Natuur fotografie

Door Zeewoldenaar gepubliceerd.

Fotograferen is al jarenlang een manier om 'de werkelijkheid vast te leggen'. Voor velen stopt het daarmee; het registreren van een verjaardag of de vakantie is genoeg. Voor anderen begint het daar pas, en gaat het om de 'sport' van het fotograferen van een schuw dier, het zoeken naar een 'zo mooi mogelijke' compositie of gewoon een excuus om lekker buiten te zijn. Gewoon lekker de natuur in.

                                                   2329e20462c4f02b9be724c801390637.jpg

 

 

Inleiding

Fotograferen betekent letterlijk ' schrijven met licht' (photos = licht, graphos = schrijven). Het fotografische principe berust dan ook op licht, dat meestal door een lenzenstelsel, een objectief, geleid wordt, en opgevangen wordt door een lichtgevoelige film. Of men nu digitaal of analoog, op een fotorolletje, fotografeert, het principe is verder gelijk en toepasbaar op het maken van beelden van de natuur: natuurfotografie.

Omwille van de boodschap van dit verhaal zal ik één regel noemen, meer regels zijn er wat mij betreft niet, omdat regels creativiteit maar in de weg staan. Natuurfotografie mag nooit leiden tot het verstoren van de natuur. Veel natuurfotografen stellen zich tot doel te laten zien hoe mooi de natuur is en wat er allemaal nog is dat het beschermen waard is. Dat lijkt me een prima doelstelling. Dat fotograferen ook gewoon leuk is kan al een doel op zich zijn. Lekker naar buiten, met gepakte foto-tas.

                                  169341dff7d7a9f14b41b6851d7fcb8e.jpg
 

Welke camera, lenzen en films

Wat moet er dan in die fototas? Tsja, dat is een vraag die niet zo gemakkelijk te beantwoorden is, maar een paar adviezen kan ik wel geven. Een kleine compactcamera (APS of 35mm) is voor echte natuurfotografie niet zo geschikt. Misschien als tweede camera om snel foto's van mensen of van landschappen te maken, maar er komt geheid een moment waarop je tegen de beperkingen van je camera aanloopt. Een 35mm spiegelreflexcamera wordt dan ook het meest gebruikt. 35mm staat voor het soort film dat er in gaat: 35mm kleinbeeld negatief- of diafilm. Een spiegelreflexcamera geeft je de mogelijkheid om dóór de lens heen te kijken. En de lenzen zijn verwisselbaar. Daardoor kan je een telelens gebruiken, of een groothoeklens. Of een macrolens. Wat je door de camera ziet, komt dus precies zo op de foto. En dat is precies wat je nodig hebt!

                                            e966bea20f1490f98363c9a2496a105e.jpg

Veel mensen geven een groot bedrag uit aan een camerabody. Op de lens wordt vervolgens bezuinigd. Eigenlijk is dat niet zo handig, want de lens bepaalt de beeldkwaliteit. Het enige dat een body doet is de film belichten, en dan doordraaien naar het volgende beeldje. Om mee te beginnen kan je misschien nog wel het beste een wat oudere camera kopen, tweedehands kosten deze niet eens zo veel. Voor ƒ300,- tot ƒ600,- heb je dan een prima camera met een goede lens erbij. Welk merk moet het zijn? Geen idee. Koop een bekend merk (Canon, Nikon, Minolta, Pentax, Olympus, etc.), dan zit je altijd goed. De lens kost eigenlijk wat meer denkwerk dan het merk camera. Het hangt er namelijk van af hoeveel je te besteden hebt, en wat je vooral wilt gaan fotograferen.

Soort lens

Onderwerp Soort lens Opmerkingen

Mensen 28 - 80mm Zoomlens

Vlinders + portretten 135mm Met macroring

Vogels 400mm Statief + draadontspanner

Landschappen Alle genoemde lenzen Statief + draadontspanner

Je kan natuurlijk met één lens beginnen, wie de smaak goed te pakken krijgt gaat dan vanzelf uitbreiden. Soms neemt dat zulke vormen aan dat je met vele kilo's apparatuur loopt te sjouwen.

 

Checklist voor de aanschaf van een camera:

De keuze voor een lenzensysteem (elk merk heeft voor- en nadelen!);
Voldoende mogelijkheden om later uit te kunnen breiden;
Gebruikt de camera penlites of speciale fotobatterijen (penlites zijn gemakkelijker verkrijgbaar en minder duur);
De bediening moet snel en instinctief kunnen gebeuren;
Geef liever meer geld uit aan betere objectieven dan aan een duurdere body.
Brandpuntsafstanden en perspectief
Verschillende objectieven hebben verschillende eigenschappen. Dat is logisch, anders hadden we niet zoveel objectieven gehad. De verschillen zitten, los van de beeldkwaliteit en constructie, in de brandpuntsafstand. Zo onderscheiden we groothoek, standaard, tele en supertele objectieven. De brandpuntsafstand wordt steeds groter.
Fish-eye 6 - 14 mm
Groothoek 14-35 mm
Standaard 50 mm
Tele 80 - 200 mm
Supertele 300 - 1200 mm of meer
 

Een fish-eye geeft een beeldhoek tot 180% en is daarmee de grootst mogelijke groothoek. Het beeld wordt tot in het extreme vertekend. Een 'normale' groothoek is voor de meeste situaties geschikter. Veel landschapsfoto's worden hiermee gemaakt. Er wordt veel in beeld weergegeven. Elementen op de voorgrond worden relatief veel groter weergegeven dan elementen op de achtergrond: het is dus zeer belangrijk een goede voorgrond te kiezen, aangezien deze het meest opvallend in beeld komt.

Bij een standaardobjectief, een 50 of 55mm objectief, is het perspectief ongeveer gelijk aan dat van het menselijk oog. Deze brandpuntsafstand geeft dus de meest realistische beeldweergave. Deze objectieven zijn vaak bijzonder lichtsterk en dus geschikt om ook bij minder goed licht nog foto's te maken.

 

Voor het maken van dierfoto's is een telelens eigenlijk onmisbaar. Erg prettig is een 400 mm telelens. Hiermee zijn vogels en dieren in de natuur prima te fotograferen. Deze objectieven zijn niet zonder statief te gebruiken. En een goed statief… is een zwaar statief. Het beste statief is dan ook het zwaarste statief dat je bereid bent mee te zeulen. Wie mooie foto's wil maken moet (een beetje) lijden…

Verschillende films

Hoewel het digitale tijdperk zich aandient, gebruikt een grote meerderheid, terecht, nog steeds analoge fotografische film. Begrijpelijk, want een goede diafilm staat ongeveer gelijk aan een 15.000 megapixel digitale chip. Hoe is het mogelijk uit het oerwoud van verschillende films de meest geschikte te kiezen? Het is goed om voordat men uiteindelijk gaat fotograferen van tevoren te bepalen wat er precies gefotografeerd gaat worden, en wat er met het resultaat moet gaan gebeuren. Als het uiteindelijke resultaat een plakboek met foto's moet worden licht het voor de hand om op negatieffilm te werken. Moeten de foto's gebruikt worden voor een lezing? Diafilm is een logische keuze. Langzame films (ISO 50 - 100) geven een hogere beeldkwaliteit bij uitvergroten dan snellere films (meer dan ISO 400), maar de korrel van een snelle film kan soms een waardevolle verbetering van sfeer betekenen. De belangrijkste tip is om te leren werken met een goede film, en daar bij te blijven, tot men deze film heeft leren kennen. Dat kan heel veel filmpjes duren!


Algemene tips
Kijk eerst kritisch door de zoeker van je camera, voor je een foto maakt; wat je ziet komt op de film, maar op een foto zie je achteraf altijd meer dan je zag op het moment dat je de foto maakte. Op de foto groeit opeens een boom uit iemands hoofd, of stak er nog een stuk van iemands arm het beeld in. Allemaal zaken die je niet opvielen tijdens het maken. Maar als je er op gaat letten krijg je veel betere foto's. Het is ook verstandig om méér opnamen te maken, allemaal nét even anders.
Het is niet zo moeilijk om een plant of dier op de foto te zetten. Veel moeilijker is het om dat zo te doen, dat het ook een echt mooie foto wordt om naar te kijken. Dat betekent dat de achtergrond mooi moet zijn, het dier (of het plantje) in een mooie houding zit of een interessante vorm heeft, etc. Natuurlijk moet de foto ook scherp zijn. Je kunt natuurlijk ook expres iets onscherp maken, maar doe het dan in ieder geval bewust. Kunstenaars doen soms per ongeluk iets en zeggen dan achteraf dat het zo de bedoeling was. Je begrijpt 't wel...

                                              1b8a4f62ab7912f981187a29ff79e441.jpg


Vaak blijken de leukste, mooiste of grappigste foto's juist voort te komen uit het proberen van vreemde standpunten, lange sluitertijden, of het bewegen van de camera of zoomlens tijdens het maken van de foto. Je kunt door te experimenteren ook veel beter vertrouwd raken met camera en film.

De achtergrond maakt de foto
Wanneer een détail gefotografeerd wordt, dat los moet komen van de achtergrond, dan is de achtergrond nu juist niet datgene waarop de meeste fotograferende personen letten. Toch is het de achtergrond die de foto kan maken of breken. Een onrustige achtergrond leidt de aandacht van het onderwerp af. Een boom die uit het hoofd van de gefotografeerde lijkt te groeien is ook geen succes. Veel fotografen bepalen dan ook eerst de achtergrond, of althans, hoe deze op de foto moet komen, en dan hoe het hoofdonderwerp belicht zal gaan worden. Er zijn diverse manieren waarop het mogelijk is de achtergrond donkerder te maken (door inflitsen) of juist lichter, door gebruik te maken van lange belichtingstijden.
Door gebruik te maken van een langere brandpuntsafstand, dus meer tele, kan de beeldhoek verkleind worden, waardoor er minder van de achtergrond op de foto komt. Bij een onrustige achtergrond is dit een prima methode om de drukke achtergrond terug te brengen tot een rustig geheel. Bijkomen voordeel is dat de scherptediepte beperkter is, waardoor de achtergrond onscherper wordt. Het is wel belangrijk hierbij eens statief te gebruiken.

Landschapsfotografie

Landschappen zijn ontzettend moeilijk om te fotograferen. Hoezo dan? Wat je ziet komt toch op de film? Ja, maar een landschap is 3-dimensionaal, terwijl je foto 2-dimensionaal is. Er is geen diepte. Kijk maar eens met één oog en bedek het andere. Meestal ziet het landschap er dan lang niet meer zo indrukwekkend uit. Loop eens op en neer, ga eens hoger staan of zak door je knieën, op zoek naar een beeld dat er ook tweedimensionaal nog boeiend uit ziet. Je bent dan onbewust al bezig met het maken van een compositie.
Volgens vele natuurfotografen is landschapsfotografie één van de moeilijkst te leren onderwerpen van de natuurfotografie. Maar wel een van de meest beoefende. Veel mensen maken op vakantie veel foto's van het landschap. Ik probeer een algemene inleiding te geven voor het maken van betere landschapsfoto's.

 

Lijnenspel

De 3-dimensionale wereld is opgebouwd uit een aantal elementen. De eerste dimensie, een punt, staat aan de basis. De tweede dimensie is een verbinding tussen twee punten; het platte vlak. De derde dimensie is diepte. Nu is het probleem dat in de fotografie een driedimensionale wereld tweedimensionaal wordt weergegeven, op een vlak, en dat biedt interessante mogelijkheden, maar leidt ook tot enkele complicaties. Wat we als mens zien, is een stereoscopische weergave: we kijken met twee ogen, die een stuk uit elkaar staan. Daardoor zijn we in staat diepte te zien. Beide ogen leveren een iets verschillend beeld op, dat in de hersenen weer netjes over elkaar gelegd wordt. Een foto heeft echter geen diepte. Om te kunnen zien of een onderwerp ook op een foto nog goed overkomt is de volgende truc bijzonder handig:
Kijk door één oog en knijp het andere dicht / dek het af, om een tweedimensionaal beeld te krijgen. Veel onderwerpen lijken op het eerst gezicht fotogeniek, maar blijken het niet te zijn.

Het menselijk oog wordt door lijnelementen door het beeld heen geleid. Bijvoorbeeld een foto van een weg, die naar de horizon loopt. Het oog wordt onmiddellijk naar het verdwijnpunt van deze weg aan de horizon geleid. De vogels die in deze foto overvliegen worden in eerste instantie niet of nauwelijks bemerkt, omdat er geen beeldelement is dat de blik erheen leidt.

Vormgebruik

De natuur is vol van vormen. Alle vormen die we in het dagelijks leven overal tegenkomen zijn ook terug te vinden in de natuur. Deze zijn allemaal te herleiden op de basisvormen van cirkel, vierhoek en driehoek. In landschappen zijn deze vaak terug te vinden. Het heuvellandschap van de Veluwezoom bijvoorbeeld, is grotendeels te herleiden tot in elkaar gepaste driehoeken, de hellingen. Een afwijkende vorm in dit patroon, bijvoorbeeld een rond ven, trekt dan onmiddellijk de aandacht. Deze eigenschappen zijn goed uit te buiten om interessanter landschapsfoto's te krijgen.


Licht

Fotograferen is schrijven met licht. Dit impliceert dus dat we afhankelijk zijn van de kwaliteit van het licht voor de kwaliteit van de uiteindelijke foto. Dit gaat volledig op, maar betekent niet dat een foto met 'slecht licht' ook een slechte foto is. Wel is het zo dat een 'ideaal landschap' het best tot zijn recht komt met licht, dat de karakteristieke eigenschappen het meest tot zijn recht laat komen, of de meest toepasselijke sfeer oproept. Daarbij valt te denken aan een ochtendstemming, of juist de dramatiek van een onweerslucht. Een ruig landschap komt vaak het best tot zijn recht bij een storm en in de stromende regen. Een egaal zandlandschap met een egale lucht erboven. Vaak zal dit betekenen dat men op een later tijdstip terug zal gaan om de gewenste foto te maken. Soms kan het ook een interessant beeld geven om juist een tegenstelling te zoeken. Een vlak zandlandschap met een dramatische lucht, een ruig landschap met straalblauwe lucht, met één enkel wolkje.
De 'gouden uren' van zonsopkomst en zonsondergang roepen een bijzonder mooie sfeer op. Daarom vinden veel mensen dit de mooiste uren van de dag om landschapsfoto's te maken. Het licht is nog zacht en heeft een warme kleurtemperatuur, wat prettig overkomt bij het bekijken van de foto.

Contrastomvang

Een ander voordeel van de ochtend- en avonduren is dat de contrastomvang relatief laag is. Dit behoeft enig toelichting. Op een foto willen we meestal doortekening in de schaduwen, en een goed belicht hoofdonderwerp. Wanneer we bijvoorbeeld een landschap met sneeuw fotograferen, willen we graag detail zien in de sneeuw, en ook in de schors van een boom op de voorgrond. Het helderheidverschil tussen doortekend zwart en doortekend wit wordt uitgedrukt in stoppen. De camera werkt ook met deze stoppen: het verschil tussen diafragma f5.6 en f8 is één stop, tussen f5.6 en f11 twee stops. Het helderheidverschil tussen twee verschillende sluitertijden is even groot, net als tussen twee filmgevoeligheden.
De ellende begint wanneer we kijken naar de contrastomvang van films. Fotografische film heeft een contrastomvang van 4 tot 6 stops. Overdag, aan het begin van de middag, kan het verschil in helderheid buiten oplopen tot (soms meer dan) 11 stops! Dat betekent dat de film nooit zowel doortekend zwart als doortekend wit tegelijk weer kan geven. Moet de foto doortekend zwart bevatten, dan gaat dat ten koste van de doortekening in de lichte partijen, en andersom. Dit is een ingewikkeld gegeven, dat toch bepalend is voor de fotografie. Het voert te ver om alles hierover in deze samenvatting te behandelen, er bestaan veel goede boeken over.

Dit heeft voor landschapsfotografie tot gevolg dat, in tegenstelling tot wat algemeen gedacht wordt, een zonnige dag met heldere lucht meestal juist niet geschikt is. Het levert meestal wel een beeld op dat ons aanspreekt: de zon suggereert warmte op de foto en mensen houden niet van een koude, grauwe dag. Kleuren komen veel beter tot hun recht bij bewolkt weer.

Voor de contrastweergave is een bewolkte dag veel geschikter dan een zonnige dag.

Natuurlijk moet er wel goed belicht worden. Het is goed om bij grauw weer een halve stop over te belichten, om toch een sprankelender beeld te krijgen. Op dezelfde manier kan bij een extreem heldere, zonnige middag, expres een stop worden onderbelicht, om de kleuren wat mooier weer te geven.

Perspectief


Perspectief is een van de eigenschappen die een foto bijzonder boeiend kan maken. Daarbij vallen twee soorten perspectief te onderscheiden. Het eerste is het perspectief dat wordt verkregen, door elementen in beeld die afstand suggereren: iets groots op de voorgrond, iets kleins op de achtergrond.
Vaak wordt het beeld interessanter door iets op de voorgrond te nemen, dat de perspectivische werking vergroot. Denk aan een boom, een doorkijkje, een struik of een paar bloemen. Maar ook personen kunnen hiervoor dienst doen. Het is aan de fotograaf de beste mogelijkheden te onderzoeken, alvorens de foto te maken.
Een ander soort perspectief is het atmosferisch perspectief: naarmate beeldelementen zich verder naar de horizon bevinden, worden ze waziger weergegeven. In de landschapsfotografie is dit een prachtig gegeven, dat bijzonder mooie beelden op kan leveren, vooral wanneer van een zekere gelaagdheid gebruik gemaakt kan worden. Denk maar aan bergen die achter elkaar liggen. De achterste worden waziger weergegeven dan de voorste.

Kleuren en dieptewerking


De verschillende kleuren uit het kleurgamma dat wij kunnen zien hebben allemaal andere eigenschappen. Licht is een straling die zich als golven gedraagt. Daarmee is kleur te beïnvloeden met behulp van filters. Rood is een kleur die erg veel aandacht trekt, terwijl koele kleuren als blauw en groen op de achtergrond komen. Verschillende kleurcontrasten kunnen de foto extra inhoud geven.
Het rood - groen, of blauw - geel contrast valt erg op en geeft een foto vaak extra inhoud. Deze contrasten zijn gebaseerd op de kleurencirkel van Itten. In boeken over tekenen of schilderen wordt dit vaak erg helder uitgelegd, het gaat misschien wat ver om dat in deze handleiding te doen.
Beeldcompositie: Gulden Snede / Rule of Thirds
Een bekende regel uit de schilderkunst en de fotografie is de Gulden Snede. De Engelsen noemen deze 'the Rule of Thirds', hetgeen beter uitdrukt waar het om gaat. Het beeld wordt denkbeeldig zowel horizontaal als verticaal in drieën verdeeld, door middel van lijnen. Op de snijpunten van deze lijnen worden de belangrijke beeldelementen geplaatst. In het geval van een landschapsopname bijvoorbeeld de horizon op 1/3 van boven, het hoofdonderwerp op de voorgrond op 2/3 van links en 2/3 van boven. Dit geeft een uitgebalanceerde compositie. Maar houd niet vast aan regels, want deze beperken de fotografische vrijheid. Gebruik ze alleen wanneer de foto er beter van wordt.
Het is verstandig eerst verschillende standpunten te onderzoeken: vaak blijkt een ander standpunt dan datgene dat het meest voor de hand ligt een beter resultaat te geven. Regels voor compositie kunnen daarbij helpen, maar maak ook gebruik van de eigenschappen van kleur, vorm en lijn, en benut deze optimaal door de keuze van het meest geschikte objectief.

Het fotograferen van dieren
Het maken van een mooie landschapsfoto is moeilijk en een vak apart (maar wel een leuke uitdaging!), het fotograferen van dieren in de vrije natuur is misschien nog wel moeilijker. Hiervoor zijn allereerst een paar dingen belangrijk.
Wees volkomen vertrouwd met de camera en de lenzen. Bedenk dat je vaak een telelens nodig hebt om verre onderwerpen dichtbij te halen, of om de hoeveelheid achtergrond die in beeld komt terug te brengen. Het belangrijkste is nog wel om je goed voor te bereiden. Lees veel over het gedrag (de biologie) van een dier dat gefotografeerd 'moet' gaan worden. Hoe meer je weet over het dier, hoe beter het fotograferen uiteindelijk zal gaan lukken.

                                        8c70b4ab30fd0d789c8f114f1ca31e3e.jpg


Vlinders en libellen zijn ontzettend leuk om te fotograferen.
Ze hebben vaak prachtige kleuren en er zijn er veel van. Makkelijk zijn ze niet, door hun facetogen nemen ze beweging veel beter waar dan wij dat doen. De beste manier om het te proberen is zo langzaam mogelijk bewegen. Soms doe ik daar wel een kwartier over, in uitzonderlijke gevallen nog veel langer. Maar dan ben je ook dichtbij genoeg om een foto te kunnen maken. Libellen en vlinders zijn doof, dus reageren ze niet op het geluid van de sluiter. Je hebt voor het fotograferen van insecten absoluut hulpmiddelen nodig als een macrolens, voorzetlens, macro-tussenringen of een macro-extender, of een balgapparaat (voor de veeleisende prof). Allemaal hulpmiddelen om dichtbij scherp te kunnen stellen. Vooral de grotere libellen vertonen duidelijk territoriumgedrag. Ze gaan vaak ergens zitten, vliegen dan steeds hetzelfde rondje en komen weer terug op dezelfde plek. De tijd dat ze vliegen kan je prima gebruiken om je in de buurt van hun zitplaats te installeren.

Vogels zijn prachtige onderwerpen

Probeer ze eens te fotograferen bij de voedertafel, of vanuit een schuilhut in een natuurgebied. Deze schuilhutten zijn prima plaatsen om het fotograferen van dieren onder de knie te krijgen. Op de Veluwe zijn volop edelherten en wilde zwijnen te zien vanuit deze uitkijkplaatsen. Bovendien zijn de dieren hier soms gewend aan fotograferende mensen, zeker bij de meest bezochte gelegenheden. Dieren zijn echt niet zo dom dat ze deze mensen niet in de gaten hebben, ze associëren ze alleen niet met gevaar. En laten we dat vooral zo houden!

                                                        c443b3b509164588403fcf2dc49ed771.jpg

Tot slot nog één ding

 Kijk achteraf kritisch naar je resultaat, en probeer te achterhalen wat er mis ging, maar vooral ook wat er wel goed ging. Zolang je dat doet, wordt je steeds beter en wordt fotograferen steeds leuker!

 

27/07/2016 15:01

Reacties (1) 

28/07/2016 09:23
Mooi uitgebreid artikel.
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert