank en twee geschilde peren uit de keuken aankomt lopen kijkt even met hem mee.

                                      9f75bfd74af66ef3d6ce5505fd590951_medium.

  ‘Ik heb verdomme wat gewonnen, geloof ik,’ zegt Hans met een stem alsof hij juist een bekeuring voor te hard rijden heeft gehad. ‘Ik geloof dat alle loten met eindcijfer negen een prijsje van tien euro hebben gewonnen.’

  ‘Heb je goed gekeken Hans, of zat je al wat te slapen,’ vraagt zijn echtgenote terwijl ze zelf ook even een blik op hun lot en vervolgens op het televisiescherm werpt. Ze kijk nog eens goed en werpt alsnog een blik op hun lot waarna ze van schrik van kleur verschiet.  ‘Jeetje, dat kan niet waar zijn. Hans kijk eens…, kijk eens goed uit je ogen, we hebben niet alleen tien euro gewonnen maar ook nog eens vijftigduizend euro…’ De ogen van Hans vallen zowat uit hun kassen. Hij moet erkennen dat Anja gelijk heeft.  Er breekt een moment van ongekende euforie aan.  Ze schreeuwen en juichen zo hard dat de kinderen ook naar beneden komen om in de feestvreugde mee te delen.  Slapen kunnen ze zowat niet meer van de spanning en vreugde. De gedachte alleen al, om straks over zoveel geld te kunnen beschikken.  

 

De volgende dag neemt Hans direct contact op met het kantoor van de Staatsloterij in Den Haag. Hij spreekt af om zich daar de volgende dag, net na de middag,  met het lot te melden. Vervolgens belt hij met zijn chef,  die arrogante jonge gemeente ambtenaar die het voorbeeld is van een ambtelijk carrièretype dat zichzelf erg belangrijk vindt.  Hans vraagt de man of hij de  volgende dag vrij zou kunnen krijgen wegens een belangrijke financiële kwestie die hij moet regelen bij de Staatsloterij. De chef doet gelijk wat kinderachtig. Neemt hem telefonisch in de maling en blijkt niet van plan te zijn om zijn verzoek in te willigen.

Die vent zal wel erg jaloers zijn, denkt Hans.  Zijn chef gaat uiteindelijk door de knieën als hij het bedrag hoort dat zijn ondergeschikte heeft gewonnen.  Met de trein gaat Hans de volgende dag naar Den Haag. Het is lang geleden dat hij in een trein heeft gezeten zodat hij geniet van de treinreis. Bij het station in Den Haag neemt hij een taxi en laat hij zich, om niet duidelijke reden, afzetten op de hoek van de straat waar het kantoor van de Staatsloterij is gevestigd.

  ‘U moet zeker bij de Staatsloterij zijn, niet waar meneer,’ zegt de taxichauffeur op een brutale toon met een brede glimlach.

  ‘Hoe komt u daar nou bij,’ vraagt Hans op wat geïrriteerde toon.

  ‘Nou, u bent niet de enige die ik hier moest afzetten terwijl later bleek dat die persoon een grote prijs in de Staatsloterij had gewonnen. Elke keer als ik iemand naar deze straat moet rijden moet ik ze namelijk altijd hier afzetten, terwijl ik ook gewoon voor de deur van dat kantoorgebouw mag stoppen om een passagier uit te laten. Doorzichtig van al die grote prijswinnaars, vind u ook niet?’

  Hans zwijgt maar verder, maar van zijn gezicht is kennelijk af te lezen wat zijn werkelijke bestemming is. De verder uiterst correcte chauffeur geeft hem een kaartje met het telefoonnummer, zijn taxinummer en naam erop. 

  ‘Dan kunt u me bellen als ik u weer op moet halen meneer,’ zegt hij terwijl hij netjes de portier voor Hans open doet.

Hans bedankt de chauffeur voor zijn service en steekt de straat over om vervolgens naar het gebouw toe te lopen waar de Staatsloterij in is gevestigd. 

 

Opgewekt loopt hij de hal van het kantoorgebouw binnen, meld zich bij de receptie, waarna hij naar een wachtruimte wordt geleidt. Na enkele minuten komt een vriendelijke dame hem ophalen om hem naar een andere ruimte te geleiden waar een keurige man van middelbare leeftijd alsmede een jongedame hem feliciteren met zijn gewonnen prijs. Hij geeft het lot af dat gelijk door de scanner wordt gehaald.  Zijn rijbewijs wordt gekopieerd als bewijs van identificatie.  De  jongedame geeft hem het rijbewijs terug  en vraagt hem op welke rekening ze het geld kunnen storten. Hans denk er niet verder over na en laat het geld direct op hun gemeenschappelijke rekening bij de Rabobank overmaken. Nadat hij nog een praatje heeft gemaakt met enkele vriendelijke medewerkers van het kantoor die hem adviseren het geld niet gelijk uit te geven en vooral te waken voor de  komende afdracht inkomstenbelasting die er nog aan zit te komen, hij inmiddels reeds van een tweede kopje koffie heeft genoten,  belt hij met zijn mobieltje het nummer van de taxicentrale. Een man met een onprettig klinkende stem vertelt hem dat de bewuste chauffeur wegens ziekte plotseling is uitgevallen.

  ‘Er komt wel een andere taxi naar u toe, meneer. Loopt u maar weer naar de hoek van de straat waar u bent uitgestapt toen u vanmiddag aankwam. De taxi is binnen vijf minuten bij u.’

Hans doet wat hem is gevraagd en ziet al snel de beoogde taxi naderen. Het lijkt precies zo’n zelfde auto, alleen van een wat ouder bouwjaar lijkt het. De auto heeft tevens enigszins geblindeerde achterruiten. Hij is zich niet bewust van het feit dat er plotseling een achterportier open gaat als hij wil instappen. Er blijkt reeds een persoon achterin die taxi te zitten. Een persoon die een pistool op hem richt.  Hans  schrikt zich een ongeluk. De man in de taxi is geheel in het zwart gekleed net als trouwens de chauffeur. Ze dragen donkere zonnebrillen en bruine chique lederen handschoenen.

  ‘instappen, meneer en vlug een beetje,’ zegt de persoon die zich achter in de taxi bevindt. De man heeft een licht buitenlands accent. Het blijkt een man te zijn met een fors postuur.  Hans twijfelt en staat naast de auto op zijn benen te trillen. Maar de persoon die op de achterbank van de taxi zit aarzelt niet en pakt hem bij zijn arm waarna hij als het ware de auto in wordt gesleurd. De taxi, die helemaal geen taxi blijkt te zijn, rijdt vervolgens snel weg, waarna men via wat omwegen een weggetje naar een park in rijdt,  waarna de auto op een vrijwel verlaten parkeerplaats stopt.  Al die tijd dat er is gereden werd er geen woord gesproken. Een pistool blijft voortdurend op hem gericht. Als de auto onder een grote beukenboom stil staat hoort hij waar dit alles om draait.

   ‘Kijk jongen,’ zegt de chauffeur terwijl die zich op zijn stoel naar hem omdraait.  ‘Wij weten uiteraard dat jij net geld heb gebeurd bij die Staatsjongens. Hoeveel heb je gehad? ’  

   ‘Wat gaat jou dat aan,’ zegt Hans op een toon die met angst is doorvlochten.

   ‘Ga nu niet flink doen, jongen. We weten immers al genoeg. Zeg gewoon hoeveel het is en graag niet gaan liegen. Want anders moeten we je ook nog wat bezeren en we krijgen het antwoord er dan toch uit!’

  ‘Vijftig duizend euro,’ zegt Hans met enige moeite.

  ‘Goed zo jongen, jij hebt geluk gehad. Alleen delen wij uiteraard wel mee, dat begrijp je natuurlijk wel. Geef me je rijbewijs even dan schrijven we je gegevens over.’

   Met het zweet tussen de billen doet Hans wat er wordt gevraagd.  Hij krijgt het rijbewijs na enkele minuten terug waarna hem wordt medegedeeld dat er komende maand een bedrag van tienduizend euro moet klaarliggen op een nader te bepalen plaats.

  ‘We bellen je wel op dat nummer van je mobieltje om te zeggen waar het geld moet klaar liggen,’ zegt de man met het pistool. ‘Dan ben je daarna van ons af,’ delen de twee mannen hem vervolgens lachend mede. ‘O, ja. Probeer niet de slimme jongen uit te hangen en naar de politie te lopen, of om te laat te betalen, want dan zou er zomaar wat onaangenaams met een van je gezinsleden kunnen gaan gebeuren,’ zegt de man met het pistool dreigend.

   Van die laatste opmerking raakt Hans in paniek. Volkomen ontdaan probeert hij het portier te openen om vervolgens snel uit te kunnen stappen en het op een lopen te zetten, maar die portier zit verdomme op slot. De man naast hem ziet wat hij probeert te doen en geeft hem een klap met het pistool tegen de zijkant van zijn hoofd.  Hans zakt langzaam in elkaar waarna de bestuurder van de neptaxi het portier ontsluit, snel de taxipet van zijn hoofd rukt om vervolgens  samen met de andere man hun slachtoffer tegen een boom neer te zetten. Ze kijken even om zich heen, maar er is hier op die parkeerplaats niemand te zien. Hans heeft het wat moeilijk. Hij kan zich niet staande houden waarna men hem op de grond laat zitten om hem daarna ontreddert op het parkeerterrein achter te laten. Bloed loopt uit een kleine wond aan zijn hoofd en druppelt op zijn mooie nieuwe blauwe overhemd.  De  twee  mannen springen in de auto die daarop met normale snelheid wegrijdt en vervolgens in het verkeer verdwijnt.

 

Enkele minuten later wordt hij gevonden door een mevrouw die haar twee hondjes uitlaat. Ze belt met haar mobieltje de hulpdienst die even later met een ambulance arriveert. Als hij weer volledig bij is gekomen herinnert Hans subiet de waarschuwing van de criminelen om niets over hun afspraak mede te delen. Hij uit een verward verhaal tegen de twee ambulance broeders die inmiddels een pleister op de hoofdwond hebben gedaan nadat ze geconstateerd hebben dat er geen sprake is van overig letsel, noch van een hersenschudding.  Ze accepteren het verhaal van Hans, dat hij met zijn hoofd op de stoeprand zou zijn gevallen, doch echter wel met de nodige scepsis. Nadat hij even heeft gelopen laten de hulpverleners hem, op zijn eigen uitdrukkelijke verzoek, verder aan zijn lot over. De mevrouw met de honden is zelfs zo vriendelijk hem met haar auto naar het station te brengen. In de trein bedenkt Hans dat hij thuis wel heel wat heeft uit te leggen. God nog aan toe, wat een verschrikkelijk slot van een dag die zo mooi begon. Hij kan zich wel voor zijn hoofd slaan dat hij zo dom is geweest… Geld maakt inderdaad niet gelukkig lijkt het wel, bedenkt hij zich in de treincoupé. Het geeft alleen een heleboel stress en ellende.

Vond u dit een leuk verhaal?  Leest u dan ook eens mijn verhalen op mijn blog van Plazilla.com door te kikken op de navolgende link:http://plazilla.com/leonardo-1/mijn-fictie-verhalen 

 

©  Leonardo – 13 september 2016

13/09/2016 02:26

Reacties (5) 

1
30/09/2016 14:41
Het zal je maar overkomen.
1
13/09/2016 12:18
Geweldig geschreven. Denk dat wanneer je zo'n bedrag wint en het is voor je ook echt een enorm bedrag, dat je dan inderdaad niet altijd meer helder denkt en het wel van de daken zou willen schreeuwen, terwijl je juist rustig en bedaard moet blijven en niets overhaast moet doen ... ook niet het innen.
1
13/09/2016 13:36
Helemaal juist, Candice. Dat is ook de boodschap die in de strekking van het verhaal verborgen ligt...
1
13/09/2016 12:15
spannend verhaal met een triest einde
1
13/09/2016 11:41
Oei, wat een ellende!
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert